Rugby in de oudheid, door Bob de Jonge

 

?, Bob de Jonge, ?, ?, Fred Huyer, ?RC ’t Gooispelers uit de oudheid (jaren ’30): ?, Bob de Jonge, ?, ?, Fred Huyer, ?

In 1978, bij het 9e lustrum, schreef ons erelid, oud-voorzitter J.A.J. (Bob) de Jonge in De Scrum over de rugby-oudheid in Nederland. Hij maakt daar zelf deel van uit. Als de allereerste secretaris van de op 1 oktober 1932 opgerichte Nederlandse Rugby Bond stond de latere bondsvoorzitter aan de wieg van RC ‘t Gooi. Hij was in die tijd nog lid van ARVC, de Amsterdamsche Rugby Voetbal Club. En dan nu Bob de Jonge zelf aan het woord.

Wanneer je in De Scrum een vraaggesprek met pionier Frankfort hebt gelezen, gaan je gedachten onwillekeurig terug naar het verre verleden. De rugbywereld van heden ten dage is wel heel wat anders dan het rugbywereldje van toen. Je vraagt je af hoe het allemaal is begonnen en hoe het zich heeft gehandhaafd. Het antwoord op dat handhaven is niet zo moeilijk te geven: door pionierswerk van mensen als Frankfort.

DSR-C in actie tegen AAC in Amsterdam in 1934DSR-C in actie tegen AAC in Amsterdam (tijdschrift Sport in Beeld, 1934)

Maar de geboorte van de rugbysport in Nederland is wat duister. De oudste en veruit de oudste club is de DSR-C, die ik in de eerste wereldoorlog in mijn zeer prille jaren weleens zag spelen tegen gestrande Zuid-Afrikaanse studenten en Britse krijgsgevangenen (1). Dat vond dan plaats onder andere in het oude stadion in Amsterdam (2) en als kind werd ik zo geestdriftig dat ik, toen ik de kans kreeg, zelf ben gaan spelen. En die kans kwam in 1930, er stond toen in de Amsterdamse bladen een oproep van een aantal Zuid-Afrikaanse en Engelse studenten ter oprichting van een rugbyclub en daaruit ontstond ARVC, dat gezien het aantal voortreffelijke buitenlanders, een zeer goed partijtje vertolkte.AAC tegen ARVC in maart 1933

AAC tegen ARVC (tijdschrift Revue der Sporten, 13 maart 1933)

1933-01-17 DBC oprichtingARVC, kort daarna gevolgd door AAC, was de derde rugbyclub van Nederland; RCE was inmiddels door oud-Delftenaren van de grond gekomen. Voordien had Delft zich eenzaam en alleen staande moeten houden door enkele wedstrijden per jaar te spelen tegen de Antwerp British, de British Bruxelles en met Pasen enkele ontmoetingen met Engelse XV-tallen. Geen geringe prestatie. Voor de oorlog werden nog opgericht de HRC, de RRC, RC ’35 en de Gooische Rugby Club, dus niet de Rugby Club ’t Gooi. Ik kom daar straks op terug. Door een leraar Engels, Henk Kruising (als ik het goed spel) (3), waren enkele middelbare scholieren geestdriftig gemaakt voor onze sport. Een oprichtingsvergadering vond plaats in een café over de spoorbomen in Bussum. Namens de bond was ik daarbij aanwezig, vandaar mijn band met RC ’t Gooi, waar ik later nog jaren voor heb gespeeld.Scan.BMP

Hoe zat dat nu met die naam? De GRC werd toentertijd (nog voor de oorlog) benaderd door de Atletiek Unie. Indien wij ons aansloten, zouden wij bij de training worden geholpen en ook zou ons materiaal ter beschikking worden gesteld. Daar hebben we nooit iets van gemerkt en dus weigerden wij onze contributie te voldoen. Er werd gedreigd met royement en dat zou hebben betekend, dat de NRB ons ook zou hebben moeten royeren als lid. Eenvoudige oplossing: GRC hief zichzelf op en op datzelfde historische ogenblik kwam de RC ’t Gooi ter wereld!

Onze clubkleuren waren ook niet geheel hetzelfde als nu. De middenbaan van het shirt was lichtblauw. Toen in 1945 weer met frisse moed werd begonnen, werd aan alle oud-spelers verzocht hun shirts ter beschikking te stellen. Toen eindelijk nieuwe shirts konden worden aangeschaft, waren de oude kleuren niet meer te krijgen.

stoomtreinHoe was het (rugby)leven in de oudheid? Wel wat anders dan in de welvaartsstaat! Het reizen geschiedde vrijwel uitsluitend per trein op een zogenaamd gezelschapsbiljet. Aangezien ieder XV-tal zo’n drie of vier werklozen telde, moesten de andere spelers het gezelschapsbiljet voor hun rekening nemen. Wij speelden in het algemeen op bijvelden van kleine voetbalclubs, kleedgelegenheid een oud bouwkeetje, wassen in blikken bakken met water uit de sloot. Voor gezelligheidsavonden was er geen geld ter beschikking, trainen alleen op zaterdagmiddag mogelijk. Maar we hadden er allemaal veel voor over en we bleven overeind!

Kleedhokje van ARVC aan de Schagerlaan, ca. 1930Kleedhokje van ARVC aan de Schagerlaan, ca. 1930 (uit “In de lijn gespeeld”, Leo van Herwijnen, 1982)

De eerste jaren van ’t Gooi kenmerkten zich door grote geestdrift en wat het spel betreft door grote inzet en snelheid. Aan techniek en tactiek ontbrak nog alles. Ons terrein was in de toenmalige “zandafgraving” in de buurt van de watertoren (4). Maar nog voor de oorlog uitbrak in 1940 had ’t Gooi de bekercompetitie gewonnen! De grote namen van die tijd waren: Meeuwis, Jongman, Klasema, Van Heijningen, Van Kooten, Hosman, Plat, Koopmans en nog zovele anderen.

watertoren Bussum02Het terrein bij de watertoren moet links van de weg gelegen hebben, waar nu de begraafplaats is, ter hoogte van het huidige P+R-terrein bij station Bussum Zuid

Ik noemde zo even de bekercompetitie; een gewone competitie kenden wij niet. De bekerwedstrijden werden in een halve competitie gespeeld en verder hadden we net als in Engeland een vrije fixture list. Het kostte de clubbesturen heel wat moeite een goed wedstrijdprogramma in elkaar te zetten. Maar het had ook een voordeel: het ging er bij elke ontmoeting niet om de punten en zo kregen jongere en minder goede spelers volop kans mee te doen.

Henri_van_boovenWaarom er geen competitie was? Dat zat ’m in de NRB. De bond was opgericht op initiatief van de schrijver en journalist Henri van Booven, zelf een zeer verdienstelijk cricketer. DSR-C voelde wel de noodzaak van de oprichting van een overkoepelend orgaan, maar had ook bezwaren. Zoals: wij zijn studenten en wij willen ook onze contacten met Engeland niet verliezen. En dit was vroeger een brandende kwestie. De Britse landen in de wereld hadden hun eigen RFU en ook Frankrijk was daarbij aangesloten. Door de professionele aanpak in Frankrijk (ze waren er daar al vroeg bij), spelverruwing, betaling onder-de-tafel, werd Frankrijk uit de RFU gezet. En begonnen dus de Fransen aan de oprichting van de FIRA. Nu mochten Engelse clubs wel spelen tegen FIRA-leden, maar dan mocht er in het desbetreffende land geen competitie worden gespeeld en we moesten daarvoor buigen. In zekere zin ontdoken wij dat beding, door de beker te laten verspelen in de vorm van een halve competitie. Wij hadden dus wel een bekerhouder, maar geen (echte) kampioen!

En zo kwam het allemaal langzaam en moeizaam op gang totdat er midden in de Tweede Wereldoorlog een zeer plotseling einde aan de zaak kwam en er in 1945 weer opnieuw werd begonnen. En het verdere verloop zal de meesten wel bekend zijn.

Voetnoten:

(1) Dat is maar net mogelijk, want DSR-C werd opgericht op 8 oktober 1918 en de eerste wereldoorlog eindigde op 11 november 1918.

(2) Bedoeld wordt vermoedelijk Het Stadion aan de Amstelveenseweg in Amsterdam,  tot de sloop in 1929 de voorganger van het Olympisch Stadion

(3) Henk Kruissink is de correcte spelling. Hij en André Talboo waren de initiatiefnemers voor de oprichting van de Drafna Sport Club op 14 januari 1933, die ruim een jaar later, op 31 januari 1934, fuseerde met de Hilversumsche Rugby Club tot de Gooische Rugby Club en die weer later Rugby Club ’t Gooi zou gaan heten.

(4) Dit speelveld moet gelegen hebben ter hoogte van het huidige P+R parkeerterrein bij station Bussum Zuid, waar nu de begraafplaats ligt.

Zie ook:

Interview met Bob de Jonge (filmpje uit 1988)

De oprichters van RC ’t Gooi

Het Drafna-lyceum

De oertijd van RC ‘t Gooi: het échte verhaal!

 

Een bijzondere Gooier: Bep van Kooten, door Tom Visser

In Memoriam voor Bep van Kooten in De Scrum van september 1979

Op zoek naar verhalen-uit-de-oude-doos, die voor de lustrumwebsite gerecycled zouden kunnen worden, kwam ik in De Scrum van september 1979 het bovenstaande In Memoriam tegen.

Gooi 1937/38, demonstratiewedstrijd in Dieren. Achter: Bob de Jonge, Dolf Plat (met scrumcap), Jan van Schaik, Bob Zwart (met alpinopet), Ko Munnikhuizen, Bep van Kooten, Witte van Heijningen, Rein Koopmans, Zollner, Jaap van Schaik, ? (met regenjas), voor: Kees Meeuwis, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Fred Huyer, Elbert Kortenoever, Walt Jongman

Tom Visser bij een herhalingsoefening in de jaren ’80

Bij het lezen sloeg bij mij de bliksem in! Ik werd zelf in m’n diensttijd in 1972 bij de Stoottroepen geplaatst. In 2005 werkte ik mee aan een boek, gebaseerd op  het het dagboek van een Stoottroeper, over de strijd in Nederlands-Indië in de periode 1945-1948. De naam Bep van Kooten kende ik in dat verband, maar dat hij net als ik bij RC ’t Gooi rugby had gespeeld maakte het toeval wel heel erg groot! Reden genoeg om eens wat meer aan de weet te komen over deze opmerkelijke Gooier.

De krantenknipsels uit 1933 leverden het volgende op. Al in de eerste wedstrijden van (toen nog) de Drafna Sport Club wist Bep van Kooten zich te onderscheiden. Op 10 april 1933 schreef de Gooi en Eemlander over de allereerste gewonnen wedstrijd tegen ARVC: “..het was van Kooten, die de partijen op gelijken voet bracht”. En De Bel voegde daar een dag later aan toe: “..een try van v. Kooten, terwijl dezelfde speler kans zag met een schitterend gericht schot een moeilijke goal te maken”. En ook: “..een try van Koster, wederom door van Kooten, die een zeer productieven wedstrijd speelde, in een goal omgezet”. De eindstand was 13-9.

De Gooi en Eemlander schreef op 24 april 1933 over de wedstrijd van de Drafna Sport Club tegen de Hilversumsche RC: “..door B. van Kooten (…) een try, die door denzelfden speler in een goal wordt omgezet”. Maar wel een goal voor de Hilversummers, tot welke club Bep van Kooten in die tijd blijkbaar behoorde. Dat hij eerder voor Drafna had gescoord geeft aan, dat er in die begintijd veelvuldig onderling spelers geleend werden. In De Bussumsche Courant van 15 september 1933 staat een berichtje over het nieuwe bestuur van de Hilversumsche RC: “..werd het bestuur als volgt samengesteld: (…) commissarissen (…) B. van Kooten”.

In De Bel staat op 17 oktober 1933 een verslag van de wedstrijd AAC tegen ’t Gooi (14-9); ’t Gooi is hier een combinatie van spelers van Drafna en de Hilversumsche RC. “..v. Kooten en Rosenbaum, die elk den bal achter de AAC-doellijn wisten te drukken”. En verder: “..v. Kooten, die een zeer verdienstelijke partij speelde, zorgde wederom voor den gelijkmaker”. Op 31 januari 1934 besloten beide clubs samen verder te gaan onder de naam Gooische Rugby Club, waarvan ook Bep van Kooten lid werd. En niet alleen dat, want de krant meldt: “Tot captain van het eerste vijftiental werd aangesteld de heer B. van Kooten”.

Hoe verging het Bep van Kooten als militair? Dat vond ik in het boek Stoottroepen 1944-1984, van de Sectie Militaire Geschiedenis van de Landmachtstaf. De Stoottroepen zijn – nog steeds – het jongste regiment van de Nederlandse Landmacht. De oprichting vond plaats in september 1944, toen het zuiden van Nederland deels al bevrijd was en de rest van het land nog door de Duitsers bezet. In het bevrijde zuiden kwam het ondergrondse verzet bovengronds. Men wilde actief gaan deelnemen aan de bevrijding van de rest van Nederland en aan de strijd tegen Duitsland.

Bep van Kooten naast prins Bernhard

Bep van Kooten was tijdens de mobilisatie als dienstplichtig onderofficier werkzaam geweest bij het Bureau Ontwikkeling en Ontspanning van de Generale Staf. In de bezettingstijd raakte hij betrokken bij de ondergrondse LKP (Landelijke Knokploegen). Hij was in september 1944 de adjudant van Jacques Crasborn, de provinciaal commandant van de ondergrondse KP (Knokploegen) in Limburg. Diens commandant “Frank” (schuilnaam van Johannes A. van Bijnen) stuurde op 15 september 1944 Bep van Kooten naar prins Bernhard, de bevelhebber van de pas opgerichte Nederlandse Strijdkrachten, die toen in Brussel verbleef. Hij moest orders gaan halen over de verdere deelname van het verzet aan de oorlog, na de bevrijding.

2e van links: Jacques Crasborn, rechts: Bep van Kooten

Prins Bernhard vertelde hem over zijn plannen voor de opbouw van de Binnenlandse Strijdkrachten en gaf hem de opdracht om in het bevrijde Zuid-Limburg uit het verzet een gevechtseenheid te vormen. Een schriftelijke bevestiging volgde op 19 september 1944, evenals de benoeming van Van Kooten tot commandant van de op te richten eenheid. Nog die zelfde dag begon Van Kooten met het uitvoeren van zijn opdracht.

Bep van Kooten (links) wordt beëdigd tot officier in januari 1945

Uit de verzetsstrijders – burgers, meestal zonder militaire opleiding en als militairen slecht gekleed, bewapend en uitgerust – smeedde hij in korte tijd de “Koninklijke Stoottroepen der Nederlandsche Binnenlandsche Strijdkrachten in Limburg”. Door zijn grote enthousiasme en uitstekende organisatorische talenten wist hij zijn geringe militaire ervaring goeddeels te compenseren. Zo’n 10 maanden later, op 7 juli 1945, werd de inmiddels tot majoor bevorderde Van Kooten commandant van het Oorlogsregiment Stoottroepen, wat hij tot 15 april 1946 bleef.

De plaatselijke editie van Het Parool bericht op 10 mei 1945 over het bezoek, een dag eerder, van Bep van Kooten aan zijn ouders in Bussum. De bewonderende verslaggever had “het groote geluk en de eer” een onderhoud met hem te hebben.

1945-05-10 Prl Bep v Kooten bezoekt ouders Bussum-01

1945-05-10 Prl Bep v Kooten bezoekt ouders Bussum-02Op de Johan Willem Frisokazerne in Assen zijn er gebouwen vernoemd naar de grote mannen uit de begintijd van de Stoottroepen; zo is er ook een gebouw vernoemd naar “onze” Bep van Kooten.

Het Drafna-lyceum

De Drafna Sport Club: zo heette RC ’t Gooi bij de oprichting op 14 januari 1933. Vernoemd naar het Drafna-lyceum, waar onze oprichter Henk Kruissink als leraar werkte. Nieuwsgierig als we zijn gingen we op zoek naar meer informatie over deze school. Googlen op ‘Drafna-lyceum’ en ‘Drafna Bussum’ leverde niets op. Wel kwam steeds een landgoed Drafna in beeld, maar een landgoed en bovendien in Naarden gelegen: dat kon het toch niet zijn..? Hoe nu verder?

Landgoed Drafna vanaf de Meentweg

Uit een eerdere zoekactie wisten we, dat er een (oud) rector van het Drafna-lyceum was met de naam Hinloopen Labberton. Dan maar eens zoeken op die toch niet alledaagse achternaam. Het bleek, dat het ging om professor dr. Dirk van Hinloopen Labberton, een historicus en gepensioneerd Oost-Indisch ambtenaar. Eén van de hits verwees naar een adressenlijst, waaruit bleek, dat de prof destijds woonde op “Drafna” in Naarden. En toen begon het te dagen.

Leerlingen en docenten van het Theosofisch Lyceum in het najaar van 1933 voor het huis Drafna (Bron: historisch tijdschrift voor Naarden ‘De Omroeper’)

Dus tóch dat Naardense landgoed! Verder zoeken leverde een publicatie op over ‘middelbaar en lager onderwijs op de buitenplaats Drafna’, onder de titel ‘Het Theosofisch Lyceum in Naerdinclant’.  Dat laatste bleek de officiële naam van het lyceum te zijn, Drafna-lyceum was slechts spreektaal. Het landgoed lag – en ligt nog steeds – vlakbij de huidige vestigingsplaats van RC ’t Gooi. Hemelsbreed op – pakweg – een kilometer afstand, achter de A1, aan de Huizerstraatweg, voorbij Givaudan Nederland (beter bekend als de Chemische Fabriek) linksaf, aan de Meentweg.

1933-01-24 DBC 1e vergaderingHet houten hoofdgebouw van destijds werd in 1860 gebouwd en in 1942 vervangen door een bakstenen gebouw, dat er nog steeds staat. Het lyceum was gevestigd in dit houten gebouw en in een aantal bijgebouwen. In de lokalen van het lyceum werd een week na de oprichting van de rugbyclub, op 21 januari 1933, onze eerste  ledenvergadering gehouden en verkleedden de spelers zich voor de trainingen, die op de ezelenweide bij het houten hoofdgebouw op het landgoed gehouden werden.

Ezels op een weide op Drafna

Uit het artikel ‘Het Theosofisch Lyceum in Naerdinclant’ van Annie Verweij (De Omroeper, december 2009, jaargang 22, nr. 4) blijkt, dat het lyceum startte in september 1927 in het landhuis Heerlijkheid, verderop aan de Meentweg gelegen, waar destijds Van Hinloopen Labberton woonde. Op 29 juni 1928 werd de buitenplaats Drafna op naam van de Stichting Theosofisch Lyceum in Naerdinclant overgeschreven en op 10 juli 1928 kon het pand als school in gebruik worden genomen. Vanaf het begin poogde de school subsidie van het Rijk en de lokale overheden te verkrijgen, maar zonder veel succes. Door het ontbreken van vrijwel alle overheidssteun modderde men met een beperkt budget verder. Financiële offers van de docenten en acties om gelden te werven bleken uiteindelijk onvoldoende om het te kunnen bolwerken. In 1941 viel na 14 jaar het doek voor het lyceum. De bij het lyceum behorende lagere school ‘Klein Drafna’ wist het nog tot het eind van de jaren ’50 vol te houden.

Zou het toeval zijn, dat RC ’t Gooi gestart is in een houten gebouw, dat als bouwpakket vanuit het buitenland is ingevoerd en 80 jaar later ook in zo’n houten gebouw gevestigd is?

 

 

De oprichters van RC ’t Gooi

Uit de overlevering weten we, dat er twee jongemannen waren, die in december 1932 enthousiast naar Bussum terugkeerden, nadat ze in de Amsterdamse Tuschinski-bioscoop een film over rugby hadden gezien. Zij namen het initiatief tot de oprichting van de Drafna Sport Club, die later Gooische Rugby Club en weer later Rugby Club ’t Gooi zou gaan heten. Maar wie waren die jongemannen en wat weten we van ze? Henk Kruissink en André Talboo heetten ze, weten sommigen van ons. Daarmee houdt de kennis wel zo ongeveer op. Dus maar eens op onderzoek uit.

Berichtje in De Bussumsche Courant van 17 januari 1933 over de oprichting op 14 januari 1933

 

1934-35 Kamperen met Henk Kruissink, Bob Lamberton, Johan de Kooter en Witte van Heijningen

Drs. H.W.J.Z. (Henk) Kruissink was leraar Engels aan het Drafna-lyceum en woonde aan de Brediusweg 66 in Bussum. Hij was 27 jaar oud, toen op 14 januari 1933 de Drafna Sport Club werd opgericht en hij de eerste voorzitter werd. Hij was erbij aanwezig, toen op 4 maart 1933 het bestuur van de Nederlandse Rugby Bond de nieuwe vereniging als lid accepteerde.

Zijn positie als docent zal de nieuwe club vast wel geholpen hebben om het sportveld van het Drafna-lyceum te mogen gebruiken. De naam Drafna Sport Club ligt niet echt voor de hand voor een Bussumse rugbyclub. Deze werd echter gekozen op verzoek van de rector van het Drafna-lyceum, prof. dr. D. van Hinloopen Labberton. En dat kweekte vast ook weer goodwill voor de nieuwe vereniging.

Henk Kruissink uitte in de algemene ledenvergadering van de nieuwe vereniging in oktober 1934 heftige kritiek ‘op den moreelen en financieelen toestand der vereniging’. Deze was acht maanden daarvoor met de vooroorlogse Hilversumsche rugbyclub gefuseerd tot de Gooische Rugby Club, met hem als energieke voorzitter. Zijn bestuurlijke kwaliteiten kon hij ook op een andere manier uiten, want (vooral) hij organiseerde de interland Nederland-Frankrijk B (uitslag: 11-66!) op 22 april 1935, 2e Paasdag, op Sportpark Bussum. In oktober 1935 werd hij benoemd tot bondsconsul en in september 1936 tot lid van het hoofdbestuur van de N.R.B.: een veelbelovende carrière als rugbybestuurder leek aangebroken.

Foto uit de Gooi- en Eemlander van 23 april 1935

Als rugbyspeler was Henk Kruissink minder opvallend, zijn naam wordt tenminste weinig genoemd in de krantenverslagen uit die tijd. Hij speelde als forward in de eerste rij en trad soms als aanvoerder op. In 1937 is hij overleden. In De Gooische Post van 3 april 1937 staat onder de overlijdensberichten, dat Hendrik W.J.Z. Kruissink, 31 jaar oud en ongehuwd, te Bussum is overleden. De oorzaak van zijn vroegtijdig overlijden wordt niet genoemd, ook niet in de overlijdensadvertentie die zijn ouders plaatsten in het Algemeen Handelsblad van 27 maart 1937. Daaruit blijkt wel, dat hij diezelfde dag overleed en op woensdag 31 maart 1937 op de Algemene Begraafplaats in Naarden begraven zou worden. Deze begraafplaats wordt tegenwoordig de Oude Begraafplaats genoemd en ligt aan de Bussumse Brediusweg, tegenover hotel-restaurant Jan Tabak. Het graf van Henk Kruissink is daar nog te zien.

Op 16 april 1938, bij de viering van het eerste lustrum, noemde De Bussumsche Courant Henk Kruisink: ‘een voorbeeld van kameraadschap en sportiviteit’ en ‘een groot verlies voor de club’. Hij werd als voorzitter opgevolgd door J.A.J. (Bob) de Jonge, ons latere erelid.

1937-38 Vertrek vanaf station Bussum naar Den Haag. André Talboo is de tweede van links op de eerste rij 

André Talboo was de andere oprichter van de rugbyclub. Hij woonde in Bussum aan de Nassaulaan 16 en zou de eerste penningmeester worden. Zijn verhaal in De Scrum van 1946, 13 jaar na de oprichting van de vereniging opgeschreven, is tot nu toe – bij gebrek aan documenten over die tijd in ons archief – onze belangrijkste bron van kennis over de begintijd van de club.

Op de ledenlijst van het begin van het seizoen 1940 (die zal dus ongeveer van september 1940 geweest zijn) staat Talboo vermeld als buitengewoon lid, wonend in Oegstgeest en ook uit een brief van 31 december 1941 blijkt, dat hij in Oegstgeest woont, maar nu op een ander adres. In die brief doet hij het verzoek, de wedstrijd om zijn ‘Talboo-beker’ te verspelen op 4 januari 1942, ‘zoodat ik dan deze wedstrijd als een waardig slot kan beschouwen van mijn Rugby-leven in Holland’. Hij zou namelijk vertrekken naar Zeeland. Dat dit ook echt gebeurd is, blijkt uit een brief aan André Talboo van 3 augustus 1944, gericht aan een adres in Terneuzen. Het lijkt dus waarschijnlijk, dat de betrokkenheid van André Talboo bij de club vanaf 1940 en misschien wel eerder niet zo groot meer was.

Dat is van belang voor het ‘wegen’ van zijn herinneringen aan de beginjaren, zoals verteld in 1946.  Daar zaten vijf oorlogsjaren en verschillende verhuizingen buiten het Gooi tussen, waarin zijn contact met de club niet intensief geweest kan zijn. In Terneuzen richtte hij in 1944 een rugbyclub T.R.V.C. 1944 op. Ze hadden geen rugbybal en door ‘de nood der tijden’ (de Duitse bezetting en de oorlogshandelingen) viel daar ook moeilijk aan te komen, zoals blijkt uit een uitgebreide en (achteraf) vermakelijke correspondentie hierover. André Talboo speelde in zijn actieve jaren bij ’t Gooi als forward in de derde rij en trad ook op als linesman en referee. André Talboo is  overleden op 7 oktober 1947.

De oertijd van RC ‘t Gooi: het échte verhaal! Deel 6.

Op 31 oktober meldt de krant, dat de wedstrijd A.R.V.C. 1 tegen D.S.C. in 11-5 geeïndigd is, na een 8-0 ruststand. In de tweede helft kwam D.S.C – versterkt met enige Hilversummers – geducht opzetten; ze scoorden een try, die werd geconverteerd. De Drafna Sportclub won vervolgens met 6-0 van de Haagsche rugbyclub, meldt de krant op 6 november 1933. Een kleine drie maanden later, op 30 januari 1934, meldt D.B.C., dat afgelopen vrijdag (dat was dus op 26 januari), op verzoek van H.R.C., de besturen van Hilversum en de Drafna Sportclub zijn samengekomen. Het besluit werd genomen de clubs samen te voegen tot een grote Gooische rugbyclub. Dit besluit werd vervolgens in een gecombineerde ledenvergadering van de beide clubs op woensdag 31 januari besproken en goedgekeurd. Beide clubs waren vanaf dat moment dus verenigd tot Gooische Rugby Club: ruim een jaar na de oprichting van de Drafna Sportclub.

Op zaterdagavond 24 maart 1934 vond in “Pschorr” te Hilversum het jaarfeest van de Gooische Rugby Club plaats, meldt D.B.C. op 27 maart 1934. Een uitstekend geslaagde avond, met talrijke ongure individuen, die van ’s avonds 9 uur tot ’s morgens 4 uur de dansvloer bevolkten. Een halfjaar later, op 5 oktober 1934, bericht die krant over de algemene ledenvergadering van de Gooische Rugby Club, die diezelfde week plaatsvond. Besproken werden:

  • de kinderziekten in het eerste jaar van de jonge vereniging
  • kritiek op “den moreelen en financieelen toestand der vereeniging”
  • het unanieme oordeel, dat de club kon voortbestaan
  • maatregelen “om tot een volledige reorganisatie der vereeniging te geraken”
  • de keuze van een nieuw bestuur, waarin H. Kruissink voorzitter zou blijven.

Op 19 oktober 1934 schrijft De Bussumsche Courant, dat er 12 rugbyclubs in Nederland zijn en dat er nog geen sprake is van een competitie. Toch heeft de bond een klein wedstrijdprogramma samengesteld “ter verhooging van het spelpeil en ter bevordering van het enthousiasme”.

De oertijd van RC ‘t Gooi: het échte verhaal! Deel 5.

De Bussumsche Courant meldde verder op 7 maart 1933, dat de Drafna Sportclub een jeugdafdeling had opgericht voor 12 – 18 jarigen. De contributie voor de jeugd werd 3 gulden per jaar en en die voor senioren werd verlaagd van 12 naar 8 gulden per jaar. Uit de beschikbare berichten over de volgende maanden maakten we een selectie.

Op 28 maart meldde D.B.C., dat A.R.V.C. de afgelopen zondag (26 maart 1933) in Amsterdam met 16-0 won van een Gooise Combinatie van Hilversumse en Bussumse spelers. Op 13 april meldde de krant, dat de Drafna Sportclub afgelopen zondag (9 april 1933) z’n eerste overwinning had behaald: 13-9 tegen A.R.V.C., op het Kameleon terrein aan de nieuwe betonweg naar Hilversum. “Een technisch beter spelend A.R.V.C. werd verslagen door een geweldig enthousiast spelende Bussumsche ploeg”.

Op 15 september 1933 stond in de krant, dat de Hilversumsche rugbyclub haar eerste vergadering van het nieuwe seizoen had gehouden. Henri van Booven werd waarnemend voorzitter en de H.R.C. zou voorlopig gebruik gaan maken van het Drafna sportterrein in Bussum. Uit een bericht op 22 september 1933: “er zijn slechts zeven rugbyclubs in Nederland”. De Hilversumsche Rugbyclub en de Drafna Sportclub zouden elkaar bijstaan met de oefeningen en het organiseren van propaganda-wedstrijden in het Hilversumse en het Bussumse sportpark, meldde de krant op 23 september 1933.

De volgende maand, op 13 oktober, schreef de krant, dat de Drafna Sportclub de Zuidafrikaanse speler Dutoit bereid had gevonden als trainer op te treden. De Bussumse en de Hilversumse spelers zouden onder zijn leiding kunnen oefenen op het Drafna terrein. De zondag daarvoor (op 8 oktober 1933) hadden enige D.S.C.-leden een wedstrijd gespeeld in de gelederen van Hilversum tegen A.R.V.C. En de komende zondag (15 oktober) zou de eerste officiële wedstrijd voor D.S.C. plaatsvinden. Ook nu zou er weer een combinatie van beide Gooise clubs aantreden tegen A.A.C. in Amsterdam. Acht Drafna-spelers en zeven Hilversummers verloren die wedstrijd met slechts 14-9. Maar: ze scoorden wel drie tries! (wordt vervolgd)

De oertijd van RC ‘t Gooi: het échte verhaal! Deel 4.

Op 9 februari stond er een rugby-promotieverhaal in De Bussumsche Courant plus de mededeling, dat D.S.C. inmiddels (zonder ook maar één wedstrijd gespeeld te hebben!) 25 leden had ingeschreven. Op 14 februari meldde de krant, dat er de volgende zondag een eerste oefenwedstrijd tegen de Hilversumsche rugbyclub zou zijn en dat op de woensdag daarna N.R.B.-voorzitter Van Booven een lezing over de rugbysport zou houden. Twee dagen later volgde de mededeling, dat D.S.C. niet op zondag, maar op zaterdagmiddag tegen Hilversum zou spelen op het sportterrein van het Drafna-lyceum. D.S.C.-voorzitter Kruissink was leraar op het Drafna-lyceum, dat zal vast wel geholpen hebben.

Op 20 februari meldde D.B.C., dat de wedstrijd tussen Hilversum en Bussum was geeïndigd in 13-3. Niet slecht voor een eerste oefenwedstrijd én de eerste try werd gedrukt! De volgende dag schreef de krant, dat N.R.B.-voorzitter H. van Booven uit Hilversum woensdag in hotel Nieuw-Bussum zou komen spreken over het rugbyspel en dat iedere belangstellende welkom was. Twee dagen later werd verslag gedaan van een goed geslaagde propaganda-avond, waar Van Booven en N.R.B.-secretaris De Jonge vertelden over de sport en haar geschiedenis in Nederland en Europa.

De volgende maand, op 7 maart, berichtte De Bussumsche Courant over de N.R.B.-bestuursvergadering van de zaterdag daarvoor, dat was dus op 4 maart 1933. Er zou – zo mogelijk in Bussum – een oefenwedstrijd plaatsvinden tussen een Nederlandse A en B-selectie, waarin ook Drafna-driekwarter G. van Heyningen was opgenomen. En dat na slechts één oefenwedstrijd gespeeld te hebben! D.S.C. werd op 4 maart 1933 ingeschreven als lid van de rugbybond. (wordt vervolgd)

De oertijd van RC ’t Gooi: het échte verhaal! Deel 3.

De Gooi- en Eemlander zal er indertijd vast wel over geschreven hebben, was de gedachte. Googlen op ‘archief Gooi- en Eemlander’ leverde op, dat dit archief was overgedragen aan het Streekarchief Gooi en Vechtstreek. Op hun website het zoekwoord ‘rugby’ ingevoerd en als periode 1932 – 1933.  Het resultaat was boven verwachting: tientallen berichten waarin het woord ‘rugby’ voorkwam! Meest uit De Bussumsche Courant (D.B.C.) en ook enkele uit De Gooische Post (D.G.P.). Bij elkaar bijna een van-dag-tot-dag verslag van de eerste stapjes van de nieuwe rugbyclub. Loopt u even mee?
 
Op maandag 26 december 1932, 2e kerstdag, vond er in Bussum een demonstratie-rugbywedstrijd plaats, waarover D.G.P. op 28 december schreef. De belangstelling was overstelpend groot geweest, de loketten konden de vele bezoekers maar moeilijk verwerken en de wedstrijd begon daardoor later dan bedoeld. Het ‘Goois kwartiertje’ zat er dus vanaf het begin al in! De Amsterdamsche Rugby Voetbal Club (A.R.V.C.) speelde tegen Rapid ’04 uit Düsseldorf onder leiding van scheidsrechter Bingham. Van het wedstrijdverloop werd uitgebreid verslag gedaan en de hilariteit, bewondering of afkeer van het publiek voor het zonderlinge spelletje werd breed uitgemeten. En zoals wel vaker: de Duitsers wonnen. Met 6-3. 
 
Als gevolg van die die demonstratiewedstrijd werd op zaterdag 14 januari 1933 de Drafna Sport Club (D.S.C.) opgericht, de club die later Gooische Rugby Club  (G.R.C.) en nog weer later Rugby Club ’t Gooi zou gaan heten. Hierover verscheen op dinsdag 17 januari een artikel in D.B.C. Er waren al 15 leden en een bestuur. Twee dagen later kondigt D.B.C. de eerste ledenvergadering van de nieuwe rugbyclub aan: op zaterdag 21 januari. Van die vergadering doet die krant op 24 januari verslag. Er zijn reeds 15 spelers plus enkele reserves, de contributie is vastgesteld op 12 gulden per jaar en er zal gerugbyd worden van september tot april. De rest van het jaar wordt aan athletiek gedaan, om in conditie te blijven. De rugbyers Koster (A.R.V.C.) en Nathans (A.A.C.) zullen de nieuwe club in de eerste maanden terzijde staan en de training verzorgen. De minimumleeftijd wordt 15 jaar en komende zaterdag, 28 januari 1933, zal er voor het eerst getraind worden op het Drafna-terrein. Men wil verder snel een propagandawedstrijd op het gemeentelijk sportpark organiseren. (wordt vervolgd)

De oertijd van RC ’t Gooi: het échte verhaal! Deel 2.

Het verhaal van André Talboo over de begintijd van de club gaat verder:

Een leuk verhaal, verteld door één van de stichters van de club. Maar: wel opgeschreven vanuit het geheugen, zo’n 13 jaar nadat het gebeurde en dus met de kans op vertekening. Daarom dus ook maar eens op zoek naar andere bronnen. (wordt vervolgd)

De oertijd van RC ’t Gooi: het échte verhaal! Deel 1.

Was het nou in februari 1933, in 1932 of op een ander moment, dat Rugby Club ’t Gooi werd opgericht? Een vraag die bij de club rond elke lustrumviering wel de kop opsteekt. Die onduidelijkheid komt doordat er geen ooggetuigen meer zijn, geheugens rare dingen zijn, het clubarchief weinig aanknopingspunten biedt en er briefpapier is gevonden, waarop als oprichtingsjaar 1932 staat vermeld. In het jubileumboek RC ’t Gooi 1933-1983 wordt het verhaal van André Talboo geciteerd, verteld in de Scrum van september 1946:

(wordt vervolgd)