Speuren in de rugbygeschiedenis (1937)

 Invitatie, niet bestemd voor verkoopVrijkaartje voor de wedstrijden in Parijs op 10 oktober 1937

1937-teamfoto-Rein KoopmansBij het maken van het verhaal “Een leuk stel mannen” doken er oude documenten en foto’s van ons oer-lid Rein Koopmans op. Eén van die documenten was een vrijkaartje voor het bijwonen van de wedstrijd Roemenië – Nederland. Let wel: op 10 oktober 1937 en in Parijs! Daar wordt een mens nieuwsgierig van. Nauwkeurig lezen leverde op, dat het ging om een internationaal toernooi onder de vlag van de Franse Rugbyfederatie en dat er op diezelfde zondag en in hetzelfde stadion “Jean Bouin” nog een wedstrijd plaatsvond, nl. Italië – België. Er waren dus minstens vier deelnemende landen. En verder moest het toernooi iets te maken hebben met de “Exposition de Paris 1937”, maar wat? En er waren natuurlijk nog meer vragen. Zoals: wie speelden er mee? 1937-09-24 G+E Ned rugbyploeg nr ParijsWaren er ook Gooiers bij en wie dan wel? Wat was de uitslag?

 

Rein Koopmans in 1937/38

Is er een verslag van de wedstrijden gemaakt en is dat ergens te lezen? Hebben sommige van de opgedoken oude foto’s wellicht iets met die wedstrijden te maken? Zijn er nog meer foto’s te vinden? Tijd voor speurwerk!

Krantenartikel met de selectie voor Parijs

Allereerst maar eens kijken of er in 1937 iets over in de krant stond. Uit diverse digitale archieven hadden we al enkele honderden krantenknipsels uit de jaren ’30 en ’40 verzameld. Daarbij bleek een bericht uit de Gooi en Eemlander van 24 september 1937 te zitten, met de selectie van de Nederlandse rugbyploeg voor de wedstrijden in Parijs. Let wel: wedstrijden, meer dan één dus. Bij die selectie zaten drie spelers van de Gooische Rugby Club (GRC), nl. Walt Jongman, Jan Schrage en Bob Zwart. Dus niet Rein Koopmans.

1937-10-11 G+E Grote nederlaag Ned FIRA toernooiKrantenartikel nederlaag tegen Roemenië

Maar dat was niet alles. Er waren nog twee krantenberichten die met dit toernooi te maken hadden. Op 11 oktober meldde de Gooi en Eemlander, dat Nederland een dag eerder een grote nederlaag met 42 – 5 tegen Roemenië had geleden. De Belgen deden het echter nog iets slechter tegen Italië: ze verloren met 45 – 0.

1937-10-15 G+E Int rugbytoernooi ParijsKrantenartikel halve finales

Het andere bericht stond ook in de Gooi en Eemlander, op 15 oktober. Het meldde, dat de dag daarvoor Italië de finale had bereikt via een 9 – 7 overwinning tegen Duitsland. De andere finalist zou Frankrijk worden, dat met 27 – 11 van Roemenië had gewonnen.  Er waren dus blijkbaar 6 deelnemende landen: Nederland, Roemenië, België, Italië, Duitsland en Frankrijk.

Roemenie - NL 1937 ParijsGevonden foto met wedstrijdmoment Roemenië – Nederland, 42 – 5, op 10 oktober 1937

Nu maar eens kijken of het plaatje compleet te maken was. Googlen dus, op zoek naar de resterende uitslagen, teksten en beelden. Er bleek “gewoon” een Wikipedia-pagina van dit FIRA-toernooi te bestaan! Met alle data, locaties, deelnemers, uitslagen en zelfs – voor zover bekend – de namen van de spelers! Het bleek, dat we op 16 oktober verloren van België met 20 – 3 en daardoor zesde en laatste werden.

5559429670_c0a4c004fa_o-001Gevonden foto van de halve finale Frankrijk – Roemenië, stadion Jean Bouin, Parijs, op 14 oktober 1937

Het toernooi werd gewonnen door Frankrijk, dat in de finale Italië versloeg (51 – 43), terwijl Duitsland 3e werd, dankzij een overwinning met 32 – 30 op Roemenië.

Op zoek naar een verslag en wellicht meer foto’s contact gezocht met Pieter Tolsma van AAC (omdat er ook drie AAC-ers in de selectie zaten) en met de Leo van Herwijnen Foundation. Die laatste kwam niet verder dan de mededeling, dat men “nog bezig is met het inventariseren van alle items”. Maar Pieter ging op één van die érg warme dagen in juli naar de zolder om daar bij een temperatuur van 40 graden Celsius zijn archief te raadplegen: hulde voor die man!

1938-01-10 G+E Ned-Roemenie 3-3Pieter wist te vertellen, dat er in het 50 jaar NRB jubileumboek (van Leo van Herwijnen) twee regels en een foto over dit toernooi in 1937 staan: “Roemenië komen wij in hetzelfde jaar op een toernooi in Parijs tegen. Met een 42 – 5 verliescijfer in de bagage keert Oranje naar Holland terug”. Ook Joop van Vught (Pieters oom, die deel uitmaakte van de selectie voor Parijs) schreef  in het eerste NL-rugbyboek “De wijze Jacob” slechts twee regels over dit toernooi: “De Roemenen ontmoetten wij in 1937 in het kader van het “Tournoi International de Football Rugby” ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling te Parijs. Geheel onnodig verloor Nederland deze wedstrijd met de cijfers 42 – 5. Hoe geflatteerd dit resultaat voor de Roemenen was blijkt uit het feit, dat in 1938 tegen een, zij het wat zwakker, Roemeens XV-tal een 3 – 3 gelijkspel werd behaald“. Geen omvangrijk resultaat, maar wel een leuke aanvulling op wat we al wisten! En een aansporing om verder te zoeken.

Bericht over de wedstrijd op 9 januari 1938 in Alkmaar.

Verder leverde het zoeken nog de nodige informatie op over de Parijse Wereldtentoonstelling in 1937.

Paris-1937ExpoDe paviljoens van Duitsland en de Sovjet Unie, links en rechts van de Eiffeltoren

En ook over de Wereldtentoonstelling 1937 bestaat er een Wikipedia-pagina, in het Nederlands zelfs! Erg opvallend waren de tentoonstellingspaviljoens van nazi-Duitsland en de communistische Sovjet Unie. Ze stonden letterlijk tegenover elkaar nabij de Eiffeltoren en qua hoogte en lelijkheid boden ze tegen elkaar op. Achteraf kun je zeggen, dat de Tweede Wereldoorlog zo z’n schaduwen al vooruit wierp.

ReinK-19Spelers en supporters op de trap voor de Parijse Opera. Eerste rij, geknield: 3x ?. Tweede rij, geknield: Walt Jongman, ?, Joop van Vught. Daar achter, staand: Rein Koopmans, ?, Bob Zwart, Jan Schrage, 6x ? Wie kent de ontbrekende namen?

Hoe past het verhaal van de Gooiers bij deze achtergrond? Waarschijnlijk kregen de drie geselecteerden, Walt Jongman, Jan Schrage en Bob Zwart elk één of meer vrijkaartjes voor de te spelen wedstrijden. Die vrijkaartjes plus de bestemming Parijs plus de Wereldtentoonstelling waren bij elkaar aantrekkelijk genoeg om supporters mee te lokken.

?, ?, Walt Jongman, Fred Huyer, Rein Koopmans?, ?, Walt Jongman, Fred Huyer, Rein Koopmans

We herkennen Rein Koopmans en Fred Huyer op de foto’s maar mogelijk waren er meer supporters bij en ook van andere clubs dan de Gooische RC. Tussen de wedstrijden van 10 en 16 oktober was er voldoende gelegenheid om als toeristen in Parijs rond te kijken en dat op foto’s vast te leggen.

ReinK-11In stadion Jean Bouin; training? Van links af: ?, Walt Jongman, Rein Koopmans, ?, ?, ?, Jan Schrage, Bob Zwart, ?, ?, ?. Wie kent de ontbrekende namen?

En waarschijnlijk werd er ook getraind, mogelijk met deelname door de supporters, zoals de foto met de verschillende rugby outfits lijkt te suggereren. Mogelijk arriveerde men in Parijs op de dag voor de eerste wedstrijd (9 oktober dus) en vertrok men op de dag na de tweede wedstrijd tegen België, of na de finale (dus op 17 of 18 oktober 1937), al zijn andere scenario’s natuurlijk ook denkbaar. Wie het weet mag het zeggen!

Maar duidelijk is wel, dat het gaat om een trip met de Nederlandse rugbyselectie van ongeveer een week  naar het internationale FIRA rugbytoernooi in Parijs in oktober 1937. Qua wedstrijdresultaten geen geslaagde expeditie, maar wel leuk voor de spelers én voor de supporters!

Zie ook het bijbehorende fotoalbum FIRA toernooi in Parijs 1937

Rugby in de oudheid, door Bob de Jonge

 

?, Bob de Jonge, ?, ?, Fred Huyer, ?RC ’t Gooispelers uit de oudheid (jaren ’30): ?, Bob de Jonge, ?, ?, Fred Huyer, ?

In 1978, bij het 9e lustrum, schreef ons erelid, oud-voorzitter J.A.J. (Bob) de Jonge in De Scrum over de rugby-oudheid in Nederland. Hij maakt daar zelf deel van uit. Als de allereerste secretaris van de op 1 oktober 1932 opgerichte Nederlandse Rugby Bond stond de latere bondsvoorzitter aan de wieg van RC ‘t Gooi. Hij was in die tijd nog lid van ARVC, de Amsterdamsche Rugby Voetbal Club. En dan nu Bob de Jonge zelf aan het woord.

Wanneer je in De Scrum een vraaggesprek met pionier Frankfort hebt gelezen, gaan je gedachten onwillekeurig terug naar het verre verleden. De rugbywereld van heden ten dage is wel heel wat anders dan het rugbywereldje van toen. Je vraagt je af hoe het allemaal is begonnen en hoe het zich heeft gehandhaafd. Het antwoord op dat handhaven is niet zo moeilijk te geven: door pionierswerk van mensen als Frankfort.

DSR-C in actie tegen AAC in Amsterdam in 1934DSR-C in actie tegen AAC in Amsterdam (tijdschrift Sport in Beeld, 1934)

Maar de geboorte van de rugbysport in Nederland is wat duister. De oudste en veruit de oudste club is de DSR-C, die ik in de eerste wereldoorlog in mijn zeer prille jaren weleens zag spelen tegen gestrande Zuid-Afrikaanse studenten en Britse krijgsgevangenen (1). Dat vond dan plaats onder andere in het oude stadion in Amsterdam (2) en als kind werd ik zo geestdriftig dat ik, toen ik de kans kreeg, zelf ben gaan spelen. En die kans kwam in 1930, er stond toen in de Amsterdamse bladen een oproep van een aantal Zuid-Afrikaanse en Engelse studenten ter oprichting van een rugbyclub en daaruit ontstond ARVC, dat gezien het aantal voortreffelijke buitenlanders, een zeer goed partijtje vertolkte.AAC tegen ARVC in maart 1933

AAC tegen ARVC (tijdschrift Revue der Sporten, 13 maart 1933)

1933-01-17 DBC oprichtingARVC, kort daarna gevolgd door AAC, was de derde rugbyclub van Nederland; RCE was inmiddels door oud-Delftenaren van de grond gekomen. Voordien had Delft zich eenzaam en alleen staande moeten houden door enkele wedstrijden per jaar te spelen tegen de Antwerp British, de British Bruxelles en met Pasen enkele ontmoetingen met Engelse XV-tallen. Geen geringe prestatie. Voor de oorlog werden nog opgericht de HRC, de RRC, RC ’35 en de Gooische Rugby Club, dus niet de Rugby Club ’t Gooi. Ik kom daar straks op terug. Door een leraar Engels, Henk Kruising (als ik het goed spel) (3), waren enkele middelbare scholieren geestdriftig gemaakt voor onze sport. Een oprichtingsvergadering vond plaats in een café over de spoorbomen in Bussum. Namens de bond was ik daarbij aanwezig, vandaar mijn band met RC ’t Gooi, waar ik later nog jaren voor heb gespeeld.Scan.BMP

Hoe zat dat nu met die naam? De GRC werd toentertijd (nog voor de oorlog) benaderd door de Atletiek Unie. Indien wij ons aansloten, zouden wij bij de training worden geholpen en ook zou ons materiaal ter beschikking worden gesteld. Daar hebben we nooit iets van gemerkt en dus weigerden wij onze contributie te voldoen. Er werd gedreigd met royement en dat zou hebben betekend, dat de NRB ons ook zou hebben moeten royeren als lid. Eenvoudige oplossing: GRC hief zichzelf op en op datzelfde historische ogenblik kwam de RC ’t Gooi ter wereld!

Onze clubkleuren waren ook niet geheel hetzelfde als nu. De middenbaan van het shirt was lichtblauw. Toen in 1945 weer met frisse moed werd begonnen, werd aan alle oud-spelers verzocht hun shirts ter beschikking te stellen. Toen eindelijk nieuwe shirts konden worden aangeschaft, waren de oude kleuren niet meer te krijgen.

stoomtreinHoe was het (rugby)leven in de oudheid? Wel wat anders dan in de welvaartsstaat! Het reizen geschiedde vrijwel uitsluitend per trein op een zogenaamd gezelschapsbiljet. Aangezien ieder XV-tal zo’n drie of vier werklozen telde, moesten de andere spelers het gezelschapsbiljet voor hun rekening nemen. Wij speelden in het algemeen op bijvelden van kleine voetbalclubs, kleedgelegenheid een oud bouwkeetje, wassen in blikken bakken met water uit de sloot. Voor gezelligheidsavonden was er geen geld ter beschikking, trainen alleen op zaterdagmiddag mogelijk. Maar we hadden er allemaal veel voor over en we bleven overeind!

Kleedhokje van ARVC aan de Schagerlaan, ca. 1930Kleedhokje van ARVC aan de Schagerlaan, ca. 1930 (uit “In de lijn gespeeld”, Leo van Herwijnen, 1982)

De eerste jaren van ’t Gooi kenmerkten zich door grote geestdrift en wat het spel betreft door grote inzet en snelheid. Aan techniek en tactiek ontbrak nog alles. Ons terrein was in de toenmalige “zandafgraving” in de buurt van de watertoren (4). Maar nog voor de oorlog uitbrak in 1940 had ’t Gooi de bekercompetitie gewonnen! De grote namen van die tijd waren: Meeuwis, Jongman, Klasema, Van Heijningen, Van Kooten, Hosman, Plat, Koopmans en nog zovele anderen.

watertoren Bussum02Het terrein bij de watertoren moet links van de weg gelegen hebben, waar nu de begraafplaats is, ter hoogte van het huidige P+R-terrein bij station Bussum Zuid

Ik noemde zo even de bekercompetitie; een gewone competitie kenden wij niet. De bekerwedstrijden werden in een halve competitie gespeeld en verder hadden we net als in Engeland een vrije fixture list. Het kostte de clubbesturen heel wat moeite een goed wedstrijdprogramma in elkaar te zetten. Maar het had ook een voordeel: het ging er bij elke ontmoeting niet om de punten en zo kregen jongere en minder goede spelers volop kans mee te doen.

Henri_van_boovenWaarom er geen competitie was? Dat zat ’m in de NRB. De bond was opgericht op initiatief van de schrijver en journalist Henri van Booven, zelf een zeer verdienstelijk cricketer. DSR-C voelde wel de noodzaak van de oprichting van een overkoepelend orgaan, maar had ook bezwaren. Zoals: wij zijn studenten en wij willen ook onze contacten met Engeland niet verliezen. En dit was vroeger een brandende kwestie. De Britse landen in de wereld hadden hun eigen RFU en ook Frankrijk was daarbij aangesloten. Door de professionele aanpak in Frankrijk (ze waren er daar al vroeg bij), spelverruwing, betaling onder-de-tafel, werd Frankrijk uit de RFU gezet. En begonnen dus de Fransen aan de oprichting van de FIRA. Nu mochten Engelse clubs wel spelen tegen FIRA-leden, maar dan mocht er in het desbetreffende land geen competitie worden gespeeld en we moesten daarvoor buigen. In zekere zin ontdoken wij dat beding, door de beker te laten verspelen in de vorm van een halve competitie. Wij hadden dus wel een bekerhouder, maar geen (echte) kampioen!

En zo kwam het allemaal langzaam en moeizaam op gang totdat er midden in de Tweede Wereldoorlog een zeer plotseling einde aan de zaak kwam en er in 1945 weer opnieuw werd begonnen. En het verdere verloop zal de meesten wel bekend zijn.

Voetnoten:

(1) Dat is maar net mogelijk, want DSR-C werd opgericht op 8 oktober 1918 en de eerste wereldoorlog eindigde op 11 november 1918.

(2) Bedoeld wordt vermoedelijk Het Stadion aan de Amstelveenseweg in Amsterdam,  tot de sloop in 1929 de voorganger van het Olympisch Stadion

(3) Henk Kruissink is de correcte spelling. Hij en André Talboo waren de initiatiefnemers voor de oprichting van de Drafna Sport Club op 14 januari 1933, die ruim een jaar later, op 31 januari 1934, fuseerde met de Hilversumsche Rugby Club tot de Gooische Rugby Club en die weer later Rugby Club ’t Gooi zou gaan heten.

(4) Dit speelveld moet gelegen hebben ter hoogte van het huidige P+R parkeerterrein bij station Bussum Zuid, waar nu de begraafplaats ligt.

Zie ook:

Interview met Bob de Jonge (filmpje uit 1988)

De oprichters van RC ’t Gooi

Het Drafna-lyceum

De oertijd van RC ‘t Gooi: het échte verhaal!

 

“Een leuk stel mannen”, door Tom Visser

 

1937 teamfoto met oa Bep van Kooten

 Gooi-team uit 1937-38, demonstratiewedstrijd in Dieren. Geknield: Kees Meeuwis, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Fred Huyer, Elbert Kortenoever, Walt Jongman. Staand: Bob de Jonge, Dolf Plat (met scrum-cap), Jan van Schaik, Bob Swart (met alpinopet), Ko Munnikhuizen, Bep van Kooten, Witte van Heijningen, Rein Koopmans, Zöllner, Jaap van Schaik, onbekende heer in regenjas.

Walter Koopmans en Marie Sophie Wesel reageerden op het verhaal “Ben Hosman in gesprek met Herman Nijhuis (1977)” op deze lustrumwebsite. Zij bleken de zoon en de kleindochter te zijn van ons oer-lid Rein Koopmans, die in de jaren ‘30 en ‘40 rugby speelde bij het toen nog piepjonge RC ‘t Gooi. Rein speelde onder meer mee in de heroïsche sneeuwwedstrijd tegen Anderlecht in 1946. Aat & Walter KoopmansHij overleed in 1992 op 76-jarige leeftijd. Via Walter Koopmans – vernoemd naar een ander oer-lid van RC ’t Gooi, Walt Jongman – kwam ik in contact met zijn 92-jarige moeder, mevrouw Aat Koopmans-de Vries.  

Aat Koopmans-de Vries met zoon Walter Koopmans

Het plan werd bedacht om een verhaal voor de lustrumwebsite te maken over Rein Koopmans en de beginjaren van RC ‘t Gooi en vragen, zoals “wat voor club was het toen?” en “hoe gingen ze met elkaar om?” te beantwoorden. Er vond een gesprek plaats, waarbij vergeelde documenten en oude foto’s op tafel kwamen. En natuurlijk de verhalen van lang geleden.

Feest 12 1/2 jr RC 't Gooi in 1945Vergeeld krantenartikel over het 12,5 jarig jubileumfeest in 1945

Reinold Koopmans werd geboren in 1915 in Blaricum. Hij ging naar de tekenschool (ambachtschool) in Hilversum, net als zijn vriend Henk de Vries, de broer van zijn latere vrouw Aat. Rein dook vanwege de razzia’s door de Duitsers in 1943 of 1944 onder bij de familie De Vries om aan tewerkstelling in Duitsland te ontkomen. Daar leerden Aat de Vries en Rein Koopmans elkaar kennen. Zo raakte Aat betrokken bij RC ’t Gooi.

“’t Was een leuk stel mannen” zegt ze over die tijd, “je voelde je er thuis, ook met de vrouwen van de spelers. Er werd nooit gescholden of lelijke dingen gezegd. De meeste spelers waren ook geen grote, stoere jongens. Ze speelden niet op kracht, maar volgens de spelregels. Dieter Büchner en Walt Jongman – de neef van Rein – waren wel grote kerels. Rein Koopmans was niet groot, zo’n 1.75 m lang, hij was rustig, trad niet op de voorgrond, maar was als speler gedreven, soms fanatiek. Ook buiten het rugbyveld gingen ze met elkaar om, het was een echte vriendenclub. Zo werd er bijvoorbeeld gezamenlijk gekampeerd op het strand van Egmond aan Zee, dat mocht toen nog“.

ReinK-35Kamperen op het strand van Egmond aan Zee in 1934/35: RC ’t Gooi-oprichter Henk Kruissink, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Witte van Heijningen, Walt Jongman

Toen Rein en Aat in 1946 trouwden vond haar schoonvader, dat het nu tijd was om maar eens op te houden met dat rugby-spelen en alle energie in werk en carrière te steken. Maar dat was niet naar de zin van Aat en dat gebeurde dus ook niet. Rein is nadat hij met spelen stopte nog vele jaren lid van de rugbyclub gebleven. De vriendenkring uit die tijd is heel lang blijven bestaan, vaak tot het overlijden toe. Rein en Aat Koopmans waren in het bijzonder bevriend met neef Walt Jongman, Ben Hosman, Frans Buys, Dick Bouwman, Gé Meerman, Bob Zwart, Kees Meeuwis, Bob Lamberton en Witte van Heijningen en hun partners. Dat bleef niet beperkt tot wederzijdse bezoeken en verjaardagskaartjes, maar omvatte ook gemeenschappelijke hobbies. Zo waren Rein Koopmans, Dick Bouwman en Ben Hosman alle drie enthousiaste amateur-kunstschilders.

ReinK-15Tekening van Dick Bouwman voor de 75ste verjaardag van Rein Koopmans

Zoon Walter Koopmans ging wel met z’n vader mee naar de feestjes in de Utrechtse Poort. Hij heeft zich zelfs laten verleiden om bij ’t Gooi te gaan rugbyen, maar dat bleek toch niet z’n roeping te zijn. Rein Koopmans bleef altijd belangstellend naar het wel en wee van RC ’t Gooi. Zo nam hij deel aan de reünies van oud-spelers in 1978 en 1983, in het toen hagelnieuwe clubhuis.

1978 Lustrum-06Rein en Aat Koopmans bij de lustrum-reünie in 1978, rechts vooraan op de tribune van het sportpark in Hilversum, tussen de andere RC ‘t Gooi-reünisten

1983-04-23 Lustrum reunie-02Oud-spelers bij de lustrum-reünie in 1983. Achter: Cor de Rie, Dieter Büchner, Dick Bouwman. Midden: Witte van Heijningen, Kees Meeuwis, Dolf Plat, Henk van Zalinge, Wim Klink, Paul Engelblik. Vooraan: Rein Koopmans, Henk Ulrici, Jaap Klasema, Ben Hosman, Louis Hosman, Bob Lenderink.

Zie ook:

Ben Hosman in gesprek met Herman Nijhuis (1977)

De heroïsche sneeuwwedstrijd tegen Anderlecht (1946) 

Vlak na de oorlog: 12 1/2 jaar RC ’t Gooi (1945)

Dr. Herman Dirk van Broekhuizen en z’n beker, door Tom Visser

1368377514_0398_jpgIk begrijp niet waarom bekers zo vaak de bekroning van een kampioenschap vormen: ‘t zijn volkomen nutteloze voorwerpen en meestal nog lelijk ook. Je zou ze voor geen goud in je huiskamer willen zetten, maar toch moeten we als sporters zo nodig die “cup met de grote oren”- of wat de bijnaam van zo’n ding ook maar mag zijn – veroveren. Waarom niet een vat bier als trofee? Daar heb je tenminste nog plezier van!

Hoe het ook zij: Rugby Club ‘t Gooi was gek van blijdschap bij het veroveren van de kampioenschapsbeker op 11 mei 2013, nadat we in 2009 ook al eens landskampioen mochten worden. En dat is natuurlijk waar het écht om gaat, zo’n beker is alleen maar een symbool. Maar waarom heet het ding eigenlijk de Van Broekhuizen beker?

1368377525_8600_jpg

Daar zit een spannend verhaal achter, dat helemaal in 1872 begon, toen er in Rijssen een domineeszoon werd geboren: Herman Dirk van Broekhuizen. Zijn vader was geruime tijd in Zuid-Afrika als predikant werkzaam geweest en de andere kinderen uit het Nederlandse gezin waren daar geboren. Na enige jaren vertrokken ze voorgoed naar Zuid-Afrika. Herman Dirk kreeg eerst thuis onderwijs en ging toen naar de middelbare school om vervolgens theologie te gaan studeren aan het Victoria-College te Stellenbosch. Hij zou net als zijn vader dominee worden.

cap“Broekie” van Broekhuizen met z’n cap van het Zuid-Afrikaanse team

Maar hij zat niet alleen met zijn neus in de boeken. Hij was populair onder z’n studiegenoten, joviaal en kameraadschappelijk. Hij had een voorliefde voor sport. In 1896 speelde hij met het Zuid-Afrikaanse rugbyteam tegen een bezoekend Engels touringteam. Vandaag de dag zouden we ze de Springboks en de British Lions noemen. Het Britse team speelde 21 wedstrijden, waarvan er slechts één gelijk eindigde en slechts één werd verloren. En in die ene verloren wedstrijd speelde Van Broekhuizen mee. Winnen van Engeland, dat was nog nooit vertoond! Het Zuid-Afrikaanse team uit 1896 moet in eigen land wel haast onsterfelijk zijn en Van Broekhuizen dus ook.

South Africa rugby team 1896Het Zuid-Afrikaanse team, dat in 1896 voor het eerst in de geschiedenis een Engels touringteam versloeg. Van Broekhuizen staat 2e van links op de achterste rij.

In 1897 ging Van Broekhuizen voor een studiereis naar Europa en het Midden-Oosten. Hij bezocht vele landen, waaronder Nederland. Na terugkeer in 1898 in Zuid-Afrika werd hij hulpprediker in Pretoria. Hij pleitte voor nauwe aansluiting van Transvaal, Oranje Vrijstaat en de Kaap. President Paul Kruger waardeerde hem en raadpleegde hem bij moeilijke kwesties. Toen in 1899 de oorlog met Engeland uitbrak nam hij deel aan de verdediging van het land. Hij werd gevangen genomen en naar Engeland verbannen. Hij wist het vasteland van Europa te bereiken, ging naar de VS en zamelde daar met succes geld in voor de vrouwen en kinderen die zich in Engelse concentratiekampen bevonden.

State President Paul Kruger at his inauguration in 1898De Zuid-Afrikaanse president “Oom Paul” Kruger

Terug in Nederland bepleitte hij in 1902 de invoering van het Afrikaans als de taal van Zuid-Afrika. Hij was de predikant en de toeverlaat van president Kruger tijdens diens verblijf in Nederland. In 1904 was hij weer in Zuid-Afrika en werd hij predikant in Kuilsrivier, bij Stellenbosch. Hij streed voor onderwijs in het Afrikaans, was een van de stichters van de Suid Afrikaanse Akademie vir Taal, Lettere en Kuns en initiatiefnemer van de jaarlijkse “Krugerdagviering”.  In 1912 kreeg hij een jaar studieverlof, dat hij aan de Utrechtse Universiteit doorbracht, echter zonder dat hij erin slaagde zijn proefschrift af te ronden.

Terug in Pretoria werd hij direct weer politiek actief. Hij was tegen de militaire operaties tegen Zuid-West-Afrika in het begin van de eerste wereldoorlog, kreeg als rebel een prijs op zijn hoofd en werd tot 18 maanden gevangenis veroordeeld. Zo maakte hij naam en bewees hij, dat hij hem woord en daad één waren. Hij raakte bevriend met vooraanstaande personen en werd predikant bij de Hervormde Kerk te Pretoria. In 1922 ging hij weer naar Nederland, rondde zijn proefschrift af en behaalde de graad van doctor in de Godgeleerdheid. In 1925 werd hij tot lid van de Volksraad voor de Nationalistische Partij gekozen, wat het einde van zijn loopbaan als predikant betekende.

broekhuyzen bezoekt Rijssen 27-11-1935Zuid-Afrikaans gezant Dr. H.D. van Broekhuizen bezocht zijn geboorteplaats Rijssen op 27 november 1935. Hij staat op de voorste rij, 8e van links.

Hij werd benoemd tot gezant van Zuid-Afrika in Nederland en later ook in België. Hij heeft zich zeer ingespannen voor een betere verhouding tussen Nederland en Zuid-Afrika. Na de Duitse inval in Nederland en België woonde hij in Londen. In 1941 ging hij wegens de gezondheid van zijn vrouw terug naar Zuid-Afrika, na ontslag als gezant te hebben gekregen. Zijn vrouw overleed in 1945 en hijzelf in 1953.

Bij het bezoek aan Nederland van het Zuid-Afrikaans cricketteam op 14 en 15 september 1935 kwamen Van Broekhuizen en NRB-voorzitter Henri van Booven elkaar tegen. Beiden hadden ze belangstelling voor o.a. literatuur, cricket en rugby. De NRB kreeg van Van Broekhuizen een kostbare, puur zilveren beker cadeau. In de NRB-bestuursvergadering van 23 september 1935 werd deze in dank aanvaard en bestemd als wisselbeker voor de rugby-landskampioen. En dat is de Van Broekhuizen beker tot op de dag van vandaag.

1368377530_1665_jpgDaarmee blijft zo’n beker een nutteloos en – naar mijn smaak – lelijk ding, maar wel een voorwerp waar een mooi verhaal aan vast zit. En dat maakt het er een stuk interessanter op. Inmiddels is de beker niet meer helemaal puntgaaf en is ook de glans er een beetje af: teveel rugbyhanden, enthousiasme en bier, denk ik en misschien iets te weinig zilverpoets… Maar wel een mooi stukje Nederlandse rugbyhistorie!

1369893931_7830_jpg

Bronnen:

DBNL Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

Rugby-pioneers

Leo van Herwijnen Rugby Foundation (met een filmpje, waarin Van Broekhuizen voorkomt)

Rijssen in beeld

Een bijzondere Gooier: Bep van Kooten, door Tom Visser

In Memoriam voor Bep van Kooten in De Scrum van september 1979

Op zoek naar verhalen-uit-de-oude-doos, die voor de lustrumwebsite gerecycled zouden kunnen worden, kwam ik in De Scrum van september 1979 het bovenstaande In Memoriam tegen.

Gooi 1937/38, demonstratiewedstrijd in Dieren. Achter: Bob de Jonge, Dolf Plat (met scrumcap), Jan van Schaik, Bob Zwart (met alpinopet), Ko Munnikhuizen, Bep van Kooten, Witte van Heijningen, Rein Koopmans, Zollner, Jaap van Schaik, ? (met regenjas), voor: Kees Meeuwis, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Fred Huyer, Elbert Kortenoever, Walt Jongman

Tom Visser bij een herhalingsoefening in de jaren ’80

Bij het lezen sloeg bij mij de bliksem in! Ik werd zelf in m’n diensttijd in 1972 bij de Stoottroepen geplaatst. In 2005 werkte ik mee aan een boek, gebaseerd op  het het dagboek van een Stoottroeper, over de strijd in Nederlands-Indië in de periode 1945-1948. De naam Bep van Kooten kende ik in dat verband, maar dat hij net als ik bij RC ’t Gooi rugby had gespeeld maakte het toeval wel heel erg groot! Reden genoeg om eens wat meer aan de weet te komen over deze opmerkelijke Gooier.

De krantenknipsels uit 1933 leverden het volgende op. Al in de eerste wedstrijden van (toen nog) de Drafna Sport Club wist Bep van Kooten zich te onderscheiden. Op 10 april 1933 schreef de Gooi en Eemlander over de allereerste gewonnen wedstrijd tegen ARVC: “..het was van Kooten, die de partijen op gelijken voet bracht”. En De Bel voegde daar een dag later aan toe: “..een try van v. Kooten, terwijl dezelfde speler kans zag met een schitterend gericht schot een moeilijke goal te maken”. En ook: “..een try van Koster, wederom door van Kooten, die een zeer productieven wedstrijd speelde, in een goal omgezet”. De eindstand was 13-9.

De Gooi en Eemlander schreef op 24 april 1933 over de wedstrijd van de Drafna Sport Club tegen de Hilversumsche RC: “..door B. van Kooten (…) een try, die door denzelfden speler in een goal wordt omgezet”. Maar wel een goal voor de Hilversummers, tot welke club Bep van Kooten in die tijd blijkbaar behoorde. Dat hij eerder voor Drafna had gescoord geeft aan, dat er in die begintijd veelvuldig onderling spelers geleend werden. In De Bussumsche Courant van 15 september 1933 staat een berichtje over het nieuwe bestuur van de Hilversumsche RC: “..werd het bestuur als volgt samengesteld: (…) commissarissen (…) B. van Kooten”.

In De Bel staat op 17 oktober 1933 een verslag van de wedstrijd AAC tegen ’t Gooi (14-9); ’t Gooi is hier een combinatie van spelers van Drafna en de Hilversumsche RC. “..v. Kooten en Rosenbaum, die elk den bal achter de AAC-doellijn wisten te drukken”. En verder: “..v. Kooten, die een zeer verdienstelijke partij speelde, zorgde wederom voor den gelijkmaker”. Op 31 januari 1934 besloten beide clubs samen verder te gaan onder de naam Gooische Rugby Club, waarvan ook Bep van Kooten lid werd. En niet alleen dat, want de krant meldt: “Tot captain van het eerste vijftiental werd aangesteld de heer B. van Kooten”.

Hoe verging het Bep van Kooten als militair? Dat vond ik in het boek Stoottroepen 1944-1984, van de Sectie Militaire Geschiedenis van de Landmachtstaf. De Stoottroepen zijn – nog steeds – het jongste regiment van de Nederlandse Landmacht. De oprichting vond plaats in september 1944, toen het zuiden van Nederland deels al bevrijd was en de rest van het land nog door de Duitsers bezet. In het bevrijde zuiden kwam het ondergrondse verzet bovengronds. Men wilde actief gaan deelnemen aan de bevrijding van de rest van Nederland en aan de strijd tegen Duitsland.

Bep van Kooten naast prins Bernhard

Bep van Kooten was tijdens de mobilisatie als dienstplichtig onderofficier werkzaam geweest bij het Bureau Ontwikkeling en Ontspanning van de Generale Staf. In de bezettingstijd raakte hij betrokken bij de ondergrondse LKP (Landelijke Knokploegen). Hij was in september 1944 de adjudant van Jacques Crasborn, de provinciaal commandant van de ondergrondse KP (Knokploegen) in Limburg. Diens commandant “Frank” (schuilnaam van Johannes A. van Bijnen) stuurde op 15 september 1944 Bep van Kooten naar prins Bernhard, de bevelhebber van de pas opgerichte Nederlandse Strijdkrachten, die toen in Brussel verbleef. Hij moest orders gaan halen over de verdere deelname van het verzet aan de oorlog, na de bevrijding.

2e van links: Jacques Crasborn, rechts: Bep van Kooten

Prins Bernhard vertelde hem over zijn plannen voor de opbouw van de Binnenlandse Strijdkrachten en gaf hem de opdracht om in het bevrijde Zuid-Limburg uit het verzet een gevechtseenheid te vormen. Een schriftelijke bevestiging volgde op 19 september 1944, evenals de benoeming van Van Kooten tot commandant van de op te richten eenheid. Nog die zelfde dag begon Van Kooten met het uitvoeren van zijn opdracht.

Bep van Kooten (links) wordt beëdigd tot officier in januari 1945

Uit de verzetsstrijders – burgers, meestal zonder militaire opleiding en als militairen slecht gekleed, bewapend en uitgerust – smeedde hij in korte tijd de “Koninklijke Stoottroepen der Nederlandsche Binnenlandsche Strijdkrachten in Limburg”. Door zijn grote enthousiasme en uitstekende organisatorische talenten wist hij zijn geringe militaire ervaring goeddeels te compenseren. Zo’n 10 maanden later, op 7 juli 1945, werd de inmiddels tot majoor bevorderde Van Kooten commandant van het Oorlogsregiment Stoottroepen, wat hij tot 15 april 1946 bleef.

De plaatselijke editie van Het Parool bericht op 10 mei 1945 over het bezoek, een dag eerder, van Bep van Kooten aan zijn ouders in Bussum. De bewonderende verslaggever had “het groote geluk en de eer” een onderhoud met hem te hebben.

1945-05-10 Prl Bep v Kooten bezoekt ouders Bussum-01

1945-05-10 Prl Bep v Kooten bezoekt ouders Bussum-02Op de Johan Willem Frisokazerne in Assen zijn er gebouwen vernoemd naar de grote mannen uit de begintijd van de Stoottroepen; zo is er ook een gebouw vernoemd naar “onze” Bep van Kooten.

Het eerste lustrum in 1938

In 1938 bestond RC ’t Gooi 5 jaar. Dit eerste lustrum werd gevierd samen met Jan Hagoort. Die werd gehuldigd, omdat hij 12,5 jaar als goochelaar op de planken stond. De gecombineerde feestelijkheden vonden plaats op zaterdag 23 april 1938 in gebouw ‘Concordia’ aan de Graaf Wichmanlaan in Bussum. Dit gebouw zou later als televisiestudio Concordia omroepgeschiedenis schrijven.

Een slimme formule, om twee feestelijke aanleidingen te combineren: meer kans op een goedgevulde zaal en dus minder risico en minder organisatorisch gedoe voor de rugbyclub. Jan Hagoort deed zoiets wel vaker, met een vereniging die iets te vieren had. Hij was ‘wereldberoemd’ in het Gooi en omstreken. Met een aantal andere artiesten stelde hij een cabaretprogramma samen, met feestbal na. Het programma op die 23ste april was meer dan avondvullend: van 8.15 tot 4.00 uur.

Hens Clinge Doorenbos was een van die artiesten met wie hij vaak samenwerkte. Onder zijn achternaam Clinge Doorenbos trad hij ruim zestig jaar op als zanger en cabaretier. Hij was tevens liedjesschrijver, dichter, journalist en schrijver van kinderboeken. Ook met Mr. Max, de sneltekenaar, stond Jan Hagoort vaker in één programma.

De geslaagde avond begon met een vrijwel volle zaal en tegen middernacht, toen het feestbal begon, was deze volledig volgelopen. Onder meer RC ’t Gooi-voorzitter H.L. van Zalinge sprak waarderende woorden voor Jan Hagoort. Aan RC ’t Gooi werd op de feestavond de zilveren Mastwijk-wisselbeker uitgereikt, die ze kort daarvoor – op eerste Paasdag – hadden gewonnen op hun eigen seven a side rugbytoernooi, op het terrein aan de zandafgraving bij de Bussumse watertoren.

Het Drafna-lyceum

De Drafna Sport Club: zo heette RC ’t Gooi bij de oprichting op 14 januari 1933. Vernoemd naar het Drafna-lyceum, waar onze oprichter Henk Kruissink als leraar werkte. Nieuwsgierig als we zijn gingen we op zoek naar meer informatie over deze school. Googlen op ‘Drafna-lyceum’ en ‘Drafna Bussum’ leverde niets op. Wel kwam steeds een landgoed Drafna in beeld, maar een landgoed en bovendien in Naarden gelegen: dat kon het toch niet zijn..? Hoe nu verder?

Landgoed Drafna vanaf de Meentweg

Uit een eerdere zoekactie wisten we, dat er een (oud) rector van het Drafna-lyceum was met de naam Hinloopen Labberton. Dan maar eens zoeken op die toch niet alledaagse achternaam. Het bleek, dat het ging om professor dr. Dirk van Hinloopen Labberton, een historicus en gepensioneerd Oost-Indisch ambtenaar. Eén van de hits verwees naar een adressenlijst, waaruit bleek, dat de prof destijds woonde op “Drafna” in Naarden. En toen begon het te dagen.

Leerlingen en docenten van het Theosofisch Lyceum in het najaar van 1933 voor het huis Drafna (Bron: historisch tijdschrift voor Naarden ‘De Omroeper’)

Dus tóch dat Naardense landgoed! Verder zoeken leverde een publicatie op over ‘middelbaar en lager onderwijs op de buitenplaats Drafna’, onder de titel ‘Het Theosofisch Lyceum in Naerdinclant’.  Dat laatste bleek de officiële naam van het lyceum te zijn, Drafna-lyceum was slechts spreektaal. Het landgoed lag – en ligt nog steeds – vlakbij de huidige vestigingsplaats van RC ’t Gooi. Hemelsbreed op – pakweg – een kilometer afstand, achter de A1, aan de Huizerstraatweg, voorbij Givaudan Nederland (beter bekend als de Chemische Fabriek) linksaf, aan de Meentweg.

1933-01-24 DBC 1e vergaderingHet houten hoofdgebouw van destijds werd in 1860 gebouwd en in 1942 vervangen door een bakstenen gebouw, dat er nog steeds staat. Het lyceum was gevestigd in dit houten gebouw en in een aantal bijgebouwen. In de lokalen van het lyceum werd een week na de oprichting van de rugbyclub, op 21 januari 1933, onze eerste  ledenvergadering gehouden en verkleedden de spelers zich voor de trainingen, die op de ezelenweide bij het houten hoofdgebouw op het landgoed gehouden werden.

Ezels op een weide op Drafna

Uit het artikel ‘Het Theosofisch Lyceum in Naerdinclant’ van Annie Verweij (De Omroeper, december 2009, jaargang 22, nr. 4) blijkt, dat het lyceum startte in september 1927 in het landhuis Heerlijkheid, verderop aan de Meentweg gelegen, waar destijds Van Hinloopen Labberton woonde. Op 29 juni 1928 werd de buitenplaats Drafna op naam van de Stichting Theosofisch Lyceum in Naerdinclant overgeschreven en op 10 juli 1928 kon het pand als school in gebruik worden genomen. Vanaf het begin poogde de school subsidie van het Rijk en de lokale overheden te verkrijgen, maar zonder veel succes. Door het ontbreken van vrijwel alle overheidssteun modderde men met een beperkt budget verder. Financiële offers van de docenten en acties om gelden te werven bleken uiteindelijk onvoldoende om het te kunnen bolwerken. In 1941 viel na 14 jaar het doek voor het lyceum. De bij het lyceum behorende lagere school ‘Klein Drafna’ wist het nog tot het eind van de jaren ’50 vol te houden.

Zou het toeval zijn, dat RC ’t Gooi gestart is in een houten gebouw, dat als bouwpakket vanuit het buitenland is ingevoerd en 80 jaar later ook in zo’n houten gebouw gevestigd is?

 

 

De oprichters van RC ’t Gooi

Uit de overlevering weten we, dat er twee jongemannen waren, die in december 1932 enthousiast naar Bussum terugkeerden, nadat ze in de Amsterdamse Tuschinski-bioscoop een film over rugby hadden gezien. Zij namen het initiatief tot de oprichting van de Drafna Sport Club, die later Gooische Rugby Club en weer later Rugby Club ’t Gooi zou gaan heten. Maar wie waren die jongemannen en wat weten we van ze? Henk Kruissink en André Talboo heetten ze, weten sommigen van ons. Daarmee houdt de kennis wel zo ongeveer op. Dus maar eens op onderzoek uit.

Berichtje in De Bussumsche Courant van 17 januari 1933 over de oprichting op 14 januari 1933

 

1934-35 Kamperen met Henk Kruissink, Bob Lamberton, Johan de Kooter en Witte van Heijningen

Drs. H.W.J.Z. (Henk) Kruissink was leraar Engels aan het Drafna-lyceum en woonde aan de Brediusweg 66 in Bussum. Hij was 27 jaar oud, toen op 14 januari 1933 de Drafna Sport Club werd opgericht en hij de eerste voorzitter werd. Hij was erbij aanwezig, toen op 4 maart 1933 het bestuur van de Nederlandse Rugby Bond de nieuwe vereniging als lid accepteerde.

Zijn positie als docent zal de nieuwe club vast wel geholpen hebben om het sportveld van het Drafna-lyceum te mogen gebruiken. De naam Drafna Sport Club ligt niet echt voor de hand voor een Bussumse rugbyclub. Deze werd echter gekozen op verzoek van de rector van het Drafna-lyceum, prof. dr. D. van Hinloopen Labberton. En dat kweekte vast ook weer goodwill voor de nieuwe vereniging.

Henk Kruissink uitte in de algemene ledenvergadering van de nieuwe vereniging in oktober 1934 heftige kritiek ‘op den moreelen en financieelen toestand der vereniging’. Deze was acht maanden daarvoor met de vooroorlogse Hilversumsche rugbyclub gefuseerd tot de Gooische Rugby Club, met hem als energieke voorzitter. Zijn bestuurlijke kwaliteiten kon hij ook op een andere manier uiten, want (vooral) hij organiseerde de interland Nederland-Frankrijk B (uitslag: 11-66!) op 22 april 1935, 2e Paasdag, op Sportpark Bussum. In oktober 1935 werd hij benoemd tot bondsconsul en in september 1936 tot lid van het hoofdbestuur van de N.R.B.: een veelbelovende carrière als rugbybestuurder leek aangebroken.

Foto uit de Gooi- en Eemlander van 23 april 1935

Als rugbyspeler was Henk Kruissink minder opvallend, zijn naam wordt tenminste weinig genoemd in de krantenverslagen uit die tijd. Hij speelde als forward in de eerste rij en trad soms als aanvoerder op. In 1937 is hij overleden. In De Gooische Post van 3 april 1937 staat onder de overlijdensberichten, dat Hendrik W.J.Z. Kruissink, 31 jaar oud en ongehuwd, te Bussum is overleden. De oorzaak van zijn vroegtijdig overlijden wordt niet genoemd, ook niet in de overlijdensadvertentie die zijn ouders plaatsten in het Algemeen Handelsblad van 27 maart 1937. Daaruit blijkt wel, dat hij diezelfde dag overleed en op woensdag 31 maart 1937 op de Algemene Begraafplaats in Naarden begraven zou worden. Deze begraafplaats wordt tegenwoordig de Oude Begraafplaats genoemd en ligt aan de Bussumse Brediusweg, tegenover hotel-restaurant Jan Tabak. Het graf van Henk Kruissink is daar nog te zien.

Op 16 april 1938, bij de viering van het eerste lustrum, noemde De Bussumsche Courant Henk Kruisink: ‘een voorbeeld van kameraadschap en sportiviteit’ en ‘een groot verlies voor de club’. Hij werd als voorzitter opgevolgd door J.A.J. (Bob) de Jonge, ons latere erelid.

1937-38 Vertrek vanaf station Bussum naar Den Haag. André Talboo is de tweede van links op de eerste rij 

André Talboo was de andere oprichter van de rugbyclub. Hij woonde in Bussum aan de Nassaulaan 16 en zou de eerste penningmeester worden. Zijn verhaal in De Scrum van 1946, 13 jaar na de oprichting van de vereniging opgeschreven, is tot nu toe – bij gebrek aan documenten over die tijd in ons archief – onze belangrijkste bron van kennis over de begintijd van de club.

Op de ledenlijst van het begin van het seizoen 1940 (die zal dus ongeveer van september 1940 geweest zijn) staat Talboo vermeld als buitengewoon lid, wonend in Oegstgeest en ook uit een brief van 31 december 1941 blijkt, dat hij in Oegstgeest woont, maar nu op een ander adres. In die brief doet hij het verzoek, de wedstrijd om zijn ‘Talboo-beker’ te verspelen op 4 januari 1942, ‘zoodat ik dan deze wedstrijd als een waardig slot kan beschouwen van mijn Rugby-leven in Holland’. Hij zou namelijk vertrekken naar Zeeland. Dat dit ook echt gebeurd is, blijkt uit een brief aan André Talboo van 3 augustus 1944, gericht aan een adres in Terneuzen. Het lijkt dus waarschijnlijk, dat de betrokkenheid van André Talboo bij de club vanaf 1940 en misschien wel eerder niet zo groot meer was.

Dat is van belang voor het ‘wegen’ van zijn herinneringen aan de beginjaren, zoals verteld in 1946.  Daar zaten vijf oorlogsjaren en verschillende verhuizingen buiten het Gooi tussen, waarin zijn contact met de club niet intensief geweest kan zijn. In Terneuzen richtte hij in 1944 een rugbyclub T.R.V.C. 1944 op. Ze hadden geen rugbybal en door ‘de nood der tijden’ (de Duitse bezetting en de oorlogshandelingen) viel daar ook moeilijk aan te komen, zoals blijkt uit een uitgebreide en (achteraf) vermakelijke correspondentie hierover. André Talboo speelde in zijn actieve jaren bij ’t Gooi als forward in de derde rij en trad ook op als linesman en referee. André Talboo is  overleden op 7 oktober 1947.

De oertijd van RC ‘t Gooi: het échte verhaal! Deel 6.

Op 31 oktober meldt de krant, dat de wedstrijd A.R.V.C. 1 tegen D.S.C. in 11-5 geeïndigd is, na een 8-0 ruststand. In de tweede helft kwam D.S.C – versterkt met enige Hilversummers – geducht opzetten; ze scoorden een try, die werd geconverteerd. De Drafna Sportclub won vervolgens met 6-0 van de Haagsche rugbyclub, meldt de krant op 6 november 1933. Een kleine drie maanden later, op 30 januari 1934, meldt D.B.C., dat afgelopen vrijdag (dat was dus op 26 januari), op verzoek van H.R.C., de besturen van Hilversum en de Drafna Sportclub zijn samengekomen. Het besluit werd genomen de clubs samen te voegen tot een grote Gooische rugbyclub. Dit besluit werd vervolgens in een gecombineerde ledenvergadering van de beide clubs op woensdag 31 januari besproken en goedgekeurd. Beide clubs waren vanaf dat moment dus verenigd tot Gooische Rugby Club: ruim een jaar na de oprichting van de Drafna Sportclub.

Op zaterdagavond 24 maart 1934 vond in “Pschorr” te Hilversum het jaarfeest van de Gooische Rugby Club plaats, meldt D.B.C. op 27 maart 1934. Een uitstekend geslaagde avond, met talrijke ongure individuen, die van ’s avonds 9 uur tot ’s morgens 4 uur de dansvloer bevolkten. Een halfjaar later, op 5 oktober 1934, bericht die krant over de algemene ledenvergadering van de Gooische Rugby Club, die diezelfde week plaatsvond. Besproken werden:

  • de kinderziekten in het eerste jaar van de jonge vereniging
  • kritiek op “den moreelen en financieelen toestand der vereeniging”
  • het unanieme oordeel, dat de club kon voortbestaan
  • maatregelen “om tot een volledige reorganisatie der vereeniging te geraken”
  • de keuze van een nieuw bestuur, waarin H. Kruissink voorzitter zou blijven.

Op 19 oktober 1934 schrijft De Bussumsche Courant, dat er 12 rugbyclubs in Nederland zijn en dat er nog geen sprake is van een competitie. Toch heeft de bond een klein wedstrijdprogramma samengesteld “ter verhooging van het spelpeil en ter bevordering van het enthousiasme”.

De oertijd van RC ‘t Gooi: het échte verhaal! Deel 5.

De Bussumsche Courant meldde verder op 7 maart 1933, dat de Drafna Sportclub een jeugdafdeling had opgericht voor 12 – 18 jarigen. De contributie voor de jeugd werd 3 gulden per jaar en en die voor senioren werd verlaagd van 12 naar 8 gulden per jaar. Uit de beschikbare berichten over de volgende maanden maakten we een selectie.

Op 28 maart meldde D.B.C., dat A.R.V.C. de afgelopen zondag (26 maart 1933) in Amsterdam met 16-0 won van een Gooise Combinatie van Hilversumse en Bussumse spelers. Op 13 april meldde de krant, dat de Drafna Sportclub afgelopen zondag (9 april 1933) z’n eerste overwinning had behaald: 13-9 tegen A.R.V.C., op het Kameleon terrein aan de nieuwe betonweg naar Hilversum. “Een technisch beter spelend A.R.V.C. werd verslagen door een geweldig enthousiast spelende Bussumsche ploeg”.

Op 15 september 1933 stond in de krant, dat de Hilversumsche rugbyclub haar eerste vergadering van het nieuwe seizoen had gehouden. Henri van Booven werd waarnemend voorzitter en de H.R.C. zou voorlopig gebruik gaan maken van het Drafna sportterrein in Bussum. Uit een bericht op 22 september 1933: “er zijn slechts zeven rugbyclubs in Nederland”. De Hilversumsche Rugbyclub en de Drafna Sportclub zouden elkaar bijstaan met de oefeningen en het organiseren van propaganda-wedstrijden in het Hilversumse en het Bussumse sportpark, meldde de krant op 23 september 1933.

De volgende maand, op 13 oktober, schreef de krant, dat de Drafna Sportclub de Zuidafrikaanse speler Dutoit bereid had gevonden als trainer op te treden. De Bussumse en de Hilversumse spelers zouden onder zijn leiding kunnen oefenen op het Drafna terrein. De zondag daarvoor (op 8 oktober 1933) hadden enige D.S.C.-leden een wedstrijd gespeeld in de gelederen van Hilversum tegen A.R.V.C. En de komende zondag (15 oktober) zou de eerste officiële wedstrijd voor D.S.C. plaatsvinden. Ook nu zou er weer een combinatie van beide Gooise clubs aantreden tegen A.A.C. in Amsterdam. Acht Drafna-spelers en zeven Hilversummers verloren die wedstrijd met slechts 14-9. Maar: ze scoorden wel drie tries! (wordt vervolgd)