“Een leuk stel mannen”, door Tom Visser

 

1937 teamfoto met oa Bep van Kooten

 Gooi-team uit 1937-38, demonstratiewedstrijd in Dieren. Geknield: Kees Meeuwis, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Fred Huyer, Elbert Kortenoever, Walt Jongman. Staand: Bob de Jonge, Dolf Plat (met scrum-cap), Jan van Schaik, Bob Swart (met alpinopet), Ko Munnikhuizen, Bep van Kooten, Witte van Heijningen, Rein Koopmans, Zöllner, Jaap van Schaik, onbekende heer in regenjas.

Walter Koopmans en Marie Sophie Wesel reageerden op het verhaal “Ben Hosman in gesprek met Herman Nijhuis (1977)” op deze lustrumwebsite. Zij bleken de zoon en de kleindochter te zijn van ons oer-lid Rein Koopmans, die in de jaren ‘30 en ‘40 rugby speelde bij het toen nog piepjonge RC ‘t Gooi. Rein speelde onder meer mee in de heroïsche sneeuwwedstrijd tegen Anderlecht in 1946. Aat & Walter KoopmansHij overleed in 1992 op 76-jarige leeftijd. Via Walter Koopmans – vernoemd naar een ander oer-lid van RC ’t Gooi, Walt Jongman – kwam ik in contact met zijn 92-jarige moeder, mevrouw Aat Koopmans-de Vries.  

Aat Koopmans-de Vries met zoon Walter Koopmans

Het plan werd bedacht om een verhaal voor de lustrumwebsite te maken over Rein Koopmans en de beginjaren van RC ‘t Gooi en vragen, zoals “wat voor club was het toen?” en “hoe gingen ze met elkaar om?” te beantwoorden. Er vond een gesprek plaats, waarbij vergeelde documenten en oude foto’s op tafel kwamen. En natuurlijk de verhalen van lang geleden.

Feest 12 1/2 jr RC 't Gooi in 1945Vergeeld krantenartikel over het 12,5 jarig jubileumfeest in 1945

Reinold Koopmans werd geboren in 1915 in Blaricum. Hij ging naar de tekenschool (ambachtschool) in Hilversum, net als zijn vriend Henk de Vries, de broer van zijn latere vrouw Aat. Rein dook vanwege de razzia’s door de Duitsers in 1943 of 1944 onder bij de familie De Vries om aan tewerkstelling in Duitsland te ontkomen. Daar leerden Aat de Vries en Rein Koopmans elkaar kennen. Zo raakte Aat betrokken bij RC ’t Gooi.

“’t Was een leuk stel mannen” zegt ze over die tijd, “je voelde je er thuis, ook met de vrouwen van de spelers. Er werd nooit gescholden of lelijke dingen gezegd. De meeste spelers waren ook geen grote, stoere jongens. Ze speelden niet op kracht, maar volgens de spelregels. Dieter Büchner en Walt Jongman – de neef van Rein – waren wel grote kerels. Rein Koopmans was niet groot, zo’n 1.75 m lang, hij was rustig, trad niet op de voorgrond, maar was als speler gedreven, soms fanatiek. Ook buiten het rugbyveld gingen ze met elkaar om, het was een echte vriendenclub. Zo werd er bijvoorbeeld gezamenlijk gekampeerd op het strand van Egmond aan Zee, dat mocht toen nog“.

ReinK-35Kamperen op het strand van Egmond aan Zee in 1934/35: RC ’t Gooi-oprichter Henk Kruissink, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Witte van Heijningen, Walt Jongman

Toen Rein en Aat in 1946 trouwden vond haar schoonvader, dat het nu tijd was om maar eens op te houden met dat rugby-spelen en alle energie in werk en carrière te steken. Maar dat was niet naar de zin van Aat en dat gebeurde dus ook niet. Rein is nadat hij met spelen stopte nog vele jaren lid van de rugbyclub gebleven. De vriendenkring uit die tijd is heel lang blijven bestaan, vaak tot het overlijden toe. Rein en Aat Koopmans waren in het bijzonder bevriend met neef Walt Jongman, Ben Hosman, Frans Buys, Dick Bouwman, Gé Meerman, Bob Zwart, Kees Meeuwis, Bob Lamberton en Witte van Heijningen en hun partners. Dat bleef niet beperkt tot wederzijdse bezoeken en verjaardagskaartjes, maar omvatte ook gemeenschappelijke hobbies. Zo waren Rein Koopmans, Dick Bouwman en Ben Hosman alle drie enthousiaste amateur-kunstschilders.

ReinK-15Tekening van Dick Bouwman voor de 75ste verjaardag van Rein Koopmans

Zoon Walter Koopmans ging wel met z’n vader mee naar de feestjes in de Utrechtse Poort. Hij heeft zich zelfs laten verleiden om bij ’t Gooi te gaan rugbyen, maar dat bleek toch niet z’n roeping te zijn. Rein Koopmans bleef altijd belangstellend naar het wel en wee van RC ’t Gooi. Zo nam hij deel aan de reünies van oud-spelers in 1978 en 1983, in het toen hagelnieuwe clubhuis.

1978 Lustrum-06Rein en Aat Koopmans bij de lustrum-reünie in 1978, rechts vooraan op de tribune van het sportpark in Hilversum, tussen de andere RC ‘t Gooi-reünisten

1983-04-23 Lustrum reunie-02Oud-spelers bij de lustrum-reünie in 1983. Achter: Cor de Rie, Dieter Büchner, Dick Bouwman. Midden: Witte van Heijningen, Kees Meeuwis, Dolf Plat, Henk van Zalinge, Wim Klink, Paul Engelblik. Vooraan: Rein Koopmans, Henk Ulrici, Jaap Klasema, Ben Hosman, Louis Hosman, Bob Lenderink.

Zie ook:

Ben Hosman in gesprek met Herman Nijhuis (1977)

De heroïsche sneeuwwedstrijd tegen Anderlecht (1946) 

Vlak na de oorlog: 12 1/2 jaar RC ’t Gooi (1945)

Nederland-Tsjechoslowakije (1946)

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-02

Anderhalf jaar na de oorlog, op zondag 10 november 1946, speelde het Nederlands vijftiental tegen Tsjechoslowakije op het Bussumse Sportpark Zuid. De selectie voor deze wedstrijd bestond uit 19 spelers, waarvan maar liefst 11 van AAC. Er zaten ook 2 Gooiers bij: Van Heijningen was fullback en Hosman reserve.

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-01

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-031946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-05De onbekende Tsjechoslowaken verrasten Nederland door “enigszins in Franse stijl” te spelen. Het waren “goed getrainde en stevige spelers, die het de Hollanders niet gemakkelijk hebben gemaakt”, wat resulteerde in een 0-11 ruststand. In de tweede helft kwam Nederland dankzij opvallende acties van ARVC-speler Hans van Swol terug, wat twee tries opleverde. Maar ook de Tsjechoslowaken scoorden nog en dat leverde de eindstand van 8-14 en daarmee een onverwachte nederlaag op.

De interland werd georganiseerd door RC ’t Gooi en trok 870 betalende bezoekers, waarvan er 543 een kaartje van 60 cent kochten en de overige 327 voor het gereduceerde tarief van 25 cent naar binnen mochten. Daarmee kwam de totale recette op 407,55 gulden. Na aftrek van de kosten bleef er een positief resultaat van 95,63 gulden over, waarvan ’t Gooi 10%, ofwel 9,56 gulden mocht behouden. Tel uit je winst!

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-04

Pieter Tolsma van AAC stuurde ons de nodige documenten en foto’s van momenten uit de wedstrijd van Nederland tegen Tsjechoslowakije (waarvoor hartelijk dank!).

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-061946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-07

De afsplitsing van RC Hilversum (1954)

A. ("Pa") Büchner, trainer en coach 1944-1962De voorgeschiedenis begon al in december 1946, toen negen nieuwe leden zich bij RC ’t Gooi aanmeldden. Ze kwamen allen uit Hilversum en waren lid van de G.A.C. (de Gooise Atletiek Club), met de bedoeling later weer terug naar Hilversum te gaan, om daar een geduchte tegenstander voor ’t Gooi te worden. “Wij begroeten u allen en hopen, dat het besluit tot samengaan van de leden van G.A.C. met ’t Gooi een voordeel zal worden voor u zelf en de rugbysport” schreef de toenmalige trainer A. (“Pa”) Büchner. De negen nieuwelingen waren W. Ultee, C. de Rie, F. Frankfort, B. v.d. Woude, C. v.d. Linde, Joh. v.d. Tak, K. van Spengen, W. Tisse en Van Boxem.

Trainer A. (“Pa”) Büchner

Dat een aantal Hilversumse leden zich acht jaar later van RC ’t Gooi afscheidde om in Hilversum “voor zichzelf” te beginnen kwam dus niet helemaal onverwacht.

2004 Zes pioniers RC HilversumDe oprichters van RC Hilversum: Cor de Rie, Dave van de Giesen, Wim van Ouwerkerk, Pim Ooms, Joop Gorel en Frits Frankfort

In 1954 gebeurde het: toen scheidde een aantal Hilversumse spelers van RC ’t Gooi zich af, om RC Hilversum op te richten. Hoe ging dat destijds in z’n werk? Ging alles in goed overleg, sloegen ze elkaar de hersens in, of was het iets er tussenin? Was RC ’t Gooi blij met een nieuwe rugbyclub in de buurt of had de pijn van het ledenverlies de overhand? Voor de antwoorden doken we in de archiefstukken uit 1954.

De brief van Frits (Frankfort) aan Frits (Ronday) over de oprichting van RC Hilversum op 23 september 1954

In een circulaire aan de aangesloten verenigingen schrijft de NRB op 10 september 1954, dat in de komende ALV o.a. het aannemen als lid van de nieuwe vereniging R.C. Hilversum aan de orde zal komen. Enkele dagen later, op 16 september 1954 schrijft de waarnemend secretaris van de vereniging in oprichting, Frits Frankfort, een brief aan Frits Ronday, de secretaris van RC ’t Gooi. Hij schrijft, dat de officiële oprichtingsvergadering van RC Hilversum op 23 september 1954 in de “Jonge Graaf van Buren” aan de Laanstraat in Hilversum zal zijn. Tevens doet hij een voorstel voor de afwikkeling van de contributies van de opzeggende RC ’t Gooi-leden en zegt hij zelf zijn lidmaatschap op.

De opzegging van Pim Ooms

Op 21 september 1954 verstuurt RC ’t Gooi-secretaris Frits Ronday een afzegging voor de deelname aan het Béchet-toernooi van 26 september, o.a. wegens het afstaan van diverse leden aan de nieuw op te richten RC Hilversum en de onervarenheid van veel van de overige spelers. Opzeggingen van de Hilversummers Pim Ooms (op 30 september 1954) en Dave van der Giessen (29 september 1954) zijn bewaard gebleven.

Fragment uit de circulaire van de NRB van 6 november 1954

Op 6 november 1954 verschijnt er een circulaire van de NRB aan de aangesloten verenigingen, met mededelingen naar aanleiding van de ALV van 16 oktober 1954. Onder andere, dat RC Hilversum als NRB-lid werd toegelaten. En verder: ”De verenigingen, die tegen R.C Hilversum zullen spelen worden verzocht een bal mede te nemen, aangezien zij nog niet over voldoende materiaal beschikken”. Of ze die bal weer mee terug konden nemen staat er niet bij…

Fragment uit de brief van RC ’t Gooi aan de NRB van 19 maart 1955

Op 19 maart 1955 stuurt RC ´t Gooi een brief-op-poten, getekend door de bestuursleden W. Büchner en voorzitter J. van den Bovenkamp, aan de NRB betreffende een financieel verschil van mening. Daarin de volgende alinea: ”De N.R.B. schijnt heel weinig begrip te hebben, dat ook de club-kas van een vereniging, die tweemaal in vier jaar een groot gedeelte van zijn leden heeft afgestaan voor de oprichting (resp. heroprichting) van twee clubs in onze toch al niet te grote rugby-wereld, vrij zwak kan zijn”. Gedoeld wordt op de heroprichting van ARVC en de oprichting van RC Hilversum. Blijkbaar waren de wonden nog niet geheeld…

RC Hilversum – RC ’t Gooi in 2012

Als je het bovenstaande in ogenschouw neemt lijkt het erop dat er sprake was van een echtscheiding met wederzijdse instemming, met redelijkheid aan de oppervlakte en irritaties dicht onder de huid. Logisch, in zo´n situatie. Van elkaar de hersens inslaan blijkt uit de bekeken archiefstukken in elk geval niets.

Frits Frankfort-02Frits Frankfort schreef er in de lustrum-Scrum van 2003 het volgende over: “Toen wij in 1954 met nog een stel Hilversummers, die toen in het eerste bij ’t Gooi speelden een eigen rugbyclub in Hilversum oprichtten, was dit een zeer grote aderlating voor RC ’t Gooi. Buiten het speelveld is dat praktisch altijd in goede harmonie en samenwerking gegaan. Op het speelveld was dat natuurlijk direct een echte Gooise Derby. Vergeet niet, dat van de negen Hilversummers er 7 in het eerste team speelden en de andere 2 reserve stonden. Die spelers waren toen: Cor de Rie, Pim Ooms, Dave van de Giesen, Wim Ouwerkerk, Jan Steenmeijer, Joop Gorel, Wim Ultee, Frits Frankfort en Joop van de Tak”. En verder: “Na de uittreding van de Hilversumspelers in 1954 was ’t Gooi jarenlang fysiek en qua spel een klasse minder geworden”.

Als we kijken naar wat de splitsing beide verenigingen vandaag de dag gebracht heeft, kunnen we alleen maar positief zijn. Het gaat beide verenigingen goed, ze zijn beide toonaangevend in de top van het Nederlandse rugby. Er heerst een gezonde onderlinge rivaliteit, zoals wel vaker tussen buren en het is bepaald niet uitgesloten (zeggen we nu, halverwege januari 2013), dat de beide verenigingen elkaar het kampioenschap van Nederland 2013 gaan betwisten.

De hoop van trainer “Pa” Büchner uit december 1946, dat “het besluit tot samengaan van de leden van G.A.C. met ‘t Gooi een voordeel zal worden voor u zelf en de rugbysport” is uitgekomen.

Ben Hosman in gesprek met Herman Nijhuis (1977)

Ben Hosman en Wim Munnikhuizen bekijken oude rugbyfoto’s, 26 januari 2005 

Zesendertig jaar geleden stond er in De Scrum van februari 1977 een interview met ons erelid Ben Hosman. Hij sprak met Herman Nijhuis (toen nog geen erelid), destijds de aanvoerder van de Scrumredactie, over zijn herinneringen aan oude Gooi-tijden. Een mooi verhaal, dat we hier graag nog eens vertellen.

RC ’t Gooi 1937. Achter: Kees Meeuwis, Dolf Plat, Fred Huyer, Kees Kennis, Rein Koopmans, midden: André van de Hoek, Louis Diem, Johan de Kooter, Henk Stuurop, Bob Lamberton, Hans Fannois, Walt Jongman, vooraan: Ben Hosman, Jaap Klasema, Piet van Lingen

Praten met Ben Hosman over rugby op een winteravond bij de open haard met een goed glas wijn is een openbaring. Sprankelend komen de rugby-verhalen te voorschijn. Vele namen worden genoemd. Mannen van het eerste uur, die onze club hebben opgericht: Bob de Jonge, Witte van Heijningen, Bob Lamberton, Rein Koopmans, Kees Meeuwis, Jaap Klasema, Elbert Kortenoever, de Kooter, Schrage, Plat, van de Hoek, Zöllner en vele anderen.

1937-38 vertrek van station Bussum naar Den Haag. 1e rij: Walt Jongman, André Talboo, Fred Huyer, Jaap Klasema, Johan de Kooter, 2e rij: Kees Kennis, André van de Hoek, Kees Meeuwis, Ben Hosman, 3e rij: Elbert Kortenoever, Reijn Koopmans, Dolf Plat, 4e rij: Aad Kennis (met hoed), Bob Lamberton

In feite is het allemaal begonnen in december 1932, toen de heren Kruissink en Talboo in het Tuschinsky Theater te Amsterdam een film zagen over rugby en zodanig enthousiast werden, dat besloten werd om, met medewerking van de Nederlandse Rugby Bond, te trachten ook in Bussum een rugbyclub op te richten. En hiermede was in februari 1933 R.C. ’t Gooi geboren.

Het landhuis Drafna in Naarden, waar het Theosofisch Lyceum was gevestigd 

De eerste trainingen en wedstrijden werden gespeeld op de ezelweide met een boom midden in het veld, dat gelegen was naast het Theosofisch Lyceum “Drafna”. Ben Hosman begon in 1936 rugby te spelen op het veld bij de watertoren, zgn. het terrein bij de zandafgraving. Een veld vol zwerfkeien, dat niet geschikt was voor de voetballers. Maar rugby kon er wel op gespeeld worden. Als kleedruimte had men een oude loods ter beschikking en als douche een waterton met een puts. Dat waren barre tijden!

Er bestond echter een hechte vriendenkring (zodanig zelfs, dat de meisjes soms gedeeld werden). Er was ook geen clubhuis, waardoor het veld het enige trefpunt was, waar men elkaar met vrienden, vriendinnen en familieleden ontmoette. Na afloop ging men met de dames achterop de fiets weer huiswaarts, met uitzondering van een enkele gelukkige, die de beschikking had over een auto of een motorfiets.

Door die hechte vriendenkring werden wedstrijden gewonnen, niet door een grote techniek, doch door een verbeten inzet om elkaar niet teleur te stellen. Doordat er maar zeven clubs waren, kende iedereen iedereen en de onderlinge band tussen die clubs was reuze goed. In oorlogstijd werd het wat minder met het clubgebeuren en er zijn toen een paar leden gefusilleerd.

Nassaulaan Bussum, in oorlogstijd, te zien aan de verduisteringsschotten voor de winkelramen. Kees Meeuwis, Aga Klasema (de vrouw van Jaap), Jaap Klasema, Ben Hosman, Rie Hosman

Ben Hosman is eigenlijk door zijn buurjongens Jaap Klasema en Kees Meeuwis in de rugbysport terecht gekomen en hij heeft er nooit spijt van gehad. Werd hierin ook sterk gesteund door zijn vrouw. Toen er kinderen kwamen vergezelde zij hem altijd nog naar het rugbyveld. Ook toen er vier kinderen waren werd er trouw naar het veld gekomen. Pa Hosman had dan een kind voor- en achterop de fiets, ma Hosman kwam dan later met de kinderwagen naar het veld met een kind erin en een kind erop of ernaast.

De feesten die in die tijd werden gehouden werden ook per fiets bereikt. Zo staat nog in aller herinnering het carnavalsfeest in “De Zeven Linden” te Laren; men moest er wel tot 4 uur in de nacht binnen blijven vanwege de spertijd in de oorlog. De kinderen werden ter plekke in de bedstee gedeponeerd.

Er werden in die tijd ook demonstratiewedstrijden gehouden, zelfs rugby was een onderdeel van de Olympische spelen in Amsterdam. RC ’t Gooi leverde reeds in 1936 spelers voor het nationale XV-tal, o.a. Walt Jongman, die maar eventjes vanuit Egmond aan Zee naar Bussum fietste om daar eventjes de interland tegen Frankrijk te spelen en toen maar weer eventjes terugfietste naar Egmond. Ook de heren Stuurop en Schut kwamen iedere week getrouw uit Eerbeek om te trainen en te spelen. Dat was ouderwetse inzet en men was in die tijd niet veel luxe gewend.

Scrum in de sneeuwwedstrijd tegen Anderlecht in 1946

In 1939 speelden Jaap Klasema en Walter Jongman mee tegen Roemenië. Ook de wedstrijd tegen Anderlecht zal Ben nog vele jaren heugen. Na een tocht van ruim 5½ uur met de bus was er zoveel sneeuw gevallen, dat toen men bij Anderlecht aankwam  er inmiddels 30 cm lag. De Belgen hadden er toen geen zin meer in om een partij te spelen, maar ja, die Hollanders hadden niet voor niets zo lang in die rotbus gezeten, zodat er, onder daverende lach-salvo’s, toch nog een wedstrijd gespeeld werd.

Ook de bustocht naar Düsseldorf ligt nog vers in de herinnering. Men ging vanuit Bussum met een bus van Bussums Bloei. Daar aangekomen werden zij ontvangen door heren met bruine hemden aan en in wagens naar het sportveld vervoerd, waar later de Joden naar de gaskamers werden getransporteerd. Op de terugweg was halverwege de bus van Bussums Bloei uitgebloeid, midden in de bossen in de buurt van Arnhem kregen zij panne (gelukkig voor hen die een vriendinnetje bij zich hadden).

Gooi 1937/38, demonstratiewedstrijd in Dieren. Achter: Bob de Jonge, Dolf Plat (met scrumcap), Jan van Schaik, Bob Zwart (met alpinopet), Ko Munnikhuizen, Bep van Kooten, Witte van Heijningen, Reijn Koopmans, Zollner, Jaap van Schaik, ? (met regenjas), voor: Kees Meeuwis, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Fred Huyer, Elbert Kortenoever, Walt Jongman

De sterkste van de zeven clubs uit die tijd waren ongetwijfeld de Delftse Studenten, maar onze voorwaartsen hadden er tijdens die wedstrijden wel danig de pest in, daar ze meestal in een wolk van jenever stonden te pushen. Het sportpark aan de Meerweg werd intussen het rugbyveld. Ook daar werden reeds in 1946 en 1947 veel demonstratie- en internationale wedstrijden gespeeld voor een in die tijd toch wel talrijk publiek. Meestal betraden wij het veld met de vlag van R.C. ’t Gooi voorop (waar is eigenlijk die vlag gebleven?).

Knipsel uit De Bussumsche Courant van 24 februari 1939

Voor reklame werden er door de leden met de hand gemaakte affiches gemaakt (ingekleurd met zwarte en rode inkt). Die werden dan bij de winkeliers voor de ramen gehangen of aan bomen genageld. De enige ernstige blessure die Ben Hosman ooit heeft opgelopen is een hersenschudding in de wedstrijd tegen België. Vanuit België werd hij toen met rugbykleren en al in de auto gezet en bij zijn vrouw afgeleverd, die toen wel wist dat er iets fout was.

Rechts Ben Hosman als scheidsrechter op Sportpark Bussum Zuid bij een onbekend sevens-team

Zonder meer stelt Ben, dat hij door de rugbysport een veel groter doorzettings- en incasseringsvermogen heeft gekregen. Maar, gelooft hij, je had in die tijd meer over voor je club en de sport dan nu het geval is. In 1936 begonnen met spelen tot 1956. Daarna nog diverse bestuurstaken vervuld. Ook is Ben nog scheidsrechter geweest. Hij kan terugzien op een bijzonder fijne sporttijd.

De oprichters van RC ’t Gooi

Uit de overlevering weten we, dat er twee jongemannen waren, die in december 1932 enthousiast naar Bussum terugkeerden, nadat ze in de Amsterdamse Tuschinski-bioscoop een film over rugby hadden gezien. Zij namen het initiatief tot de oprichting van de Drafna Sport Club, die later Gooische Rugby Club en weer later Rugby Club ’t Gooi zou gaan heten. Maar wie waren die jongemannen en wat weten we van ze? Henk Kruissink en André Talboo heetten ze, weten sommigen van ons. Daarmee houdt de kennis wel zo ongeveer op. Dus maar eens op onderzoek uit.

Berichtje in De Bussumsche Courant van 17 januari 1933 over de oprichting op 14 januari 1933

 

1934-35 Kamperen met Henk Kruissink, Bob Lamberton, Johan de Kooter en Witte van Heijningen

Drs. H.W.J.Z. (Henk) Kruissink was leraar Engels aan het Drafna-lyceum en woonde aan de Brediusweg 66 in Bussum. Hij was 27 jaar oud, toen op 14 januari 1933 de Drafna Sport Club werd opgericht en hij de eerste voorzitter werd. Hij was erbij aanwezig, toen op 4 maart 1933 het bestuur van de Nederlandse Rugby Bond de nieuwe vereniging als lid accepteerde.

Zijn positie als docent zal de nieuwe club vast wel geholpen hebben om het sportveld van het Drafna-lyceum te mogen gebruiken. De naam Drafna Sport Club ligt niet echt voor de hand voor een Bussumse rugbyclub. Deze werd echter gekozen op verzoek van de rector van het Drafna-lyceum, prof. dr. D. van Hinloopen Labberton. En dat kweekte vast ook weer goodwill voor de nieuwe vereniging.

Henk Kruissink uitte in de algemene ledenvergadering van de nieuwe vereniging in oktober 1934 heftige kritiek ‘op den moreelen en financieelen toestand der vereniging’. Deze was acht maanden daarvoor met de vooroorlogse Hilversumsche rugbyclub gefuseerd tot de Gooische Rugby Club, met hem als energieke voorzitter. Zijn bestuurlijke kwaliteiten kon hij ook op een andere manier uiten, want (vooral) hij organiseerde de interland Nederland-Frankrijk B (uitslag: 11-66!) op 22 april 1935, 2e Paasdag, op Sportpark Bussum. In oktober 1935 werd hij benoemd tot bondsconsul en in september 1936 tot lid van het hoofdbestuur van de N.R.B.: een veelbelovende carrière als rugbybestuurder leek aangebroken.

Foto uit de Gooi- en Eemlander van 23 april 1935

Als rugbyspeler was Henk Kruissink minder opvallend, zijn naam wordt tenminste weinig genoemd in de krantenverslagen uit die tijd. Hij speelde als forward in de eerste rij en trad soms als aanvoerder op. In 1937 is hij overleden. In De Gooische Post van 3 april 1937 staat onder de overlijdensberichten, dat Hendrik W.J.Z. Kruissink, 31 jaar oud en ongehuwd, te Bussum is overleden. De oorzaak van zijn vroegtijdig overlijden wordt niet genoemd, ook niet in de overlijdensadvertentie die zijn ouders plaatsten in het Algemeen Handelsblad van 27 maart 1937. Daaruit blijkt wel, dat hij diezelfde dag overleed en op woensdag 31 maart 1937 op de Algemene Begraafplaats in Naarden begraven zou worden. Deze begraafplaats wordt tegenwoordig de Oude Begraafplaats genoemd en ligt aan de Bussumse Brediusweg, tegenover hotel-restaurant Jan Tabak. Het graf van Henk Kruissink is daar nog te zien.

Op 16 april 1938, bij de viering van het eerste lustrum, noemde De Bussumsche Courant Henk Kruisink: ‘een voorbeeld van kameraadschap en sportiviteit’ en ‘een groot verlies voor de club’. Hij werd als voorzitter opgevolgd door J.A.J. (Bob) de Jonge, ons latere erelid.

1937-38 Vertrek vanaf station Bussum naar Den Haag. André Talboo is de tweede van links op de eerste rij 

André Talboo was de andere oprichter van de rugbyclub. Hij woonde in Bussum aan de Nassaulaan 16 en zou de eerste penningmeester worden. Zijn verhaal in De Scrum van 1946, 13 jaar na de oprichting van de vereniging opgeschreven, is tot nu toe – bij gebrek aan documenten over die tijd in ons archief – onze belangrijkste bron van kennis over de begintijd van de club.

Op de ledenlijst van het begin van het seizoen 1940 (die zal dus ongeveer van september 1940 geweest zijn) staat Talboo vermeld als buitengewoon lid, wonend in Oegstgeest en ook uit een brief van 31 december 1941 blijkt, dat hij in Oegstgeest woont, maar nu op een ander adres. In die brief doet hij het verzoek, de wedstrijd om zijn ‘Talboo-beker’ te verspelen op 4 januari 1942, ‘zoodat ik dan deze wedstrijd als een waardig slot kan beschouwen van mijn Rugby-leven in Holland’. Hij zou namelijk vertrekken naar Zeeland. Dat dit ook echt gebeurd is, blijkt uit een brief aan André Talboo van 3 augustus 1944, gericht aan een adres in Terneuzen. Het lijkt dus waarschijnlijk, dat de betrokkenheid van André Talboo bij de club vanaf 1940 en misschien wel eerder niet zo groot meer was.

Dat is van belang voor het ‘wegen’ van zijn herinneringen aan de beginjaren, zoals verteld in 1946.  Daar zaten vijf oorlogsjaren en verschillende verhuizingen buiten het Gooi tussen, waarin zijn contact met de club niet intensief geweest kan zijn. In Terneuzen richtte hij in 1944 een rugbyclub T.R.V.C. 1944 op. Ze hadden geen rugbybal en door ‘de nood der tijden’ (de Duitse bezetting en de oorlogshandelingen) viel daar ook moeilijk aan te komen, zoals blijkt uit een uitgebreide en (achteraf) vermakelijke correspondentie hierover. André Talboo speelde in zijn actieve jaren bij ’t Gooi als forward in de derde rij en trad ook op als linesman en referee. André Talboo is  overleden op 7 oktober 1947.

Opnieuw: bikkelen in de sneeuw (1946)

Op zoek naar leuke ouwe koeien – want dat doe je tenslotte bij een lustrum – kwamen we in het jubileumboek ‘RC ’t Gooi 1933-1983′ een verhaal tegen, dat vrijwel naadloos aansluit op ‘Bikkelen in de sneeuw in 1946’. Samen geven beide verhalen een mooi compleet beeld van deze buitenlandse  trip van kort na de oorlog. Lees maar:

In de Scrum van 21 maart 1946 wordt de sfeer van de trip als volgt getekend:

Conclusie: er is in 67 jaar weinig veranderd…!

De oertijd van RC ’t Gooi: het échte verhaal! Deel 1.

Was het nou in februari 1933, in 1932 of op een ander moment, dat Rugby Club ’t Gooi werd opgericht? Een vraag die bij de club rond elke lustrumviering wel de kop opsteekt. Die onduidelijkheid komt doordat er geen ooggetuigen meer zijn, geheugens rare dingen zijn, het clubarchief weinig aanknopingspunten biedt en er briefpapier is gevonden, waarop als oprichtingsjaar 1932 staat vermeld. In het jubileumboek RC ’t Gooi 1933-1983 wordt het verhaal van André Talboo geciteerd, verteld in de Scrum van september 1946:

(wordt vervolgd)

Bikkelen in de sneeuw in 1946

Aan de hand van verhalen in de krant en ons eigen clubarchief construeerden wij 67 jaar na dato het verslag van de heroïsche trip uit 1946 van ’t Gooi naar Brussel. Gedachten aan Nova Zembla, het Behouden Huys en de Elfstedentocht van 1963 drongen zich op!

 

Gooise bikkels in de sneeuw. Geknield: Wil Roegiest, Piet van Lingen, Witte van Heijningen, Peter Maas (met korte mouwen!), Werner Büchner, Engelse gastspeler. Staand: Jan Schrage, Rein Koopmans, Henk Ulrici, Dieter Büchner, Frans Buys, Ben Hosman, Rien Termeulen, Kees Meeuwis, Dolf Plat.

Wie rekent daar nou op: sneeuw in maart? Toch begon het op vrijdag 1 maart 1946 in Nederland en België flink te sneeuwen. Een dag later kwamen de Gooiers in Brussel aan, na een ongetwijfeld weinig comfortabele en “tergend langzame tocht over ingesneeuwde wegen” van maar liefst negen uur (ze waren dus zo rond zes uur ’s ochtends vertrokken!). Er bleek zo’n 30 cm sneeuw op het rugbyveld van het Anderlechtstadion te liggen. Ze hadden slechts 20 minuten de tijd om zich te verkleden en de stramme ledematen enigszins los te maken. Precies om 15.30 uur blies scheidsrechter De Bontridder af voor de wedstrijd tegen Royal Sporting Club Anderlechtois.

De lijnen op het besneeuwde veld waren met rode verfpoeder getrokken. In de eerste helft wisten de partijen elkaar in evenwicht te houden. Een schitterende sprint van Witte van Heyningen over zo’n 80 meter (in de sneeuw!) leverde een try tussen de palen op. Henk Ulrici hield de Belgische defensie voor de gek en scoorde ook een try, wat resulteerde in een 6-6 ruststand. Maar in de tweede helft gaf het technisch overwicht van de Belgen de doorslag, ondanks heftig verzet van “Les Bataves”. De wedstrijd werd gespeeld “dans un esprit de fair-play excellent” volgens de journalist die de wedstrijd versloeg.

Daarna was het feest, op zaterdagavond en op zondag, wat voor de Gooiers leidde tot een paar onvergetelijke dagen in Brussel. Anderhalve maand later, op 14 april 1946, zou in Bussum de herkansing volgen.

Zie ook:

Opnieuw: Bikkelen in de sneeuw (1946)