Menu

Jaren 1943-1953

Moeizaam uit de startblokken (1945)

Hoe stond het er kort na de oorlog voor met rugby-Nederland? Was men alweer enthousiast aan het rugbyen? Of kwam men maar moeizaam uit de startblokken? En ook: een overzicht van de situatie bij alle tien de toenmalige clubs in Nederland.

23 December 1945, de eerste naoorlogse rugby- interland, Nederland-Belgie 9-6, in Bussum

Op 15 augustus 1945 schreef de Nederlandse Rugby Bond aan de Nederlandse rugbyers “dat wij hier in Nederland niet alleen arbeidsschuw, doch ook sportlui zijn geworden”. En verder: “wij moeten als rugby-ers onder de eersten zijn, die zich weten los te maken van deze beangstigende tackle. (…) Rugby is zoo uitermate geschikt om u hiertoe in staat te stellen. (…) Moeilijkheden zijn er om ze te overwinnen. Zoo zullen er ook bij uw club moeilijkheden zijn, doch wanneer het enthousiasme aanwezig is, dan zult u zonder twijfel gezamenlijk tot veel in staat zijn. (…) Het eerste echter, dat wij allen moeten doen, is ons geestelijk te herstellen en ons ontdoen van de sportluiheid (…)”. Oppeppende teksten dus. Blijkbaar was dat nodig. Rugbyend Nederland moest na de gedwongen stilstand van 1944 en 1945 weer in beweging komen en dat ging niet vanzelf.

Nederland moest weer in beweging komen…

Een maand later, op 15 september 1945, inventariseerde de NRB onder de titel “De Toestand” de actuele situatie bij de diverse rugbyclubs. Die varieerde van “goed op gang” tot “wil nog niet erg vlotten”. Het biedt een mooi inkijkje in het mini-wereldje van het Nederlandse rugby van die tijd. Van de tien clubs van toen bestaan er in 2018 nog zes. Hier volgt de complete tekst.

“Ten gevolge van de vervoersmoeilijkheden (zoals kapotte spoorbruggen en gebrek aan treinen – red.) zal er voorloopig nog niet veel contact tusschen de diverse vereenigingen mogelijk zijn. Het lijkt ons daarom interessant een klein overzicht te geven van de toestand waarin de vereenigingen zich op het oogenblik bevinden.

In Amsterdam is de A.A.C. goed op gang. Men denkt dit seizoen geregeld twee teams in het veld te kunnen brengen en erge enthousiastelingen spreken zelfs over drie.

De badge van ARVC

De A.R.V.C. doet onder voorzitterschap van Guillaume Meertens weer energieke pogingen om uit de impasse te geraken en weer iets van de oude glorie terug te winnen.

In Delft zijn nog maar vier of vijf van de eenigszins bekende spelers overgebleven en de ploeg zal dus met piepjonge spelers moeten worden aangevuld. Het nieuwe bestuur zal evenwel niet bij de pakken neer zitten en men mag dus verwachten dat ook Delft binnenkort weer over een dragelijk team zal beschikken.

De RC Eindhoven schijnt ook weer uit haar asch herrezen te zijn en speelde afgeloopen winter een achttal wedstrijden tegen onze bondgenoten. De resultaten van deze wedstrijden zijn helaas niet bekend en ook verdere berichten ontbreken nog.

De rugby-afdeeling van de G.A.C. (Gooise Atletiek Club – red.) te Hilversum heeft ook de training hervat en Hilversum zal dit seizoen waarschijnlijk geregeld een voltallige ploeg in het veld brengen.

Ben en Rie Hosman in 1943

In Bussum schijnt bij de R.C. ´t Gooi de animo er nog niet geheel te zijn, te oordeelen naar de droevige verslagen van slecht bezochte trainingsavonden die wij in het clubblaadje van deze vereeniging lazen. Niettemin mogen wij verwachten dat Ben Hosman c.s. ook dit seizoen weer van zich zullen doen spreken. Waarvoor dient anders het fraaie Sportpark “Zuid” dan om er goede wedstrijden te spelen.

In Den Haag wil het ook nog niet erg vlotten. Hier is de oud-H.R.C.´er Budding bezig en het lijkt ons onmogelijk dat een stad als Den Haag geen rugby-club zal kunnen voortbrengen.

R.C. Heemstede en M.T.S. Haarlem zitten met de moeilijkheid dat hun veld in een groentetuin is herschapen. Zullen Heer Richard van Wulfften Palthe en de M.T.S.´ers zich door een dergelijke kleinigheid van de wijs laten brengen? We weten zeker van niet.

Tenslotte bevindt de Rotterdamsche R.C. zich ook nog in goeden staat. Zij speelden reeds twee maal tegen een Engelsche ploeg en zullen dezen winter zeker weer hun bekende enthousiaste team in het veld kunnen brengen”.

De toestand verschilde dus behoorlijk bij de diverse clubs. RC ´t Gooi sprong er zeker niet in positieve zin uit. De inventarisatie werd gevolgd door de uitslagen van enkele recent gespeelde wedstrijden, o.a. tegen een Engels legerteam. Het team van 308th Coy Pioneer Corps bleek voor het grootste deel te bestaan uit voetballers, die waarschijnlijk wel eens rugby hadden gezien. In technisch opzicht viel er dus niet veel van hen te leren. Dat verklaart een paar opvallende uitslagen.

22 Juli 1945 te Rotterdam : R.R.C. – 308th Coy Pioneer Corps : 23 – 9
29 Juli 1945 te Zeist : 308th Coy Pioneer Corps – R.R.C. : 26 – 6
29 Juli 1945 te Zaandam : A.A.C. – R.C. ´t Gooi : 13 – 17
19 Augustus te Amsterdam : A.A.C. – 308th Coy Pioneer Corps : 24 – 8

Meer weten over RC ´t Gooi van kort na de oorlog? Ga naar:

12 1/2 jaar RC ´t Gooi

De eerste interland na de oorlog

Bikkelen in de sneeuw

Post a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

46  +    =  49