Rugby in de oudheid, door Bob de Jonge

 

?, Bob de Jonge, ?, ?, Fred Huyer, ?RC ’t Gooispelers uit de oudheid (jaren ’30): ?, Bob de Jonge, ?, ?, Fred Huyer, ?

In 1978, bij het 9e lustrum, schreef ons erelid, oud-voorzitter J.A.J. (Bob) de Jonge in De Scrum over de rugby-oudheid in Nederland. Hij maakt daar zelf deel van uit. Als de allereerste secretaris van de op 1 oktober 1932 opgerichte Nederlandse Rugby Bond stond de latere bondsvoorzitter aan de wieg van RC ‘t Gooi. Hij was in die tijd nog lid van ARVC, de Amsterdamsche Rugby Voetbal Club. En dan nu Bob de Jonge zelf aan het woord.

Wanneer je in De Scrum een vraaggesprek met pionier Frankfort hebt gelezen, gaan je gedachten onwillekeurig terug naar het verre verleden. De rugbywereld van heden ten dage is wel heel wat anders dan het rugbywereldje van toen. Je vraagt je af hoe het allemaal is begonnen en hoe het zich heeft gehandhaafd. Het antwoord op dat handhaven is niet zo moeilijk te geven: door pionierswerk van mensen als Frankfort.

DSR-C in actie tegen AAC in Amsterdam in 1934DSR-C in actie tegen AAC in Amsterdam (tijdschrift Sport in Beeld, 1934)

Maar de geboorte van de rugbysport in Nederland is wat duister. De oudste en veruit de oudste club is de DSR-C, die ik in de eerste wereldoorlog in mijn zeer prille jaren weleens zag spelen tegen gestrande Zuid-Afrikaanse studenten en Britse krijgsgevangenen (1). Dat vond dan plaats onder andere in het oude stadion in Amsterdam (2) en als kind werd ik zo geestdriftig dat ik, toen ik de kans kreeg, zelf ben gaan spelen. En die kans kwam in 1930, er stond toen in de Amsterdamse bladen een oproep van een aantal Zuid-Afrikaanse en Engelse studenten ter oprichting van een rugbyclub en daaruit ontstond ARVC, dat gezien het aantal voortreffelijke buitenlanders, een zeer goed partijtje vertolkte.AAC tegen ARVC in maart 1933

AAC tegen ARVC (tijdschrift Revue der Sporten, 13 maart 1933)

1933-01-17 DBC oprichtingARVC, kort daarna gevolgd door AAC, was de derde rugbyclub van Nederland; RCE was inmiddels door oud-Delftenaren van de grond gekomen. Voordien had Delft zich eenzaam en alleen staande moeten houden door enkele wedstrijden per jaar te spelen tegen de Antwerp British, de British Bruxelles en met Pasen enkele ontmoetingen met Engelse XV-tallen. Geen geringe prestatie. Voor de oorlog werden nog opgericht de HRC, de RRC, RC ’35 en de Gooische Rugby Club, dus niet de Rugby Club ’t Gooi. Ik kom daar straks op terug. Door een leraar Engels, Henk Kruising (als ik het goed spel) (3), waren enkele middelbare scholieren geestdriftig gemaakt voor onze sport. Een oprichtingsvergadering vond plaats in een café over de spoorbomen in Bussum. Namens de bond was ik daarbij aanwezig, vandaar mijn band met RC ’t Gooi, waar ik later nog jaren voor heb gespeeld.Scan.BMP

Hoe zat dat nu met die naam? De GRC werd toentertijd (nog voor de oorlog) benaderd door de Atletiek Unie. Indien wij ons aansloten, zouden wij bij de training worden geholpen en ook zou ons materiaal ter beschikking worden gesteld. Daar hebben we nooit iets van gemerkt en dus weigerden wij onze contributie te voldoen. Er werd gedreigd met royement en dat zou hebben betekend, dat de NRB ons ook zou hebben moeten royeren als lid. Eenvoudige oplossing: GRC hief zichzelf op en op datzelfde historische ogenblik kwam de RC ’t Gooi ter wereld!

Onze clubkleuren waren ook niet geheel hetzelfde als nu. De middenbaan van het shirt was lichtblauw. Toen in 1945 weer met frisse moed werd begonnen, werd aan alle oud-spelers verzocht hun shirts ter beschikking te stellen. Toen eindelijk nieuwe shirts konden worden aangeschaft, waren de oude kleuren niet meer te krijgen.

stoomtreinHoe was het (rugby)leven in de oudheid? Wel wat anders dan in de welvaartsstaat! Het reizen geschiedde vrijwel uitsluitend per trein op een zogenaamd gezelschapsbiljet. Aangezien ieder XV-tal zo’n drie of vier werklozen telde, moesten de andere spelers het gezelschapsbiljet voor hun rekening nemen. Wij speelden in het algemeen op bijvelden van kleine voetbalclubs, kleedgelegenheid een oud bouwkeetje, wassen in blikken bakken met water uit de sloot. Voor gezelligheidsavonden was er geen geld ter beschikking, trainen alleen op zaterdagmiddag mogelijk. Maar we hadden er allemaal veel voor over en we bleven overeind!

Kleedhokje van ARVC aan de Schagerlaan, ca. 1930Kleedhokje van ARVC aan de Schagerlaan, ca. 1930 (uit “In de lijn gespeeld”, Leo van Herwijnen, 1982)

De eerste jaren van ’t Gooi kenmerkten zich door grote geestdrift en wat het spel betreft door grote inzet en snelheid. Aan techniek en tactiek ontbrak nog alles. Ons terrein was in de toenmalige “zandafgraving” in de buurt van de watertoren (4). Maar nog voor de oorlog uitbrak in 1940 had ’t Gooi de bekercompetitie gewonnen! De grote namen van die tijd waren: Meeuwis, Jongman, Klasema, Van Heijningen, Van Kooten, Hosman, Plat, Koopmans en nog zovele anderen.

watertoren Bussum02Het terrein bij de watertoren moet links van de weg gelegen hebben, waar nu de begraafplaats is, ter hoogte van het huidige P+R-terrein bij station Bussum Zuid

Ik noemde zo even de bekercompetitie; een gewone competitie kenden wij niet. De bekerwedstrijden werden in een halve competitie gespeeld en verder hadden we net als in Engeland een vrije fixture list. Het kostte de clubbesturen heel wat moeite een goed wedstrijdprogramma in elkaar te zetten. Maar het had ook een voordeel: het ging er bij elke ontmoeting niet om de punten en zo kregen jongere en minder goede spelers volop kans mee te doen.

Henri_van_boovenWaarom er geen competitie was? Dat zat ’m in de NRB. De bond was opgericht op initiatief van de schrijver en journalist Henri van Booven, zelf een zeer verdienstelijk cricketer. DSR-C voelde wel de noodzaak van de oprichting van een overkoepelend orgaan, maar had ook bezwaren. Zoals: wij zijn studenten en wij willen ook onze contacten met Engeland niet verliezen. En dit was vroeger een brandende kwestie. De Britse landen in de wereld hadden hun eigen RFU en ook Frankrijk was daarbij aangesloten. Door de professionele aanpak in Frankrijk (ze waren er daar al vroeg bij), spelverruwing, betaling onder-de-tafel, werd Frankrijk uit de RFU gezet. En begonnen dus de Fransen aan de oprichting van de FIRA. Nu mochten Engelse clubs wel spelen tegen FIRA-leden, maar dan mocht er in het desbetreffende land geen competitie worden gespeeld en we moesten daarvoor buigen. In zekere zin ontdoken wij dat beding, door de beker te laten verspelen in de vorm van een halve competitie. Wij hadden dus wel een bekerhouder, maar geen (echte) kampioen!

En zo kwam het allemaal langzaam en moeizaam op gang totdat er midden in de Tweede Wereldoorlog een zeer plotseling einde aan de zaak kwam en er in 1945 weer opnieuw werd begonnen. En het verdere verloop zal de meesten wel bekend zijn.

Voetnoten:

(1) Dat is maar net mogelijk, want DSR-C werd opgericht op 8 oktober 1918 en de eerste wereldoorlog eindigde op 11 november 1918.

(2) Bedoeld wordt vermoedelijk Het Stadion aan de Amstelveenseweg in Amsterdam,  tot de sloop in 1929 de voorganger van het Olympisch Stadion

(3) Henk Kruissink is de correcte spelling. Hij en André Talboo waren de initiatiefnemers voor de oprichting van de Drafna Sport Club op 14 januari 1933, die ruim een jaar later, op 31 januari 1934, fuseerde met de Hilversumsche Rugby Club tot de Gooische Rugby Club en die weer later Rugby Club ’t Gooi zou gaan heten.

(4) Dit speelveld moet gelegen hebben ter hoogte van het huidige P+R parkeerterrein bij station Bussum Zuid, waar nu de begraafplaats ligt.

Zie ook:

Interview met Bob de Jonge (filmpje uit 1988)

De oprichters van RC ’t Gooi

Het Drafna-lyceum

De oertijd van RC ‘t Gooi: het échte verhaal!

 

Hommage aan Frits Frankfort (1977)

1368377528_2510_jpgRC ’t Gooi landskampioen 2013

11 Mei 2013 moet wel een topdag zijn geweest voor de 85-jarige Frits Frankfort: hij mocht de kampioenschapsbeker uitreiken aan de nieuwe landskampioen. En dat zou óf RC Hilversum óf RC ‘t Gooi worden, allebei clubs waaraan Frits vele jaren met hart en ziel zijn niet geringe rugbykennis beschikbaar stelde. Met het ene puntje verschil in de laatste minuut in het voordeel van RC ‘t Gooi was hij vast net zo blij als hij met de omgekeerde uitslag geweest zou zijn… Eind 1977 schreef een anonieme redacteur van De Scrum het nu volgende waarderende verhaal over Frits onder de titel “Hommage aan een 50 jarige oud-Gooi rugbyer”; de redactie is hier en daar enigszins aangepast.

Frits Frankfort-01Deze keer willen wij Frits Frankfort eens in de schijnwerpers zetten, omdat hij onlangs 50 jaar is geworden en omdat hij een enorme hoeveelheid werk voor de rugbysport heeft verzet. Frits werd op 9 november A. ("Pa") Büchner, trainer en coach 1944-19621927 te Deurne in België uit Nederlandse ouders geboren. Hij is beslist geen Belg, moesten we van hem speciaal vermelden. Frits is zijn rugby-loopbaan in de zomer van 1945 bij RC ’t Gooi begonnen. Door Piet van Lingen (ook een oud-Gooier) werd hij meegenomen naar een demonstratie-rugbywedstrijd, Noord-Holland tegen Zuid-Holland, op het sportpark te Hilversum, tegenwoordig het Nationale Rugby Centrum. Samen met Cor de Rie kwam hij toen in handen van Pa Büchner.

Voormalig Gooi-trainer Adolf “Pa” Büchner

Door hem werd Frits wat hij noemt “aangepakt”, dat wil zeggen 2x per week een uur lang een bal tegen een paaltje gooien en weer opvangen. Frits noemde dit “paaltje pissen”. Pa Büchner had het echter juist gezien: Frits kon na verloop van tijd blindelings passen en goed ook.

foto014RC ’t Gooi-team van ca. 1953. Achter: Bert de Boer, Leo Toff, ?, Ferry de By, ?, ?, Piet Dijkman, Dolf Plat, Cor de Rie. Voor: ?, ?, ?, Frits Frankfort, ?, ?.

De toenmalige driekwartlijn met Frits als scrum half, Werner Büchner fly half, Ad Nordeman 1e center, Cor de Rie 2e center en Peter Maas en Frans Buys als wings liep dan ook als een trein. Toentertijd speelden meer 2004 Zes pioniers RC HilversumHilversummers bij ‘t Gooi, zoals Joop Gorel, Wim Ouwerkerk, Pim Ooms, Dave van de Giessen, Henk Giel en Cor de Rie. Samen met deze vrienden heeft Frits op 23 september 1954 Rugby Club Hilversum opgericht. Belangrijke factor was hierbij de kleur van het shirt. De keus is toen gevallen op blauw/wit, want die waren per 1.000 stuks goedkoper.

De Gooiers die in 1954 RC Hilversum oprichtten

Zijn laatste interland speelde hij op 37-jarige leeftijd, hij had toen zo’n 39 maal voor het nationale team gespeeld. Met de Impala’s mee komt hij tot ongeveer 80 wedstrijden voor Nederland: voorwaar een prestatie. Wedstrijden met ontzettende pakken slaag, maar ook met enorm veel plezierige herinneringen. Zoals de wedstrijd tegen de Belgen. Verzamelen westzijde Centraal Station in Amsterdam. Eén van de spelers mocht niet van zijn vrouw. Goede raad was duur. Nog een Gooi-speler, namelijk Leo Toff,werd om 7 uur van zijn bed gelicht, maar was er pas om 6 uur ingegaan, na een feest. Zulke dingen gebeurden toen.

1974-02-05 Hilversum-Gooi-22Frits Frankfort in actie als oude meester in een wedstrijd RC Hilversum – RC ’t Gooi op 5 februari 1974

Frits was zo’n 40, 41 jaar, toen hij trainer werd van de A-selectie van de NRB. Dat heeft hij 2 jaar gedaan en toen werd het overgenomen door Gert van Rheenen. De 16-18 selectie werd toen de zorg van Frits. Na veel trainen werd de eerste buitenlandse trip naar Heidelberg (zeer sterk) winnend afgesloten. In 1970 werd hij weer trainer van het A-team en begon tevens de samenwerking met Denis Power. Om zich verder te bekwamen in de rugbysport volgde Frits diverse training/coaching cursussen in Engeland, Schotland en Wales, wat hem nu in de praktijk van zeer veel nut is. Momenteel is Frits Senior Coach (deze wordt door de NRB benoemd), docent trainerscursussen, examinator en lid van de selectiecommissie, samen met Denis Power en Theo Snijders. Tevens is hij nog commissielid opleidingen. Via Pim Ooms heeft hij 1 maal zwangere huismussen beziggehouden, maar dat nooit meer.

Frits Frankfort SingersLogo van de Frits Frankfort Singers

De trip met de Hilversumse Rugbyclub naar Hull weet Frits zich nog maar al te goed te herinneren. Vandaar dat de laatste trip georganiseerd moest worden onder de naam “Frits Frankfort Singers”, een geniale vondst van Aart Baartwijk, zodat men Engeland kon binnenkomen. Zelfs de ontbijttickets waren gesteld op naam van de “Frits Frankfort Singers” en het hotel was dan ook in de stellige overtuiging dat men met een zangkoor, maar dan wel een raar zangkoor, te maken had.

foto186De aanstormende jeugd in 1977, 16-18 sevens-team. Staand: Marcel Jacobs, Henk Rohaan, Jeroen Snijders Blok, Jan Rohaan. Geknield: Michiel Veldkamp, Mark Dekker, Ted Anema.

Op de vraag hoe Frits nu ‘t Gooi ziet moet hij eerlijk bekennen, dat wij momenteel een groep hebben waar in de toekomst veel mee te bereiken valt. Duidelijk is dat de jeugd een veel grotere inbreng heeft dan voorheen het geval was. Hij heeft ook vernomen, dat wij een zeer goed sociaal verzorgd jeugdwerkbeleid voeren. Het rendement komt echter pas over enige jaren goed tot zijn recht met spelers als Vincent Snijders Blok en Ton Jacobs. Ook selectiespelers als de gebroeders Rohaan, Jeroen Snijders Blok en Louk Slabbers zullen hun stempel op ’t Gooi gaan drukken.

Maar Rugby-Nederland is in feite nog te klein. Wij zullen moeten groeien naar 150 tot 200 clubs. Speltechnisch/tactisch en conditioneel liggen wij al een stuk hoger dan vroeger. Er is een duidelijke groei qua spelsterkte waarneembaar en dat is een gezonde zaak. Kijk maar naar de ereklasse met zijn verrassende uitslagen. Het zijn echt niet meer de drie clubs die de toon aangeven. Ook de promotieklasse komt steeds dichter bij de ereklasse te liggen. Er zal echter een reserveklasse aan toegevoegd moeten worden, waarin de tweede teams van de ereklasse zullen moeten gaan spelen. Je voorkomt hiermee, dat een tweede team de promotie kan tegengaan van een vereniging welke in deze promotieklasse speelt naar de ereklasse.

Rozenboom BussumVoormalig hotel café-restaurant De Rozenboom, Bussum

Frits heeft de beste herinneringen aan zijn Gooi-jaren, vooral de feesten in de Rozenboom en de Promers liggen bij hem nog vers in het geheugen. “Ach“, zegt hij, “er is in feite geen enkele club in Nederland die zulke grandioze feesten kon organiseren als ’t Gooi“. Frits is nu trainer van de jeugdteams 14-16 en 16-18 van Hilversum en begint een leuke ploeg op te bouwen. Over een jaar kan hij een zeer sterk team op de been brengen. En daar zal het van moeten komen. Erg belangrijk. Hij heeft ons eerste team aan het begin van het seizoen zien spelen en is tot de conclusie gekomen, dat er nu een team staat met spirit en veel goed, jong materiaal. Je moet ze echter wel hard maken.

1948-04 Geselecteerd schoolteamApril 1948, geselecteerd schoolteam; Frits Frankfort (20 jaar oud) 4e van links op de eerste rij.

“Rugby“, zegt Frits, “is een sport die mij van nature aantrok. Ik was vroeger dan ook een enorme gifkikker en had 12 bazen in een jaar, soms meer. Maar door het rugby ben ik enorm veranderd. Ik heb mij leren beheersen, wat me duidelijk van pas komt“. De spelverruwing neemt toe in de rugbysport. “Maar“, zegt Frits, “rugby is een harde sport, een lichamelijke contactsport, die op een faire manier kan worden gespeeld“. Aan schoppen en slaan heeft Frits een vreselijke hekel. Toch is hij ervan overtuigd, dat de Internationale Rugby Bond de zaken beter aanpakt dan de Internationale Voetbal Bond, door alleen al de spelregels te veranderen.

Om tot betere sportprestaties in het algemeen te komen zou Frits graag zien dat de gymleraren onderling elkaar attenderen op jonge talenten, in welke tak van sport dan ook, om dan deze verder te kunnen begeleiden op de manier zoals de Oostbloklanden dat doen, maar dan wel met alle vrijheden zoals wij ze hebben. De talenten signaleren en stimuleren zou een zeer goede zaak voor geheel sportbeoefenend Nederland zijn.

Bondscoach Frits Frankfort met zijn jongensBondscoach Frits Frankfort met “zijn jongens”, begin jaren ’80

Voor Frits ligt er echter nog een zeer grote taak te wachten bij de jeugd van Rugby Club Hilversum. Wij kunnen en willen niets anders zeggen dan: “Frits zeer veel succes en wij hopen nog vele malen tegen jouw jeugdteams te kunnen spelen. Hartelijk dank voor je komst naar de Poort“.

Zie ook:

Frits Frankfort als NRB-wedstrijdsecretaris (1956 e.v.)

De afsplitsing van RC Hilversum (1954)

 

Een “geheime” buitenlandse competitiewedstrijd (ca. 1972), door Ton Steenwinkel

Mannen met jasje-dasje, een serieus gezicht, een mooie, officiële titel en alom erkende verdiensten  hebben vaak ook een heel andere kant. Zo ook oud-bondsvoorzitter en Gooi-speler Ton Steenwinkel. Hij deed de volgende bekentenis.

Diner Nederland-MarokkoToenmalig bondsvoorzitter Ton Steenwinkel bij een toespraak bij het diner na de interland Nederland – Marokko. Richard Majoor – later trainer van RC ’t Gooi – kijkt ons aan.

Nu de legpenning van de Gemeente Naarden binnen is, kan één van de best gekoesterde geheimen in het Nederlandse Rugby gelucht worden. Nadat Louis van Keller mij in een moment van absolute nuchterheid de taak van wedstrijdsecretaris had aangepraat – het geheel speelt zich zo’n 41 jaar geleden af denk ik – werd ik op de maandagavond benaderd door het Bussumse reisbureau PRIMAIR. Zij hadden teveel plaatsen geboekt in een vliegtuig voor een weekendje Dublin, Ierland. Of wij geen zin hadden in een vliegreis met 2 overnachtingen voor Hfl. 100, in Dublin. Kleine bijkomstigheid voor ons was, dat er voor de zondag een competitiewedstrijd tegen Te Werve (Shell) gepland stond.

Lansdowne-Road-Stadium-DublinLansdowne Road stadion

Een vloedgolf aan telefoontjes – niks email, mobiele telefoons of social media – had tot gevolg, dat we met twee complete teams naar Dublin vertrokken. In het vliegtuig zaten verder vissers en jagers die ook een weekendje naar Ierland gingen. Te Werve had via Shell geregeld, dat we op het tweede veld van het Nationale Rugby Stadion van Ierland, Lansdowne Road, mochten spelen onder leiding van een Ierse scheidsrechter. Geen spelerskaarten of dopingcontrole, maar wel een spannende, zenuwslopende wedstrijd, waarbij niet alle krachten gegeven werden, want er was natuurlijk ook een lange derde helft gepland!

De wedstrijd eindigde zeer verdiend in een gelijk spel; de formulieren werden ingevuld, waarbij we niet vermeld hebben dat we in Dublin gespeeld hebben en de Rugby Bond wist dus niet beter, dan dat de wedstrijd op vaderlandse bodem gespeeld was. Het formulier heb ik natuurlijk pas in Nederland op de bus gedaan! Op zondag heeft een mix van ’t Gooi en Te Werve tegen het zoveelste team van Lansdowne, top club dus wel, gespeeld. Naar ik me meen te herinneren, zo’n 5-10 minuten op het veld in het nationale stadion. De wedstrijd ging helaas nipt verloren ondanks zoveel Nederlands talent!

Gooi-NFCDerderijer Ton Steenwinkel met ’t Gooi in actie tegen NFC

Terug naar de derde helft, die zich voornamelijk afspeelde in het clubhuis van Lansdowne, een “grote villa” in de hoek van het stadion, waar er ’s avonds muziek was en wij een culturele uitwisseling met de vrouwelijk aanwezigen georganiseerd hebben, die vergeefs op hun Ierse vriendjes stonden te wachten. De vriendjes waren toen nog, alleen, aan het “indrinken”. Wij hebben hun vriendinnetjes alles wat ze over Nederland wilden weten verteld!

De terugvlucht liep een kwartiertje vertraging op, omdat de ruime aanschaf van de taxfree drankjes, zoals Jameson en Paddy’s, meer tijd nodig had, dan de piloot eigenlijk wilde. Geduld is, ook voor een piloot, een schone zaak. In het vliegtuig stelden we vast, dat de vissers gevist, de jagers gejaagd en de rugbyers gerugbyd hadden. Niet alle gekochte flessen drank hebben overigens Schiphol gehaald. Wij wel!

Dublin-Bombing-1974Schade na een IRA-bomaanslag in Dublin in 1974

Een week later keek ik TV en zag hoe de IRA in Dublin een bom in een hotel had laten ontploffen; gelukkig geen doden of gewonden, maar het hotel moest wel afgebroken worden! Ik kon nog net zien dat het dat hotel was waar wij een week tevoren (wel zeer kort hoor!) overnacht hadden. Ik ben blij dat ik weer goed kan slapen nu dit goed bewaarde geheim – de enige Nederlandse competitiewedstrijd die ooit in het buitenland gespeeld is – eindelijk, na ongeveer 41 jaar, in de openbaarheid is gekomen.

Stadion Lansdowne Road werd in 2007 afgebroken en in 2010 vervangen door het Aviva stadion.

Pa Büchner, een “vergeten” erelid? (jaren ’40/’50)

A. ("Pa") Büchner, trainer en coach 1944-1962Aquarel van Pa Büchner

In 1988 ondernam oud-Gooispeler Jaap van den Berge een actie voor erkenning van de verdiensten van de heer Adolf Büchner, de vader van de oud-Gooiers Werner en Dieter Büchner. BApril 1998, Ge Meerman, Jaap vd Berge, Louis Kehrer, Rien Termeulenij zijn bezoeken aan de lustrum-reünies in het nieuwe clubhuis in 1983 en 1988 was het Jaap opgevallen, dat er geen aandacht aan deze opmerkelijke figuur uit de Gooi-historie besteed werd. Zijn actie leidde er onder meer toe, dat Adolf Büchner in 1989 postuum tot erelid van RC ’t Gooi benoemd werd. Wie was eigenlijk deze heer Büchner, die niet alleen door zijn zoons “pa” werd genoemd?

Jaap van den Berge (rechts) met Gé Meerman bij de lustrumviering 1998

Zo’n 25 jaar eerder stond er in de De Scrum van 28 augustus 1963 een in memoriam voor Adolf Büchner met als titel “Terugblik”, dat een aardig inzicht biedt in de persoon Pa Büchner. De datum van zijn overlijden wordt niet genoemd. Schrijver: die zelfde Jaap van den Berge.

IM Pa Buchner-01

00 teamfoto-01

RC ’t Gooi-teamfoto uit ca. 1952 met o.a. Dieter Büchner (staand, 3e van links) en Werner Büchner (vooraan, met bal)

IM Pa Buchner-02

1943 kaartje leggen bij fam BuchnerKaartje leggen bij de fam. Büchner, ca. 1943, Theo Terlingen, Joop Dooyer (beiden geen rugbyer), Bob Lenderink, Dieter Büchner, Tonny de Lange (geen rugbyer)

IM Pa Buchner-03

1948-04 Geselecteerd schoolteamTeam van Bussumse middelbare scholieren, dat in april 1948 tegen een schoolteam uit Liverpool speelde. Geknield: ?, Werner Buchner, Bob Lenderink, Frits Frankfort, ?, ?

IM Pa Buchner-04

1945-12-23 Ned-Belgie teamsDe eerste naoorlogse Nederland – België op 23 december 1945 op Sportpark Zuid in Bussum. Links met bloemen bondsbestuurder (en Gooier) Kees Meeuwis, rechts met alpinopet scheidsrechter Paul Béchet. De Belgen dragen vesten.

IM Pa Buchner-05

1948-02-07 bal masque midden pa BuchnerBal masqué, 7 februari 1948, ?, hr. Von Stein (schilder), Dieter Büchner, pa Büchner, mw. Büchner, Werner Büchner, ?

IM Pa Buchner-06

1962-12-16 Hannover Victoria-01Bezoek van Victoria Hannover met Gooi-bestuur aan stadhuis Naarden eind 1962

IM Pa Buchner-07

Bob Lenderink met Pien-03 en pa BuchnerPa Büchner met pijp bij het bal masqué 7 februari 1948 

Ook buiten RC ’t Gooi bleef Pa Büchner niet onopgemerkt; zo zei Toon Bogers, oud-speler van AAC en erelid van de NRB, in de lustrum-Scrum van 2003 over de jaren kort na de oorlog: “In die tijd was pa Büchner, de vader van Werner en Dieter, coach en wel een zeer bijzondere. Vooral ten aanzien van zijn terminologie, hij was van Duitse komaf en hij hanteerde langs de lijn de Duitse termen, zo brulde hij “unter die Billen”, wanneer hij vond dat de scrum niet laag genoeg inkwam, de line-out was “die Gasse” en de scrum “Gedrängel”, opmerkelijk was, dat niemand daar aanstoot aan nam en dat vlak na de oorlog”.

Een markante man dus, die het verdiende om erelid te zijn. Wel opmerkelijk, dat hij in 1989 postuum tot erelid werd benoemd, terwijl hij dat blijkens het in memoriam van Jaap van den Berge uit 1963 al was. Blijkbaar dus een “vergeten” erelid, niet alleen door de club, maar ook door Jaap van den Berge.

Zie ook ‘De eerste interland na de oorlog’.

Café-restaurant Prinses Margriet (jaren ’50)

 

1963 advertentie Prinses Margriet in ScrumAdvertentie van café-restaurant Prinses Margriet in De Scrum in de jaren ’60

In Bussums Nieuws van 2 maart 2011 stond een berichtje over lezer Jan Schippers, die  45 jaar geleden rijexamen deed vanuit café-restaurant Prinses Margriet op de hoek Brediusweg / Vossiuslaan: “Het CBR nam destijds in een rokerig bovenzaaltje van Prinses Margriet de theorie-examens af. En bij dit ietwat morsige café-restaurant vertrokken ook de examenkandidaten met hun lesauto’s, om er blij of in-verdrietig weer terug te keren“.

R-28Het voormalige Bussumse café-restaurant Prinses Margriet op de hoek van de Brediusweg en de Vossiuslaan

Maar Prinses Margriet was ook jarenlang de plaats van samenkomst van RC ‘t Gooi vóór de uitwedstrijden en na de thuiswedstrijden. We hebben het dan vooral over de periode tot eind 1961, toen de Utrechtse Poort in de Naardense vesting ons clubhuis werd. Maar ook daarna werd wel bij Prinses Margriet verzameld. We vroegen enkele oud-spelers naar hun herinneren aan het voormalige café-restaurant. Joop Meijer weet nog, dat de familie Plat een eindje verder aan de Brediusweg woonde en met vier rugbyende zonen wilde het nog wel eens druk worden in huize Plat. Prinses Margriet diende dan als het verlengstuk van de huiskamer van de familie Plat. Hans van den Bovenkamp mocht in het begin nog niet met z’n vader Joop mee naar Prinses Margriet vanwege z’n jeugdige leeftijd, het bier en de rugbysongs. Maar dat is later allemaal goed gekomen… Sicco Scheltema herinnert zich, dat het prima ging, als je er met een klein groepje kwam, maar als we met de tegenstanders kwamen konden ze het eigenlijk niet aan en al helemaal niet als het om een groep dorstige Engelsen ging. We gingen dan naar het bovenkamertje en als je dan met je zes biertjes boven kwam waren ze onderweg “verdampt”.

CA-31AHet interieur van het bovenzaaltje van Prinses Margriet

In het bovenzaaltje hadden de rijexaminatoren elk een eigen tafeltje. Op de bordjes zijn de namen te onderscheiden van Lette en Krayenbrink. Het winterlandschap op de achterwand werd in 1945 geschilderd door de bekende Bussumse kunstenaar Jan Verhoeven. Café-restaurant Prinses Margriet stond op de plaats waar nu de ABN Amro Bank staat. Het was niet alleen de oproepplaats voor rijexamens, maar ook een bekend biljartcafé, met drie Wilhelmina-biljarts, waarvan één officieel wedstrijdbiljart. Na een lange tijd van leegstand brandde het op 4 juli 1979 geheel af, vermoedelijk door spelende kinderen.

CA-33AOok voor biljarters

 1963-12-02 Scrum Feest in Prinses MargrietAankondiging van rugbyfeest in Prinses Margriet in De Scrum van 2 december 1963

 CA-34AHet interieur van Prinses Margriet

De foto’s bij dit artikel zijn afkomstig uit de Collectie M.J.M. Heyne Bussum (www.beeldvanbussum.nl), waarvoor hartelijk dank!

 

Nederland-Tsjechoslowakije (1946)

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-02

Anderhalf jaar na de oorlog, op zondag 10 november 1946, speelde het Nederlands vijftiental tegen Tsjechoslowakije op het Bussumse Sportpark Zuid. De selectie voor deze wedstrijd bestond uit 19 spelers, waarvan maar liefst 11 van AAC. Er zaten ook 2 Gooiers bij: Van Heijningen was fullback en Hosman reserve.

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-01

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-031946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-05De onbekende Tsjechoslowaken verrasten Nederland door “enigszins in Franse stijl” te spelen. Het waren “goed getrainde en stevige spelers, die het de Hollanders niet gemakkelijk hebben gemaakt”, wat resulteerde in een 0-11 ruststand. In de tweede helft kwam Nederland dankzij opvallende acties van ARVC-speler Hans van Swol terug, wat twee tries opleverde. Maar ook de Tsjechoslowaken scoorden nog en dat leverde de eindstand van 8-14 en daarmee een onverwachte nederlaag op.

De interland werd georganiseerd door RC ’t Gooi en trok 870 betalende bezoekers, waarvan er 543 een kaartje van 60 cent kochten en de overige 327 voor het gereduceerde tarief van 25 cent naar binnen mochten. Daarmee kwam de totale recette op 407,55 gulden. Na aftrek van de kosten bleef er een positief resultaat van 95,63 gulden over, waarvan ’t Gooi 10%, ofwel 9,56 gulden mocht behouden. Tel uit je winst!

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-04

Pieter Tolsma van AAC stuurde ons de nodige documenten en foto’s van momenten uit de wedstrijd van Nederland tegen Tsjechoslowakije (waarvoor hartelijk dank!).

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-061946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-07

Weg van Bussum (1956/1957)

In 1943 of 1944 – er zijn geen archiefstukken van, dus precies weten we het niet – moest RC ’t Gooi het terrein bij de Bussumse watertoren verlaten in opdracht van de Duitse bezetter. Volgens ons jubileumboek uit 1983 ging er in maart 1944 een schrijven de deur uit naar alle leden, oud-leden en belangstellenden, waarin o.a. werd aangekondigd, dat RC ’t Gooi voortaan op het Bussumse Sportpark Zuid zou gaan spelen. In een besluit van de Bussumsche Algemeene Sportstichting werd het goede nieuws bevestigd. De verhuur zou op 1 mei 1944 ingaan.

1944-05-01 besluit verhuur Sportpark Zuid

Toon Bogers, oud-speler van AAC en erelid van de NRB, zegt in de lustrum-Scrum van 2003 over Sportpark Zuid: “Het Gooi had een zeer bijzonder veld, het was voordien gebruikt voor de hippische sport; maar het veld was verschrikkelijk slecht, met grote kale plekken en kuilen en hinderlijke graspollen. Maar niemand die dat deerde, want behalve de prachtige tribune die ze hadden waren er ook warme douches en dat was een niet te verwaarlozen punt”. De rugbyers hadden het best naar hun zin, ondanks het slechte veld.

2 april (2e Paasdag) 1956. RC 't Gooi vs Old Lutonians op Sportpark Zuid Bussum

Op 2 april 1956 (2e Paasdag) speelde RC ’t Gooi tegen Old Lutonians op Sportpark Zuid in Bussum

Twaalf jaar later zag het er minder florissant uit. Je zou de situatie kunnen typeren als goal displacement: het verschijnsel, dat het middel belangrijker wordt dan het doel. Zoiets was er aan de hand, toen op 20 juli 1956 de gemeente Bussum in een brief aan RC ’t Gooi schreef: “dat wij tot ons leedwezen geen speelgelegenheid ter beschikking van uw vereniging kunnen stellen”. Als reden werd aangevoerd: “de overweging, dat de pas gelegde nieuwe grasmat in sterke mate behoort te worden ontzien en dus met grote voorzichtigheid behoort te worden bespeeld”. Dus: liever een prachtig sportveld, dan sporters die er gebruik van maken. Een merkwaardige afweging.

Maar RC ’t Gooi zat er maar mee. De club moest weg van Sportpark Zuid en de gemeente Bussum kon – of wilde – geen enkel ander veld beschikbaar stellen. Het jubileumboek uit 1983 meldt hier het volgende over.

78 bovenaan

In november 1956 worden de afspraken tussen RC ’t Gooi en Chefana schriftelijk bevestigd, waarna er gerugbyd kan worden.

79 bovenaan

In maart 1957 probeert het RC ’t Gooi-bestuur nog eens een veld toegewezen te krijgen bij de wethouder van Sportzaken van de gemeente Bussum, maar weer zonder resultaat. Er wordt vervolgens aan de gemeente Naarden gevraagd of ze bereid is onderdak te verlenen aan de dakloze club en dat is ze.

1957-04-25 brf gem Naarden over sportveld

Blij met deze kans neemt de club zich voor de proeftijd goed door te komen, z’n beste beentje voor te zetten en een goede eerste indruk op de gemeente Naarden te maken. De contributie wordt verhoogd in verband met de te verwachten hogere kosten. Op 10 september 1957 stuurt de gemeente een officiële definitieve toezegging. Voor de opening van het nieuwe sportcomplex aan de Amersfoortsestraatweg op 14 september 1957 worden we ook uitgenodigd. De Naardense periode van RC ’t Gooi breekt aan.

1957-09-10 brf gem Naarden betr huur sportveld

85 bovenaan

In de ledenvergadering besluit RC ’t Gooi ook officieel haar zetel van Bussum naar Naarden te verplaatsen, waarvan onderstaand krantenbericht kond doet.

1957 krantenbericht verplaatsing zetel naar Naarden

Daarmee wordt een streep gezet onder de Bussumse jaren van de club en beginnen de Naardense jaren, die tot op de dag van vandaag voortduren. Zesenvijftig jaar is RC ’t Gooi inmiddels geworteld in Naardense bodem en dat is een goed gevoel.

De Utrechtse Poort: geliefd gewelf voor holbewoners

IMG_0365De Utrechtse Poort (1877)

In augustus 1961 hing er belangrijk nieuws in de lucht: een eigen clublokaal, dat omschreven werd als “uniek, waarlijk grandioos en een kasteel”.

1961-1962 Utr Poort wordt clubhuis

1961, Bas HagemanBas Hageman in 1961, bij de ingebruikname van de Utrechtse Poort als RC ’t Gooi clubhuis

Het linkergedeelte van de Utrechtse Poort in de Naardense vesting is ruim 20 jaar het clubhuis van RC ’t Gooi geweest. In 1961 is de club erin getrokken, nadat bestuurslid Bas Hageman er veel tijd en energie in gestopt had om dit voor elkaar te krijgen. Van binnen is het een soort gewelf, waar de leden van de club zich erg op hun gemak voelden. Er zijn heel wat tegenstanders ontvangen en gedenkwaardige feesten gevierd en er werd eindeloos gepraat, moppen getapt, bier gedronken, gerookt, gepokerd en getoept. Gezelligheid troef dus. Echt iets voor holbewoners, wat veel mannen toch zijn. Maar ongeschikt voor het opvangen van jeugd.

29 oktober 1961 Feest in de Poort, Joop SimonsHet eerste feest in de Utrechtse Poort, in oktober 1961. Er was nog geen verwarming en zo te zien ook geen biertap. Bestuurslid Jaap Simons lacht ons toe

Er was nogal wat tegenstand, toen zo rond 1980 de plannen vorm begonnen te krijgen om een clubhuis nabij het rugbyveld te betrekken. Die plannen zijn toch doorgezet, omdat dat gunstig zou zijn voor de groei van de vereniging en met name van de jeugd. In 1982 hebben de leden van RC ’t Gooi hard gewerkt aan het nieuwe clubhuis; er werden zo’n 6.000 uur eigen werk in gestopt. In 1983 werd het clubhuis officieel geopend en werd er met weemoed afscheid genomen van wat ooit het gezelligste rugby-clubhuis van Nederland werd genoemd.

In de zon bij de Utrechtse PoortVoor de Utrechtse Poort in de zon

De Utrechtse Poort ligt aan de oostkant van de vesting Naarden en stamt uit 1877. Het gebouw verving een eerdere poort uit de 17e eeuw, die al van grote afstand zichtbaar was en zo een gemakkelijk doelwit vormde bij een eventuele aanval op de vesting. De poort ligt aan het Adriaan Dortsmanplein en het is een rijksmonument. Het is de enige nog overgebleven stadspoort in Naarden, sinds de Amsterdamse Poort werd afgebroken. De poort is gebouwd in baksteen met als versiering natuurstenen accenten, het stadswapen (dubbele adelaar), sculpturen die verwijzen naar de vestingbouw en een staande leeuw met zwaard en zeven pijlen (verwijzing naar de voormalige Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden). Op de torentjes zijn plaquettes aangebracht van koning Willem III en zijn echtgenote Sophia. De gevel is een ontwerp van Jacobus van Lockhorst, die ook de gevel van de nabijgelegen Promerskazerne ontwierp.

Gooise Moordenaar via de Utrechtse PoortDe Gooise Moordenaar passeert de Utrechtse Poort

Op het bakstenen poortgebouw ligt een laag aarde van zo’n 2,5 m dikte. Daardoor ligt de bovenkant van de wal op de beide vleugels van de poort circa 8,5 m boven NAP, terwijl het middengedeelte van de poort tot zo’n 10 meter boven NAP komt. Links en rechts van de doorgang in het midden zijn ruimtes, die bestemd waren voor de militairen die de poort moesten bewaken. Het waren vooral wachtlokalen, maar in het rechtergedeelte waren ook twee cellen ondergebracht, bestemd voor eenzame opsluiting. De Gooise Stoomtram – alias de Gooise Moordenaar – reed jarenlang onder de Utrechtse Poort door. In het gewelf van de poort is nog steeds het roetspoor van de tram te zien. Op de hoeken van de doorgang zijn oude kanonnen ter bescherming ingegraven.

Utrechtse Poort schoonmakenDe bar in de oude Poort

De inrichting van ons voormalige clubhuis was redelijk sober. In het begin was er zelfs geen verwarming aanwezig en de wc’s waren koud en primitief. Rechts achterin was een kleine bar met barkrukken, naast een voorraadruimte. Links en rechts in de lengterichting van de ruimte waren tafeltjes met stoelen aangebracht, waarboven lampjes hingen. In mijn herinnering heb ik alleen maar aan de bar gezeten of gestaan en nooit aan die tafeltjes. Na RC ’t Gooi trok de Toneel Vereniging Naarden ToVeNaar in ons voormalige clubhuis. Tegenwoordig is de ruimte in gebruik als informatiecentrum over de Hollandse Waterlinie.

1978-11 Ouderavond-03Ouderavond in de Utrechtse Poort

De reden om 30 jaar geleden uit de Utrechtse Poort naar het nieuw gebouwde clubhuis te vertrekken – ledengroei, in het bijzonder bij de jeugd – heeft zich in de praktijk bewaarheid. Toen we vertrokken hadden we  twee seniorenteams en enkele jeugdleden en dertig jaar later barsten we met vier seniorenteams en een groeiende en bloeiende jeugdafdeling bijna uit het ooit zo ruime nieuwe clubhuis. De gezelligheid heeft niet onder de verhuizing geleden, moeten zelfs de grootste tegenstanders van het vertrek uit de Utrechtse Poort toegeven.

1982 Consumptiekaart oude PoortConsumptiekaart

Nieuwe kleedruimtes, verbouwing van het clubhuis en een tweede veld zijn de stappen die in 2013 moeten leiden naar een voorspoedige ontwikkeling van RC ’t Gooi in de komende jaren. En ook nu zijn er weer voor- en tegenstanders.

 

Vlak na de oorlog: 12½ jaar RC ´t Gooi (1945)

1945-10 Jubileumnummer 12,5 jr coverDe cover van de jubileum-uitgave van De Scrum t.g.v. het 12½ jarig bestaan in 1945

Via Peter de Graaf kreeg ik de speciale uitgave van De Scrum in handen, ter gelegenheid van het 12½-jarig bestaan van RC ’t Gooi. We hebben het over 1945. Vlak na de oorlog en Nederland was arm en in opbouw. Je zou verwachten, dat er uitvoerig stilgestaan zou worden bij de net afgelopen 5 jaren van oorlog en bezetting, maar dat is nauwelijks het geval. Wilde men z’n blik richten op de toekomst, in plaats van op het verleden? Wilde men feest vieren in plaats van gedenken? Hoop in plaats van rouw? Het lijkt erop.

1945-10 Jubileumnummer 12,5 jr ledenlijstLedenlijst in de jubileum-uitgave van De Scrum t.g.v. het  12½ jarig bestaan

Tweeënveertig leden had de club toen, Dolf Plat was voorzitter, Dick Bouwman secretaris, J. D. Meeuwis penningmeester en ook Ben Hosman maakte deel uit van het bestuur. In zijn inleidende artikel heeft voorzitter Dolf Plat het onder meer over “oude vrienden die zijn heengegaan voor tijdelijk en voorgoed”. Maar hij heeft het ook over ”trips, kort of lang, die we maakten om ons partijtje te kunnen spelen. Ik hoef slechts te zeggen: Bruxelles, Düsseldorf, Oberhausen, Dieren en zij die het meemaakten, weten wat ik bedoel. Het zijn dagen geweest, die we niet licht zullen vergeten. Daarna kwam de oorlog, die verschrikkelijke oorlog, die onze vrienden wegnam, die alles wat mooi en goed was trachtte te vernietigen en helaas in veel is geslaagd”.

foto008Gooi 1937/38, demonstratiewedstrijd in Dieren. Achter: Bob de Jonge, Dolf Plat (met scrumcap), Jan van Schaik, Bob Zwart (met alpinopet), Ko Munnikhuizen, Bep van Kooten, Witte van Heijningen, Rein Koopmans, Zollner, Jaap van Schaik, ? (met regenjas), voor: Kees Meeuwis, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Fred Huyer, Elbert Kortenoever, Walt Jongman

Maar bij het vergeten zit ´m nou precies het probleem. Over de trips naar Brussel en Dieren is er in 2013 nog wel wat archiefmateriaal beschikbaar, maar Düsseldorf en Oberhausen..? Het was in die tijd met 42 leden natuurlijk een klein en overzichtelijk clubje, waarin de kennis over de leuke en minder leuke gebeurtenissen ”vanzelf” gedeeld werd. Daar hoefde je geen verhalen over op te schrijven en foto´s van te maken. En die vind je in 2013 dan ook niet of nauwelijks.

Over de bezettingsjaren hebben we slechts een globaal beeld, namelijk dat het rugbyspelen gaandeweg steeds lastiger werd en in de jaren 1944 en 1945 vrijwel stil lag. Opvallend: twee keer de Joodse achternaam Cohen op een ledenlijst uit juni 1944 en diezelfde achternaam ook, maar nu één keer, op de ledenlijst in de 12½ jaar-uitgave van De Scrum. Daar zit natuurlijk een verhaal achter, maar welk verhaal? De van oorsprong Duitse broers Werner en Dieter Büchner waren voor de oorlog al lid van RC ´t Gooi en bleven dat tijdens en na de bezettingsjaren. Hoe werd er tegen hen – en hun vader, Adolf Büchner – aangekeken in die tijd? Hoe hebben ze die jaren zelf ervaren? Waren er spanningen in de club vanwege pro- en anti-Duitse sympathieën?

1945-10 Jubileumnummer 12,5 jr Opoe RumOpoe Rum

Antwoorden vind je niet in het jubileumnummer. De toonzetting is licht en jolig, zonder ”harde feiten”. Er is een gedicht van ”Opoe Rum”, waarin alle leden goedmoedig aan de beurt komen. NRB-voorzitter E.J. Alofs put zich – in een opvallend slecht geformuleerd verhaal – uit in de optimistische algemeenheden, die je bij een dergelijk jubileum van de bondsvoorzitter mag verwachten. Dick Bouwman doet alsof de club 35 jaar bestaat (en het dus 1968 is), in een verhaal met veel Gooi-teams met eigen vliegtuigen en vliegveld, een Gooi-stadion en -clubgebouw en gesalarieerd personeel in dienst.

Oud AAC-secretaris Wim Verbrugge haalt herinneringen op aan de jaren waarin hij de GRC (Gooische Rugby Club) op het rugbyveld bestreed: ”hoewel het altijd vechten geblazen was en de Gooiers ons een eventueele overwinning tot op de laatste minuut betwistten, de stemming op het veld bleef steeds fijn”. En dan volgt er zowaar nog een stukje feitelijke informatie: ”En hoe vaak trokken wij niet gezamenlijk als Amsterdamsch vijftiental ten strijde tegen Antwerpen of Brussel? Dat deze groote tijden spoedig mogen terugkeeren!”.

1983-04-23 Lustrum reunie-06 Oude Glorie bijeen bij de lustrumviering in 1983: Witte van Heijningen (die in 1933 de eerste try voor RC ’t Gooi scoorde), Bob de Jonge (oud-trainer, oud-voorzitter, erelid, oud-bondsvoorzitter), Ben Hosman (oud-voorzitter, erelid), Dolf Plat (oud-voorzitter)

Simon Scrum, ”den super-vliegende-verslaggever van Rugby Sport”, interviewt ”J.A.Jens (Bob) de Jonge, den verzekeringsmagnaat, die buiten zijn drukke werkzaamheden nog tijd over heeft om aan politiek te doen, schaak te spelen, taal te zuiveren, wedstrijden te leiden en ingezonden stukken te schrijven”. Het is een lollig verhaal, waarin feiten en verzinsels onontwarbaar met elkaar verweven zijn. Een (wellicht feitelijk kloppend) citaat van de oud-ARVC’er, voormalig bondsvoorzitter en oud-RC ´t Gooi voorzitter en erelid: ”Het resultaat hiervan na drie jaar (drie jaar na de oprichting van RC ´t Gooi, dus 1936 – red.) was: nummer 1 in de Van Broekhuizenbeker (en dus landskampioen – red.). Wij versloegen dat jaar niet alleen in een uitwedstrijd Delft, maar Boebie v.d. Berg erbij. Maar ik kan u verzekeren, dat het heel wat gekanker en gevloek mijnerzijds gekost heeft voor het zoover was”.

1945-10 Jubileumnummer 12,5 jr ledenwervingWerft leden en donateurs!

Verder bevat het jubileumnummer nog een verhaal over de ervaringen van een nieuweling in de rugbysport: aardig, maar niet verrassend. Leuker is het afgeluisterde gesprek tussen de rugbyschoenen van een oude vriend, die nu al jaren in de kast staan te beschimmelen. ”Maar hoe lang zijn we nu al bevrijd? ´t Is toch al meer dan een half jaar geleden, dat die gehaten moffenlaarzen door onze straten, ja…, op ons veld paradeerden. Ja… en nog kijkt hij niet naar ons om, hij is vergeten wat hij aan ons verschuldigd is, de prettige wedstrijden die we tezamen tot een goed einde brachten. Hoe hij tegen ons sprak als tegen zijn beste vrienden en ons vertroetelde”. Blijkbaar was het voor sommigen lastig om de rugby-draad na de oorlog weer op te pakken. Zou de oproep tot werving van leden en donateurs daarom geplaatst zijn?

1945-11-17 feest 12,5 jr bestaan RCG Gooische Boer BussumFeest op 17 november 1945 in De Gooische Boer in Bussum, ter gelegenheid van het 12,5 jarig bestaan van RC ’t Gooi

Over de voorbereidingen van het jubileumfeest meldde het clubbulletin het volgende:

1945-11-17 feest 12,5 jr jubileum

Gooische BoerHotel-restaurant De Gooische Boer (foto: Historische Kring Bussum)

Het jubileumfeest vond plaats op zaterdag 17 november 1945. Plaats van handeling was hotel-restaurant De Gooische Boer. Dit bevond zich in Bussum aan de Huizerweg, op de hoek met de Amersfoortse Straatweg. In april 1958 werd het door brand verwoest. Het feest werd een enorm succes, al bleef de feestcommissie na afloop wel met een nadelig saldo van f 2,75 zitten!

Een bijzondere Gooier: Bep van Kooten, door Tom Visser

In Memoriam voor Bep van Kooten in De Scrum van september 1979

Op zoek naar verhalen-uit-de-oude-doos, die voor de lustrumwebsite gerecycled zouden kunnen worden, kwam ik in De Scrum van september 1979 het bovenstaande In Memoriam tegen.

Gooi 1937/38, demonstratiewedstrijd in Dieren. Achter: Bob de Jonge, Dolf Plat (met scrumcap), Jan van Schaik, Bob Zwart (met alpinopet), Ko Munnikhuizen, Bep van Kooten, Witte van Heijningen, Rein Koopmans, Zollner, Jaap van Schaik, ? (met regenjas), voor: Kees Meeuwis, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Fred Huyer, Elbert Kortenoever, Walt Jongman

Tom Visser bij een herhalingsoefening in de jaren ’80

Bij het lezen sloeg bij mij de bliksem in! Ik werd zelf in m’n diensttijd in 1972 bij de Stoottroepen geplaatst. In 2005 werkte ik mee aan een boek, gebaseerd op  het het dagboek van een Stoottroeper, over de strijd in Nederlands-Indië in de periode 1945-1948. De naam Bep van Kooten kende ik in dat verband, maar dat hij net als ik bij RC ’t Gooi rugby had gespeeld maakte het toeval wel heel erg groot! Reden genoeg om eens wat meer aan de weet te komen over deze opmerkelijke Gooier.

De krantenknipsels uit 1933 leverden het volgende op. Al in de eerste wedstrijden van (toen nog) de Drafna Sport Club wist Bep van Kooten zich te onderscheiden. Op 10 april 1933 schreef de Gooi en Eemlander over de allereerste gewonnen wedstrijd tegen ARVC: “..het was van Kooten, die de partijen op gelijken voet bracht”. En De Bel voegde daar een dag later aan toe: “..een try van v. Kooten, terwijl dezelfde speler kans zag met een schitterend gericht schot een moeilijke goal te maken”. En ook: “..een try van Koster, wederom door van Kooten, die een zeer productieven wedstrijd speelde, in een goal omgezet”. De eindstand was 13-9.

De Gooi en Eemlander schreef op 24 april 1933 over de wedstrijd van de Drafna Sport Club tegen de Hilversumsche RC: “..door B. van Kooten (…) een try, die door denzelfden speler in een goal wordt omgezet”. Maar wel een goal voor de Hilversummers, tot welke club Bep van Kooten in die tijd blijkbaar behoorde. Dat hij eerder voor Drafna had gescoord geeft aan, dat er in die begintijd veelvuldig onderling spelers geleend werden. In De Bussumsche Courant van 15 september 1933 staat een berichtje over het nieuwe bestuur van de Hilversumsche RC: “..werd het bestuur als volgt samengesteld: (…) commissarissen (…) B. van Kooten”.

In De Bel staat op 17 oktober 1933 een verslag van de wedstrijd AAC tegen ’t Gooi (14-9); ’t Gooi is hier een combinatie van spelers van Drafna en de Hilversumsche RC. “..v. Kooten en Rosenbaum, die elk den bal achter de AAC-doellijn wisten te drukken”. En verder: “..v. Kooten, die een zeer verdienstelijke partij speelde, zorgde wederom voor den gelijkmaker”. Op 31 januari 1934 besloten beide clubs samen verder te gaan onder de naam Gooische Rugby Club, waarvan ook Bep van Kooten lid werd. En niet alleen dat, want de krant meldt: “Tot captain van het eerste vijftiental werd aangesteld de heer B. van Kooten”.

Hoe verging het Bep van Kooten als militair? Dat vond ik in het boek Stoottroepen 1944-1984, van de Sectie Militaire Geschiedenis van de Landmachtstaf. De Stoottroepen zijn – nog steeds – het jongste regiment van de Nederlandse Landmacht. De oprichting vond plaats in september 1944, toen het zuiden van Nederland deels al bevrijd was en de rest van het land nog door de Duitsers bezet. In het bevrijde zuiden kwam het ondergrondse verzet bovengronds. Men wilde actief gaan deelnemen aan de bevrijding van de rest van Nederland en aan de strijd tegen Duitsland.

Bep van Kooten naast prins Bernhard

Bep van Kooten was tijdens de mobilisatie als dienstplichtig onderofficier werkzaam geweest bij het Bureau Ontwikkeling en Ontspanning van de Generale Staf. In de bezettingstijd raakte hij betrokken bij de ondergrondse LKP (Landelijke Knokploegen). Hij was in september 1944 de adjudant van Jacques Crasborn, de provinciaal commandant van de ondergrondse KP (Knokploegen) in Limburg. Diens commandant “Frank” (schuilnaam van Johannes A. van Bijnen) stuurde op 15 september 1944 Bep van Kooten naar prins Bernhard, de bevelhebber van de pas opgerichte Nederlandse Strijdkrachten, die toen in Brussel verbleef. Hij moest orders gaan halen over de verdere deelname van het verzet aan de oorlog, na de bevrijding.

2e van links: Jacques Crasborn, rechts: Bep van Kooten

Prins Bernhard vertelde hem over zijn plannen voor de opbouw van de Binnenlandse Strijdkrachten en gaf hem de opdracht om in het bevrijde Zuid-Limburg uit het verzet een gevechtseenheid te vormen. Een schriftelijke bevestiging volgde op 19 september 1944, evenals de benoeming van Van Kooten tot commandant van de op te richten eenheid. Nog die zelfde dag begon Van Kooten met het uitvoeren van zijn opdracht.

Bep van Kooten (links) wordt beëdigd tot officier in januari 1945

Uit de verzetsstrijders – burgers, meestal zonder militaire opleiding en als militairen slecht gekleed, bewapend en uitgerust – smeedde hij in korte tijd de “Koninklijke Stoottroepen der Nederlandsche Binnenlandsche Strijdkrachten in Limburg”. Door zijn grote enthousiasme en uitstekende organisatorische talenten wist hij zijn geringe militaire ervaring goeddeels te compenseren. Zo’n 10 maanden later, op 7 juli 1945, werd de inmiddels tot majoor bevorderde Van Kooten commandant van het Oorlogsregiment Stoottroepen, wat hij tot 15 april 1946 bleef.

De plaatselijke editie van Het Parool bericht op 10 mei 1945 over het bezoek, een dag eerder, van Bep van Kooten aan zijn ouders in Bussum. De bewonderende verslaggever had “het groote geluk en de eer” een onderhoud met hem te hebben.

1945-05-10 Prl Bep v Kooten bezoekt ouders Bussum-01

1945-05-10 Prl Bep v Kooten bezoekt ouders Bussum-02Op de Johan Willem Frisokazerne in Assen zijn er gebouwen vernoemd naar de grote mannen uit de begintijd van de Stoottroepen; zo is er ook een gebouw vernoemd naar “onze” Bep van Kooten.