Meer dan 20.000 pagina’s van de lustrumwebsite bekeken!

Vlak voor Kerst 2013, ruim negen maanden na de start van de lustrumwebsite stond de teller van het aantal pageviews (bekeken pagina’s) boven de 20.000! Dat geeft wel aan, dat er geregeld op de site wordt rondgeneusd, ondanks dat er de laatste paar maanden geen nieuwe verhalen, foto’s en filmpjes verschenen zijn. En daar komen ook de kijkers op de Facebookpagina over 80 jaar RC ’t Gooi nog bij. Facebook maakt daar uitgebreide statistieken over: 17 kolommen maar liefst. Twee daarvan zijn duidelijk: de datum en het aantal mensen dat de Facebookpagina heeft geliked. Dat zijn er 140.

Verder hebben 17.031 personen een bericht, filmpje of foto ‘geliked’ of een persoon op een foto ‘getagged’, 87.172 personen hebben geklikt op berichten en 542.733 mensen hebben berichten die zijn geplaatst gezien. Tenminste: als we het goed hebben begrepen… De overige kolommen dienen vooral om te imponeren en de eenvoudige lezer het statistische bos in te sturen. De aantallen zijn indrukwekkend: ze lopen op tot maar liefst 3.245.659! Maar wat ze nu precies voorstellen…?

’t Geeft in elk geval wel aan, dat ons lustrum niet ongemerkt voorbij is gegaan. De Top-10 pagina’s op de lustrumwebsite zijn:

1. Over… 3.295 16,4 %
2. Home page / Archives 2.192 10,9 %
3. Fotogalerie 1.571 7,8 %
4. Interviews 1.066 5,3 %
5. Jaren 80 762 3,8 %
6. Jaren 70 731 3,6 %
7. Jaren 60 en eerder 615 3,1 %
8. Jaren 90 557 2,8 %
9. Terug naar de toekomst in 1997 434 2,2 %
10. Specials 417 2,1 %
Totaal 11.640 58,1 %

De eerste twee betreffen de homepage; samen goed voor 5.487 pageviews (27,4%). De volgende categorie betreft foto-galeries en bestaat uit de nummers 3, 5, 6, 7 en 8: samen goed voor 4.236 pageviews (21,2%). Dan volgen de filmpjes: de nummers 4 en 10, samen goed voor 1.483 pageviews (7,4%). We kijken dus vooral naar foto’s en filmpjes. En dan blijft nummer 9 over: het eerste en enige verhaal in deze Top-10, met 434 pageviews (2,2%). Waarom nu juist dit verhaal zo goed scoort? Omdat de term ‘SWOT-analyse’ (analyse van sterkten en zwakten, kansen en bedreigingen) daarin voorkomt en er nogal wat studenten zijn, die Googlen op die zoekterm…

Na ’Terug naar de toekomst’ ziet de verhalen top-10 er als volgt uit:

1. Terug naar de toekomst

2. De Nijenrode connectie

3. Rugbypromotie in de jaren ‘70

4. Kampioen der kampioenen

5. Ben Hosman in gesprek met Herman Nijhuis

6. “Een leuk stel mannen”, door Tom Visser

7. September 1980: 148 – 13 voor RC ‘t Gooi

8. Felicitaties en herinneringen, door Tibor Snelders

9. De oertijd van RC ‘t Gooi: het échte verhaal

10. Café-restaurant Prinses Margriet

Nog niet allemaal gelezen? Grijp dan nu je kans en klik even door… O ja: we zijn van plan in januari en februari 2014 weer wat nieuwe verhalen en filmpjes op de site te zetten, want het lustrum-seizoen is nog niet afgelopen. Hou ‘t dus in de gaten!

Hommage aan Frits Frankfort (1977)

1368377528_2510_jpgRC ’t Gooi landskampioen 2013

11 Mei 2013 moet wel een topdag zijn geweest voor de 85-jarige Frits Frankfort: hij mocht de kampioenschapsbeker uitreiken aan de nieuwe landskampioen. En dat zou óf RC Hilversum óf RC ‘t Gooi worden, allebei clubs waaraan Frits vele jaren met hart en ziel zijn niet geringe rugbykennis beschikbaar stelde. Met het ene puntje verschil in de laatste minuut in het voordeel van RC ‘t Gooi was hij vast net zo blij als hij met de omgekeerde uitslag geweest zou zijn… Eind 1977 schreef een anonieme redacteur van De Scrum het nu volgende waarderende verhaal over Frits onder de titel “Hommage aan een 50 jarige oud-Gooi rugbyer”; de redactie is hier en daar enigszins aangepast.

Frits Frankfort-01Deze keer willen wij Frits Frankfort eens in de schijnwerpers zetten, omdat hij onlangs 50 jaar is geworden en omdat hij een enorme hoeveelheid werk voor de rugbysport heeft verzet. Frits werd op 9 november A. ("Pa") Büchner, trainer en coach 1944-19621927 te Deurne in België uit Nederlandse ouders geboren. Hij is beslist geen Belg, moesten we van hem speciaal vermelden. Frits is zijn rugby-loopbaan in de zomer van 1945 bij RC ’t Gooi begonnen. Door Piet van Lingen (ook een oud-Gooier) werd hij meegenomen naar een demonstratie-rugbywedstrijd, Noord-Holland tegen Zuid-Holland, op het sportpark te Hilversum, tegenwoordig het Nationale Rugby Centrum. Samen met Cor de Rie kwam hij toen in handen van Pa Büchner.

Voormalig Gooi-trainer Adolf “Pa” Büchner

Door hem werd Frits wat hij noemt “aangepakt”, dat wil zeggen 2x per week een uur lang een bal tegen een paaltje gooien en weer opvangen. Frits noemde dit “paaltje pissen”. Pa Büchner had het echter juist gezien: Frits kon na verloop van tijd blindelings passen en goed ook.

foto014RC ’t Gooi-team van ca. 1953. Achter: Bert de Boer, Leo Toff, ?, Ferry de By, ?, ?, Piet Dijkman, Dolf Plat, Cor de Rie. Voor: ?, ?, ?, Frits Frankfort, ?, ?.

De toenmalige driekwartlijn met Frits als scrum half, Werner Büchner fly half, Ad Nordeman 1e center, Cor de Rie 2e center en Peter Maas en Frans Buys als wings liep dan ook als een trein. Toentertijd speelden meer 2004 Zes pioniers RC HilversumHilversummers bij ‘t Gooi, zoals Joop Gorel, Wim Ouwerkerk, Pim Ooms, Dave van de Giessen, Henk Giel en Cor de Rie. Samen met deze vrienden heeft Frits op 23 september 1954 Rugby Club Hilversum opgericht. Belangrijke factor was hierbij de kleur van het shirt. De keus is toen gevallen op blauw/wit, want die waren per 1.000 stuks goedkoper.

De Gooiers die in 1954 RC Hilversum oprichtten

Zijn laatste interland speelde hij op 37-jarige leeftijd, hij had toen zo’n 39 maal voor het nationale team gespeeld. Met de Impala’s mee komt hij tot ongeveer 80 wedstrijden voor Nederland: voorwaar een prestatie. Wedstrijden met ontzettende pakken slaag, maar ook met enorm veel plezierige herinneringen. Zoals de wedstrijd tegen de Belgen. Verzamelen westzijde Centraal Station in Amsterdam. Eén van de spelers mocht niet van zijn vrouw. Goede raad was duur. Nog een Gooi-speler, namelijk Leo Toff,werd om 7 uur van zijn bed gelicht, maar was er pas om 6 uur ingegaan, na een feest. Zulke dingen gebeurden toen.

1974-02-05 Hilversum-Gooi-22Frits Frankfort in actie als oude meester in een wedstrijd RC Hilversum – RC ’t Gooi op 5 februari 1974

Frits was zo’n 40, 41 jaar, toen hij trainer werd van de A-selectie van de NRB. Dat heeft hij 2 jaar gedaan en toen werd het overgenomen door Gert van Rheenen. De 16-18 selectie werd toen de zorg van Frits. Na veel trainen werd de eerste buitenlandse trip naar Heidelberg (zeer sterk) winnend afgesloten. In 1970 werd hij weer trainer van het A-team en begon tevens de samenwerking met Denis Power. Om zich verder te bekwamen in de rugbysport volgde Frits diverse training/coaching cursussen in Engeland, Schotland en Wales, wat hem nu in de praktijk van zeer veel nut is. Momenteel is Frits Senior Coach (deze wordt door de NRB benoemd), docent trainerscursussen, examinator en lid van de selectiecommissie, samen met Denis Power en Theo Snijders. Tevens is hij nog commissielid opleidingen. Via Pim Ooms heeft hij 1 maal zwangere huismussen beziggehouden, maar dat nooit meer.

Frits Frankfort SingersLogo van de Frits Frankfort Singers

De trip met de Hilversumse Rugbyclub naar Hull weet Frits zich nog maar al te goed te herinneren. Vandaar dat de laatste trip georganiseerd moest worden onder de naam “Frits Frankfort Singers”, een geniale vondst van Aart Baartwijk, zodat men Engeland kon binnenkomen. Zelfs de ontbijttickets waren gesteld op naam van de “Frits Frankfort Singers” en het hotel was dan ook in de stellige overtuiging dat men met een zangkoor, maar dan wel een raar zangkoor, te maken had.

foto186De aanstormende jeugd in 1977, 16-18 sevens-team. Staand: Marcel Jacobs, Henk Rohaan, Jeroen Snijders Blok, Jan Rohaan. Geknield: Michiel Veldkamp, Mark Dekker, Ted Anema.

Op de vraag hoe Frits nu ‘t Gooi ziet moet hij eerlijk bekennen, dat wij momenteel een groep hebben waar in de toekomst veel mee te bereiken valt. Duidelijk is dat de jeugd een veel grotere inbreng heeft dan voorheen het geval was. Hij heeft ook vernomen, dat wij een zeer goed sociaal verzorgd jeugdwerkbeleid voeren. Het rendement komt echter pas over enige jaren goed tot zijn recht met spelers als Vincent Snijders Blok en Ton Jacobs. Ook selectiespelers als de gebroeders Rohaan, Jeroen Snijders Blok en Louk Slabbers zullen hun stempel op ’t Gooi gaan drukken.

Maar Rugby-Nederland is in feite nog te klein. Wij zullen moeten groeien naar 150 tot 200 clubs. Speltechnisch/tactisch en conditioneel liggen wij al een stuk hoger dan vroeger. Er is een duidelijke groei qua spelsterkte waarneembaar en dat is een gezonde zaak. Kijk maar naar de ereklasse met zijn verrassende uitslagen. Het zijn echt niet meer de drie clubs die de toon aangeven. Ook de promotieklasse komt steeds dichter bij de ereklasse te liggen. Er zal echter een reserveklasse aan toegevoegd moeten worden, waarin de tweede teams van de ereklasse zullen moeten gaan spelen. Je voorkomt hiermee, dat een tweede team de promotie kan tegengaan van een vereniging welke in deze promotieklasse speelt naar de ereklasse.

Rozenboom BussumVoormalig hotel café-restaurant De Rozenboom, Bussum

Frits heeft de beste herinneringen aan zijn Gooi-jaren, vooral de feesten in de Rozenboom en de Promers liggen bij hem nog vers in het geheugen. “Ach“, zegt hij, “er is in feite geen enkele club in Nederland die zulke grandioze feesten kon organiseren als ’t Gooi“. Frits is nu trainer van de jeugdteams 14-16 en 16-18 van Hilversum en begint een leuke ploeg op te bouwen. Over een jaar kan hij een zeer sterk team op de been brengen. En daar zal het van moeten komen. Erg belangrijk. Hij heeft ons eerste team aan het begin van het seizoen zien spelen en is tot de conclusie gekomen, dat er nu een team staat met spirit en veel goed, jong materiaal. Je moet ze echter wel hard maken.

1948-04 Geselecteerd schoolteamApril 1948, geselecteerd schoolteam; Frits Frankfort (20 jaar oud) 4e van links op de eerste rij.

“Rugby“, zegt Frits, “is een sport die mij van nature aantrok. Ik was vroeger dan ook een enorme gifkikker en had 12 bazen in een jaar, soms meer. Maar door het rugby ben ik enorm veranderd. Ik heb mij leren beheersen, wat me duidelijk van pas komt“. De spelverruwing neemt toe in de rugbysport. “Maar“, zegt Frits, “rugby is een harde sport, een lichamelijke contactsport, die op een faire manier kan worden gespeeld“. Aan schoppen en slaan heeft Frits een vreselijke hekel. Toch is hij ervan overtuigd, dat de Internationale Rugby Bond de zaken beter aanpakt dan de Internationale Voetbal Bond, door alleen al de spelregels te veranderen.

Om tot betere sportprestaties in het algemeen te komen zou Frits graag zien dat de gymleraren onderling elkaar attenderen op jonge talenten, in welke tak van sport dan ook, om dan deze verder te kunnen begeleiden op de manier zoals de Oostbloklanden dat doen, maar dan wel met alle vrijheden zoals wij ze hebben. De talenten signaleren en stimuleren zou een zeer goede zaak voor geheel sportbeoefenend Nederland zijn.

Bondscoach Frits Frankfort met zijn jongensBondscoach Frits Frankfort met “zijn jongens”, begin jaren ’80

Voor Frits ligt er echter nog een zeer grote taak te wachten bij de jeugd van Rugby Club Hilversum. Wij kunnen en willen niets anders zeggen dan: “Frits zeer veel succes en wij hopen nog vele malen tegen jouw jeugdteams te kunnen spelen. Hartelijk dank voor je komst naar de Poort“.

Zie ook:

Frits Frankfort als NRB-wedstrijdsecretaris (1956 e.v.)

De afsplitsing van RC Hilversum (1954)

 

Bouwen aan de toekomst (1982)

Kleedgebouw

In 2013 bouwt RC ‘t Gooi een nieuw kleedgebouw, worden de beide speelvelden van een nieuwe bovenlaag inclusief drainage voorzien en wordt het clubhuis verbouwd. Niet omdat we dat zo leuk vinden, maar omdat het nodig is om de club in de komende jaren voldoende ruimte te geven om te kunnen doorgroeien. Dat was ook ruim 30 jaar geleden het geval. Toen zaten we in de Utrechtse Poort en wilden we uitgroeien tot een club, waar vooral de jeugd veel meer groeiruimte had, dan het geliefde clubhuis in de Naardense vesting ons kon bieden. Over de bouwperikelen van toen.

Scrum juli 1982-03

Op 28 november 1981 vond er een buitengewone algemene ledenvergadering plaats over de nieuwbouw. Ruim anderhalf jaar eerder was er ook al een BALV aan dit onderwerp gewijd, waarin was beloofd, dat er opnieuw een ledenvergadering zou  komen, als de nodige vergunningen en financiën verkregen zouden zijn. Het voorstel om het bestuur te machtigen tot een uitgave van maximaal 350.000 gulden, waarbij een maximale schuld zou worden aangegaan van 75.000 gulden renteloos voorschot van de gemeente Naarden en een mogelijke lening van 25.000 gulden voor calamiteiten werd met algemene stemmen aanvaard. Zelfwerkzaamheid door de Gooileden zou een belangrijke rol moeten gaan spelen om de plannen mogelijk te maken.

1981-12-07 Start bouw clubhuis

Op 6 december 1981 zetten drie oud-bestuursleden, Dick Bouwman, Dolf Ubaghs en Jan Eijckelhof,  de eerste spades in de grond voor de bouwput van het nieuwe clubhuis: de bouwactiviteiten waren begonnen. In de Scrum van maart wordt de stand van zaken per 10 maart 1982 weergegeven; daaruit twee fragmenten:

Scrum maart 1982-01

Scrum maart 1982-02

Ook in de mei-Scrum weer een verhaal over de stand van de bouwactiviteiten:

Scrum mei 1982-01

De Scrum van juli 1982 was gehuld in een speciaal blauw jasje, gewijd aan het de financiering van de inrichting van het nieuwe clubhuis, waarvoor 30.000 gulden nodig was.

Scrum juli 1982-01

De leden werden opgeroepen geld hiervoor te schenken of aan de club te lenen door een of meer obligaties aan te schaffen.

Scrum juli 1982-02

In het voorwoord van de juli-Scrum schreef voorzitter Hans Grader onder meer:

Scrum juli 1982-04

In De Scrum van september 1982 stak Hans Grader z’n opwinding en ontroering over het nieuwe clubhuis niet onder stoelen of banken.

Scrum september 1982-01

In het voorwoord van de oktober-Scrum meldde de voorzitter:

Scrum oktober 1982-01

In december 1982 schreef de voorzitter in De Scrum:

Scrum december 1982-01

In de Gooi en Eemlander stond  het volgende verhaal over het afscheid van de oude en de officieuze inwijding van de nieuwe Poort op 11 december 1982.

1982-12-13 Officieuze ingebruikname vd Poort op 11 dec 1982

Op 26 februari 1983 werd de bouw van het nieuwe clubhuis afgerond met de officiële opening door burgemeester Kastein, gecombineerd met de receptie voor het 50-jarig bestaan van RC ‘t Gooi.1983-02-28 G+E Opening Poort op 26 feb 1983 deel 1

Op de krantenfoto’s met de gravende oud-bestuurders en bij de officiële opening van het nieuwe clubhuis staan kleine mannetjes duidelijk in beeld. Het zijn respectievelijk Joakim en Jerker Grader. Wat zijn ze groot geworden hè?

Dr. Herman Dirk van Broekhuizen en z’n beker, door Tom Visser

1368377514_0398_jpgIk begrijp niet waarom bekers zo vaak de bekroning van een kampioenschap vormen: ‘t zijn volkomen nutteloze voorwerpen en meestal nog lelijk ook. Je zou ze voor geen goud in je huiskamer willen zetten, maar toch moeten we als sporters zo nodig die “cup met de grote oren”- of wat de bijnaam van zo’n ding ook maar mag zijn – veroveren. Waarom niet een vat bier als trofee? Daar heb je tenminste nog plezier van!

Hoe het ook zij: Rugby Club ‘t Gooi was gek van blijdschap bij het veroveren van de kampioenschapsbeker op 11 mei 2013, nadat we in 2009 ook al eens landskampioen mochten worden. En dat is natuurlijk waar het écht om gaat, zo’n beker is alleen maar een symbool. Maar waarom heet het ding eigenlijk de Van Broekhuizen beker?

1368377525_8600_jpg

Daar zit een spannend verhaal achter, dat helemaal in 1872 begon, toen er in Rijssen een domineeszoon werd geboren: Herman Dirk van Broekhuizen. Zijn vader was geruime tijd in Zuid-Afrika als predikant werkzaam geweest en de andere kinderen uit het Nederlandse gezin waren daar geboren. Na enige jaren vertrokken ze voorgoed naar Zuid-Afrika. Herman Dirk kreeg eerst thuis onderwijs en ging toen naar de middelbare school om vervolgens theologie te gaan studeren aan het Victoria-College te Stellenbosch. Hij zou net als zijn vader dominee worden.

cap“Broekie” van Broekhuizen met z’n cap van het Zuid-Afrikaanse team

Maar hij zat niet alleen met zijn neus in de boeken. Hij was populair onder z’n studiegenoten, joviaal en kameraadschappelijk. Hij had een voorliefde voor sport. In 1896 speelde hij met het Zuid-Afrikaanse rugbyteam tegen een bezoekend Engels touringteam. Vandaag de dag zouden we ze de Springboks en de British Lions noemen. Het Britse team speelde 21 wedstrijden, waarvan er slechts één gelijk eindigde en slechts één werd verloren. En in die ene verloren wedstrijd speelde Van Broekhuizen mee. Winnen van Engeland, dat was nog nooit vertoond! Het Zuid-Afrikaanse team uit 1896 moet in eigen land wel haast onsterfelijk zijn en Van Broekhuizen dus ook.

South Africa rugby team 1896Het Zuid-Afrikaanse team, dat in 1896 voor het eerst in de geschiedenis een Engels touringteam versloeg. Van Broekhuizen staat 2e van links op de achterste rij.

In 1897 ging Van Broekhuizen voor een studiereis naar Europa en het Midden-Oosten. Hij bezocht vele landen, waaronder Nederland. Na terugkeer in 1898 in Zuid-Afrika werd hij hulpprediker in Pretoria. Hij pleitte voor nauwe aansluiting van Transvaal, Oranje Vrijstaat en de Kaap. President Paul Kruger waardeerde hem en raadpleegde hem bij moeilijke kwesties. Toen in 1899 de oorlog met Engeland uitbrak nam hij deel aan de verdediging van het land. Hij werd gevangen genomen en naar Engeland verbannen. Hij wist het vasteland van Europa te bereiken, ging naar de VS en zamelde daar met succes geld in voor de vrouwen en kinderen die zich in Engelse concentratiekampen bevonden.

State President Paul Kruger at his inauguration in 1898De Zuid-Afrikaanse president “Oom Paul” Kruger

Terug in Nederland bepleitte hij in 1902 de invoering van het Afrikaans als de taal van Zuid-Afrika. Hij was de predikant en de toeverlaat van president Kruger tijdens diens verblijf in Nederland. In 1904 was hij weer in Zuid-Afrika en werd hij predikant in Kuilsrivier, bij Stellenbosch. Hij streed voor onderwijs in het Afrikaans, was een van de stichters van de Suid Afrikaanse Akademie vir Taal, Lettere en Kuns en initiatiefnemer van de jaarlijkse “Krugerdagviering”.  In 1912 kreeg hij een jaar studieverlof, dat hij aan de Utrechtse Universiteit doorbracht, echter zonder dat hij erin slaagde zijn proefschrift af te ronden.

Terug in Pretoria werd hij direct weer politiek actief. Hij was tegen de militaire operaties tegen Zuid-West-Afrika in het begin van de eerste wereldoorlog, kreeg als rebel een prijs op zijn hoofd en werd tot 18 maanden gevangenis veroordeeld. Zo maakte hij naam en bewees hij, dat hij hem woord en daad één waren. Hij raakte bevriend met vooraanstaande personen en werd predikant bij de Hervormde Kerk te Pretoria. In 1922 ging hij weer naar Nederland, rondde zijn proefschrift af en behaalde de graad van doctor in de Godgeleerdheid. In 1925 werd hij tot lid van de Volksraad voor de Nationalistische Partij gekozen, wat het einde van zijn loopbaan als predikant betekende.

broekhuyzen bezoekt Rijssen 27-11-1935Zuid-Afrikaans gezant Dr. H.D. van Broekhuizen bezocht zijn geboorteplaats Rijssen op 27 november 1935. Hij staat op de voorste rij, 8e van links.

Hij werd benoemd tot gezant van Zuid-Afrika in Nederland en later ook in België. Hij heeft zich zeer ingespannen voor een betere verhouding tussen Nederland en Zuid-Afrika. Na de Duitse inval in Nederland en België woonde hij in Londen. In 1941 ging hij wegens de gezondheid van zijn vrouw terug naar Zuid-Afrika, na ontslag als gezant te hebben gekregen. Zijn vrouw overleed in 1945 en hijzelf in 1953.

Bij het bezoek aan Nederland van het Zuid-Afrikaans cricketteam op 14 en 15 september 1935 kwamen Van Broekhuizen en NRB-voorzitter Henri van Booven elkaar tegen. Beiden hadden ze belangstelling voor o.a. literatuur, cricket en rugby. De NRB kreeg van Van Broekhuizen een kostbare, puur zilveren beker cadeau. In de NRB-bestuursvergadering van 23 september 1935 werd deze in dank aanvaard en bestemd als wisselbeker voor de rugby-landskampioen. En dat is de Van Broekhuizen beker tot op de dag van vandaag.

1368377530_1665_jpgDaarmee blijft zo’n beker een nutteloos en – naar mijn smaak – lelijk ding, maar wel een voorwerp waar een mooi verhaal aan vast zit. En dat maakt het er een stuk interessanter op. Inmiddels is de beker niet meer helemaal puntgaaf en is ook de glans er een beetje af: teveel rugbyhanden, enthousiasme en bier, denk ik en misschien iets te weinig zilverpoets… Maar wel een mooi stukje Nederlandse rugbyhistorie!

1369893931_7830_jpg

Bronnen:

DBNL Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

Rugby-pioneers

Leo van Herwijnen Rugby Foundation (met een filmpje, waarin Van Broekhuizen voorkomt)

Rijssen in beeld

De paden op (2013)

IMG_6669

“Of-ie gek geworden was?” en of ‘t echt geen grap was? Dat waren reacties die Jack Heer te horen kreeg op zijn idee om met een aantal oud-rugbyers met enige regelmaat een uurtje of zo te gaan wandelen. Nou had hij het er wel een beetje naar gemaakt, hij schreef namelijk: met ingang van 1 april ga ik mijn leven omgooien (of zoiets), en dat is natuurlijk wél een verdachte datum.

IMG_6667

“Het schijnt goed voor je conditie te zijn“ was z’n argument “en nog gezellig ook”. Dat gaf de doorslag. Bij de eerste expeditie, begin april, vertrokken er zeven helden vanaf het clubhuis voor een rondje om de vesting. In vroeger jaren een rondje, dat als de toestand van het veld trainen niet toeliet, hollend in het donker als trainingsrondje werd afgelegd. Nu bij daglicht en in een iets bedaagder tempo dan voorheen.

IMG_6673

‘t Ging langs voormalig clubhuis de Utrechtse Poort, de Promerskazerne en de kinderboerderij en vervolgens om de vesting heen weer terug naar het clubhuis. Daar werd nagepraat met koffie en gebak. Dat ’t naar meer smaakte blijkt, want inmiddels is de wandelclub er al weer enkele malen op uit geweest in de omgeving van Naarden. Binnenkort staat de eerste wandeling in “vreemde” omgeving op het programma: in Hilversum.

IMG_6696

Wat dit met ’t lustrum van RC ’t Gooi te maken heeft? Ga maar na: de zeven wandelaars dragen met elkaar zo’n 250 á 300 jaar betrokkenheid bij de club met zich mee….

Zie ook de foto’s en het filmpje over dit zelfde onderwerp!

 

Opnieuw: Naar Parijs (april 1950)

Dit is de aangepaste, tweede versie van dit verhaal. De oorspronkelijke, eerste versie is te vinden onder de titel “Naar Parijs (april 1950)”. Ontdek de verschillen!

1950-04-23 Parijs-01

V.l.n.r. Piet Dijkman (AAC, later´t Gooi), Werner Büchner (‘t Gooi), Pieter Davis, Bert de Boer (AAC, later ‘t Gooi), Sini van Vught (de vrouw van Joop), Anton v.d. Beek (AAC), Cor de Rie (‘t Gooi, later RCH), Ab Roodlieb (‘t Gooi), Toon Bogers (AAC), Siep Reijnders (AAC), Ben Ziepzeerder (AAC), Jan Onderwater (‘t Gooi), Ron Rishworth (Te Werve), Joop van Vught (AAC), rug/onherkenbaar, ?, Frits Frankfort (‘t Gooi, later RCH), ?, onbekende dame, kalende heer met twee kinderen.

Op 28 november 2012 plaatsten we het verhaal “Naar Parijs (april 1950)” op deze website. Een verhaal met nogal wat veronderstellingen en onbeantwoorde vragen. Het is nu twee en een halve maand later – 14 februari 2013 – en we weten er nu wat meer over en kunnen dus het verhaal herschrijven. Dankzij oud-AAC- en Nederlands team-speler Pieter Tolsma en Google. Het oorspronkelijke verhaal zouden we weg kunnen gooien, maar het lijkt ons juist wel leuk om eens te laten zien  hoe je in de loop van de tijd nieuwe informatie bij elkaar scharrelt en hoe dat het verhaal beïnvloedt. Wordt het daardoor ook interessanter en leuker? Dat mag u zelf beoordelen. Kijk en vergelijk!

Op zondag 23 april 1950 speelde het Nederlands rugbyteam een uitwedstrijd in en tegen Parijs. De “knoestige” Piet Dijkman (typering van Loek van Keller), toen nog AAC’er en later lid van RC ’t Gooi, had een vaardige pen en schreef er een verslag over in Try, het clubblad van AAC Rugby:

1950-04-28 Try over trip NL team naar Parijs-01

1950-04-28 Try over trip NL team naar Parijs-02

In het verhaal van Piet Dijkman gaat het over van alles, maar nauwelijks over het uitstapje op zondagochtend 23 april 1950 naar het bos van Compiègne en de wedstrijd van die zondagmiddag. En laten we daar nu juist foto’s van hebben. De grote foto waarmee dit verhaal begint is genomen bij een gedenksteen voor de wapenstilstandsovereenkomst aan het einde van de Eerste Wereldoorlog. Er staat een Franse tekst op, die vrij vertaald als volgt luidt:

compiegne inscriptie van de gedenksteenHIER IS

OP 11 NOVEMBER 1918

GESTORVEN

DE MISDADIGE TROTS

VAN HET DUITSE RIJK

VERSLAGEN DOOR

DE VRIJE VOLKEREN

DIE HET TRACHTTE

TOT SLAAF TE MAKEN

Standbeeld maarschalk Foch Compiegne1950-04-23 Parijs-03De foto hiernaast is gemaakt naast de sokkel van het standbeeld van maarschalk Foch, eveneens in het bos van Compiègne. Zijn naam is duidelijk te lezen, maar het standbeeld zelf ontbreekt. Vandaar de andere foto, met naam èn standbeeld. In de groep vallen een man met een kaal hoofd en twee kinderen op, een jongen met een witte sjaal en een kleiner meisje. Ze staan rechts op de foto. Ook op de andere foto’s van de rugbyers-groep zijn ze te zien. Vermoedelijk gaat het hier om een Fransman, die als gids voor de Nederlanders optrad en die de gelegenheid gebruikte om er een uitje met z’n kinderen van te maken. De kleding van de tripgangers valt op. Allemaal in jasje dasje, het lijkt wel een groepsreis van keurig uitgedoste zakenmensen. Maar ´t was natuurlijk ook zondag.

1950-04-23 Parijs-04De kalende man met de beide kinderen is ook te zien op de groepsfoto voor de kasteel-achtige poort. Zoeken via Google leverde op, dat dit de poort van het kasteel van Pierrefonds is, uit de 14e eeuw, aan de zuid-westrand van het bos van Compiègne. Meer van het kasteel is te zien op de volgende foto.

chateau-de-pierrefonds

1950-04-23 Parijs-06Zonder beide kinderen is de kalende man te zien naast de autobus van C.J. van Nood uit Amsterdam. Tenminste: dat lijkt zo, maar wie staat er in de deuropening van de bus? Het jongetje met de sjaal! Met die bus zijn ze vast naar het stadion vertrokken voor de wedstrijd tegen het vertegenwoordigende Parijse team, die ze met 32-3 verloren. Van die wedstrijd hebben we de volgende twee foto’tjes:

 

1950-04-25 Parijs-NL 32-3 foto-011950-04-25 Parijs-NL 32-3 foto-02

De Utrechtse Poort: geliefd gewelf voor holbewoners

IMG_0365De Utrechtse Poort (1877)

In augustus 1961 hing er belangrijk nieuws in de lucht: een eigen clublokaal, dat omschreven werd als “uniek, waarlijk grandioos en een kasteel”.

1961-1962 Utr Poort wordt clubhuis

1961, Bas HagemanBas Hageman in 1961, bij de ingebruikname van de Utrechtse Poort als RC ’t Gooi clubhuis

Het linkergedeelte van de Utrechtse Poort in de Naardense vesting is ruim 20 jaar het clubhuis van RC ’t Gooi geweest. In 1961 is de club erin getrokken, nadat bestuurslid Bas Hageman er veel tijd en energie in gestopt had om dit voor elkaar te krijgen. Van binnen is het een soort gewelf, waar de leden van de club zich erg op hun gemak voelden. Er zijn heel wat tegenstanders ontvangen en gedenkwaardige feesten gevierd en er werd eindeloos gepraat, moppen getapt, bier gedronken, gerookt, gepokerd en getoept. Gezelligheid troef dus. Echt iets voor holbewoners, wat veel mannen toch zijn. Maar ongeschikt voor het opvangen van jeugd.

29 oktober 1961 Feest in de Poort, Joop SimonsHet eerste feest in de Utrechtse Poort, in oktober 1961. Er was nog geen verwarming en zo te zien ook geen biertap. Bestuurslid Jaap Simons lacht ons toe

Er was nogal wat tegenstand, toen zo rond 1980 de plannen vorm begonnen te krijgen om een clubhuis nabij het rugbyveld te betrekken. Die plannen zijn toch doorgezet, omdat dat gunstig zou zijn voor de groei van de vereniging en met name van de jeugd. In 1982 hebben de leden van RC ’t Gooi hard gewerkt aan het nieuwe clubhuis; er werden zo’n 6.000 uur eigen werk in gestopt. In 1983 werd het clubhuis officieel geopend en werd er met weemoed afscheid genomen van wat ooit het gezelligste rugby-clubhuis van Nederland werd genoemd.

In de zon bij de Utrechtse PoortVoor de Utrechtse Poort in de zon

De Utrechtse Poort ligt aan de oostkant van de vesting Naarden en stamt uit 1877. Het gebouw verving een eerdere poort uit de 17e eeuw, die al van grote afstand zichtbaar was en zo een gemakkelijk doelwit vormde bij een eventuele aanval op de vesting. De poort ligt aan het Adriaan Dortsmanplein en het is een rijksmonument. Het is de enige nog overgebleven stadspoort in Naarden, sinds de Amsterdamse Poort werd afgebroken. De poort is gebouwd in baksteen met als versiering natuurstenen accenten, het stadswapen (dubbele adelaar), sculpturen die verwijzen naar de vestingbouw en een staande leeuw met zwaard en zeven pijlen (verwijzing naar de voormalige Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden). Op de torentjes zijn plaquettes aangebracht van koning Willem III en zijn echtgenote Sophia. De gevel is een ontwerp van Jacobus van Lockhorst, die ook de gevel van de nabijgelegen Promerskazerne ontwierp.

Gooise Moordenaar via de Utrechtse PoortDe Gooise Moordenaar passeert de Utrechtse Poort

Op het bakstenen poortgebouw ligt een laag aarde van zo’n 2,5 m dikte. Daardoor ligt de bovenkant van de wal op de beide vleugels van de poort circa 8,5 m boven NAP, terwijl het middengedeelte van de poort tot zo’n 10 meter boven NAP komt. Links en rechts van de doorgang in het midden zijn ruimtes, die bestemd waren voor de militairen die de poort moesten bewaken. Het waren vooral wachtlokalen, maar in het rechtergedeelte waren ook twee cellen ondergebracht, bestemd voor eenzame opsluiting. De Gooise Stoomtram – alias de Gooise Moordenaar – reed jarenlang onder de Utrechtse Poort door. In het gewelf van de poort is nog steeds het roetspoor van de tram te zien. Op de hoeken van de doorgang zijn oude kanonnen ter bescherming ingegraven.

Utrechtse Poort schoonmakenDe bar in de oude Poort

De inrichting van ons voormalige clubhuis was redelijk sober. In het begin was er zelfs geen verwarming aanwezig en de wc’s waren koud en primitief. Rechts achterin was een kleine bar met barkrukken, naast een voorraadruimte. Links en rechts in de lengterichting van de ruimte waren tafeltjes met stoelen aangebracht, waarboven lampjes hingen. In mijn herinnering heb ik alleen maar aan de bar gezeten of gestaan en nooit aan die tafeltjes. Na RC ’t Gooi trok de Toneel Vereniging Naarden ToVeNaar in ons voormalige clubhuis. Tegenwoordig is de ruimte in gebruik als informatiecentrum over de Hollandse Waterlinie.

1978-11 Ouderavond-03Ouderavond in de Utrechtse Poort

De reden om 30 jaar geleden uit de Utrechtse Poort naar het nieuw gebouwde clubhuis te vertrekken – ledengroei, in het bijzonder bij de jeugd – heeft zich in de praktijk bewaarheid. Toen we vertrokken hadden we  twee seniorenteams en enkele jeugdleden en dertig jaar later barsten we met vier seniorenteams en een groeiende en bloeiende jeugdafdeling bijna uit het ooit zo ruime nieuwe clubhuis. De gezelligheid heeft niet onder de verhuizing geleden, moeten zelfs de grootste tegenstanders van het vertrek uit de Utrechtse Poort toegeven.

1982 Consumptiekaart oude PoortConsumptiekaart

Nieuwe kleedruimtes, verbouwing van het clubhuis en een tweede veld zijn de stappen die in 2013 moeten leiden naar een voorspoedige ontwikkeling van RC ’t Gooi in de komende jaren. En ook nu zijn er weer voor- en tegenstanders.

 

De afsplitsing van RC Hilversum (1954)

A. ("Pa") Büchner, trainer en coach 1944-1962De voorgeschiedenis begon al in december 1946, toen negen nieuwe leden zich bij RC ’t Gooi aanmeldden. Ze kwamen allen uit Hilversum en waren lid van de G.A.C. (de Gooise Atletiek Club), met de bedoeling later weer terug naar Hilversum te gaan, om daar een geduchte tegenstander voor ’t Gooi te worden. “Wij begroeten u allen en hopen, dat het besluit tot samengaan van de leden van G.A.C. met ’t Gooi een voordeel zal worden voor u zelf en de rugbysport” schreef de toenmalige trainer A. (“Pa”) Büchner. De negen nieuwelingen waren W. Ultee, C. de Rie, F. Frankfort, B. v.d. Woude, C. v.d. Linde, Joh. v.d. Tak, K. van Spengen, W. Tisse en Van Boxem.

Trainer A. (“Pa”) Büchner

Dat een aantal Hilversumse leden zich acht jaar later van RC ’t Gooi afscheidde om in Hilversum “voor zichzelf” te beginnen kwam dus niet helemaal onverwacht.

2004 Zes pioniers RC HilversumDe oprichters van RC Hilversum: Cor de Rie, Dave van de Giesen, Wim van Ouwerkerk, Pim Ooms, Joop Gorel en Frits Frankfort

In 1954 gebeurde het: toen scheidde een aantal Hilversumse spelers van RC ’t Gooi zich af, om RC Hilversum op te richten. Hoe ging dat destijds in z’n werk? Ging alles in goed overleg, sloegen ze elkaar de hersens in, of was het iets er tussenin? Was RC ’t Gooi blij met een nieuwe rugbyclub in de buurt of had de pijn van het ledenverlies de overhand? Voor de antwoorden doken we in de archiefstukken uit 1954.

De brief van Frits (Frankfort) aan Frits (Ronday) over de oprichting van RC Hilversum op 23 september 1954

In een circulaire aan de aangesloten verenigingen schrijft de NRB op 10 september 1954, dat in de komende ALV o.a. het aannemen als lid van de nieuwe vereniging R.C. Hilversum aan de orde zal komen. Enkele dagen later, op 16 september 1954 schrijft de waarnemend secretaris van de vereniging in oprichting, Frits Frankfort, een brief aan Frits Ronday, de secretaris van RC ’t Gooi. Hij schrijft, dat de officiële oprichtingsvergadering van RC Hilversum op 23 september 1954 in de “Jonge Graaf van Buren” aan de Laanstraat in Hilversum zal zijn. Tevens doet hij een voorstel voor de afwikkeling van de contributies van de opzeggende RC ’t Gooi-leden en zegt hij zelf zijn lidmaatschap op.

De opzegging van Pim Ooms

Op 21 september 1954 verstuurt RC ’t Gooi-secretaris Frits Ronday een afzegging voor de deelname aan het Béchet-toernooi van 26 september, o.a. wegens het afstaan van diverse leden aan de nieuw op te richten RC Hilversum en de onervarenheid van veel van de overige spelers. Opzeggingen van de Hilversummers Pim Ooms (op 30 september 1954) en Dave van der Giessen (29 september 1954) zijn bewaard gebleven.

Fragment uit de circulaire van de NRB van 6 november 1954

Op 6 november 1954 verschijnt er een circulaire van de NRB aan de aangesloten verenigingen, met mededelingen naar aanleiding van de ALV van 16 oktober 1954. Onder andere, dat RC Hilversum als NRB-lid werd toegelaten. En verder: ”De verenigingen, die tegen R.C Hilversum zullen spelen worden verzocht een bal mede te nemen, aangezien zij nog niet over voldoende materiaal beschikken”. Of ze die bal weer mee terug konden nemen staat er niet bij…

Fragment uit de brief van RC ’t Gooi aan de NRB van 19 maart 1955

Op 19 maart 1955 stuurt RC ´t Gooi een brief-op-poten, getekend door de bestuursleden W. Büchner en voorzitter J. van den Bovenkamp, aan de NRB betreffende een financieel verschil van mening. Daarin de volgende alinea: ”De N.R.B. schijnt heel weinig begrip te hebben, dat ook de club-kas van een vereniging, die tweemaal in vier jaar een groot gedeelte van zijn leden heeft afgestaan voor de oprichting (resp. heroprichting) van twee clubs in onze toch al niet te grote rugby-wereld, vrij zwak kan zijn”. Gedoeld wordt op de heroprichting van ARVC en de oprichting van RC Hilversum. Blijkbaar waren de wonden nog niet geheeld…

RC Hilversum – RC ’t Gooi in 2012

Als je het bovenstaande in ogenschouw neemt lijkt het erop dat er sprake was van een echtscheiding met wederzijdse instemming, met redelijkheid aan de oppervlakte en irritaties dicht onder de huid. Logisch, in zo´n situatie. Van elkaar de hersens inslaan blijkt uit de bekeken archiefstukken in elk geval niets.

Frits Frankfort-02Frits Frankfort schreef er in de lustrum-Scrum van 2003 het volgende over: “Toen wij in 1954 met nog een stel Hilversummers, die toen in het eerste bij ’t Gooi speelden een eigen rugbyclub in Hilversum oprichtten, was dit een zeer grote aderlating voor RC ’t Gooi. Buiten het speelveld is dat praktisch altijd in goede harmonie en samenwerking gegaan. Op het speelveld was dat natuurlijk direct een echte Gooise Derby. Vergeet niet, dat van de negen Hilversummers er 7 in het eerste team speelden en de andere 2 reserve stonden. Die spelers waren toen: Cor de Rie, Pim Ooms, Dave van de Giesen, Wim Ouwerkerk, Jan Steenmeijer, Joop Gorel, Wim Ultee, Frits Frankfort en Joop van de Tak”. En verder: “Na de uittreding van de Hilversumspelers in 1954 was ’t Gooi jarenlang fysiek en qua spel een klasse minder geworden”.

Als we kijken naar wat de splitsing beide verenigingen vandaag de dag gebracht heeft, kunnen we alleen maar positief zijn. Het gaat beide verenigingen goed, ze zijn beide toonaangevend in de top van het Nederlandse rugby. Er heerst een gezonde onderlinge rivaliteit, zoals wel vaker tussen buren en het is bepaald niet uitgesloten (zeggen we nu, halverwege januari 2013), dat de beide verenigingen elkaar het kampioenschap van Nederland 2013 gaan betwisten.

De hoop van trainer “Pa” Büchner uit december 1946, dat “het besluit tot samengaan van de leden van G.A.C. met ‘t Gooi een voordeel zal worden voor u zelf en de rugbysport” is uitgekomen.

Stropdassen enzo

“Stropdassenbriefje” van ons erelid J.A.J. (Bob) de Jonge uit 1954

Voorwerpen dragen geschiedenis met zich mee. Geef iemand een foto van vroeger en de verhalen komen vanzelf. Dat geldt ook voor een van de traditionele uiterlijkheden binnen het Gooise rugby-wereldje: de stropdas. Geliefd door de een, gehaat door de ander, maar onvermijdelijk aanwezig in de combinatie “jasje – dasje” bij de min of meer officiële gelegenheden van RC ’t Gooi. Soms gekoesterd als een dierbare herinnering, soms verguisd als een ruilobject dat niemand wilde ruilen.

De nieuwe lustrum-stropdas 2013 

De lustrum-stropdas uit 1978

Natuurlijk is er de stropdas van de eigen club. De laatste loot aan de RC ’t Gooi stropdassen-stam is de 80 jaar stropdas uit 2013. Nog helemaal fris en fruitig, zonder brandgaatjes, slijtage en rare vlekken. Moet zich nog bewijzen in de “harde” rugbypraktijk.

Een eenvoudig “touwtje”: de das van Parkhouse

Dat geldt zeker niet voor de RC ’t Gooi lustrum-stropdas uit 1978. Een typisch tijdsbeeld: breed als een schort en met dezelfde leeuw-met-de-dikke-nek, die nog steeds in de Poort naast de open haard aan de muur hangt. Je moet ervan houden, zullen we maar zeggen.

Een “luxe”, gevoerde stropdas

En dan zijn er de stropdassen van andere clubs uit binnen- en vooral buitenland. Daar zitten vaak de verhalen over trips aan vast, die naarmate ze langer geleden zijn steeds mooier worden… Soms als cadeau ontvangen, soms door ruiling verkregen, soms gewoon gekocht, soms op slinkse wijze “geregeld”.

De smalle, eenvoudige “touwtjes” uit de jaren ’60 contrasteren met de luxere exemplaren – met een heuse voering – van tegenwoordig. Maar dat zegt niets over de emotionele waarde: die kan voor een simpel “touwtje” zelfs groter zijn! Neem bijvoorbeeld de Parkhouse-stropdas, waaraan voor sommigen dierbare herinneringen verbonden zijn. Of  die foeilelijke, uit Polen geïmporteerde smalle roze stropdas van het fameuze 4e team uit de jaren ’80: wie zou ‘m niet willen hebben! By the way: wie heeft er nog één? Die mag hier natuurlijk niet ontbreken!

Badge van de North Petherton Rugby Football Club

Kampioens-vlinderstrik van het 2e team uit 1999, onder een bekende adamsappel

Naast de stropdassen zijn er de “exoten”: de badges, chokers, vlinderstrikjes en dergelijke, die ook de functie hebben om te laten zien wie je bent, of beter tot welk clubje je behoort of wilt behoren. Dat klinkt allemaal vrij serieus, maar we gaan er met een glimlach en een knipoog mee om. En zo hoort ’t ook!

Zie ook de fotogallerij “Stropdassen enzo”.

De oostelijkste club van Nederland (1963)

Het bestuur van RC ’t Gooi in 1963, met Bas Hageman uiterst rechts. De overigen zijn Dolf Ubaghs, Louis van Keller, Jaap Simons en Ernst Sandtmann

In het jubileumnummer van De Scrum van april 1963 schrijft redacteur, secretaris van het RC ´t Gooi-bestuur en voorzitter van de Pers- en Propagandacommissie van de Nederlandse Rugby Bond Bas Hageman onder de titel “Verder kijken dan onze neus lang is” over de ontwikkeling van het rugby in Nederland. Hij heeft het over clubs “die zich nu als stevige dertigjarigen en als goede bekenden aan ons voordoen. De Haagse Rugby Club, AAC uit Amsterdam en… onze bloedeigen Rugbyclub ’t Gooi. Daartussendoor registreren wij clubnamen die nu in geen enkel annaal meer voorkomen. De ‘oude’ RC Hilversum, de RC Heemstede, de RC van de MTS in Haarlem, de RC van de Adelborsten in Den Helder”.

Verdwenen: ARVC, de Amsterdamsche Rugby Voetbal Club

En verderop in zijn verhaal: “Met groot ontzag hebben wij altijd naar het Zuiden gekeken waar de RC Eindhoven als eenling in een groot gebied zich weet te handhaven. Het is dringend noodzakelijk dat er in Breda, Tilburg, Den Bosch en Nijmegen rugbyclubs komen om het de Eindhovense pioniers wat gemakkelijker te maken. Nu drijven zij helemaal de Belgische kant op en ofschoon wij niets dan goeds willen zeggen van onze zuidelijke buren, achten wij dat niet helemaal gezond.

Verdwenen: de Leidsche Rugby Voetbal Club

Ook in Groningen zitten de studenten al heel lang te popelen om een rugbyclub te formeren. Maar dan moet er ten oosten van de lijn Naarden – Bussum – Hilversum – Breukelen eerst een of meer tussenschakels komen. Wageningen, Apeldoorn, Zwolle, Meppel, Heerenveen en Assen moeten veroverd worden. En laten wij dan gelijk een begerige blik werpen op Zutphen, Hengelo, Enchede, Arnhem en Dedemsvaart. Utrecht wordt spoedig onder handen genomen. En wat te denken van Haarlem, Alkmaar en Zaandam?

Verdwenen: de afdeling Rugby van de Sportvereeniging van de MTS Haarlem

Wij ontveinzen ons niet dat wij hier en daar een beetje kwistig zijn geweest bij het etaleren van onze plaatsen-kennis, maar toch is het ons allemaal complete ernst. Ook al worden onze communicatiemiddelen sneller en beter, ook al reist men binnenkort veilig, vlug en altijd toch wel onvoordelig naar de Maan, het is eigen clubbelang te zorgen dat de belangen van de andere clubs goed behartigd worden”.

Eén van de nieuwe clubs in Oost-Nederland uit de jaren ’70: The Pigs uit Arnhem

Dat waren dus heel andere tijden in 1963, toen RC ´t Gooi en RC Hilversum de meest oostelijke clubs van Nederland waren. Het geeft wel voldoening te constateren, dat anno 2013 nagenoeg het hele verlanglijstje van Bas Hageman in vervulling is gegaan, zeker omdat ”onze” Ton Steenwinkel daar als bondsbestuurder in de jaren ´70 een belangrijke rol bij heeft gespeeld. Al blijft er natuurlijk altijd wel wat te wensen over. Waarom is er bijvoorbeeld nog steeds geen rugbyclub bij onze buren in Huizen?