De hoogte- en dieptepunten van trainer Ad van Dalen (jaren ’70/’80)

Ad van Dalen was gedurende twee periodes de trainer van RC ‘t Gooi. Zijn eerste periode als trainer duurde drie seizoenen van 1977 tot 1980. Vijf jaar later was hij opnieuw twee seizoenen de trainer van ’t Gooi, in de periode 1985 – 1987. Behalve voormalig trainer is Ad ook de vader van Gooi-speler 1973-03 bondsblad coverRichard van Dalen. Over de hoogte- en dieptepunten in een trainerscarrière.

Ad van Dalen op de cover van NRB-bondsblad Rugby van maart 1973

Ad – geboren in 1944 – begon met rugbyspelen, zoals wel meer spelers in die tijd. Hij ging kijken bij AAC, bij een wedstrijd van z’n broer Walter, er was een mannetje te weinig en een paar minuten later stond hij in het veld voor zijn eerste wedstrijd. Voetballer Ad – 22 jaar oud, het was in 1966 – was meteen gegrepen door het spelletje en de rugby-mentaliteit en stopte met voetballen. Drie jaar later – in 1969 – werd hij voor het eerst geselecteerd voor het Nederlands team, waarvan hij in 1971 aanvoerder werd. Ad speelde fly half bij AAC, maar kwam bij het Nederlands team op de full back-positie terecht.

In 1977 volgde hij Sean Gallagher op als trainer van RC ‘t Gooi. De Gooi en Eemlander schreef er onder de titel “Ad van Dalen kiest voor geleidelijke progressie” het volgende over:

1977 G+E Ad van Dalen-01.BMP1977 G+E Ad van Dalen-02-A1977 G+E Ad van Dalen-02-B

Seizoen 1977-1978 werd succesvol afgerond; Gooi 1 werd kampioen van de eerste klasse en promoveerde naar de ereklasse. Mooi natuurlijk, maar misschien wel een jaar te vroeg..? Die vraag klinkt door in het artikel van 13 oktober 1978 in de Gooi en Eemlander “Van Dalen is er in geslaagd zijn spelers weer te motiveren”:

1978-10-13 G+E Ad van Dalen-01.BMP1978-10-13 G+E Ad van Dalen-02.BMP1978-10-13 G+E Ad van Dalen-03.BMP1978-10-13 G+E Ad van Dalen-04F artikel 13-10-1978

Een club van verzamelaars? Door Ton Steenwinkel.

1978-11 Ouderavond-03Ook de oude Utrechtse Poort was goed voorzien van her en der verzamelde snuisterijen

Kijk maar eens even rond in het mooie RC ’t Gooi clubhuis en aan de muur vind je allerlei spannende dingen, die in de loop van de tijd verzameld of gevonden zijn. Hierbij een paar herinneringen aan deze verzamelwoede, die wellicht interessant zijn. Maar niet alle ooit  verzamelde objecten zijn nu nog in het clubhuis te bewonderen. Welke niet leest je hier.

Adelborsten vaandel sabel

Soms was er een lange reis naar Den Helder noodzakelijk om een potje rugby te kunnen spelen, maar de gebruikelijke winst op de Adelborsten maakte veel goed. Niet alles natuurlijk. De officieren in spé kregen na verloop van tijd een prachtige sabel, waar ze reuze trots op waren. Maar die sabel moest ook altijd gedragen worden. Een stevige pot rugby, gepaard aan een stevig biertje – peren in het marinejargon – en een zeer behendige en snelle Gooispeler leidden ertoe, dat de sabel van eigenaar verwisselde en dat ’t Gooi in het bezit kwam van een zeer fraaie sabel. Iets dat we eigenlijk altijd al hadden willen hebben!

adelborsten schip4

De commandant van het KIM – geen familie van de Koreaanse Kims – dreigde de vloot over het IJsselmeer naar Naarden te sturen. Maar gelukkig stond er geen wind en kon de Marine niet naar Naarden zeilen. De belofte, dat de Adelborsten de sabel bij de wedstrijd in Naarden op zouden kunnen halen tegen een kleine compensatie van een vat bier, viel niet in goede aarde. Marinevolk heeft toch al niet zoveel met aarde. Enfin, de sabel is maar teruggegeven.

Wat bij een volgende wedstrijd in Den Helder de bijzondere aandacht van de verzamelaars trok was de appèlklok of -bel, waarmee de Adelborsten ’s morgens op het appèl werden geroepen. adelborsten klokMet vereende krachten werd de zware klok in de auto gesjouwd en naar Naarden vervoerd. Pas bij het eerstvolgende appèl werd, toen men de klok wilde luiden, vastgesteld dat deze verdwenen was! Het Ministerie van Defensie meende persoonlijk te moeten ingrijpen in deze zaak van het ontvreemden van rijkseigendommen, waarbij weer niet begrepen werd dat we de klok alleen maar een paar jaar in bruikleen wilden! Enfin, om een lang verhaal kort de maken, de klok moest terug en onze conclusie was, dat het Ministerie van Defensie, in het bijzonder het KIM, blijkbaar niet in staat was zijn eigen spullen te verdedigen! Zoiets geeft je te denken!

kasteel NijenrodeOm de nieuwe eerstejaars in te wijden in de mooie rugbysport werd er voor de start van elk seizoen een wedstrijd op Nijenrode tegen ’t Gooi gespeeld. Er waren daarbij altijd 3 hoogtepunten. Het eerste was, met hoeveel we dit jaar weer zouden winnen. Het tweede, of de eerstejaars in de rust en na de wedstrijd wel mooi de gaten in het veld weer plat zouden trappen. En het derde en meest belangrijke was: het meenemen van de pindabak, die op de bar in de kelder stond.

Nijenrode kelderbar2Zo ziet de Nijenrode-kelderbar er tegenwoordig uit: geen pindabak te bekennen…

Na wederom een forse zege en een weer plat veld gingen we snel naar de bar in de kelder. Daar werden wij geconfronteerd met het feit, dat de pindabak nu aan een ketting lag en dat naast de pindabak een grote en sterk uitziende Nijenrodiaan stond. Met deze persoon was niet te praten en hij wilde ook geen bier van ons aannemen! Ongehoord! Rijp beraad volgde, het plan werd besproken en vervolgens tot uitvoer gebracht. Plotseling ging het licht in de kelderbar uit. De kin van de bewakende jongeling kwam in contact met een vuist van een Gooier, hetgeen duidelijk te horen was door de klap op de kaak en de kreet van de persoon wiens kaak het was. De pindabak werd bevrijd van zijn ketting en de bak werd in een vliegende sprint in het donker de trap op gedragen en vervolgens in een met ronkende motor klaarstaande auto geplaatst met bestemming Naarden. Uiteraard moesten wij de pindabak bij de wedstrijd tegen Nijenrode in Naarden teruggeven, hetgeen gebeurd is.

poort NijenrodeOns was ook opgevallen, dat er voor de brug van het poortgebouw van kasteel Nijenrode een tweetal fraaie leeuwen de wacht hield. Laat de leeuw nu toevallig ook het symbool van Rugbyclub ’t Gooi zijn! Een beetje eerste rij speler is ook voor een leeuw niet bang en het bleek na enig wroeten en draaien, dat een van de leeuwen best naar Naarden wilde komen, hetgeen dan ook geschiede. Ook dit aandenken moesten wij weer teruggeven!

gebouw universiteit utrecht2De Utrechtse universiteit werd ongeveer in 1636 opgericht en ruim 340 jaar later speelden we regelmatig tegen USRC. De derde helft vond niet plaats in de sociëteit, maar in de gebouwen van de Universiteit, omdat vrouwen niet toegelaten werden in de sociëteit, zijnde de normale drinklocatie. Er was bier voor de heren en sherry voor de dames en er bleek een fraaie expositie van zeer oude vaandels te zijn, die men van achter glas kon bewonderen. De Oude Poort was nogal kaal en we vonden opeens, dat De Poort best met een mooi vaandel opgefleurd kon worden.

vaandel uni utrecht.bmpVitrine ongemerkt geopend, vaandel opgerold, was per slot van rekening minstens 200 jaar oud en de stof was nog lang niet vergaan! Mee naar ’t Gooi. Op maandagmorgen 9.04 uur kreeg ik en telefoontje van het bondsbureau van de Nederlandse Rugby Bond. Of ik iets wist van “het vaandel”? Als ervaren eerste rij speler, die heel onschuldig kon kijken als de scheids hem net niet op heterdaad heeft kunnen betrappen bij het uitdelen van een corrigerend tikje, zei ik dat ik niets van deze zaak wist, maar wel eens even zou navragen. Je voelt het al aankomen: het vaandel was van onschatbare historische waarde en ging weer terug naar Utrecht!

Pet Britse stationschef

Een andere keer zal ik jullie informeren hoe het kwam, dat de pet van de stationschef op het treinstation van Bromley South in handen kwam van een Gooispeler en dat wij ook dit kleinood terug moesten geven! Ofschoon al deze gebeurtenissen strafrechtelijk al verjaard zijn, meen ik toch de namen van de betrokkenen niet bekend te moeten maken. Overigens: die namen zijn vastgelegd in een document, dat in een verzegelde envelop zit, in de kluis bij de notaris.

1368377525_8600_jpgWellicht is het verzamelen van landskampioenschappen en zilveren legpenningen van gemeentes een betere zaak, maar een beetje nostalgie over de vroegere verzamelwoede kan geen kwaad!

Zie ook:

De Nijenrode connectie

RAF Brüggen (1965)

Hannover uit en thuis (1962-1963)

In het begin van de jaren ’60 speelde ’t Gooi tegen het Duitse S.V. Victoria uit Hannover. Dat was ruim 15 jaar na de oorlog nog geen vanzelfsprekende zaak, maar het begon nog veel eerder, namelijk al in maart 1951. Toen speelde ’t Gooi uit tegen Hannover Linden – de oude club van Pa Büchner – en Victoria:

Scan.BMP

Elf jaar later, in het weekend van 16 december 1962, was S.V. Victoria te gast bij ’t Gooi. Er is ongetwijfeld een wedstrijd geweest, maar de uitslag daarvan is in nevelen gehuld. De beide clubs werden in het Naardense raadhuis ontvangen en daar is wel een foto van.

1962-12-16 Hannover Victoria-01

Acht maanden later – in augustus 1963, aan het begin van het rugbyseizoen 1963-1964 – werd het tegenbezoek aan Hannover gebracht. Met 5 auto’s en minstens 10 liter motorolie – je weet maar nooit… – reden 21 Gooiers in oostelijke richting. Daaronder bevonden zich in elk geval Jaap Simons, Piet Bakker, Hans van den Bovenkamp, Egbert Otten, Willem de Jong, Tom de Man, Ton Groendijk, Arnold de Wolf, Ernst Sandtmann en Willem van Drimmelen. Jaap Simons schreef er in De Scrum van 17 september 1963 het volgende verslag over:

Hannoververslag-01

Op weg naar HannoverMet de auto onderweg

Hannoververslag-02

Rechts: Ernst Sandtmann, Arnold de Wolf?, ?, Egbert Otten, Rob Plat, John Heydendahl, Jack Heer, ?, Ernst Sandtmann,  Arnold de Wolf. Wie zijn de vraagtekens?

Hannoververslag-03

Behalve voor de wedstrijden was er ook gelegenheid om iets van Hannover te zien. Mannen in lange regenjassen staan op de foto bij hun bezoek aan de Maschsee, nog steeds een toeristische attractie van Hannover. Wie herkent ze?

Hannover-03

Hannover-01

Een halve eeuw na dato trok Arnold de Wolf (toch een keurige man…) de beerput van zijn herinneringen aan de trip naar Hannover open: een walm van bederf komt ons na al die tijd nog tegemoet…! Dit is zijn verhaal:

1998-04-21 Lustrum 1998-49Dieter Büchner, Arnold de Wolf en Joop Meijer bij de lustrumviering op 21 april 1998

Wat leuk! Ik herinner mij de ontmoeting met SV Victoria heel goed: de trip naar Hannover. Dat wij de tweede helft van de eerste wedstrijd niet meer konden bijhouden is niet vreemd. De voorbereiding voor deze wedstrijd bestond er in, dat wij na de training ’s avonds met zijn allen naar de sauna van de familie Rood gingen. Om bij te komen van de sauna moest er nog even in café Spoorzicht een pilsje gedronken worden. Toen was het ineens 02:00 uur en besloten een paar dan maar direct door te rijden naar Hannover. In Hannover werden we opgevangen door een van onze gastheren en gewezen waar wij de nacht zouden doorbrengen. Ik ging even op bed liggen en 1 seconde later werd ik ruw wakker geschud: “Kom op! We moeten spelen”. De tweede helft redden we dus niet.

Maar ’s avonds knapten we aardig op! Na de vraag van onze gastheren, dat het eerste team te sterk was, maar misschien vonden wij het leuk om tegen het tweede te spelen..? wilden wij dat natuurlijk wel. Er was ’s avonds in het clubhuis een feestje en om 22:00 uur “werden die Herrschaften vom zweiten Team gebeten nach Hause zu gehen”. Voor ons fatsoen vonden wij dat wij dan ook maar moesten gaan, maar enkelen, waaronder natuurlijk ook Ernst Sandtmann en ik, vonden dat we eventjes nog Hannover moesten “bekijken”. Volgens mij was Piet Bakker (die een glazenwassersbedrijf had) “glazen gaan reinigen” bij een leuke Duitse dame en hebben wij die niet meer gezien. Ik weet niet meer wie ook bij onze “culturele” avondstap in Hannover was, maar de volgende morgen om ca. 08:30 uur waren wij op onze slaapgelegenheid.

Herhaling: ik werd ruw wakker geschud om ca. 10:00 uur, omdat er om 10:30 uur gespeeld moest worden. Natuurlijk leek ons spel nergens op en toen ik als scrum half de bal naar Ernst Sandtmann (fly half) speelde hield hij zijn handen uit om de bal te vangen, maar vergat ze op elkaar te doen. Ik zie nog die bal vliegen langs Ernst. Even later is de wedstrijd door onze gastheren maar afgefloten…… en we hebben nooit meer een uitnodiging voor SV Victoria gekregen!

De Turn- und Sportverein Victoria Linden  (sinds 1900) bestaat in 2013 nog steeds.

Hommage aan Frits Frankfort (1977)

1368377528_2510_jpgRC ’t Gooi landskampioen 2013

11 Mei 2013 moet wel een topdag zijn geweest voor de 85-jarige Frits Frankfort: hij mocht de kampioenschapsbeker uitreiken aan de nieuwe landskampioen. En dat zou óf RC Hilversum óf RC ‘t Gooi worden, allebei clubs waaraan Frits vele jaren met hart en ziel zijn niet geringe rugbykennis beschikbaar stelde. Met het ene puntje verschil in de laatste minuut in het voordeel van RC ‘t Gooi was hij vast net zo blij als hij met de omgekeerde uitslag geweest zou zijn… Eind 1977 schreef een anonieme redacteur van De Scrum het nu volgende waarderende verhaal over Frits onder de titel “Hommage aan een 50 jarige oud-Gooi rugbyer”; de redactie is hier en daar enigszins aangepast.

Frits Frankfort-01Deze keer willen wij Frits Frankfort eens in de schijnwerpers zetten, omdat hij onlangs 50 jaar is geworden en omdat hij een enorme hoeveelheid werk voor de rugbysport heeft verzet. Frits werd op 9 november A. ("Pa") Büchner, trainer en coach 1944-19621927 te Deurne in België uit Nederlandse ouders geboren. Hij is beslist geen Belg, moesten we van hem speciaal vermelden. Frits is zijn rugby-loopbaan in de zomer van 1945 bij RC ’t Gooi begonnen. Door Piet van Lingen (ook een oud-Gooier) werd hij meegenomen naar een demonstratie-rugbywedstrijd, Noord-Holland tegen Zuid-Holland, op het sportpark te Hilversum, tegenwoordig het Nationale Rugby Centrum. Samen met Cor de Rie kwam hij toen in handen van Pa Büchner.

Voormalig Gooi-trainer Adolf “Pa” Büchner

Door hem werd Frits wat hij noemt “aangepakt”, dat wil zeggen 2x per week een uur lang een bal tegen een paaltje gooien en weer opvangen. Frits noemde dit “paaltje pissen”. Pa Büchner had het echter juist gezien: Frits kon na verloop van tijd blindelings passen en goed ook.

foto014RC ’t Gooi-team van ca. 1953. Achter: Bert de Boer, Leo Toff, ?, Ferry de By, ?, ?, Piet Dijkman, Dolf Plat, Cor de Rie. Voor: ?, ?, ?, Frits Frankfort, ?, ?.

De toenmalige driekwartlijn met Frits als scrum half, Werner Büchner fly half, Ad Nordeman 1e center, Cor de Rie 2e center en Peter Maas en Frans Buys als wings liep dan ook als een trein. Toentertijd speelden meer 2004 Zes pioniers RC HilversumHilversummers bij ‘t Gooi, zoals Joop Gorel, Wim Ouwerkerk, Pim Ooms, Dave van de Giessen, Henk Giel en Cor de Rie. Samen met deze vrienden heeft Frits op 23 september 1954 Rugby Club Hilversum opgericht. Belangrijke factor was hierbij de kleur van het shirt. De keus is toen gevallen op blauw/wit, want die waren per 1.000 stuks goedkoper.

De Gooiers die in 1954 RC Hilversum oprichtten

Zijn laatste interland speelde hij op 37-jarige leeftijd, hij had toen zo’n 39 maal voor het nationale team gespeeld. Met de Impala’s mee komt hij tot ongeveer 80 wedstrijden voor Nederland: voorwaar een prestatie. Wedstrijden met ontzettende pakken slaag, maar ook met enorm veel plezierige herinneringen. Zoals de wedstrijd tegen de Belgen. Verzamelen westzijde Centraal Station in Amsterdam. Eén van de spelers mocht niet van zijn vrouw. Goede raad was duur. Nog een Gooi-speler, namelijk Leo Toff,werd om 7 uur van zijn bed gelicht, maar was er pas om 6 uur ingegaan, na een feest. Zulke dingen gebeurden toen.

1974-02-05 Hilversum-Gooi-22Frits Frankfort in actie als oude meester in een wedstrijd RC Hilversum – RC ’t Gooi op 5 februari 1974

Frits was zo’n 40, 41 jaar, toen hij trainer werd van de A-selectie van de NRB. Dat heeft hij 2 jaar gedaan en toen werd het overgenomen door Gert van Rheenen. De 16-18 selectie werd toen de zorg van Frits. Na veel trainen werd de eerste buitenlandse trip naar Heidelberg (zeer sterk) winnend afgesloten. In 1970 werd hij weer trainer van het A-team en begon tevens de samenwerking met Denis Power. Om zich verder te bekwamen in de rugbysport volgde Frits diverse training/coaching cursussen in Engeland, Schotland en Wales, wat hem nu in de praktijk van zeer veel nut is. Momenteel is Frits Senior Coach (deze wordt door de NRB benoemd), docent trainerscursussen, examinator en lid van de selectiecommissie, samen met Denis Power en Theo Snijders. Tevens is hij nog commissielid opleidingen. Via Pim Ooms heeft hij 1 maal zwangere huismussen beziggehouden, maar dat nooit meer.

Frits Frankfort SingersLogo van de Frits Frankfort Singers

De trip met de Hilversumse Rugbyclub naar Hull weet Frits zich nog maar al te goed te herinneren. Vandaar dat de laatste trip georganiseerd moest worden onder de naam “Frits Frankfort Singers”, een geniale vondst van Aart Baartwijk, zodat men Engeland kon binnenkomen. Zelfs de ontbijttickets waren gesteld op naam van de “Frits Frankfort Singers” en het hotel was dan ook in de stellige overtuiging dat men met een zangkoor, maar dan wel een raar zangkoor, te maken had.

foto186De aanstormende jeugd in 1977, 16-18 sevens-team. Staand: Marcel Jacobs, Henk Rohaan, Jeroen Snijders Blok, Jan Rohaan. Geknield: Michiel Veldkamp, Mark Dekker, Ted Anema.

Op de vraag hoe Frits nu ‘t Gooi ziet moet hij eerlijk bekennen, dat wij momenteel een groep hebben waar in de toekomst veel mee te bereiken valt. Duidelijk is dat de jeugd een veel grotere inbreng heeft dan voorheen het geval was. Hij heeft ook vernomen, dat wij een zeer goed sociaal verzorgd jeugdwerkbeleid voeren. Het rendement komt echter pas over enige jaren goed tot zijn recht met spelers als Vincent Snijders Blok en Ton Jacobs. Ook selectiespelers als de gebroeders Rohaan, Jeroen Snijders Blok en Louk Slabbers zullen hun stempel op ’t Gooi gaan drukken.

Maar Rugby-Nederland is in feite nog te klein. Wij zullen moeten groeien naar 150 tot 200 clubs. Speltechnisch/tactisch en conditioneel liggen wij al een stuk hoger dan vroeger. Er is een duidelijke groei qua spelsterkte waarneembaar en dat is een gezonde zaak. Kijk maar naar de ereklasse met zijn verrassende uitslagen. Het zijn echt niet meer de drie clubs die de toon aangeven. Ook de promotieklasse komt steeds dichter bij de ereklasse te liggen. Er zal echter een reserveklasse aan toegevoegd moeten worden, waarin de tweede teams van de ereklasse zullen moeten gaan spelen. Je voorkomt hiermee, dat een tweede team de promotie kan tegengaan van een vereniging welke in deze promotieklasse speelt naar de ereklasse.

Rozenboom BussumVoormalig hotel café-restaurant De Rozenboom, Bussum

Frits heeft de beste herinneringen aan zijn Gooi-jaren, vooral de feesten in de Rozenboom en de Promers liggen bij hem nog vers in het geheugen. “Ach“, zegt hij, “er is in feite geen enkele club in Nederland die zulke grandioze feesten kon organiseren als ’t Gooi“. Frits is nu trainer van de jeugdteams 14-16 en 16-18 van Hilversum en begint een leuke ploeg op te bouwen. Over een jaar kan hij een zeer sterk team op de been brengen. En daar zal het van moeten komen. Erg belangrijk. Hij heeft ons eerste team aan het begin van het seizoen zien spelen en is tot de conclusie gekomen, dat er nu een team staat met spirit en veel goed, jong materiaal. Je moet ze echter wel hard maken.

1948-04 Geselecteerd schoolteamApril 1948, geselecteerd schoolteam; Frits Frankfort (20 jaar oud) 4e van links op de eerste rij.

“Rugby“, zegt Frits, “is een sport die mij van nature aantrok. Ik was vroeger dan ook een enorme gifkikker en had 12 bazen in een jaar, soms meer. Maar door het rugby ben ik enorm veranderd. Ik heb mij leren beheersen, wat me duidelijk van pas komt“. De spelverruwing neemt toe in de rugbysport. “Maar“, zegt Frits, “rugby is een harde sport, een lichamelijke contactsport, die op een faire manier kan worden gespeeld“. Aan schoppen en slaan heeft Frits een vreselijke hekel. Toch is hij ervan overtuigd, dat de Internationale Rugby Bond de zaken beter aanpakt dan de Internationale Voetbal Bond, door alleen al de spelregels te veranderen.

Om tot betere sportprestaties in het algemeen te komen zou Frits graag zien dat de gymleraren onderling elkaar attenderen op jonge talenten, in welke tak van sport dan ook, om dan deze verder te kunnen begeleiden op de manier zoals de Oostbloklanden dat doen, maar dan wel met alle vrijheden zoals wij ze hebben. De talenten signaleren en stimuleren zou een zeer goede zaak voor geheel sportbeoefenend Nederland zijn.

Bondscoach Frits Frankfort met zijn jongensBondscoach Frits Frankfort met “zijn jongens”, begin jaren ’80

Voor Frits ligt er echter nog een zeer grote taak te wachten bij de jeugd van Rugby Club Hilversum. Wij kunnen en willen niets anders zeggen dan: “Frits zeer veel succes en wij hopen nog vele malen tegen jouw jeugdteams te kunnen spelen. Hartelijk dank voor je komst naar de Poort“.

Zie ook:

Frits Frankfort als NRB-wedstrijdsecretaris (1956 e.v.)

De afsplitsing van RC Hilversum (1954)

 

Rugbypromotie in de jaren ’70

Herman-KuiphofHerman Kuiphof

Op Geschiedenis 24 een filmpje-uit-de-oude-doos gevonden, dat niet rechtstreeks met RC ‘t Gooi te maken heeft, maar wel met de Nederlandse rugbygeschiedenis. Het filmpje – onder de noemer: onbekende sporten – duurt ruim 16 minuten, waarvan de eerste 3 minuten zonder beeld: die kun je dus overslaan. Het filmpje biedt een paar bekende namen. Herman Kuiphof is de presentator en interviewer. Hans Brian – tegenwoordig sportverslaggever – geeft rugbytraining. En die divepassende scrumhalf: is dat niet Frits Frankfort..?  Jus van Doorn – later voorzitter van de Nederlandse Rugby Bond – wordt geïnterviewd als voorzitter van de Haagsche RC.

Jus vertelt onder meer over de toestand en de groei van het Nederlandse rugby, waarin in die tijd slechts zo’n 700 á 800 rugbyers actief waren. Te zien zijn beelden van de interland Nederland – België, gespeeld in Zeist, waarin o.a. Jus van Doorn zelf meespeelde. Uitslag: 8 – 3. En ook beelden van een wedstrijd van Zuid-Afrika tegen een Engels testteam, gespeeld in Bloemfontein. Het filmpje is uitgezonden door de VPRO op 30 mei 1964. Het tempo is voor hedendaagse ogen belachelijk laag, maar ook dat is geschiedenis. En waarom moet ik toch zo aan Jacobse en Van Es denken..? Kijk zelf maar!

Jus van Doorn reikt Van Broekhuizenbeker uit aan RCHNRB-voorzitter Jus van Doorn reikt de Van Broekhuizen beker uit aan RC Hilversum

RC ’t Gooi-speler Ton Steenwinkel was jarenlang met Jus van Doorn lid van het NRB-bestuur. Ton herinnert zich: “… dat de NRB in 1970 zo’n 18 clubs had en het bestuur in 1973 geld van het Ministerie van Cultuur Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM) kreeg. Ongeveer 18.000 gulden, losgepeuterd door Jus van Doorn, om de rugbysport in het Noorden en Oosten van het land te promoten. Ik trok met een filmprojector door het land, hield presentaties en vertoonde mijn films. Ook speelden we verscheidene “demonstratie wedstrijden” waarbij de gewenste spelers niet altijd kwamen opdraven. Ik herinner me minstens één wedstrijd waarin het Nederlands XV niet compleet was en de aanwezige rugbyspelers, zoals Tom Visser en ik, het oranje shirt aantrokken om vervolgens onze eerste wedstrijd voor het Nederlands team te spelen.

Belangrijker was, dat met de hulp van vele oud-studenten en natuurlijk Koos Kuiper – de befaamde kroegbaas uit Groningen – er vele nieuwe clubs werden opgericht, niet alleen in het noorden en oosten, maar ook in het zuiden van Nederland. Toen Jus van Doorn en ik in 1981 stopten als bestuurlid, was de NRB wel gegroeid van 18 naar ongeveer 105 clubs! Helaas hebben niet alle clubs het overleefd. Nu we het over overleven hebben; de “derde helft” van de wedstrijden Haagsche Rugby Club en Rugby Club ’t Gooi duurde altijd minstens tweemaal zo lang als de wedstrijd zelf. Je mocht blij zijn als je zondagavond weer om 11.00 uur thuis was. Van alcoholvrije drankjes hadden wij nog niet gehoord!

Foto_van_Doorn,_van_Dalen,_Steenwinkel-1981_Golden_Oldies_ToenooiWalter van Dalen (AAC), Ton Steenwinkel (RC ’t Gooi) en Jus van Doorn (HRC) als Witte Raven in Californië in 1981

Natuurlijk speelden de NRB-bestuurleden toen nog elke week en in juni 1981 namen Walter van Dalen, Jus van Doorn en ik met de Witte Raven deel aan het tweede Golden Oldies Rugby Festival in Long Beach, California, USA. We hebben daar op waardige wijze met 17 spelers het Nederlandse rugby vertegenwoordigd. Ofschoon wij het veelvuldig geprobeerd hebben, waren we toch niet echt enthousiast over het Amerikaanse bier, als je het bier kunt noemen! Dan gelukkig maar weer een mooi Nederlands biertje in ons Naardense clubhuis.

De schuld van dit alles heeft Hans Plat. Die meende zo nodig een rugbywedstrijd tussen de Scholengemeenschap Godelinde en het Vitus College te moeten organiseren. Daardoor heeft hij mensen zoals ik weten te ronselen! 46 Jaar later ben ik nog steeds verknocht aan de rugbysport en aan Rugby Club ’t Gooi… Bedankt hoor Hans!!”.

Ga ook naar:

Een “geheime” buitenlandse competitiewedstrijd (ca. 1972), door Ton Steenwinkel

De oostelijkste club van Nederland (1963)

Een “geheime” buitenlandse competitiewedstrijd (ca. 1972), door Ton Steenwinkel

Mannen met jasje-dasje, een serieus gezicht, een mooie, officiële titel en alom erkende verdiensten  hebben vaak ook een heel andere kant. Zo ook oud-bondsvoorzitter en Gooi-speler Ton Steenwinkel. Hij deed de volgende bekentenis.

Diner Nederland-MarokkoToenmalig bondsvoorzitter Ton Steenwinkel bij een toespraak bij het diner na de interland Nederland – Marokko. Richard Majoor – later trainer van RC ’t Gooi – kijkt ons aan.

Nu de legpenning van de Gemeente Naarden binnen is, kan één van de best gekoesterde geheimen in het Nederlandse Rugby gelucht worden. Nadat Louis van Keller mij in een moment van absolute nuchterheid de taak van wedstrijdsecretaris had aangepraat – het geheel speelt zich zo’n 41 jaar geleden af denk ik – werd ik op de maandagavond benaderd door het Bussumse reisbureau PRIMAIR. Zij hadden teveel plaatsen geboekt in een vliegtuig voor een weekendje Dublin, Ierland. Of wij geen zin hadden in een vliegreis met 2 overnachtingen voor Hfl. 100, in Dublin. Kleine bijkomstigheid voor ons was, dat er voor de zondag een competitiewedstrijd tegen Te Werve (Shell) gepland stond.

Lansdowne-Road-Stadium-DublinLansdowne Road stadion

Een vloedgolf aan telefoontjes – niks email, mobiele telefoons of social media – had tot gevolg, dat we met twee complete teams naar Dublin vertrokken. In het vliegtuig zaten verder vissers en jagers die ook een weekendje naar Ierland gingen. Te Werve had via Shell geregeld, dat we op het tweede veld van het Nationale Rugby Stadion van Ierland, Lansdowne Road, mochten spelen onder leiding van een Ierse scheidsrechter. Geen spelerskaarten of dopingcontrole, maar wel een spannende, zenuwslopende wedstrijd, waarbij niet alle krachten gegeven werden, want er was natuurlijk ook een lange derde helft gepland!

De wedstrijd eindigde zeer verdiend in een gelijk spel; de formulieren werden ingevuld, waarbij we niet vermeld hebben dat we in Dublin gespeeld hebben en de Rugby Bond wist dus niet beter, dan dat de wedstrijd op vaderlandse bodem gespeeld was. Het formulier heb ik natuurlijk pas in Nederland op de bus gedaan! Op zondag heeft een mix van ’t Gooi en Te Werve tegen het zoveelste team van Lansdowne, top club dus wel, gespeeld. Naar ik me meen te herinneren, zo’n 5-10 minuten op het veld in het nationale stadion. De wedstrijd ging helaas nipt verloren ondanks zoveel Nederlands talent!

Gooi-NFCDerderijer Ton Steenwinkel met ’t Gooi in actie tegen NFC

Terug naar de derde helft, die zich voornamelijk afspeelde in het clubhuis van Lansdowne, een “grote villa” in de hoek van het stadion, waar er ’s avonds muziek was en wij een culturele uitwisseling met de vrouwelijk aanwezigen georganiseerd hebben, die vergeefs op hun Ierse vriendjes stonden te wachten. De vriendjes waren toen nog, alleen, aan het “indrinken”. Wij hebben hun vriendinnetjes alles wat ze over Nederland wilden weten verteld!

De terugvlucht liep een kwartiertje vertraging op, omdat de ruime aanschaf van de taxfree drankjes, zoals Jameson en Paddy’s, meer tijd nodig had, dan de piloot eigenlijk wilde. Geduld is, ook voor een piloot, een schone zaak. In het vliegtuig stelden we vast, dat de vissers gevist, de jagers gejaagd en de rugbyers gerugbyd hadden. Niet alle gekochte flessen drank hebben overigens Schiphol gehaald. Wij wel!

Dublin-Bombing-1974Schade na een IRA-bomaanslag in Dublin in 1974

Een week later keek ik TV en zag hoe de IRA in Dublin een bom in een hotel had laten ontploffen; gelukkig geen doden of gewonden, maar het hotel moest wel afgebroken worden! Ik kon nog net zien dat het dat hotel was waar wij een week tevoren (wel zeer kort hoor!) overnacht hadden. Ik ben blij dat ik weer goed kan slapen nu dit goed bewaarde geheim – de enige Nederlandse competitiewedstrijd die ooit in het buitenland gespeeld is – eindelijk, na ongeveer 41 jaar, in de openbaarheid is gekomen.

Stadion Lansdowne Road werd in 2007 afgebroken en in 2010 vervangen door het Aviva stadion.

Felicitaties en herinneringen, door Tibor Snelders

Handig, internet. Ik kreeg het e-mailadres van Tibor Snelders te pakken en  vroeg hem om me vanuit het buitenland een felicitatiefilmpje voor op de lustrumwebsite te sturen. “Ben niet goed met computers etc., weet dus ook niet hoe je een filmpje moet maken. Concentreer me dus maar op het geschreven woord“, schreef hij terug. Hier volgt zijn verhaal.

foto029Gooi 13-14 maart 1978, bij AAC Heineken Sevens, achter: Marco Cupedo, Peter Jacobs, Jeroen Snijders Blok, Ton Jacobs, Rene van Latum, voor: Mark Dekker, Tibor Snelders, Vincent Snijders Blok, Guus Lakeman

Ik, Tibor Snelders, wil hierbij het gehele Gooi feliciteren met het 80-jarige jubileum. Wie had dat ooit gedacht, ik zeker niet, dat ‘t Gooi nog steeds zou bestaan. En wat voor een bestaan! Sinds mijn emigratie naar Nieuw-Zeeland in september 1980 is ‘t Gooi gegroeid naar een “force”, waar heel rugby-Nederland rekening mee heeft te houden. Niet alleen op clubniveau maar gelukkig ook op rugbyniveau: de laatste jaren een topclub met topresultaten. Ik had dat zeker niet verwacht. In mijn tijd was het net een jojo: het ene jaar in de ereklasse, het andere jaar er weer uit.

Tibor Parijs-03In Parijs, april 1970, tegen St. Denis. Tibor Snelders rechts, Eddy Willems links

Hoe ben ik met rugby in contact gekomen? Na een succesvolle atletiekcarrière op de midden- en lange afstanden en een gebroken been zocht ik naar iets anders. Je kent dat wel, na serieuze sport iets luchtigers met veel feestjes, lachen en met je kameraden er op uit. Ook een beetje sport natuurlijk. Dacht dat ik via Jack Heer, hoe weet ik niet meer (weet jij dat nog Jack?), in aanraking kwam met rugby. Zo rond de jaren 1963/1964. Niet speciaal er voor “gebouwd”, maar mijn snelheid had ik mee en dat was mijn pluspunt. Na niet al te lange tijd werd ik al in het eerste team opgenomen.

Tibor Parijs-04

In Parijs, april 1970, tegen St. Denis. Tibor Snelders rechts, naast de scrum

Herinner me nog als de dag van gisteren een van mijn eerste wedstrijden voor het eerste team. Tegen wie? Natuurlijk tegen onze lokale rivaal Hilversum. Positie: wing (vanwege snelheid). Zoals dat gaat, op een bepaald moment had Jan Rosman (toen internationaal spelende voor Biarritz, dacht ik) de bal en zou een try drukken. Mooi niet dacht ik weer, zal Jan even pakken. Nou die tackle ging goed, de try werd voorkomen, maar ik had wel gelijk een gekneusd sleutelbeen. Deed dus even pijn. De volgende wedstrijden speelde ik met “bescherming” (van schuimrubber) in mijn shirt. Zag er ineens een stuk gevaarlijker en indrukwekkender uit (goed voor de tegenstanders). Was ik toen een trendsetter voor dergelijke shirts? Zo’n tien jaar geleden zag je ineens ook internationals met beschermende padding spelen. Nu is dat niet meer zo, geloof ik. Al spelende “klom” ik op in de opstelling en uiteindelijk kwam ik dan op mijn plek: scrumhalf. En dat heb ik gespeeld totdat ik stopte.

Tibor Parijs-01In Parijs, april 1970, tegen St. Denis. Tibor Snelders kijkt ons aan. 

Nog een gebeurtenis die ik niet snel vergeet, was een wedstrijd in Parijs. Mijn vriendin Maud ging ook mee, kon ik mooi eens “indruk” op haar maken met mijn “internationale” carrière. Het was een modderbad en we verloren natuurlijk.Tibor Parijs-02 Maar de Fransen waren zo onder de indruk, dat ze nog wel een tweede wedstrijd tegen ons wilden spelen, tegen hun tweede of zo. Lekker Frans weet je wel, als ze maar kunnen winnen is alles goed. Ook die verloren we, maar ik werd toen “en passant” tijdens het spel even flink met mijn gezicht in de modder gedrukt. Resultaat: kon niets meer zien. Liep naar de kant en vroeg mijn “lieve” vriendin me even schoon te maken… Mooi niet, “veel te vies en jij wil toch zo graag spelen..? Je zoekt het zelf maar uit”.

Tibor met gezicht onder de modder

Desondanks is zij toch met me getrouwd en nog gelukkig na 43 jaar. Er was ook een “gefluister”, dat de Nederlandse bondscoach wel wat zag in “die kleine”..: voor het jeugdteam. Helaas, door wie weet ik niet, werd er terug gefluisterd, dat ik wel een paar jaartjes boven de “onder-21-team” grens was. Jammer, dat was dus gelijk het begin en het einde van mijn internationale rugbycarrière. Herinner me ook, dat er een nieuw bestuur kwam, Hans Plat, financiën, Hans Grader, voorzitter, en ik zou dan de jeugd voor mijn verantwoording nemen. Toen werd het concept van een team van leiders rond de jeugdteams gevormd. We realiseerden ons, dat de club het van de jeugd moest hebben om te groeien en de kwaliteit van rugby te verhogen. Per jeugdteam werden een manager (organiseren), een trainer (alleen training) en een coach (wedstrijd coaching) aangesteld. Na veel praten hadden we dat voor elkaar en ik denk dat dit het begin is geweest van de opkomst en groei van onze jeugdleden.

Tibor Jack SpanjeTibor en Jack in Spanje aan het werk

Wat nog meer? Je ontdekt kameraadschap en vriendschap. Jack en ik hebben samen een halfjaar in Spanje in een nachtclub gewerkt; de verhalen blijven alleen “tussen ons”… In september 1980 zijn we naar Nieuw-Zeeland afgevaren, of eigenlijk gevlogen. Daar heb ik ook nog een paar jaar gespeeld. Maar ja, het verschil in kwaliteit tussen Nederland en Nieuw-Zeeland was zo groot..: iedereen liep links en rechts over en langs me heen. Speelde in het “presidentsteam”, voor over 35 jarigen. Als scrumhalf, maar als er gewonnen moest worden tegen sterke tegenstanders, dan kwamen er ineens veel jongere spelers te voorschijn en stond ik er dus naast. Enfin, werd ook een dagje ouder, liep tegen de 40 en ben er toen mee gestopt.

Tibor 77870002Paul en Annet Würster op bezoek bij de familie Snelders

Contact is er toch altijd wel gebleven met de club. Pim van Doesburg was in Australië voor zaken en kwam even langs wippen. Peter en Tineke Jacobs wipten ook even binnen, Guus Lakeman kwam ook met de backpack. En in de laatste jaren Paul en Annet Würster (met vrienden). Rond 2004 “wipte” ik even langs om wat oude makkers te zien, was een leuke reünie en in 2008 was ik weer van de partij voor het 75-jarig jubileum. Was even overgevlogen.., je kent dat wel.., dat doe je dan even.

Tibor CCF21032013_00000Weerzien in 2004

We hebben een geweldige tijd gehad in Nieuw-Zeeland, het land is erg goed voor ons geweest. Heb er dingen gedaan en bereikt (o.a. ijs en yoghurt gemaakt), die ik in Nederland nooit zou hebben gedaan. Helaas.., Bjorn (onze zoon) was na zijn studie naar Europa gegaan om wat “ervaring” op te doen. Wel, dat duurde zo’n 10 jaar en hij kwam niet meer terug, trouwde met een “lovely” British girl. Kreeg een dochter en toen een tweede dochter. Dat deed ons besluiten om terug te komen naar Europa, om van onze zoon en zijn familie te kunnen genieten. Wie had dat ooit gedacht, dat we op onze oude dag nog eens zouden emigreren. Na 31 jaar in Nieuw-Zeeland gewoond te hebben, vertrokken we in mei 2011 naar Engeland en hebben ons in Surrey gevestigd.

Tibor en Jack 2008Tibor Snelders en Jack Heer bij het lustrum in 2008

Heeft het ons leven veranderd? Zeker weten, we genieten van onze 2 kleindochters, eerst woonden we een wereld van elkaar en nu (letterlijk) om de hoek. Wel even wennen.. Van 5 hectare “tuin” in Nieuw-Zeeland naar een typisch UK “huisje-met-klein-tuintje“. Maar we genieten..; niet van het weer, helaas. RC ‘t Gooi: nogmaals gefeliciteerd en op naar de volgende 80 jaar! Zal zeker proberen dit lustrumjaar nog even langs te wippen, maar dan moeten jullie wel van Hilversum winnen…

Zie ook het fotoalbum Parijs 1970, met foto’s van de modderwedstrijd tegen St. Denis.

 

Diederik en het lustrumfeest in de Promerskazerne (1968)

Diederik van NijveldStatiefoto van Diederik van Nijveld

We hebben ’t over 1968: de Vietnam-oorlog was gaande, net als studentenopstanden, stakingen en de moord op Martin Luther King. Jan Jansen won de Tour, de eerste uitzending van de Fabeltjeskrant vond plaats en Egbert Douwe had een hit met “Kom uit de bedstee, m’n liefste”. Dat jaar dus. Een lustrumjaar voor RC ’t Gooi en ook anderszins een periode, waarin er ontwikkelingen binnen de club gaande waren. Zo wilden we al enige jaren een eigen veld hebben. Dat zou zo’n 30.000 gulden gaan kosten en die had de club niet. Maar hoe kom je aan die centen?

Op een gegeven moment – wanneer precies is niet helemaal duidelijk, maar het zou best in 1967 geweest kunnen zijn – bedacht iemand, dat er een symbool voor de actie “Eigen veld” zou moeten komen en verscheen Diederik op het toneel. Een dwerggeitenbokje, dat gesierd werd met de functionele achternaam “van Nijveld” en dat tevens de mascotte van RC ’t Gooi werd.

Diederik in jubileumboek-01

Diederik in jubileumboek-02

foto114

RC ’t Gooi 1968, achter: Ton de Mey, Egbert Otten, H. Werkman, Chris Veerman, L. Dorrestijn, midden: Hans Walscheid van Dijk, J. van Leeuwen, Louis van Keller, A. Fijth, Kees van Gelderen, voor: Jack Heer, Hans Grader, Chris Plat, Joop Smaal, Richard Slabbers en het bokje Diederik van Nijveld

Op zondag 5 mei 1968 ging Diederik op dienstreis naar Amsterdam, om daar als mascotte voor RC ’t Gooi te fungeren bij het jaarlijkse AAC 7-a-side toernooi. Altijd gezellig, meestal goed weer, mooie wedstrijden en veel oude bekenden om een praatje mee te maken. Geen wonder dus, dat het toezicht op Diederik even verslapte. Diederik-02Het laatst werd hij gezien in het gezelschap van enkele kinderen, die met hem aan de wandel waren. Zoeken leverde niets op en zonder Diederik vertrok men enigszins ongerust weer naar ’t Gooi.

1968-05-11 uitnodiging feest 7e lustrum Promerskazerne-01De verdwijning van Diederik was des te vervelender, omdat hij weer “in functie” zou moeten zijn bij de viering van het zevende lustrum, die de zelfde week op zaterdag 11 mei zou plaatsvinden. Onzekerheid over het welzijn en de verblijfplaats van Diederik zou op z’n minst een schaduw over de feestelijkheden werpen. Die ongerustheid klinkt door in de krantenberichten die er in die week  verschenen. En er waren ook vermoedens…

De voorbereidingen voor het lustrumfeest gingen ondertussen in alle hevigheid door en dat moest ook wel, want het zou groots aangepakt worden:

1968-05-11 Lustrumfeest Promers-01

1968-05-11 Lustrumfeest Promers-02

Van de voorbereidingen en van de ongerustheid over het lot van Diederik getuigt ook het volgende krantenartikel:

Diederik-01

Bij het feest is de opluchting groot, als Diederik gezond en wel zijn opwachting maakt, nadat zijn ontvoerders – de Utrechtse Rugbyclub – eerst de indruk hadden gewekt, dat het slecht met Diederik was afgelopen. Een Utrechter in een bebloede witte slagersjas met een blad waarop botten, vlees en een kop van een bokje lagen vertelde, dat ze zo’n honger hadden gehad, dat ze Diederik hadden opgepeuzeld. En ook dit verhaal verscheen in de krant:

Diederik-03 weer terecht1Diederik-03 weer terecht2

Het was een groots en gedenkwaardig feest geworden, met zo’n 500 deelnemers. Op 13 mei 1968 deed de krant verslag van de feestelijkheden (bron: Streekarchief Gooi en Vechtstreek).

Verder hebben we helaas geen foto’s van de receptie op het stadhuis en van het feest in de Promerskazerne. Wie wel?

Promers kazerne (1876)Het lustrumfeest in 1968 vond plaats in de Promerskazerne (1876) in de Naardense vesting

Intussen kennen we – dankzij URC’er Ed van Engelen – ook het Utrechtse achter-de-schermen verhaal over Diederiks ontvoering, dat verscheen in het clubblad van URC. De kwade genius was Koos van Schaik, geassisteerd door twee omgekochte jeugdleden. De stunt wordt met smaak opgediend en is bij de Utrechters blijkbaar net zo legendarisch als bij RC ’t Gooi:

Diederik-00

Zie ook het interview met Koos van Schaik over Diederik onder ‘Interviews’.

De Utrechtse Poort: geliefd gewelf voor holbewoners

IMG_0365De Utrechtse Poort (1877)

In augustus 1961 hing er belangrijk nieuws in de lucht: een eigen clublokaal, dat omschreven werd als “uniek, waarlijk grandioos en een kasteel”.

1961-1962 Utr Poort wordt clubhuis

1961, Bas HagemanBas Hageman in 1961, bij de ingebruikname van de Utrechtse Poort als RC ’t Gooi clubhuis

Het linkergedeelte van de Utrechtse Poort in de Naardense vesting is ruim 20 jaar het clubhuis van RC ’t Gooi geweest. In 1961 is de club erin getrokken, nadat bestuurslid Bas Hageman er veel tijd en energie in gestopt had om dit voor elkaar te krijgen. Van binnen is het een soort gewelf, waar de leden van de club zich erg op hun gemak voelden. Er zijn heel wat tegenstanders ontvangen en gedenkwaardige feesten gevierd en er werd eindeloos gepraat, moppen getapt, bier gedronken, gerookt, gepokerd en getoept. Gezelligheid troef dus. Echt iets voor holbewoners, wat veel mannen toch zijn. Maar ongeschikt voor het opvangen van jeugd.

29 oktober 1961 Feest in de Poort, Joop SimonsHet eerste feest in de Utrechtse Poort, in oktober 1961. Er was nog geen verwarming en zo te zien ook geen biertap. Bestuurslid Jaap Simons lacht ons toe

Er was nogal wat tegenstand, toen zo rond 1980 de plannen vorm begonnen te krijgen om een clubhuis nabij het rugbyveld te betrekken. Die plannen zijn toch doorgezet, omdat dat gunstig zou zijn voor de groei van de vereniging en met name van de jeugd. In 1982 hebben de leden van RC ’t Gooi hard gewerkt aan het nieuwe clubhuis; er werden zo’n 6.000 uur eigen werk in gestopt. In 1983 werd het clubhuis officieel geopend en werd er met weemoed afscheid genomen van wat ooit het gezelligste rugby-clubhuis van Nederland werd genoemd.

In de zon bij de Utrechtse PoortVoor de Utrechtse Poort in de zon

De Utrechtse Poort ligt aan de oostkant van de vesting Naarden en stamt uit 1877. Het gebouw verving een eerdere poort uit de 17e eeuw, die al van grote afstand zichtbaar was en zo een gemakkelijk doelwit vormde bij een eventuele aanval op de vesting. De poort ligt aan het Adriaan Dortsmanplein en het is een rijksmonument. Het is de enige nog overgebleven stadspoort in Naarden, sinds de Amsterdamse Poort werd afgebroken. De poort is gebouwd in baksteen met als versiering natuurstenen accenten, het stadswapen (dubbele adelaar), sculpturen die verwijzen naar de vestingbouw en een staande leeuw met zwaard en zeven pijlen (verwijzing naar de voormalige Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden). Op de torentjes zijn plaquettes aangebracht van koning Willem III en zijn echtgenote Sophia. De gevel is een ontwerp van Jacobus van Lockhorst, die ook de gevel van de nabijgelegen Promerskazerne ontwierp.

Gooise Moordenaar via de Utrechtse PoortDe Gooise Moordenaar passeert de Utrechtse Poort

Op het bakstenen poortgebouw ligt een laag aarde van zo’n 2,5 m dikte. Daardoor ligt de bovenkant van de wal op de beide vleugels van de poort circa 8,5 m boven NAP, terwijl het middengedeelte van de poort tot zo’n 10 meter boven NAP komt. Links en rechts van de doorgang in het midden zijn ruimtes, die bestemd waren voor de militairen die de poort moesten bewaken. Het waren vooral wachtlokalen, maar in het rechtergedeelte waren ook twee cellen ondergebracht, bestemd voor eenzame opsluiting. De Gooise Stoomtram – alias de Gooise Moordenaar – reed jarenlang onder de Utrechtse Poort door. In het gewelf van de poort is nog steeds het roetspoor van de tram te zien. Op de hoeken van de doorgang zijn oude kanonnen ter bescherming ingegraven.

Utrechtse Poort schoonmakenDe bar in de oude Poort

De inrichting van ons voormalige clubhuis was redelijk sober. In het begin was er zelfs geen verwarming aanwezig en de wc’s waren koud en primitief. Rechts achterin was een kleine bar met barkrukken, naast een voorraadruimte. Links en rechts in de lengterichting van de ruimte waren tafeltjes met stoelen aangebracht, waarboven lampjes hingen. In mijn herinnering heb ik alleen maar aan de bar gezeten of gestaan en nooit aan die tafeltjes. Na RC ’t Gooi trok de Toneel Vereniging Naarden ToVeNaar in ons voormalige clubhuis. Tegenwoordig is de ruimte in gebruik als informatiecentrum over de Hollandse Waterlinie.

1978-11 Ouderavond-03Ouderavond in de Utrechtse Poort

De reden om 30 jaar geleden uit de Utrechtse Poort naar het nieuw gebouwde clubhuis te vertrekken – ledengroei, in het bijzonder bij de jeugd – heeft zich in de praktijk bewaarheid. Toen we vertrokken hadden we  twee seniorenteams en enkele jeugdleden en dertig jaar later barsten we met vier seniorenteams en een groeiende en bloeiende jeugdafdeling bijna uit het ooit zo ruime nieuwe clubhuis. De gezelligheid heeft niet onder de verhuizing geleden, moeten zelfs de grootste tegenstanders van het vertrek uit de Utrechtse Poort toegeven.

1982 Consumptiekaart oude PoortConsumptiekaart

Nieuwe kleedruimtes, verbouwing van het clubhuis en een tweede veld zijn de stappen die in 2013 moeten leiden naar een voorspoedige ontwikkeling van RC ’t Gooi in de komende jaren. En ook nu zijn er weer voor- en tegenstanders.

 

De Nijenrode connectie

Nijenrode kasteelKasteel Nijenrode

Een van de bronnen van RC ’t Gooi spelers was Nijenrode, of zoals het tegenwoordig gespeld wordt Nyenrode. In het Breukelense kasteel aan de Vecht werden studenten opgeleid voor leidinggevende posities in het bedrijfsleven en er werd ook heel wat afgesport; kijk maar. Zo was er een RC Nijenrode, die ooit met twee teams in de competitie meespeelde. Na hun studie kwamen sommige van deze rugbyers bij RC ’t Gooi terecht. Wat is hun verhaal?

Arnold de Wolf: “prachtig modderbad..”

Arnold de Wolf passt de balArnold de Wolf als vliegende scrum half, rond 1959

Niet zo lang geleden gaf iemand mij deze foto. Die vliegende scrumhalf ben ik, toen ik pas bij ’t Gooi speelde tegen mijn oude team Nijenrode op hun prachtig modderbad terrein, waar ik veel uren doorgebracht heb. Ik heb zoveel herinneringen aan de tijd dat ik op Nijenrode (toen nog N.O.I.B., Nederlands Opleidings Instituut voor het Buitenland) rugbyde. Onze gymleraar was Frank Brookman, die ook in het team meespeelde elke zondag. Een prachtvent en type zoals de Engelse jongens die we nu op de club hebben. Iemand die zo verdraaid goed kon spelen en ook nog het hele team enthousiast maakte. Van de wedstrijden tegen ’t Gooi herinner ik me niet veel, behalve dat het altijd een waanzinnig gezellige boel was met hun. De sterke teams waren toen AAC en Te Werve uit Den Haag, waar veel Engelse Shell mensen speelden.

Ik was op Nijenrode van 1956 tot en met 1958. Daarna was mijn eerste baan in Utrecht. Tijdens een van mijn weekendbezoeken aan mijn ouders, die in Naarden woonden, ben ik een keer gaan kijken naar Rugby Club ’t Gooi, omdat mijn vroegere overbuurjongen, Dick Bloksma, daar speelde. Ik stond aan de kant en opeens was daar Loek van Keller die op mij afkwam en zei: “Ben jij niet die scrum half van Nijenrode?”. Op mijn bevestigend antwoord riep Loek naar zijn maatjes: “Wie heeft er nog een broek? Wie heeft er nog een shirt? Wie heeft er nog een paar schoenen?”…….en 10 minuten later speelde ik in mijn eerste wedstrijd voor ’t Gooi.

1974, Arnold de Wolf, Henny Westerweel, Ton de Mey, Hans van den Bovenkamp

Oude Meesters Hilversum – ’t Gooi in 1974, met Arnold de Wolf, Henny Westerweel, Ton de Mey en Hans van den Bovenkamp

Daar heb ik tot ca. 1974 gespeeld, toen ik het te druk kreeg in mijn eigen onderneming. Van 1958 tot 1967 heb ik er bijna geleefd. In 1967 ontmoette ik Ammy waarmee ik trouwde in 1968 en nu 45 jaar later, nog steeds heel erg gelukkig getrouwd ben! Overigens kwam deze ontmoeting ook door Dick Bloksma, die in het toenmalige Diaconessen ziekenhuis lag en die ik bezocht even voor een donderdagavond training. Ammy was bevriend met Dick’s vrouw en kwam ook even langs… Jammer genoeg is Dick vorig jaar overleden.

Hans Walscheid van Dijk: “keihard in m’n gezicht..”

Mijn eerste rugbywedstrijd (in 1962) zal me altijd bijblijven. Ik zat op Nijenrode en mister Prowse, de rugbytrainer, haalde mij over om te gaan rugbyen. We speelden in Eindhoven tegen RCE en tijdens de wedstrijd werd ik getackled. Ik lag met de bal in m’n handen op de grond en passte de bal naar mister Prowse. Dit bleek een enorme fout te zijn, want de ref floot: penalty-kick voor RCE (in die tijd was dit niet toegestaan). Mister Prowse was woedend en gooide de bal keihard in m’n gezicht. Ja, de regels van ’t edele rugbyspel waren me nog niet bijgebracht.

Hans Walscheid van Dijk, staand 3e v links, 1962 op NijenrodeHans, staand, 3e van links als sportkampinstructeur in 1963

Er volgde toch nog een gezellige derde helft en dat deed mij besluiten om mijn voetballidmaatschap om te zetten in ’n rugbylidmaatschap. Ik heb er nooit spijt van gehad. Op de foto staat ’n aantal sportkampinstructeurs die op Nijenrode 1e-jaarsstudenten mochten afknijpen. Ik sta derde van links. Helaas heb ik geen rugbyfoto uit die tijd.

Ook Hans van Eiken en Peter de Graaf bezochten Nijenrode en speelden daar rugby. Van hen ontvingen we geen verhaal over hun Nijenrode-rugby herinneringen. Peter staat nog wel op de Nijenrode-teamfoto hieronder, maar Hans blijft helemaal onzichtbaar. Jammer.

1970-03-19 Nijenrode-foto Pim

RC Nijenrode, trip naar Londen in maart 1970, staand, 5e van links Peter de Graaf, 7e van links Pim van Doesburg, geheel rechts coach John Prowse

Pim van Doesburg: “voor het ontbijt een rondje park..”

1969-10 Ruime Gooi-zege op NijenrodeOktober 1969: Ruime Gooi-zege op Nijenrode

In 1969-1970 heb ik op Nijenrode de éénjarige CT cursus gevolgd. Het was een leuke en inspirerende tijd en er werd veel aan sport gedaan. Ik heb mij toen aangemeld bij de rugbyclub en in die tijd speelden we ook al tegen ’t Gooi. Dat was zonder meer de gezelligste club om tegen te spelen (ik geloof dat we ook wonnen) en de kelderbar werd na afloop langdurig bezocht. ’s Ochtends vroeg voor het ontbijt deden we een rondje park (3 km), ongeacht hoe brak we nog van de vorige avond waren. De keuze om daarna lid van RC ’t Gooi te worden was bijzonder makkelijk.

Tom Visser: “niet onmiddellijk enthousiast..”

Op Nijenrode maakte ik kennis met rugby. Dat was in 1969 en ik was 18 jaar. In de introductietijd voor de eerstejaars zat een rugby-demonstratiewedstrijd: Nijenrode tegen ’t Gooi. Ik was niet onmiddellijk enthousiast en werd dat jaar nog geen lid van RC Nijenrode. Maar in het gewone lesprogramma zat ook veel sport, waaronder rugby. Daardoor kreeg ik de smaak te pakken.

De voorzitter van de rugbyclub was tevens sportdocent en rugby was vaste prik in zijn lessen. John Prowse, zo heette hij, kreeg zo een goed beeld van het rugby-potentieel onder de studenten. In het tweede jaar werd ik lid van de rugbyclub en gebombardeerd tot captain van het tweede team. Nijenrode speelde toen met één team in de B-poule en het andere in de C-poule. Mijn eerste wedstrijd speelde ik als prop: lang genoeg om te ontdekken, dat dit mijn positie niet was. In de driekwarten was ik beter op m’n plaats.

1971 Nijenrode sevens

Nijenrode sevens team 1971, 2e van links Jan Postma, 3e Tom Visser, geheel rechts Leo Koot

We organiseerden een intern seven a side toernooi. Het team op de foto won. Van dit team werden er drie later lid van RC ’t Gooi: Leo Koot, Jan Postma en ik. Leo was snel weer vertrokken en Jan bleef enkele jaren. Ik kwam na de nodige omzwervingen en een zestal rugbyclubs in 1976 als laatste van de drie bij RC ’t Gooi terecht en bleef het langst. Ik werkte in die tijd bij de AMRO bank. Daar werkten nog meer Gooiers, zoals o.a. Hans Grader, Jan Postma en Peter de Graaf. Die haalden mij over om bij RC ’t Gooi te gaan spelen.

Weinig wedstrijden...Nijenrode rugbyers in de modder

Michiel de Graaf: “nooit bij Nijenrode gespeeld..”

Ik heb nooit bij Nijenrode gespeeld toen ik daar zat. Wat betreft wedstrijden gebeurde er niet zoveel meer, ik ben destijds weer bij ’t Gooi gaan spelen.

Mackenzie Masaki: “I played only once with them..”

I was in Nyenrode between 2011 and 2012. Graduated class of 2012. I was a playing member for the Nyenrode rugby club. There are two forms of memberships, playing members and club members. I played only once with them. They did not have that many games, though they were trying to introduce some more structure to the club. I do not have a photo of me in the school kit.