Rugby in de oudheid, door Bob de Jonge

 

?, Bob de Jonge, ?, ?, Fred Huyer, ?RC ’t Gooispelers uit de oudheid (jaren ’30): ?, Bob de Jonge, ?, ?, Fred Huyer, ?

In 1978, bij het 9e lustrum, schreef ons erelid, oud-voorzitter J.A.J. (Bob) de Jonge in De Scrum over de rugby-oudheid in Nederland. Hij maakt daar zelf deel van uit. Als de allereerste secretaris van de op 1 oktober 1932 opgerichte Nederlandse Rugby Bond stond de latere bondsvoorzitter aan de wieg van RC ‘t Gooi. Hij was in die tijd nog lid van ARVC, de Amsterdamsche Rugby Voetbal Club. En dan nu Bob de Jonge zelf aan het woord.

Wanneer je in De Scrum een vraaggesprek met pionier Frankfort hebt gelezen, gaan je gedachten onwillekeurig terug naar het verre verleden. De rugbywereld van heden ten dage is wel heel wat anders dan het rugbywereldje van toen. Je vraagt je af hoe het allemaal is begonnen en hoe het zich heeft gehandhaafd. Het antwoord op dat handhaven is niet zo moeilijk te geven: door pionierswerk van mensen als Frankfort.

DSR-C in actie tegen AAC in Amsterdam in 1934DSR-C in actie tegen AAC in Amsterdam (tijdschrift Sport in Beeld, 1934)

Maar de geboorte van de rugbysport in Nederland is wat duister. De oudste en veruit de oudste club is de DSR-C, die ik in de eerste wereldoorlog in mijn zeer prille jaren weleens zag spelen tegen gestrande Zuid-Afrikaanse studenten en Britse krijgsgevangenen (1). Dat vond dan plaats onder andere in het oude stadion in Amsterdam (2) en als kind werd ik zo geestdriftig dat ik, toen ik de kans kreeg, zelf ben gaan spelen. En die kans kwam in 1930, er stond toen in de Amsterdamse bladen een oproep van een aantal Zuid-Afrikaanse en Engelse studenten ter oprichting van een rugbyclub en daaruit ontstond ARVC, dat gezien het aantal voortreffelijke buitenlanders, een zeer goed partijtje vertolkte.AAC tegen ARVC in maart 1933

AAC tegen ARVC (tijdschrift Revue der Sporten, 13 maart 1933)

1933-01-17 DBC oprichtingARVC, kort daarna gevolgd door AAC, was de derde rugbyclub van Nederland; RCE was inmiddels door oud-Delftenaren van de grond gekomen. Voordien had Delft zich eenzaam en alleen staande moeten houden door enkele wedstrijden per jaar te spelen tegen de Antwerp British, de British Bruxelles en met Pasen enkele ontmoetingen met Engelse XV-tallen. Geen geringe prestatie. Voor de oorlog werden nog opgericht de HRC, de RRC, RC ’35 en de Gooische Rugby Club, dus niet de Rugby Club ’t Gooi. Ik kom daar straks op terug. Door een leraar Engels, Henk Kruising (als ik het goed spel) (3), waren enkele middelbare scholieren geestdriftig gemaakt voor onze sport. Een oprichtingsvergadering vond plaats in een café over de spoorbomen in Bussum. Namens de bond was ik daarbij aanwezig, vandaar mijn band met RC ’t Gooi, waar ik later nog jaren voor heb gespeeld.Scan.BMP

Hoe zat dat nu met die naam? De GRC werd toentertijd (nog voor de oorlog) benaderd door de Atletiek Unie. Indien wij ons aansloten, zouden wij bij de training worden geholpen en ook zou ons materiaal ter beschikking worden gesteld. Daar hebben we nooit iets van gemerkt en dus weigerden wij onze contributie te voldoen. Er werd gedreigd met royement en dat zou hebben betekend, dat de NRB ons ook zou hebben moeten royeren als lid. Eenvoudige oplossing: GRC hief zichzelf op en op datzelfde historische ogenblik kwam de RC ’t Gooi ter wereld!

Onze clubkleuren waren ook niet geheel hetzelfde als nu. De middenbaan van het shirt was lichtblauw. Toen in 1945 weer met frisse moed werd begonnen, werd aan alle oud-spelers verzocht hun shirts ter beschikking te stellen. Toen eindelijk nieuwe shirts konden worden aangeschaft, waren de oude kleuren niet meer te krijgen.

stoomtreinHoe was het (rugby)leven in de oudheid? Wel wat anders dan in de welvaartsstaat! Het reizen geschiedde vrijwel uitsluitend per trein op een zogenaamd gezelschapsbiljet. Aangezien ieder XV-tal zo’n drie of vier werklozen telde, moesten de andere spelers het gezelschapsbiljet voor hun rekening nemen. Wij speelden in het algemeen op bijvelden van kleine voetbalclubs, kleedgelegenheid een oud bouwkeetje, wassen in blikken bakken met water uit de sloot. Voor gezelligheidsavonden was er geen geld ter beschikking, trainen alleen op zaterdagmiddag mogelijk. Maar we hadden er allemaal veel voor over en we bleven overeind!

Kleedhokje van ARVC aan de Schagerlaan, ca. 1930Kleedhokje van ARVC aan de Schagerlaan, ca. 1930 (uit “In de lijn gespeeld”, Leo van Herwijnen, 1982)

De eerste jaren van ’t Gooi kenmerkten zich door grote geestdrift en wat het spel betreft door grote inzet en snelheid. Aan techniek en tactiek ontbrak nog alles. Ons terrein was in de toenmalige “zandafgraving” in de buurt van de watertoren (4). Maar nog voor de oorlog uitbrak in 1940 had ’t Gooi de bekercompetitie gewonnen! De grote namen van die tijd waren: Meeuwis, Jongman, Klasema, Van Heijningen, Van Kooten, Hosman, Plat, Koopmans en nog zovele anderen.

watertoren Bussum02Het terrein bij de watertoren moet links van de weg gelegen hebben, waar nu de begraafplaats is, ter hoogte van het huidige P+R-terrein bij station Bussum Zuid

Ik noemde zo even de bekercompetitie; een gewone competitie kenden wij niet. De bekerwedstrijden werden in een halve competitie gespeeld en verder hadden we net als in Engeland een vrije fixture list. Het kostte de clubbesturen heel wat moeite een goed wedstrijdprogramma in elkaar te zetten. Maar het had ook een voordeel: het ging er bij elke ontmoeting niet om de punten en zo kregen jongere en minder goede spelers volop kans mee te doen.

Henri_van_boovenWaarom er geen competitie was? Dat zat ’m in de NRB. De bond was opgericht op initiatief van de schrijver en journalist Henri van Booven, zelf een zeer verdienstelijk cricketer. DSR-C voelde wel de noodzaak van de oprichting van een overkoepelend orgaan, maar had ook bezwaren. Zoals: wij zijn studenten en wij willen ook onze contacten met Engeland niet verliezen. En dit was vroeger een brandende kwestie. De Britse landen in de wereld hadden hun eigen RFU en ook Frankrijk was daarbij aangesloten. Door de professionele aanpak in Frankrijk (ze waren er daar al vroeg bij), spelverruwing, betaling onder-de-tafel, werd Frankrijk uit de RFU gezet. En begonnen dus de Fransen aan de oprichting van de FIRA. Nu mochten Engelse clubs wel spelen tegen FIRA-leden, maar dan mocht er in het desbetreffende land geen competitie worden gespeeld en we moesten daarvoor buigen. In zekere zin ontdoken wij dat beding, door de beker te laten verspelen in de vorm van een halve competitie. Wij hadden dus wel een bekerhouder, maar geen (echte) kampioen!

En zo kwam het allemaal langzaam en moeizaam op gang totdat er midden in de Tweede Wereldoorlog een zeer plotseling einde aan de zaak kwam en er in 1945 weer opnieuw werd begonnen. En het verdere verloop zal de meesten wel bekend zijn.

Voetnoten:

(1) Dat is maar net mogelijk, want DSR-C werd opgericht op 8 oktober 1918 en de eerste wereldoorlog eindigde op 11 november 1918.

(2) Bedoeld wordt vermoedelijk Het Stadion aan de Amstelveenseweg in Amsterdam,  tot de sloop in 1929 de voorganger van het Olympisch Stadion

(3) Henk Kruissink is de correcte spelling. Hij en André Talboo waren de initiatiefnemers voor de oprichting van de Drafna Sport Club op 14 januari 1933, die ruim een jaar later, op 31 januari 1934, fuseerde met de Hilversumsche Rugby Club tot de Gooische Rugby Club en die weer later Rugby Club ’t Gooi zou gaan heten.

(4) Dit speelveld moet gelegen hebben ter hoogte van het huidige P+R parkeerterrein bij station Bussum Zuid, waar nu de begraafplaats ligt.

Zie ook:

Interview met Bob de Jonge (filmpje uit 1988)

De oprichters van RC ’t Gooi

Het Drafna-lyceum

De oertijd van RC ‘t Gooi: het échte verhaal!

 

Nederland-Tsjechoslowakije (1946)

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-02

Anderhalf jaar na de oorlog, op zondag 10 november 1946, speelde het Nederlands vijftiental tegen Tsjechoslowakije op het Bussumse Sportpark Zuid. De selectie voor deze wedstrijd bestond uit 19 spelers, waarvan maar liefst 11 van AAC. Er zaten ook 2 Gooiers bij: Van Heijningen was fullback en Hosman reserve.

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-01

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-031946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-05De onbekende Tsjechoslowaken verrasten Nederland door “enigszins in Franse stijl” te spelen. Het waren “goed getrainde en stevige spelers, die het de Hollanders niet gemakkelijk hebben gemaakt”, wat resulteerde in een 0-11 ruststand. In de tweede helft kwam Nederland dankzij opvallende acties van ARVC-speler Hans van Swol terug, wat twee tries opleverde. Maar ook de Tsjechoslowaken scoorden nog en dat leverde de eindstand van 8-14 en daarmee een onverwachte nederlaag op.

De interland werd georganiseerd door RC ’t Gooi en trok 870 betalende bezoekers, waarvan er 543 een kaartje van 60 cent kochten en de overige 327 voor het gereduceerde tarief van 25 cent naar binnen mochten. Daarmee kwam de totale recette op 407,55 gulden. Na aftrek van de kosten bleef er een positief resultaat van 95,63 gulden over, waarvan ’t Gooi 10%, ofwel 9,56 gulden mocht behouden. Tel uit je winst!

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-04

Pieter Tolsma van AAC stuurde ons de nodige documenten en foto’s van momenten uit de wedstrijd van Nederland tegen Tsjechoslowakije (waarvoor hartelijk dank!).

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-061946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-07

Een bijzondere Gooier: Bep van Kooten, door Tom Visser

In Memoriam voor Bep van Kooten in De Scrum van september 1979

Op zoek naar verhalen-uit-de-oude-doos, die voor de lustrumwebsite gerecycled zouden kunnen worden, kwam ik in De Scrum van september 1979 het bovenstaande In Memoriam tegen.

Gooi 1937/38, demonstratiewedstrijd in Dieren. Achter: Bob de Jonge, Dolf Plat (met scrumcap), Jan van Schaik, Bob Zwart (met alpinopet), Ko Munnikhuizen, Bep van Kooten, Witte van Heijningen, Rein Koopmans, Zollner, Jaap van Schaik, ? (met regenjas), voor: Kees Meeuwis, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Fred Huyer, Elbert Kortenoever, Walt Jongman

Tom Visser bij een herhalingsoefening in de jaren ’80

Bij het lezen sloeg bij mij de bliksem in! Ik werd zelf in m’n diensttijd in 1972 bij de Stoottroepen geplaatst. In 2005 werkte ik mee aan een boek, gebaseerd op  het het dagboek van een Stoottroeper, over de strijd in Nederlands-Indië in de periode 1945-1948. De naam Bep van Kooten kende ik in dat verband, maar dat hij net als ik bij RC ’t Gooi rugby had gespeeld maakte het toeval wel heel erg groot! Reden genoeg om eens wat meer aan de weet te komen over deze opmerkelijke Gooier.

De krantenknipsels uit 1933 leverden het volgende op. Al in de eerste wedstrijden van (toen nog) de Drafna Sport Club wist Bep van Kooten zich te onderscheiden. Op 10 april 1933 schreef de Gooi en Eemlander over de allereerste gewonnen wedstrijd tegen ARVC: “..het was van Kooten, die de partijen op gelijken voet bracht”. En De Bel voegde daar een dag later aan toe: “..een try van v. Kooten, terwijl dezelfde speler kans zag met een schitterend gericht schot een moeilijke goal te maken”. En ook: “..een try van Koster, wederom door van Kooten, die een zeer productieven wedstrijd speelde, in een goal omgezet”. De eindstand was 13-9.

De Gooi en Eemlander schreef op 24 april 1933 over de wedstrijd van de Drafna Sport Club tegen de Hilversumsche RC: “..door B. van Kooten (…) een try, die door denzelfden speler in een goal wordt omgezet”. Maar wel een goal voor de Hilversummers, tot welke club Bep van Kooten in die tijd blijkbaar behoorde. Dat hij eerder voor Drafna had gescoord geeft aan, dat er in die begintijd veelvuldig onderling spelers geleend werden. In De Bussumsche Courant van 15 september 1933 staat een berichtje over het nieuwe bestuur van de Hilversumsche RC: “..werd het bestuur als volgt samengesteld: (…) commissarissen (…) B. van Kooten”.

In De Bel staat op 17 oktober 1933 een verslag van de wedstrijd AAC tegen ’t Gooi (14-9); ’t Gooi is hier een combinatie van spelers van Drafna en de Hilversumsche RC. “..v. Kooten en Rosenbaum, die elk den bal achter de AAC-doellijn wisten te drukken”. En verder: “..v. Kooten, die een zeer verdienstelijke partij speelde, zorgde wederom voor den gelijkmaker”. Op 31 januari 1934 besloten beide clubs samen verder te gaan onder de naam Gooische Rugby Club, waarvan ook Bep van Kooten lid werd. En niet alleen dat, want de krant meldt: “Tot captain van het eerste vijftiental werd aangesteld de heer B. van Kooten”.

Hoe verging het Bep van Kooten als militair? Dat vond ik in het boek Stoottroepen 1944-1984, van de Sectie Militaire Geschiedenis van de Landmachtstaf. De Stoottroepen zijn – nog steeds – het jongste regiment van de Nederlandse Landmacht. De oprichting vond plaats in september 1944, toen het zuiden van Nederland deels al bevrijd was en de rest van het land nog door de Duitsers bezet. In het bevrijde zuiden kwam het ondergrondse verzet bovengronds. Men wilde actief gaan deelnemen aan de bevrijding van de rest van Nederland en aan de strijd tegen Duitsland.

Bep van Kooten naast prins Bernhard

Bep van Kooten was tijdens de mobilisatie als dienstplichtig onderofficier werkzaam geweest bij het Bureau Ontwikkeling en Ontspanning van de Generale Staf. In de bezettingstijd raakte hij betrokken bij de ondergrondse LKP (Landelijke Knokploegen). Hij was in september 1944 de adjudant van Jacques Crasborn, de provinciaal commandant van de ondergrondse KP (Knokploegen) in Limburg. Diens commandant “Frank” (schuilnaam van Johannes A. van Bijnen) stuurde op 15 september 1944 Bep van Kooten naar prins Bernhard, de bevelhebber van de pas opgerichte Nederlandse Strijdkrachten, die toen in Brussel verbleef. Hij moest orders gaan halen over de verdere deelname van het verzet aan de oorlog, na de bevrijding.

2e van links: Jacques Crasborn, rechts: Bep van Kooten

Prins Bernhard vertelde hem over zijn plannen voor de opbouw van de Binnenlandse Strijdkrachten en gaf hem de opdracht om in het bevrijde Zuid-Limburg uit het verzet een gevechtseenheid te vormen. Een schriftelijke bevestiging volgde op 19 september 1944, evenals de benoeming van Van Kooten tot commandant van de op te richten eenheid. Nog die zelfde dag begon Van Kooten met het uitvoeren van zijn opdracht.

Bep van Kooten (links) wordt beëdigd tot officier in januari 1945

Uit de verzetsstrijders – burgers, meestal zonder militaire opleiding en als militairen slecht gekleed, bewapend en uitgerust – smeedde hij in korte tijd de “Koninklijke Stoottroepen der Nederlandsche Binnenlandsche Strijdkrachten in Limburg”. Door zijn grote enthousiasme en uitstekende organisatorische talenten wist hij zijn geringe militaire ervaring goeddeels te compenseren. Zo’n 10 maanden later, op 7 juli 1945, werd de inmiddels tot majoor bevorderde Van Kooten commandant van het Oorlogsregiment Stoottroepen, wat hij tot 15 april 1946 bleef.

De plaatselijke editie van Het Parool bericht op 10 mei 1945 over het bezoek, een dag eerder, van Bep van Kooten aan zijn ouders in Bussum. De bewonderende verslaggever had “het groote geluk en de eer” een onderhoud met hem te hebben.

1945-05-10 Prl Bep v Kooten bezoekt ouders Bussum-01

1945-05-10 Prl Bep v Kooten bezoekt ouders Bussum-02Op de Johan Willem Frisokazerne in Assen zijn er gebouwen vernoemd naar de grote mannen uit de begintijd van de Stoottroepen; zo is er ook een gebouw vernoemd naar “onze” Bep van Kooten.

De afsplitsing van RC Hilversum (1954)

A. ("Pa") Büchner, trainer en coach 1944-1962De voorgeschiedenis begon al in december 1946, toen negen nieuwe leden zich bij RC ’t Gooi aanmeldden. Ze kwamen allen uit Hilversum en waren lid van de G.A.C. (de Gooise Atletiek Club), met de bedoeling later weer terug naar Hilversum te gaan, om daar een geduchte tegenstander voor ’t Gooi te worden. “Wij begroeten u allen en hopen, dat het besluit tot samengaan van de leden van G.A.C. met ’t Gooi een voordeel zal worden voor u zelf en de rugbysport” schreef de toenmalige trainer A. (“Pa”) Büchner. De negen nieuwelingen waren W. Ultee, C. de Rie, F. Frankfort, B. v.d. Woude, C. v.d. Linde, Joh. v.d. Tak, K. van Spengen, W. Tisse en Van Boxem.

Trainer A. (“Pa”) Büchner

Dat een aantal Hilversumse leden zich acht jaar later van RC ’t Gooi afscheidde om in Hilversum “voor zichzelf” te beginnen kwam dus niet helemaal onverwacht.

2004 Zes pioniers RC HilversumDe oprichters van RC Hilversum: Cor de Rie, Dave van de Giesen, Wim van Ouwerkerk, Pim Ooms, Joop Gorel en Frits Frankfort

In 1954 gebeurde het: toen scheidde een aantal Hilversumse spelers van RC ’t Gooi zich af, om RC Hilversum op te richten. Hoe ging dat destijds in z’n werk? Ging alles in goed overleg, sloegen ze elkaar de hersens in, of was het iets er tussenin? Was RC ’t Gooi blij met een nieuwe rugbyclub in de buurt of had de pijn van het ledenverlies de overhand? Voor de antwoorden doken we in de archiefstukken uit 1954.

De brief van Frits (Frankfort) aan Frits (Ronday) over de oprichting van RC Hilversum op 23 september 1954

In een circulaire aan de aangesloten verenigingen schrijft de NRB op 10 september 1954, dat in de komende ALV o.a. het aannemen als lid van de nieuwe vereniging R.C. Hilversum aan de orde zal komen. Enkele dagen later, op 16 september 1954 schrijft de waarnemend secretaris van de vereniging in oprichting, Frits Frankfort, een brief aan Frits Ronday, de secretaris van RC ’t Gooi. Hij schrijft, dat de officiële oprichtingsvergadering van RC Hilversum op 23 september 1954 in de “Jonge Graaf van Buren” aan de Laanstraat in Hilversum zal zijn. Tevens doet hij een voorstel voor de afwikkeling van de contributies van de opzeggende RC ’t Gooi-leden en zegt hij zelf zijn lidmaatschap op.

De opzegging van Pim Ooms

Op 21 september 1954 verstuurt RC ’t Gooi-secretaris Frits Ronday een afzegging voor de deelname aan het Béchet-toernooi van 26 september, o.a. wegens het afstaan van diverse leden aan de nieuw op te richten RC Hilversum en de onervarenheid van veel van de overige spelers. Opzeggingen van de Hilversummers Pim Ooms (op 30 september 1954) en Dave van der Giessen (29 september 1954) zijn bewaard gebleven.

Fragment uit de circulaire van de NRB van 6 november 1954

Op 6 november 1954 verschijnt er een circulaire van de NRB aan de aangesloten verenigingen, met mededelingen naar aanleiding van de ALV van 16 oktober 1954. Onder andere, dat RC Hilversum als NRB-lid werd toegelaten. En verder: ”De verenigingen, die tegen R.C Hilversum zullen spelen worden verzocht een bal mede te nemen, aangezien zij nog niet over voldoende materiaal beschikken”. Of ze die bal weer mee terug konden nemen staat er niet bij…

Fragment uit de brief van RC ’t Gooi aan de NRB van 19 maart 1955

Op 19 maart 1955 stuurt RC ´t Gooi een brief-op-poten, getekend door de bestuursleden W. Büchner en voorzitter J. van den Bovenkamp, aan de NRB betreffende een financieel verschil van mening. Daarin de volgende alinea: ”De N.R.B. schijnt heel weinig begrip te hebben, dat ook de club-kas van een vereniging, die tweemaal in vier jaar een groot gedeelte van zijn leden heeft afgestaan voor de oprichting (resp. heroprichting) van twee clubs in onze toch al niet te grote rugby-wereld, vrij zwak kan zijn”. Gedoeld wordt op de heroprichting van ARVC en de oprichting van RC Hilversum. Blijkbaar waren de wonden nog niet geheeld…

RC Hilversum – RC ’t Gooi in 2012

Als je het bovenstaande in ogenschouw neemt lijkt het erop dat er sprake was van een echtscheiding met wederzijdse instemming, met redelijkheid aan de oppervlakte en irritaties dicht onder de huid. Logisch, in zo´n situatie. Van elkaar de hersens inslaan blijkt uit de bekeken archiefstukken in elk geval niets.

Frits Frankfort-02Frits Frankfort schreef er in de lustrum-Scrum van 2003 het volgende over: “Toen wij in 1954 met nog een stel Hilversummers, die toen in het eerste bij ’t Gooi speelden een eigen rugbyclub in Hilversum oprichtten, was dit een zeer grote aderlating voor RC ’t Gooi. Buiten het speelveld is dat praktisch altijd in goede harmonie en samenwerking gegaan. Op het speelveld was dat natuurlijk direct een echte Gooise Derby. Vergeet niet, dat van de negen Hilversummers er 7 in het eerste team speelden en de andere 2 reserve stonden. Die spelers waren toen: Cor de Rie, Pim Ooms, Dave van de Giesen, Wim Ouwerkerk, Jan Steenmeijer, Joop Gorel, Wim Ultee, Frits Frankfort en Joop van de Tak”. En verder: “Na de uittreding van de Hilversumspelers in 1954 was ’t Gooi jarenlang fysiek en qua spel een klasse minder geworden”.

Als we kijken naar wat de splitsing beide verenigingen vandaag de dag gebracht heeft, kunnen we alleen maar positief zijn. Het gaat beide verenigingen goed, ze zijn beide toonaangevend in de top van het Nederlandse rugby. Er heerst een gezonde onderlinge rivaliteit, zoals wel vaker tussen buren en het is bepaald niet uitgesloten (zeggen we nu, halverwege januari 2013), dat de beide verenigingen elkaar het kampioenschap van Nederland 2013 gaan betwisten.

De hoop van trainer “Pa” Büchner uit december 1946, dat “het besluit tot samengaan van de leden van G.A.C. met ‘t Gooi een voordeel zal worden voor u zelf en de rugbysport” is uitgekomen.

Aardig merkwaardig, door Louis van Keller (1983)

Onder de wat zakelijke titel “Herinneringen” schreef Louis van Keller 30 jaar geleden aardige en merkwaardige herinneringen op uit zijn toen al 30-jarige carrière bij RC ’t Gooi. Op de titel na hebben we niets aan Louis’ verhaal veranderd, behalve dan dat het nu mét plaatjes verschijnt. En nu Louis aan het woord.

Louis van Keller in 1965

We zitten toch nog steeds in de “Lustrum” sfeer en daarom, op verzoek van Tineke Jacobs, hierbij wat rugbyherinneringen. Schrijf maar wat grappigs, zei Tineke. Makkelijk gezegd. Niet dat er zo weinig gelachen is in die 30 jaar dat ik bij de rugbyclub ben, maar in de loop der jaren verdwijnen heel wat details.

Nederlands team, 1950. Achter: Ab Rootlieb (Gooi), Siep Reijnders (AAC), Cor de Rie (Gooi), ? (DSRC), vd Hoek (DSRC), Ben Ziepzeerder (AAC), Anton vd Beek (AAC), Toon Bogers (AAC), ?, Ref ?, voor: Piet Dijkman (Gooi), Ab Nordeman (Gooi), ? (DSRC), Werner Buchner (Gooi), Joop van Vught (AAC), ?, ?, ?

Mijn kennis van het spel dateert overigens al van voor mijn lidmaatschap, toen ik op sportpark Zuid in Bussum naar mijn rugbyende broer ging kijken. Ik herinner mij zelfs nog die legendarische scrumhalf van AAC, Joop van Vught. Of hij nu werkelijk zo goed was weet ik niet, ik ben hem niet vergeten omdat hij nou bepaald niet het type van een stoere rugbyer was. Klein, tenger, blekig, kalend, tanig. Meer het type van een boekhoudertje op een stoffig kantoortje. Als dan die grote, zware kerels van AAC, ARVC of ’t Gooi over dat mannetje heen vielen, dan was iedereen op de tribune elke keer weer vol verbazing dat dat taaie mannetje ook elke keer weer gewoon opstond. Zoiets als die kip die overreden wordt door een reusachtige wals, haar veren schudt en zegt: “Tjonge tjonge, dat was nog eens een haan!”.

1934-35 Kamperen met Henk Kruissink (mede-oprichter en eerste voorzitter van RC ’t Gooi), Bob Lamberton, Johan de Kooter, Witte van Heijningen (die in 1933 de eerste try voor RC ’t Gooi scoorde)

Speler van het eerste uur Van Heijningen sprak onlangs in ons clubhuis over die merkwaardige boom die midden in RC ’t Gooi’s eerste rugbyveld stond. Nou, iets dergelijks had sportpark Zuid ook. Oorspronkelijk was het sportpark gebouwd voor concours hippique. In de grond was een betonnen bak gemaakt en gevuld met water moesten daar de paarden over springen. Die betonnen bak was er nog steeds, lag precies in het goalgebied en leek net een vijver na enkele flinke regenbuien. Geen tegenstander deed iets als de bal in die vijver dreef en de Gooiers scoorden menige try door de bal daar alsnog te (onder)drukken. Ernst Sandtmann was er specialist in.

Van Ernst herinner ik mij ook nog een andere escapade. Nijenrode had in die dagen een vreselijk modderig veld. Pure rivierklei. Na een paar regenbuien lag er een laagje water op en was het veld zo glad als spek. We zijn na afloop weleens met onze rugbyspullen aan onder de douche gegaan. Eens tijdens zo’n glibberpartij sprintte fullback Ernst naar de bal, gleed uit, viel languit op zijn buik, gleed als een surfplank zo’n 7 á 8 meter over het veld en schoot als een raket in een sloot, twee meter naast het veld. Wat hebben we gelachen.

Oude meesters 1974, achter: Peter Oomens, Piet Bakker, Hans vd Bovenkamp, Joop vd Bovenkamp, John Heydendahl, Hans Walscheid van Dijk, Kees van Gelderen, Eisse Zorge, Frans Lambour, Joep van Gelderen, Pieter Luteyn, Peter Akkermans, midden: Ge Meerman, Piet Dijkman, Chris Veerman, Rob Plat, Henny Westerweel, voor: Dolf Ubaghs, Arnold de Wolf, Ernst Sandtmann, Ton de Mey, Paul Wurster

In die jaren moest je je vaak met een enkel straaltje koud water behelpen na de wedstrijd. Dat koude water deed menig Gooier besluiten zijn kleren bijeen te graaien en thuis onder de douche te gaan. Zo ook Gé Meerman. Hij pakte zijn kleren en zat even later in de auto op weg naar Amsterdam. Jammer genoeg had hij ook de broek van Piet Dijkman meegenomen. Knoestige Piet zat er niet mee en recipieerde even later doodgemoedereerd in zijn modderige rugbybroek-tot-op-de-knieën in de stamkroeg van de club, Café Restaurant Prinses Margriet.

Eens reden we, op weg naar een wedstrijd tegen Den Haag, met 5 Gooiers geklemd in een Volkswagen-kever Den Haag in toen de bestuurder van een Opel meende gesneden te worden. De Opel werd dwars op de weg gezet en eruit stapte een klein, giftig Indonesiërtje. De Volkswagen stopte en eruit stapte 1 kerel, 2 kerels, 3 kerels………, 4 kerels………, 5 kerels! De Indonesiër stond stil, wilde iets zeggen, stond met zijn mond open te kijken naar die vijf woeste kerels die op hem afkwamen, slikte zijn woorden in, stapte snel in zijn auto en scheurde weg.

En dan al die aardige, merkwaardige mensen die ooit ons shirt droegen. Eens hadden we een trage, met veel te grote passen lopende speler. De meeste tegenstanders waren hem te snel af maar moedig zette hij dan al sjokkende de achtervolging in. Al spoedig het hopeloze van de strijd inziende besloot hij dan, om zijn gezicht te redden, zijn “sprint” met een prachtige, spectaculaire zweefduik…. in het luchtledige.

Noordwijk, demonstratiewedstrijd tegen Hilversum, van rechts af: 4e Loek van Keller, 7e Koen Schols, 8e Dolf Ubaghs, 15e André van Keller

Koen Schols was een goeie rugbyer met een chronisch tekort aan conditie. Ik herinner mij van hem, dat hij menig keer prachtig doorbrak en het veld over sprintte, om vervolgens enkele meters voor de tryline dodelijk vermoeid, over zijn eigen voeten struikelend, tegen de grond te smakken.

Dolf Ubaghs is misschien de beste tackelaar geweest die de club ooit gehad heeft. Dolf tackelde de eerste center met zoveel snelheid en kracht dat hij en passant de tweede center meenam. In de laatste jaren van zijn carrière had dat goede tackelen één groot nadeel. Ons Dolf hield zijn hoofd aan de verkeerde kant, zodat de tegenstander op hem viel, waardoor Dolf menig keer voortijdig het veld moest verlaten.

Als vierkant gebouwde Erik Neumüller van ARVC (meestal kwamen ze met niet meer dan een man of 10 naar Bussum) de bal had, schalde zijn strijdkreet over het veld: “Ratatata!”. De kreet van ’t Gooi in die dagen was: “van ijzer Gooi!”.

Tweehonderdtwintig pond zware en 1.95 m grote John Heydendaal kwam uit een familie van Monte Carlo rijders. John zelf kon er ook wat van. O jee, als hij dat ging demonstreren. Eerst pakte hij dan op volle snelheid een benzinestation. D’r op en er weer af met honderd zoveel kilometer. Daarna kwam een gevaarlijk kruispunt. Volgens John moest je die als volgt oversteken: flink gas geven, de handrem aantrekken, stuur omgooien en achterste voren stoof je dan het kruispunt over. Dat was véél veiliger volgens John. Nee, dan deed mijn beste vriend Alfred Kinébanian het anders. Reden we met vijf auto’s naar Amsterdam, dan waren de eerste vier auto’s zo ongeveer bij Diemen als Alfred nog steeds links, rechts, links, rechts turend bij het eerste kruispunt in Naarden stond.

Onze grote truc met lichte en uiterst lenige Alfred (hij was de enige die zelf zijn hele rug kon wassen) was om hem te posteren naast de meest gevaarlijke line-out springer van de tegenstander met als opdracht: “sla zijn benen weg, op het moment dat hij helemaal boven is”. Dat deed Alfred nauwgezet. Kwam zo’n tegenstander verkeerd, plat op zijn rug, op de grond, dan hoorde je: “Pfffffffff”, een tijdje niets, waarna moeizaam piepend en kreunend: “hie, hu, hie, hu, hie, hu” de adem weer op gang kwam.

RC ’t Gooi-bestuur in 1963. Dolf Ubaghs, Louis van Keller, Jaap Simons, Ernst Sandtmann, Bas Hageman

Egbert Otten ging mee kijken bij een uitwedstrijd en stond voor hij het wist in het veld voor zijn eerste wedstrijd. Bas Hageman was een veel betere sprinter dan tackelaar. Ik herinner mij, ik geloof dat het bij Te Werve was, dat Bas de achtervolging inzette op een heel dikke prop van de tegenpartij die rechtstreeks op de tryline afstevende. Bas had hem spoedig ingehaald, maar dan moest de tackel komen, komen, komen, komen en dat duurde en duurde en duurde.  De dikke prop met Bas’ adem in de nek werd nerveuzer en nerveuzer. Keek om, keek weer om en viel toen over z’n eigen voeten. Van die komische strip hebben we toen buikpijn overgehouden.   

Henk Werkman is de langste speler die we ooit gehad hebben: 2.06 meter! Na een drukke zaterdag en een onbeslapen zaterdagnacht speelden we in Hannover onze tweede wedstrijd op zondag. Bij een lange kick ver over ons heen waren we volkomen gerust, dat onze goeie Zuid-Afrikaanse Willem van Drimmelen dat wel zou klaren. Toen we omkeken zagen we….. Willem van Drimmelen languit in diepe slaap in het 25-gebied liggen.

“Engelsman” The Mai (Ton de Mey) in 1970 

Beste herinneringen bewaren we ook aan die vele demonstratiewedstrijden die we in de loop der jaren speelden op Koninginnedag ergens op het platteland. Eerst de koeinnn van het laaand en daaan die gekke ruggebieers d’r op. Eens zouden we tegen Engelsen spelen. Toen die niet kwamen bouwden we 15 Gooiers om tot Engelsen. De luidspreker riep de namen om: “King, Fox, Uncles, The Mai, Flat” enz. Zoiets zouden we best nog eens kunnen doen. Bijvoorbeeld een Duits team bestaande uit Schindler, Elfferich, Schneider-Bloksch, Von Eichen, Bäkker, Wilhelms, Platsch, Zinholtz, Telcht!!, Völker und Dirch-Johann Lindenbaum onder leiding van der Fritz Frankfurt tegen een Gronings-Fries team met spelers als Steginga, Ettema, Houba, Scheltema, Frankema en Graderma.

Nu stop ik. Vervolg over 5 jaar.

De oostelijkste club van Nederland (1963)

Het bestuur van RC ’t Gooi in 1963, met Bas Hageman uiterst rechts. De overigen zijn Dolf Ubaghs, Louis van Keller, Jaap Simons en Ernst Sandtmann

In het jubileumnummer van De Scrum van april 1963 schrijft redacteur, secretaris van het RC ´t Gooi-bestuur en voorzitter van de Pers- en Propagandacommissie van de Nederlandse Rugby Bond Bas Hageman onder de titel “Verder kijken dan onze neus lang is” over de ontwikkeling van het rugby in Nederland. Hij heeft het over clubs “die zich nu als stevige dertigjarigen en als goede bekenden aan ons voordoen. De Haagse Rugby Club, AAC uit Amsterdam en… onze bloedeigen Rugbyclub ’t Gooi. Daartussendoor registreren wij clubnamen die nu in geen enkel annaal meer voorkomen. De ‘oude’ RC Hilversum, de RC Heemstede, de RC van de MTS in Haarlem, de RC van de Adelborsten in Den Helder”.

Verdwenen: ARVC, de Amsterdamsche Rugby Voetbal Club

En verderop in zijn verhaal: “Met groot ontzag hebben wij altijd naar het Zuiden gekeken waar de RC Eindhoven als eenling in een groot gebied zich weet te handhaven. Het is dringend noodzakelijk dat er in Breda, Tilburg, Den Bosch en Nijmegen rugbyclubs komen om het de Eindhovense pioniers wat gemakkelijker te maken. Nu drijven zij helemaal de Belgische kant op en ofschoon wij niets dan goeds willen zeggen van onze zuidelijke buren, achten wij dat niet helemaal gezond.

Verdwenen: de Leidsche Rugby Voetbal Club

Ook in Groningen zitten de studenten al heel lang te popelen om een rugbyclub te formeren. Maar dan moet er ten oosten van de lijn Naarden – Bussum – Hilversum – Breukelen eerst een of meer tussenschakels komen. Wageningen, Apeldoorn, Zwolle, Meppel, Heerenveen en Assen moeten veroverd worden. En laten wij dan gelijk een begerige blik werpen op Zutphen, Hengelo, Enchede, Arnhem en Dedemsvaart. Utrecht wordt spoedig onder handen genomen. En wat te denken van Haarlem, Alkmaar en Zaandam?

Verdwenen: de afdeling Rugby van de Sportvereeniging van de MTS Haarlem

Wij ontveinzen ons niet dat wij hier en daar een beetje kwistig zijn geweest bij het etaleren van onze plaatsen-kennis, maar toch is het ons allemaal complete ernst. Ook al worden onze communicatiemiddelen sneller en beter, ook al reist men binnenkort veilig, vlug en altijd toch wel onvoordelig naar de Maan, het is eigen clubbelang te zorgen dat de belangen van de andere clubs goed behartigd worden”.

Eén van de nieuwe clubs in Oost-Nederland uit de jaren ’70: The Pigs uit Arnhem

Dat waren dus heel andere tijden in 1963, toen RC ´t Gooi en RC Hilversum de meest oostelijke clubs van Nederland waren. Het geeft wel voldoening te constateren, dat anno 2013 nagenoeg het hele verlanglijstje van Bas Hageman in vervulling is gegaan, zeker omdat ”onze” Ton Steenwinkel daar als bondsbestuurder in de jaren ´70 een belangrijke rol bij heeft gespeeld. Al blijft er natuurlijk altijd wel wat te wensen over. Waarom is er bijvoorbeeld nog steeds geen rugbyclub bij onze buren in Huizen?

De oertijd van RC ‘t Gooi: het échte verhaal! Deel 6.

Op 31 oktober meldt de krant, dat de wedstrijd A.R.V.C. 1 tegen D.S.C. in 11-5 geeïndigd is, na een 8-0 ruststand. In de tweede helft kwam D.S.C – versterkt met enige Hilversummers – geducht opzetten; ze scoorden een try, die werd geconverteerd. De Drafna Sportclub won vervolgens met 6-0 van de Haagsche rugbyclub, meldt de krant op 6 november 1933. Een kleine drie maanden later, op 30 januari 1934, meldt D.B.C., dat afgelopen vrijdag (dat was dus op 26 januari), op verzoek van H.R.C., de besturen van Hilversum en de Drafna Sportclub zijn samengekomen. Het besluit werd genomen de clubs samen te voegen tot een grote Gooische rugbyclub. Dit besluit werd vervolgens in een gecombineerde ledenvergadering van de beide clubs op woensdag 31 januari besproken en goedgekeurd. Beide clubs waren vanaf dat moment dus verenigd tot Gooische Rugby Club: ruim een jaar na de oprichting van de Drafna Sportclub.

Op zaterdagavond 24 maart 1934 vond in “Pschorr” te Hilversum het jaarfeest van de Gooische Rugby Club plaats, meldt D.B.C. op 27 maart 1934. Een uitstekend geslaagde avond, met talrijke ongure individuen, die van ’s avonds 9 uur tot ’s morgens 4 uur de dansvloer bevolkten. Een halfjaar later, op 5 oktober 1934, bericht die krant over de algemene ledenvergadering van de Gooische Rugby Club, die diezelfde week plaatsvond. Besproken werden:

  • de kinderziekten in het eerste jaar van de jonge vereniging
  • kritiek op “den moreelen en financieelen toestand der vereeniging”
  • het unanieme oordeel, dat de club kon voortbestaan
  • maatregelen “om tot een volledige reorganisatie der vereeniging te geraken”
  • de keuze van een nieuw bestuur, waarin H. Kruissink voorzitter zou blijven.

Op 19 oktober 1934 schrijft De Bussumsche Courant, dat er 12 rugbyclubs in Nederland zijn en dat er nog geen sprake is van een competitie. Toch heeft de bond een klein wedstrijdprogramma samengesteld “ter verhooging van het spelpeil en ter bevordering van het enthousiasme”.

De oertijd van RC ‘t Gooi: het échte verhaal! Deel 5.

De Bussumsche Courant meldde verder op 7 maart 1933, dat de Drafna Sportclub een jeugdafdeling had opgericht voor 12 – 18 jarigen. De contributie voor de jeugd werd 3 gulden per jaar en en die voor senioren werd verlaagd van 12 naar 8 gulden per jaar. Uit de beschikbare berichten over de volgende maanden maakten we een selectie.

Op 28 maart meldde D.B.C., dat A.R.V.C. de afgelopen zondag (26 maart 1933) in Amsterdam met 16-0 won van een Gooise Combinatie van Hilversumse en Bussumse spelers. Op 13 april meldde de krant, dat de Drafna Sportclub afgelopen zondag (9 april 1933) z’n eerste overwinning had behaald: 13-9 tegen A.R.V.C., op het Kameleon terrein aan de nieuwe betonweg naar Hilversum. “Een technisch beter spelend A.R.V.C. werd verslagen door een geweldig enthousiast spelende Bussumsche ploeg”.

Op 15 september 1933 stond in de krant, dat de Hilversumsche rugbyclub haar eerste vergadering van het nieuwe seizoen had gehouden. Henri van Booven werd waarnemend voorzitter en de H.R.C. zou voorlopig gebruik gaan maken van het Drafna sportterrein in Bussum. Uit een bericht op 22 september 1933: “er zijn slechts zeven rugbyclubs in Nederland”. De Hilversumsche Rugbyclub en de Drafna Sportclub zouden elkaar bijstaan met de oefeningen en het organiseren van propaganda-wedstrijden in het Hilversumse en het Bussumse sportpark, meldde de krant op 23 september 1933.

De volgende maand, op 13 oktober, schreef de krant, dat de Drafna Sportclub de Zuidafrikaanse speler Dutoit bereid had gevonden als trainer op te treden. De Bussumse en de Hilversumse spelers zouden onder zijn leiding kunnen oefenen op het Drafna terrein. De zondag daarvoor (op 8 oktober 1933) hadden enige D.S.C.-leden een wedstrijd gespeeld in de gelederen van Hilversum tegen A.R.V.C. En de komende zondag (15 oktober) zou de eerste officiële wedstrijd voor D.S.C. plaatsvinden. Ook nu zou er weer een combinatie van beide Gooise clubs aantreden tegen A.A.C. in Amsterdam. Acht Drafna-spelers en zeven Hilversummers verloren die wedstrijd met slechts 14-9. Maar: ze scoorden wel drie tries! (wordt vervolgd)

De oertijd van RC ’t Gooi: het échte verhaal! Deel 3.

De Gooi- en Eemlander zal er indertijd vast wel over geschreven hebben, was de gedachte. Googlen op ‘archief Gooi- en Eemlander’ leverde op, dat dit archief was overgedragen aan het Streekarchief Gooi en Vechtstreek. Op hun website het zoekwoord ‘rugby’ ingevoerd en als periode 1932 – 1933.  Het resultaat was boven verwachting: tientallen berichten waarin het woord ‘rugby’ voorkwam! Meest uit De Bussumsche Courant (D.B.C.) en ook enkele uit De Gooische Post (D.G.P.). Bij elkaar bijna een van-dag-tot-dag verslag van de eerste stapjes van de nieuwe rugbyclub. Loopt u even mee?
 
Op maandag 26 december 1932, 2e kerstdag, vond er in Bussum een demonstratie-rugbywedstrijd plaats, waarover D.G.P. op 28 december schreef. De belangstelling was overstelpend groot geweest, de loketten konden de vele bezoekers maar moeilijk verwerken en de wedstrijd begon daardoor later dan bedoeld. Het ‘Goois kwartiertje’ zat er dus vanaf het begin al in! De Amsterdamsche Rugby Voetbal Club (A.R.V.C.) speelde tegen Rapid ’04 uit Düsseldorf onder leiding van scheidsrechter Bingham. Van het wedstrijdverloop werd uitgebreid verslag gedaan en de hilariteit, bewondering of afkeer van het publiek voor het zonderlinge spelletje werd breed uitgemeten. En zoals wel vaker: de Duitsers wonnen. Met 6-3. 
 
Als gevolg van die die demonstratiewedstrijd werd op zaterdag 14 januari 1933 de Drafna Sport Club (D.S.C.) opgericht, de club die later Gooische Rugby Club  (G.R.C.) en nog weer later Rugby Club ’t Gooi zou gaan heten. Hierover verscheen op dinsdag 17 januari een artikel in D.B.C. Er waren al 15 leden en een bestuur. Twee dagen later kondigt D.B.C. de eerste ledenvergadering van de nieuwe rugbyclub aan: op zaterdag 21 januari. Van die vergadering doet die krant op 24 januari verslag. Er zijn reeds 15 spelers plus enkele reserves, de contributie is vastgesteld op 12 gulden per jaar en er zal gerugbyd worden van september tot april. De rest van het jaar wordt aan athletiek gedaan, om in conditie te blijven. De rugbyers Koster (A.R.V.C.) en Nathans (A.A.C.) zullen de nieuwe club in de eerste maanden terzijde staan en de training verzorgen. De minimumleeftijd wordt 15 jaar en komende zaterdag, 28 januari 1933, zal er voor het eerst getraind worden op het Drafna-terrein. Men wil verder snel een propagandawedstrijd op het gemeentelijk sportpark organiseren. (wordt vervolgd)

De oertijd van RC ’t Gooi: het échte verhaal! Deel 2.

Het verhaal van André Talboo over de begintijd van de club gaat verder:

Een leuk verhaal, verteld door één van de stichters van de club. Maar: wel opgeschreven vanuit het geheugen, zo’n 13 jaar nadat het gebeurde en dus met de kans op vertekening. Daarom dus ook maar eens op zoek naar andere bronnen. (wordt vervolgd)