Speuren in de rugbygeschiedenis (1937)

 Invitatie, niet bestemd voor verkoopVrijkaartje voor de wedstrijden in Parijs op 10 oktober 1937

1937-teamfoto-Rein KoopmansBij het maken van het verhaal “Een leuk stel mannen” doken er oude documenten en foto’s van ons oer-lid Rein Koopmans op. Eén van die documenten was een vrijkaartje voor het bijwonen van de wedstrijd Roemenië – Nederland. Let wel: op 10 oktober 1937 en in Parijs! Daar wordt een mens nieuwsgierig van. Nauwkeurig lezen leverde op, dat het ging om een internationaal toernooi onder de vlag van de Franse Rugbyfederatie en dat er op diezelfde zondag en in hetzelfde stadion “Jean Bouin” nog een wedstrijd plaatsvond, nl. Italië – België. Er waren dus minstens vier deelnemende landen. En verder moest het toernooi iets te maken hebben met de “Exposition de Paris 1937”, maar wat? En er waren natuurlijk nog meer vragen. Zoals: wie speelden er mee? 1937-09-24 G+E Ned rugbyploeg nr ParijsWaren er ook Gooiers bij en wie dan wel? Wat was de uitslag?

 

Rein Koopmans in 1937/38

Is er een verslag van de wedstrijden gemaakt en is dat ergens te lezen? Hebben sommige van de opgedoken oude foto’s wellicht iets met die wedstrijden te maken? Zijn er nog meer foto’s te vinden? Tijd voor speurwerk!

Krantenartikel met de selectie voor Parijs

Allereerst maar eens kijken of er in 1937 iets over in de krant stond. Uit diverse digitale archieven hadden we al enkele honderden krantenknipsels uit de jaren ’30 en ’40 verzameld. Daarbij bleek een bericht uit de Gooi en Eemlander van 24 september 1937 te zitten, met de selectie van de Nederlandse rugbyploeg voor de wedstrijden in Parijs. Let wel: wedstrijden, meer dan één dus. Bij die selectie zaten drie spelers van de Gooische Rugby Club (GRC), nl. Walt Jongman, Jan Schrage en Bob Zwart. Dus niet Rein Koopmans.

1937-10-11 G+E Grote nederlaag Ned FIRA toernooiKrantenartikel nederlaag tegen Roemenië

Maar dat was niet alles. Er waren nog twee krantenberichten die met dit toernooi te maken hadden. Op 11 oktober meldde de Gooi en Eemlander, dat Nederland een dag eerder een grote nederlaag met 42 – 5 tegen Roemenië had geleden. De Belgen deden het echter nog iets slechter tegen Italië: ze verloren met 45 – 0.

1937-10-15 G+E Int rugbytoernooi ParijsKrantenartikel halve finales

Het andere bericht stond ook in de Gooi en Eemlander, op 15 oktober. Het meldde, dat de dag daarvoor Italië de finale had bereikt via een 9 – 7 overwinning tegen Duitsland. De andere finalist zou Frankrijk worden, dat met 27 – 11 van Roemenië had gewonnen.  Er waren dus blijkbaar 6 deelnemende landen: Nederland, Roemenië, België, Italië, Duitsland en Frankrijk.

Roemenie - NL 1937 ParijsGevonden foto met wedstrijdmoment Roemenië – Nederland, 42 – 5, op 10 oktober 1937

Nu maar eens kijken of het plaatje compleet te maken was. Googlen dus, op zoek naar de resterende uitslagen, teksten en beelden. Er bleek “gewoon” een Wikipedia-pagina van dit FIRA-toernooi te bestaan! Met alle data, locaties, deelnemers, uitslagen en zelfs – voor zover bekend – de namen van de spelers! Het bleek, dat we op 16 oktober verloren van België met 20 – 3 en daardoor zesde en laatste werden.

5559429670_c0a4c004fa_o-001Gevonden foto van de halve finale Frankrijk – Roemenië, stadion Jean Bouin, Parijs, op 14 oktober 1937

Het toernooi werd gewonnen door Frankrijk, dat in de finale Italië versloeg (51 – 43), terwijl Duitsland 3e werd, dankzij een overwinning met 32 – 30 op Roemenië.

Op zoek naar een verslag en wellicht meer foto’s contact gezocht met Pieter Tolsma van AAC (omdat er ook drie AAC-ers in de selectie zaten) en met de Leo van Herwijnen Foundation. Die laatste kwam niet verder dan de mededeling, dat men “nog bezig is met het inventariseren van alle items”. Maar Pieter ging op één van die érg warme dagen in juli naar de zolder om daar bij een temperatuur van 40 graden Celsius zijn archief te raadplegen: hulde voor die man!

1938-01-10 G+E Ned-Roemenie 3-3Pieter wist te vertellen, dat er in het 50 jaar NRB jubileumboek (van Leo van Herwijnen) twee regels en een foto over dit toernooi in 1937 staan: “Roemenië komen wij in hetzelfde jaar op een toernooi in Parijs tegen. Met een 42 – 5 verliescijfer in de bagage keert Oranje naar Holland terug”. Ook Joop van Vught (Pieters oom, die deel uitmaakte van de selectie voor Parijs) schreef  in het eerste NL-rugbyboek “De wijze Jacob” slechts twee regels over dit toernooi: “De Roemenen ontmoetten wij in 1937 in het kader van het “Tournoi International de Football Rugby” ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling te Parijs. Geheel onnodig verloor Nederland deze wedstrijd met de cijfers 42 – 5. Hoe geflatteerd dit resultaat voor de Roemenen was blijkt uit het feit, dat in 1938 tegen een, zij het wat zwakker, Roemeens XV-tal een 3 – 3 gelijkspel werd behaald“. Geen omvangrijk resultaat, maar wel een leuke aanvulling op wat we al wisten! En een aansporing om verder te zoeken.

Bericht over de wedstrijd op 9 januari 1938 in Alkmaar.

Verder leverde het zoeken nog de nodige informatie op over de Parijse Wereldtentoonstelling in 1937.

Paris-1937ExpoDe paviljoens van Duitsland en de Sovjet Unie, links en rechts van de Eiffeltoren

En ook over de Wereldtentoonstelling 1937 bestaat er een Wikipedia-pagina, in het Nederlands zelfs! Erg opvallend waren de tentoonstellingspaviljoens van nazi-Duitsland en de communistische Sovjet Unie. Ze stonden letterlijk tegenover elkaar nabij de Eiffeltoren en qua hoogte en lelijkheid boden ze tegen elkaar op. Achteraf kun je zeggen, dat de Tweede Wereldoorlog zo z’n schaduwen al vooruit wierp.

ReinK-19Spelers en supporters op de trap voor de Parijse Opera. Eerste rij, geknield: 3x ?. Tweede rij, geknield: Walt Jongman, ?, Joop van Vught. Daar achter, staand: Rein Koopmans, ?, Bob Zwart, Jan Schrage, 6x ? Wie kent de ontbrekende namen?

Hoe past het verhaal van de Gooiers bij deze achtergrond? Waarschijnlijk kregen de drie geselecteerden, Walt Jongman, Jan Schrage en Bob Zwart elk één of meer vrijkaartjes voor de te spelen wedstrijden. Die vrijkaartjes plus de bestemming Parijs plus de Wereldtentoonstelling waren bij elkaar aantrekkelijk genoeg om supporters mee te lokken.

?, ?, Walt Jongman, Fred Huyer, Rein Koopmans?, ?, Walt Jongman, Fred Huyer, Rein Koopmans

We herkennen Rein Koopmans en Fred Huyer op de foto’s maar mogelijk waren er meer supporters bij en ook van andere clubs dan de Gooische RC. Tussen de wedstrijden van 10 en 16 oktober was er voldoende gelegenheid om als toeristen in Parijs rond te kijken en dat op foto’s vast te leggen.

ReinK-11In stadion Jean Bouin; training? Van links af: ?, Walt Jongman, Rein Koopmans, ?, ?, ?, Jan Schrage, Bob Zwart, ?, ?, ?. Wie kent de ontbrekende namen?

En waarschijnlijk werd er ook getraind, mogelijk met deelname door de supporters, zoals de foto met de verschillende rugby outfits lijkt te suggereren. Mogelijk arriveerde men in Parijs op de dag voor de eerste wedstrijd (9 oktober dus) en vertrok men op de dag na de tweede wedstrijd tegen België, of na de finale (dus op 17 of 18 oktober 1937), al zijn andere scenario’s natuurlijk ook denkbaar. Wie het weet mag het zeggen!

Maar duidelijk is wel, dat het gaat om een trip met de Nederlandse rugbyselectie van ongeveer een week  naar het internationale FIRA rugbytoernooi in Parijs in oktober 1937. Qua wedstrijdresultaten geen geslaagde expeditie, maar wel leuk voor de spelers én voor de supporters!

Zie ook het bijbehorende fotoalbum FIRA toernooi in Parijs 1937

Felicitaties en herinneringen, door Tibor Snelders

Handig, internet. Ik kreeg het e-mailadres van Tibor Snelders te pakken en  vroeg hem om me vanuit het buitenland een felicitatiefilmpje voor op de lustrumwebsite te sturen. “Ben niet goed met computers etc., weet dus ook niet hoe je een filmpje moet maken. Concentreer me dus maar op het geschreven woord“, schreef hij terug. Hier volgt zijn verhaal.

foto029Gooi 13-14 maart 1978, bij AAC Heineken Sevens, achter: Marco Cupedo, Peter Jacobs, Jeroen Snijders Blok, Ton Jacobs, Rene van Latum, voor: Mark Dekker, Tibor Snelders, Vincent Snijders Blok, Guus Lakeman

Ik, Tibor Snelders, wil hierbij het gehele Gooi feliciteren met het 80-jarige jubileum. Wie had dat ooit gedacht, ik zeker niet, dat ‘t Gooi nog steeds zou bestaan. En wat voor een bestaan! Sinds mijn emigratie naar Nieuw-Zeeland in september 1980 is ‘t Gooi gegroeid naar een “force”, waar heel rugby-Nederland rekening mee heeft te houden. Niet alleen op clubniveau maar gelukkig ook op rugbyniveau: de laatste jaren een topclub met topresultaten. Ik had dat zeker niet verwacht. In mijn tijd was het net een jojo: het ene jaar in de ereklasse, het andere jaar er weer uit.

Tibor Parijs-03In Parijs, april 1970, tegen St. Denis. Tibor Snelders rechts, Eddy Willems links

Hoe ben ik met rugby in contact gekomen? Na een succesvolle atletiekcarrière op de midden- en lange afstanden en een gebroken been zocht ik naar iets anders. Je kent dat wel, na serieuze sport iets luchtigers met veel feestjes, lachen en met je kameraden er op uit. Ook een beetje sport natuurlijk. Dacht dat ik via Jack Heer, hoe weet ik niet meer (weet jij dat nog Jack?), in aanraking kwam met rugby. Zo rond de jaren 1963/1964. Niet speciaal er voor “gebouwd”, maar mijn snelheid had ik mee en dat was mijn pluspunt. Na niet al te lange tijd werd ik al in het eerste team opgenomen.

Tibor Parijs-04

In Parijs, april 1970, tegen St. Denis. Tibor Snelders rechts, naast de scrum

Herinner me nog als de dag van gisteren een van mijn eerste wedstrijden voor het eerste team. Tegen wie? Natuurlijk tegen onze lokale rivaal Hilversum. Positie: wing (vanwege snelheid). Zoals dat gaat, op een bepaald moment had Jan Rosman (toen internationaal spelende voor Biarritz, dacht ik) de bal en zou een try drukken. Mooi niet dacht ik weer, zal Jan even pakken. Nou die tackle ging goed, de try werd voorkomen, maar ik had wel gelijk een gekneusd sleutelbeen. Deed dus even pijn. De volgende wedstrijden speelde ik met “bescherming” (van schuimrubber) in mijn shirt. Zag er ineens een stuk gevaarlijker en indrukwekkender uit (goed voor de tegenstanders). Was ik toen een trendsetter voor dergelijke shirts? Zo’n tien jaar geleden zag je ineens ook internationals met beschermende padding spelen. Nu is dat niet meer zo, geloof ik. Al spelende “klom” ik op in de opstelling en uiteindelijk kwam ik dan op mijn plek: scrumhalf. En dat heb ik gespeeld totdat ik stopte.

Tibor Parijs-01In Parijs, april 1970, tegen St. Denis. Tibor Snelders kijkt ons aan. 

Nog een gebeurtenis die ik niet snel vergeet, was een wedstrijd in Parijs. Mijn vriendin Maud ging ook mee, kon ik mooi eens “indruk” op haar maken met mijn “internationale” carrière. Het was een modderbad en we verloren natuurlijk.Tibor Parijs-02 Maar de Fransen waren zo onder de indruk, dat ze nog wel een tweede wedstrijd tegen ons wilden spelen, tegen hun tweede of zo. Lekker Frans weet je wel, als ze maar kunnen winnen is alles goed. Ook die verloren we, maar ik werd toen “en passant” tijdens het spel even flink met mijn gezicht in de modder gedrukt. Resultaat: kon niets meer zien. Liep naar de kant en vroeg mijn “lieve” vriendin me even schoon te maken… Mooi niet, “veel te vies en jij wil toch zo graag spelen..? Je zoekt het zelf maar uit”.

Tibor met gezicht onder de modder

Desondanks is zij toch met me getrouwd en nog gelukkig na 43 jaar. Er was ook een “gefluister”, dat de Nederlandse bondscoach wel wat zag in “die kleine”..: voor het jeugdteam. Helaas, door wie weet ik niet, werd er terug gefluisterd, dat ik wel een paar jaartjes boven de “onder-21-team” grens was. Jammer, dat was dus gelijk het begin en het einde van mijn internationale rugbycarrière. Herinner me ook, dat er een nieuw bestuur kwam, Hans Plat, financiën, Hans Grader, voorzitter, en ik zou dan de jeugd voor mijn verantwoording nemen. Toen werd het concept van een team van leiders rond de jeugdteams gevormd. We realiseerden ons, dat de club het van de jeugd moest hebben om te groeien en de kwaliteit van rugby te verhogen. Per jeugdteam werden een manager (organiseren), een trainer (alleen training) en een coach (wedstrijd coaching) aangesteld. Na veel praten hadden we dat voor elkaar en ik denk dat dit het begin is geweest van de opkomst en groei van onze jeugdleden.

Tibor Jack SpanjeTibor en Jack in Spanje aan het werk

Wat nog meer? Je ontdekt kameraadschap en vriendschap. Jack en ik hebben samen een halfjaar in Spanje in een nachtclub gewerkt; de verhalen blijven alleen “tussen ons”… In september 1980 zijn we naar Nieuw-Zeeland afgevaren, of eigenlijk gevlogen. Daar heb ik ook nog een paar jaar gespeeld. Maar ja, het verschil in kwaliteit tussen Nederland en Nieuw-Zeeland was zo groot..: iedereen liep links en rechts over en langs me heen. Speelde in het “presidentsteam”, voor over 35 jarigen. Als scrumhalf, maar als er gewonnen moest worden tegen sterke tegenstanders, dan kwamen er ineens veel jongere spelers te voorschijn en stond ik er dus naast. Enfin, werd ook een dagje ouder, liep tegen de 40 en ben er toen mee gestopt.

Tibor 77870002Paul en Annet Würster op bezoek bij de familie Snelders

Contact is er toch altijd wel gebleven met de club. Pim van Doesburg was in Australië voor zaken en kwam even langs wippen. Peter en Tineke Jacobs wipten ook even binnen, Guus Lakeman kwam ook met de backpack. En in de laatste jaren Paul en Annet Würster (met vrienden). Rond 2004 “wipte” ik even langs om wat oude makkers te zien, was een leuke reünie en in 2008 was ik weer van de partij voor het 75-jarig jubileum. Was even overgevlogen.., je kent dat wel.., dat doe je dan even.

Tibor CCF21032013_00000Weerzien in 2004

We hebben een geweldige tijd gehad in Nieuw-Zeeland, het land is erg goed voor ons geweest. Heb er dingen gedaan en bereikt (o.a. ijs en yoghurt gemaakt), die ik in Nederland nooit zou hebben gedaan. Helaas.., Bjorn (onze zoon) was na zijn studie naar Europa gegaan om wat “ervaring” op te doen. Wel, dat duurde zo’n 10 jaar en hij kwam niet meer terug, trouwde met een “lovely” British girl. Kreeg een dochter en toen een tweede dochter. Dat deed ons besluiten om terug te komen naar Europa, om van onze zoon en zijn familie te kunnen genieten. Wie had dat ooit gedacht, dat we op onze oude dag nog eens zouden emigreren. Na 31 jaar in Nieuw-Zeeland gewoond te hebben, vertrokken we in mei 2011 naar Engeland en hebben ons in Surrey gevestigd.

Tibor en Jack 2008Tibor Snelders en Jack Heer bij het lustrum in 2008

Heeft het ons leven veranderd? Zeker weten, we genieten van onze 2 kleindochters, eerst woonden we een wereld van elkaar en nu (letterlijk) om de hoek. Wel even wennen.. Van 5 hectare “tuin” in Nieuw-Zeeland naar een typisch UK “huisje-met-klein-tuintje“. Maar we genieten..; niet van het weer, helaas. RC ‘t Gooi: nogmaals gefeliciteerd en op naar de volgende 80 jaar! Zal zeker proberen dit lustrumjaar nog even langs te wippen, maar dan moeten jullie wel van Hilversum winnen…

Zie ook het fotoalbum Parijs 1970, met foto’s van de modderwedstrijd tegen St. Denis.

 

Opnieuw: Naar Parijs (april 1950)

Dit is de aangepaste, tweede versie van dit verhaal. De oorspronkelijke, eerste versie is te vinden onder de titel “Naar Parijs (april 1950)”. Ontdek de verschillen!

1950-04-23 Parijs-01

V.l.n.r. Piet Dijkman (AAC, later´t Gooi), Werner Büchner (‘t Gooi), Pieter Davis, Bert de Boer (AAC, later ‘t Gooi), Sini van Vught (de vrouw van Joop), Anton v.d. Beek (AAC), Cor de Rie (‘t Gooi, later RCH), Ab Roodlieb (‘t Gooi), Toon Bogers (AAC), Siep Reijnders (AAC), Ben Ziepzeerder (AAC), Jan Onderwater (‘t Gooi), Ron Rishworth (Te Werve), Joop van Vught (AAC), rug/onherkenbaar, ?, Frits Frankfort (‘t Gooi, later RCH), ?, onbekende dame, kalende heer met twee kinderen.

Op 28 november 2012 plaatsten we het verhaal “Naar Parijs (april 1950)” op deze website. Een verhaal met nogal wat veronderstellingen en onbeantwoorde vragen. Het is nu twee en een halve maand later – 14 februari 2013 – en we weten er nu wat meer over en kunnen dus het verhaal herschrijven. Dankzij oud-AAC- en Nederlands team-speler Pieter Tolsma en Google. Het oorspronkelijke verhaal zouden we weg kunnen gooien, maar het lijkt ons juist wel leuk om eens te laten zien  hoe je in de loop van de tijd nieuwe informatie bij elkaar scharrelt en hoe dat het verhaal beïnvloedt. Wordt het daardoor ook interessanter en leuker? Dat mag u zelf beoordelen. Kijk en vergelijk!

Op zondag 23 april 1950 speelde het Nederlands rugbyteam een uitwedstrijd in en tegen Parijs. De “knoestige” Piet Dijkman (typering van Loek van Keller), toen nog AAC’er en later lid van RC ’t Gooi, had een vaardige pen en schreef er een verslag over in Try, het clubblad van AAC Rugby:

1950-04-28 Try over trip NL team naar Parijs-01

1950-04-28 Try over trip NL team naar Parijs-02

In het verhaal van Piet Dijkman gaat het over van alles, maar nauwelijks over het uitstapje op zondagochtend 23 april 1950 naar het bos van Compiègne en de wedstrijd van die zondagmiddag. En laten we daar nu juist foto’s van hebben. De grote foto waarmee dit verhaal begint is genomen bij een gedenksteen voor de wapenstilstandsovereenkomst aan het einde van de Eerste Wereldoorlog. Er staat een Franse tekst op, die vrij vertaald als volgt luidt:

compiegne inscriptie van de gedenksteenHIER IS

OP 11 NOVEMBER 1918

GESTORVEN

DE MISDADIGE TROTS

VAN HET DUITSE RIJK

VERSLAGEN DOOR

DE VRIJE VOLKEREN

DIE HET TRACHTTE

TOT SLAAF TE MAKEN

Standbeeld maarschalk Foch Compiegne1950-04-23 Parijs-03De foto hiernaast is gemaakt naast de sokkel van het standbeeld van maarschalk Foch, eveneens in het bos van Compiègne. Zijn naam is duidelijk te lezen, maar het standbeeld zelf ontbreekt. Vandaar de andere foto, met naam èn standbeeld. In de groep vallen een man met een kaal hoofd en twee kinderen op, een jongen met een witte sjaal en een kleiner meisje. Ze staan rechts op de foto. Ook op de andere foto’s van de rugbyers-groep zijn ze te zien. Vermoedelijk gaat het hier om een Fransman, die als gids voor de Nederlanders optrad en die de gelegenheid gebruikte om er een uitje met z’n kinderen van te maken. De kleding van de tripgangers valt op. Allemaal in jasje dasje, het lijkt wel een groepsreis van keurig uitgedoste zakenmensen. Maar ´t was natuurlijk ook zondag.

1950-04-23 Parijs-04De kalende man met de beide kinderen is ook te zien op de groepsfoto voor de kasteel-achtige poort. Zoeken via Google leverde op, dat dit de poort van het kasteel van Pierrefonds is, uit de 14e eeuw, aan de zuid-westrand van het bos van Compiègne. Meer van het kasteel is te zien op de volgende foto.

chateau-de-pierrefonds

1950-04-23 Parijs-06Zonder beide kinderen is de kalende man te zien naast de autobus van C.J. van Nood uit Amsterdam. Tenminste: dat lijkt zo, maar wie staat er in de deuropening van de bus? Het jongetje met de sjaal! Met die bus zijn ze vast naar het stadion vertrokken voor de wedstrijd tegen het vertegenwoordigende Parijse team, die ze met 32-3 verloren. Van die wedstrijd hebben we de volgende twee foto’tjes:

 

1950-04-25 Parijs-NL 32-3 foto-011950-04-25 Parijs-NL 32-3 foto-02

Naar Parijs, de licht(e) stad (november 1950)

Ned teamNederlands team, 26 november 1950, Parijs.  Achter: Ab Roodlieb (Gooi), Siep Reijnders (AAC), Cor de Rie (Gooi), Nico Kist (DSRC), v.d. Hoek (DSRC), Ben Ziepzeerder (AAC), Anton v.d. Beek (AAC), Toon Bogers (AAC), ?, Ref ?, voor: Piet Dijkman (AAC, later Gooi), Ab Nordeman (Gooi), ? (DSRC), Werner Büchner (Gooi), Joop van Vught (AAC), ?, ?, ?

Via Pieter Tolsma – oud-AAC- en Nederlands team speler – kwamen we in het bezit van foto’s en verslagen van de wedstrijd Parijs B – Nederlands bondsteam uit 1950. In ons clubarchief zat al een teamfoto, waarvan de achterzijde vermeldde dat deze in Parijs gemaakt was. Maar wanneer precies en bij welke gelegenheid? Duidelijk was wel, dat er een aantal Gooiers van het team deel uitmaakte: Ab Roodlieb, Cor de Rie, Piet Dijkman (toen nog AAC, later ’t Gooi), Ab Nordeman en Werner Büchner. Maar nu werd het hele plaatje duidelijk. Het begon op 11 november 1950 met de uitnodiging aan de geselecteerden. Uitgenodigd worden was natuurlijk eervol, maar wat te denken van een bijdrage van 15 gulden in de reiskosten..? Afijn, het waren blijkbaar andere tijden, 63 jaar geleden.

Mail0013De uitnodigingsbrief van 11 november 1950

In Try, clubblad van AAC – Rugby, van 15 december 1950, schreef Piet Dijkman het volgende verslag.

1950-12-15 Try AAC-clubblad kopDe kop van Try, van 15 december 1950, met tekening van een tackle (maar geen try!)

Eerst Parijs zien en dan pas naar bed

In dit geschrift zal ik proberen u in het kort een waarheidsgetrouw verslag te geven van onze belevenissen gedurende de pelgrimage van het Nederlandse XV naar het wuft Parijs, de licht(e) stad. Geheel in tegenstelling tot de rugbytradities waren er deze keer geen moeilijkheden met paspoorten, visa en andere documenten. Het gezelschap vertrok op tijd en in Delft behoefde zelfs niemand uit bed gehaald te worden. Het traject Amsterdam – Parijs leverde voor ons, bereisde Roelen als we zijn, geen nieuwe gezichtspunten op. Er waren er die even uit het raam keken en dan met een effen gezicht beweerden: “Nog een kwartier en we zijn al in Laon”, of: “Nog goed twintig minuten en we zijn Soisson al weer voorbij”, zoals ze in lijn 24 zullen zeggen: “Nog twee halten en we zijn weer op de Munt”.

In Brussel stopten we voor een kopje koffie. De chauffeur voerde ons naar een soort Melksalon, waar men, zoals het ons voorkwam, tegen ontucht geen bezwaar had. Wij rugbyers vulden dit etablissement met ons weliswaar kuis, maar toch zeer luidruchtig vertier. Vooral enkele oorspronkelijk voor kinderen bedoelde speelanlagen stonden in de belangstelling. Gezien de omstandigheden is er opmerkelijk weinig gebroken. Gedurende de tocht was de stemming zoals gebruikelijk: er werd geslapen en er werden rugbykrantjes gelezen en hier en daar vormden zich kleine groepjes waar hard en zinnelijk werd gelachen, als gold het een bonte trein. Bij nader onderzoek bleek, dat in het centrum van deze groepjes mopjes voor grote mannen werden verteld. In de buurt van Soisson werd ten tweede male gestopt, nu was het niet voor koffie, nu moest het wijn worden. Frankrijk had ons te pakken.

In Parijs bleek dat men werkelijk op ons had gerekend, hetgeen niet tegen viel. Bij de toewijzing der kamers werden nummers en dergelijke haarfijn genoteerd, hetgeen niet, zoals we dachten een spits mopje was, maar een ingenieus plan, uitgedacht door de infernale breinen van onze officials om de heren spelers te controleren en op een christelijk uur aan het bed te 1950-12-15 Les Naturisteskluisteren. Er wordt verteld, dat Nico Hobbelman alle spelers een nachtkusje is komen brengen om vijf over elf. Ondanks het bovenomschreven strenge controle-systeem mochten we toch een uurtje uit en richtten we onze schreden naar een huis van plezier waar de grote attractie was dat een juffie werd geslagen en aan de haren over de grond werd gesleurd. Onze getrouwde vrienden zagen dit alles met grote interesse en kennis van zaken. Verder was er nog een dansende elf met de gratie van een Cor de Rie. Zoals gezegd was er geen gelegenheid tot uitspattingen in groter verband.

Vriend Ziepzeerder, die behalve een veelprater ook vroegopstaander is, wekte per telefoon vele onschuldige slapers, wat op deze prille zondagmorgen veel godslasterlijke taal en vele bastaardvloeken ontlokte. Een zeer kwalijke gewoonte, dit vroege opstaan. Om half elf werden we in een restaurant samengedreven voor, zoals men ons valselijk voorgaf, een lunch, eigenlijk was het een soort wapenschouw en probeerden de Fransen ons met hun zware jongens te imponeren. Wij van onze kant lieten zien, dat de 700 kg scrum van ons er ook niet om loog. Joop van Vught verborg zich achter de rokken van zijn vrouw.

Mail0001Vóór de wedstrijd deden we nog wat sightseeing, waarbij we haast een Franse auto-meneer verpletterden, wat ons in het politiebureau deed belanden. Ook hier verdeden we onze tijd niet, en formeerden we een stevige scrum tegen de muur van het ambtelijke gebouw. Twee veelbelovende Delftenaren probeerden intussen als kleine Eisensteintjes de zwaartekracht te verklaren. Zo arriveerden we toch nog op tijd in het Stade Buffalo, de zeer morsige arena waar we onze strijd zouden moeten strijden. Knappe en deskundige pennen zullen u deze wedstrijd beschrijven.

Tot slot van het officiële programma van deze dag was er een groot Banket Spectaculair waar het Engelse, het Nederlandse en de Franse teams aanzaten. Het was een prachtig feest met goede wijn, goed eten en goed tafellinnen, zoals later bleek. Onze officials de Heren (!) Boersma, de Boer en Hobbelman zaten tussen allerlei zeer hoge en belangrijke rugbymeneren, alsof ze nooit meer met ons in het Zuiderzeepark op het speeltuinterrein zouden moeten spelen. Zoals ik al zei was het een heerlijk feest. Aan het einde van dit banket gooiden de Fransen hun broeken tegen het plafond, gleden vele rugbyers in dit luxe milieu via de leuningen naar beneden ondanks statige portiers, palmen en marmeren trappen; tenslotte werden enkele plakkers, die in een naburig dansfeest waren binnengedrongen en daar lijfelijk zeer nadrukkelijk aanwezig waren, via een aanzwellend handgemeen op straat gewerkt. Hierna begon de vrije jacht.

Paris - LondresDe rugby-schare viel uiteen in kleine groepjes die ieder op hun manier de wufte genoegens van Parijs probeerden na te jagen. Er zou wel het een en ander te zeggen zijn van al deze groepjes, maar waarom slapende honden wakker gemaakt, per slot van rekening is het de bedoeling dat we nog eens naar Parijs gaan. Ik geloof wel dat iedereen zich best geamuseerd heeft. Maandagmiddag was het een zeer verfomfaaide groep, die Parijs verliet, beladen met eet- en drinkwaren en kleine presentjes voor vrouw en kinderen. De terugtocht was geheel gelijk aan de heenreis, zij het dan in omgekeerde volgorde. Alles verliep volgens de plannen.

Samenvattend kunnen we zeggen dat we een heerlijk feest hebben gehad en een beste wedstrijd hebben gespeeld en gezien en niemand had spijt van de verzopen dubbeltjes. Misschien mag ik de volgende keer weer mee.

Het “technische” verslag werd – in het zelfde nummer van Try van 15 december 1950 – verzorgd door official Nick Hobbelman. Uit zijn verslag kozen we drie fragmenten, gevolgd door de individuele bespreking van de (ooit) Gooiers in het gezelschap: Ab Nordeman, Werner Büchner, Cor de Rie en Piet Dijkman. Gooier Ab Roodlieb, die wel op de teamfoto staat, wordt niet besproken. Was hij reserve?

Parijs B – Bondsteam 33 – 6

Anders dan de score zou vermoeden is dit geen smadelijke nederlaag geworden, en zonder het overwicht van de B-ers maar maar een ogenblik in twijfel te willen trekken, zou ik toch wel van een geflatteerde overwinning willen spreken.

Mail0007Hoewel de Franse bladen spreken van een rugby-lesje dat zij ons gegeven hebben, van het ontbreken van techniek en van een zwakke verdediging, kan ik deze mening niet helemaal delen. Zonder blind te zijn voor de feiten meen ik dat b.v. voor de forwards gedurende de gehele wedstrijd en voor de halves gedurende de tweede helft geen sprake van een lesje is geweest. Mijn indruk is (bevestigd door de Parijzenaars) dat onze forwards niet onderdeden in snelheid en techniek, en qua uithoudingsvermogen zeker de meerderen waren van hun Franse tegenstanders.

Meteen na de aftrap golft het spel op het middenveld heen en weer, en reeds na 5 minuten is het voor ons langs het lijntje duidelijk, dat er niet van een groot krachtsverschil tussen de beide teams kan worden gesproken. Het is mij nog steeds niet duidelijk, waarom vooral in de eerste helft onze forwards niet feller hebben uitgepakt, maar de B-ers gelegenheid gaven zich in te spelen, het spel aan zich te trekken en hun sterke 3/4 lijn de bal toe te spelen. Het is dan ook deze driekwart-lijn, die met razend snelle aanvallen gaten in onze verdediging trekt, en de score eerst langzaam, maar na de rust (11-3) in sneller tempo tot de eindscore (33-6) brengt. Hoewel daar vooral na de rust wel enige aanleiding voor bestond lijkt onze ploeg over een goede mentaliteit te beschikken en blijft volhouden en vechten tot het einde.

Mail0008Dan volgen korte individuele besprekingen van de spelers, waaruit wij de (ooit) Gooiers selecteerden:

WING: Nordeman, goed en zal zeker met een snellere center naast zich nog betere prestaties kunnen leveren.

CENTER: Werner Büchner, heeft gespeeld voor wat hij waard is, doch heeft veel meer snelheid nodig voor een dergelijke wedstrijd.

FORWARD: Cor de Rie, een “slow starter”, bereikte deze keer niet zijn beste vorm, niettemin een “gewichtige” knaap in de scrum, een goede “dribbler” (ik herinner me een door hem zeer goed opgezette aanval).

Mail0009FORWARD: Dijkman, ook Pieter was voor half-time niet wat hij kan zijn en wat hij na de rust wel liet zien. Was soms zeer gevaarlijk en speelde dan zijn bekende “shrewd” spelletje.

Nico Hobbelman sluit zijn verslag als volgt af. Was onze eigen wedstrijd iets waar we toch wel iets van opgestoken hebben, de grote openbaring en les die de wedstrijd Parijs – Londen voor ons was zullen we niet licht vergeten. Dat we er veel van in toepassing mogen brengen en het op onze clubgenoten overdragen.

Fred Bakker, alias Fred Vet, de man met de pet

In 2001 verscheen in De Scrum een serie verhalen over de achtergronden van de verschillende trofeeën die jaarlijks bij RC ’t Gooi worden uitgereikt: de Kakebeker, de Ernst Sandtmann Bokaal, de Hand Off Trofee en de Fred Bakker Trofee. Over die laatste trofee – bestemd voor niet(spelende)-leden, die zich belangeloos voor de club inzetten – schreef Herman Nijhuis in De Scrum van augustus 2001 het volgende.

Fred Bakker op de tribune van Twickenham bij de finale van de Middlesex Sevens in 1981

Het zal zo’n jaar of twintig geleden zijn dat Fred Bakker door Marcel Jacobs, het kleine broertje van Peter en Ton, meegenomen werd naar de oude Utrechtse Poort om de sfeer eens te proeven. Nou, die sfeer was zodanig, dat Fred niet meer bij ’t Gooi was weg te slaan. Helaas door een ooghandicap, links min elf en rechts min dertien of omgekeerd, dat weet ik niet precies meer, kon en mocht hij geen rugby spelen.

Als de dag van gisteren kan ik mij de eerste kennismaking met Fred herinneren. Zijn gevatte antwoorden en droge humor en ludieke opmerkingen zullen mij altijd bijblijven. Ook zijn inzet voor z’n cluppie ’t Gooi was formidabel. Overal maakte hij reclame voor onze sport en onze vereniging. Of dat nu in Parijs of in Londen op Twickenham was, het maakte niet uit. In het Parc des Princes werd een wedstrijd gespeeld tussen Frankrijk en ……, weet ik niet meer. Wat ik wel weet is dat het toentertijd nog bestaande RC Leerdam met 20 man zou meegaan. Deze belden op het allerlaatste moment af, zodat wij met 20 kaartjes in onze maag zaten. Geen probleem, Fred nam de kaartjes en ging 4 meter voor de kassa de kaartjes aan de wachtende Fransen verkopen. Hij sprak geen woord Frans, maar met een big smile op zijn gezicht raakte hij deze kaartjes allemaal kwijt. Leuk drinkgeld.

De jeugdgroep voor vertrek naar de finale van de Middlesex Sevens in 1981 voor de Utrechtse Poort. Geheel links: Pieter Luteyn. Jan Erber, Bert van Eiken, Mark van Eyck, Olivier Scheltema, Herman Nijhuis, Eric Luteyn, Fred Scholten, Vitus de Veth, Job Völker, Fred Bakker

Of die keer dat Vitus de Veth en ik Fred meenamen naar een wedstrijd in Parijs. Na de wedstrijd moesten wij Fred ook iets cultureels bijbrengen, dachten wij. Dus alle bijzondere gebouwen langs getoerd, maar veel interesse toonde hij niet. Totdat wij op de Champs Elysées kwamen, hij veerde op en riep: “Kijk, hier is Jan Jansen in de Tour op z’n bek gegaan!”. Wij hebben het toen maar opgegeven.

Vlagvertoon op de ‘Holy Ground’ van Twickenham door Mark van Eyck en Fred Bakker

Ondanks zijn ooghandicap heeft hij wel een jeugdscheidsrechter cursus gevolgd, om de jeugd van ’t Gooi te kunnen fluiten. Ten eerste omdat er altijd een gebrek aan jeugdfluitisten was en ten tweede omdat hij vond dat er niet goed gefloten werd. Fred, of liever Fred Vet, want hij zorgde voor de kroketten en de ballen gehakt, was een zeer aimabele persoonlijkheid en droeg ’t Gooi een warm hart toe. Tot die noodlottige avond van 8 juni 1986, toen hij door een auto ongeluk om het leven kwam.

Jaarlijks wordt hij nog door onze club herdacht door middel van de Fred Bakker Trofee. Het seizoen 2000-2001 is deze uitgereikt aan Willem van Eijck. En terecht. Want ook Willem, als teammanager van het 1ste, zet zich in de geest van Fred geheel belangeloos in voor RC ’t Gooi.

1981-05-09 Middlesex Sevens-05

Pieter Luteyn staat, zittend: Jan Erber, Eric Luteyn, Job Völker en op de tweede rij Fred Bakker en Fred Scholten

Tot zover Herman Nijhuis in 2001. En dan nu Fred Vet zelf aan ’t woord. Hij schreef – in droogkloterig-humoristische stijl – in De Scrum van juni 1981 deel 1 van het verslag van deze trip. Het beloofde deel 2 hebben we niet gevonden.

1981-06 Scrum Middlsex sevens jeugdtrip-01

Op weg naar Twickenham. Jan Erber draagt de bierkoffer. Op weg naar Twickenham. Jan Erber draagt de bierkoffer.

1981-06 Scrum Middlsex sevens jeugdtrip-02

1981-05-09 Middlesex Sevens-09

Zonnige terugreis, met Olivier Scheltema, Job Völker, douanebeambte 1, Eric Luteyn, Fred Bakker, douanebeambte 2, Herman Nijhuis, Hans van Eiken

 

Ben Hosman in gesprek met Herman Nijhuis (1977)

Ben Hosman en Wim Munnikhuizen bekijken oude rugbyfoto’s, 26 januari 2005 

Zesendertig jaar geleden stond er in De Scrum van februari 1977 een interview met ons erelid Ben Hosman. Hij sprak met Herman Nijhuis (toen nog geen erelid), destijds de aanvoerder van de Scrumredactie, over zijn herinneringen aan oude Gooi-tijden. Een mooi verhaal, dat we hier graag nog eens vertellen.

RC ’t Gooi 1937. Achter: Kees Meeuwis, Dolf Plat, Fred Huyer, Kees Kennis, Rein Koopmans, midden: André van de Hoek, Louis Diem, Johan de Kooter, Henk Stuurop, Bob Lamberton, Hans Fannois, Walt Jongman, vooraan: Ben Hosman, Jaap Klasema, Piet van Lingen

Praten met Ben Hosman over rugby op een winteravond bij de open haard met een goed glas wijn is een openbaring. Sprankelend komen de rugby-verhalen te voorschijn. Vele namen worden genoemd. Mannen van het eerste uur, die onze club hebben opgericht: Bob de Jonge, Witte van Heijningen, Bob Lamberton, Rein Koopmans, Kees Meeuwis, Jaap Klasema, Elbert Kortenoever, de Kooter, Schrage, Plat, van de Hoek, Zöllner en vele anderen.

1937-38 vertrek van station Bussum naar Den Haag. 1e rij: Walt Jongman, André Talboo, Fred Huyer, Jaap Klasema, Johan de Kooter, 2e rij: Kees Kennis, André van de Hoek, Kees Meeuwis, Ben Hosman, 3e rij: Elbert Kortenoever, Reijn Koopmans, Dolf Plat, 4e rij: Aad Kennis (met hoed), Bob Lamberton

In feite is het allemaal begonnen in december 1932, toen de heren Kruissink en Talboo in het Tuschinsky Theater te Amsterdam een film zagen over rugby en zodanig enthousiast werden, dat besloten werd om, met medewerking van de Nederlandse Rugby Bond, te trachten ook in Bussum een rugbyclub op te richten. En hiermede was in februari 1933 R.C. ’t Gooi geboren.

Het landhuis Drafna in Naarden, waar het Theosofisch Lyceum was gevestigd 

De eerste trainingen en wedstrijden werden gespeeld op de ezelweide met een boom midden in het veld, dat gelegen was naast het Theosofisch Lyceum “Drafna”. Ben Hosman begon in 1936 rugby te spelen op het veld bij de watertoren, zgn. het terrein bij de zandafgraving. Een veld vol zwerfkeien, dat niet geschikt was voor de voetballers. Maar rugby kon er wel op gespeeld worden. Als kleedruimte had men een oude loods ter beschikking en als douche een waterton met een puts. Dat waren barre tijden!

Er bestond echter een hechte vriendenkring (zodanig zelfs, dat de meisjes soms gedeeld werden). Er was ook geen clubhuis, waardoor het veld het enige trefpunt was, waar men elkaar met vrienden, vriendinnen en familieleden ontmoette. Na afloop ging men met de dames achterop de fiets weer huiswaarts, met uitzondering van een enkele gelukkige, die de beschikking had over een auto of een motorfiets.

Door die hechte vriendenkring werden wedstrijden gewonnen, niet door een grote techniek, doch door een verbeten inzet om elkaar niet teleur te stellen. Doordat er maar zeven clubs waren, kende iedereen iedereen en de onderlinge band tussen die clubs was reuze goed. In oorlogstijd werd het wat minder met het clubgebeuren en er zijn toen een paar leden gefusilleerd.

Nassaulaan Bussum, in oorlogstijd, te zien aan de verduisteringsschotten voor de winkelramen. Kees Meeuwis, Aga Klasema (de vrouw van Jaap), Jaap Klasema, Ben Hosman, Rie Hosman

Ben Hosman is eigenlijk door zijn buurjongens Jaap Klasema en Kees Meeuwis in de rugbysport terecht gekomen en hij heeft er nooit spijt van gehad. Werd hierin ook sterk gesteund door zijn vrouw. Toen er kinderen kwamen vergezelde zij hem altijd nog naar het rugbyveld. Ook toen er vier kinderen waren werd er trouw naar het veld gekomen. Pa Hosman had dan een kind voor- en achterop de fiets, ma Hosman kwam dan later met de kinderwagen naar het veld met een kind erin en een kind erop of ernaast.

De feesten die in die tijd werden gehouden werden ook per fiets bereikt. Zo staat nog in aller herinnering het carnavalsfeest in “De Zeven Linden” te Laren; men moest er wel tot 4 uur in de nacht binnen blijven vanwege de spertijd in de oorlog. De kinderen werden ter plekke in de bedstee gedeponeerd.

Er werden in die tijd ook demonstratiewedstrijden gehouden, zelfs rugby was een onderdeel van de Olympische spelen in Amsterdam. RC ’t Gooi leverde reeds in 1936 spelers voor het nationale XV-tal, o.a. Walt Jongman, die maar eventjes vanuit Egmond aan Zee naar Bussum fietste om daar eventjes de interland tegen Frankrijk te spelen en toen maar weer eventjes terugfietste naar Egmond. Ook de heren Stuurop en Schut kwamen iedere week getrouw uit Eerbeek om te trainen en te spelen. Dat was ouderwetse inzet en men was in die tijd niet veel luxe gewend.

Scrum in de sneeuwwedstrijd tegen Anderlecht in 1946

In 1939 speelden Jaap Klasema en Walter Jongman mee tegen Roemenië. Ook de wedstrijd tegen Anderlecht zal Ben nog vele jaren heugen. Na een tocht van ruim 5½ uur met de bus was er zoveel sneeuw gevallen, dat toen men bij Anderlecht aankwam  er inmiddels 30 cm lag. De Belgen hadden er toen geen zin meer in om een partij te spelen, maar ja, die Hollanders hadden niet voor niets zo lang in die rotbus gezeten, zodat er, onder daverende lach-salvo’s, toch nog een wedstrijd gespeeld werd.

Ook de bustocht naar Düsseldorf ligt nog vers in de herinnering. Men ging vanuit Bussum met een bus van Bussums Bloei. Daar aangekomen werden zij ontvangen door heren met bruine hemden aan en in wagens naar het sportveld vervoerd, waar later de Joden naar de gaskamers werden getransporteerd. Op de terugweg was halverwege de bus van Bussums Bloei uitgebloeid, midden in de bossen in de buurt van Arnhem kregen zij panne (gelukkig voor hen die een vriendinnetje bij zich hadden).

Gooi 1937/38, demonstratiewedstrijd in Dieren. Achter: Bob de Jonge, Dolf Plat (met scrumcap), Jan van Schaik, Bob Zwart (met alpinopet), Ko Munnikhuizen, Bep van Kooten, Witte van Heijningen, Reijn Koopmans, Zollner, Jaap van Schaik, ? (met regenjas), voor: Kees Meeuwis, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Fred Huyer, Elbert Kortenoever, Walt Jongman

De sterkste van de zeven clubs uit die tijd waren ongetwijfeld de Delftse Studenten, maar onze voorwaartsen hadden er tijdens die wedstrijden wel danig de pest in, daar ze meestal in een wolk van jenever stonden te pushen. Het sportpark aan de Meerweg werd intussen het rugbyveld. Ook daar werden reeds in 1946 en 1947 veel demonstratie- en internationale wedstrijden gespeeld voor een in die tijd toch wel talrijk publiek. Meestal betraden wij het veld met de vlag van R.C. ’t Gooi voorop (waar is eigenlijk die vlag gebleven?).

Knipsel uit De Bussumsche Courant van 24 februari 1939

Voor reklame werden er door de leden met de hand gemaakte affiches gemaakt (ingekleurd met zwarte en rode inkt). Die werden dan bij de winkeliers voor de ramen gehangen of aan bomen genageld. De enige ernstige blessure die Ben Hosman ooit heeft opgelopen is een hersenschudding in de wedstrijd tegen België. Vanuit België werd hij toen met rugbykleren en al in de auto gezet en bij zijn vrouw afgeleverd, die toen wel wist dat er iets fout was.

Rechts Ben Hosman als scheidsrechter op Sportpark Bussum Zuid bij een onbekend sevens-team

Zonder meer stelt Ben, dat hij door de rugbysport een veel groter doorzettings- en incasseringsvermogen heeft gekregen. Maar, gelooft hij, je had in die tijd meer over voor je club en de sport dan nu het geval is. In 1936 begonnen met spelen tot 1956. Daarna nog diverse bestuurstaken vervuld. Ook is Ben nog scheidsrechter geweest. Hij kan terugzien op een bijzonder fijne sporttijd.

De oprichters van RC ’t Gooi

Uit de overlevering weten we, dat er twee jongemannen waren, die in december 1932 enthousiast naar Bussum terugkeerden, nadat ze in de Amsterdamse Tuschinski-bioscoop een film over rugby hadden gezien. Zij namen het initiatief tot de oprichting van de Drafna Sport Club, die later Gooische Rugby Club en weer later Rugby Club ’t Gooi zou gaan heten. Maar wie waren die jongemannen en wat weten we van ze? Henk Kruissink en André Talboo heetten ze, weten sommigen van ons. Daarmee houdt de kennis wel zo ongeveer op. Dus maar eens op onderzoek uit.

Berichtje in De Bussumsche Courant van 17 januari 1933 over de oprichting op 14 januari 1933

 

1934-35 Kamperen met Henk Kruissink, Bob Lamberton, Johan de Kooter en Witte van Heijningen

Drs. H.W.J.Z. (Henk) Kruissink was leraar Engels aan het Drafna-lyceum en woonde aan de Brediusweg 66 in Bussum. Hij was 27 jaar oud, toen op 14 januari 1933 de Drafna Sport Club werd opgericht en hij de eerste voorzitter werd. Hij was erbij aanwezig, toen op 4 maart 1933 het bestuur van de Nederlandse Rugby Bond de nieuwe vereniging als lid accepteerde.

Zijn positie als docent zal de nieuwe club vast wel geholpen hebben om het sportveld van het Drafna-lyceum te mogen gebruiken. De naam Drafna Sport Club ligt niet echt voor de hand voor een Bussumse rugbyclub. Deze werd echter gekozen op verzoek van de rector van het Drafna-lyceum, prof. dr. D. van Hinloopen Labberton. En dat kweekte vast ook weer goodwill voor de nieuwe vereniging.

Henk Kruissink uitte in de algemene ledenvergadering van de nieuwe vereniging in oktober 1934 heftige kritiek ‘op den moreelen en financieelen toestand der vereniging’. Deze was acht maanden daarvoor met de vooroorlogse Hilversumsche rugbyclub gefuseerd tot de Gooische Rugby Club, met hem als energieke voorzitter. Zijn bestuurlijke kwaliteiten kon hij ook op een andere manier uiten, want (vooral) hij organiseerde de interland Nederland-Frankrijk B (uitslag: 11-66!) op 22 april 1935, 2e Paasdag, op Sportpark Bussum. In oktober 1935 werd hij benoemd tot bondsconsul en in september 1936 tot lid van het hoofdbestuur van de N.R.B.: een veelbelovende carrière als rugbybestuurder leek aangebroken.

Foto uit de Gooi- en Eemlander van 23 april 1935

Als rugbyspeler was Henk Kruissink minder opvallend, zijn naam wordt tenminste weinig genoemd in de krantenverslagen uit die tijd. Hij speelde als forward in de eerste rij en trad soms als aanvoerder op. In 1937 is hij overleden. In De Gooische Post van 3 april 1937 staat onder de overlijdensberichten, dat Hendrik W.J.Z. Kruissink, 31 jaar oud en ongehuwd, te Bussum is overleden. De oorzaak van zijn vroegtijdig overlijden wordt niet genoemd, ook niet in de overlijdensadvertentie die zijn ouders plaatsten in het Algemeen Handelsblad van 27 maart 1937. Daaruit blijkt wel, dat hij diezelfde dag overleed en op woensdag 31 maart 1937 op de Algemene Begraafplaats in Naarden begraven zou worden. Deze begraafplaats wordt tegenwoordig de Oude Begraafplaats genoemd en ligt aan de Bussumse Brediusweg, tegenover hotel-restaurant Jan Tabak. Het graf van Henk Kruissink is daar nog te zien.

Op 16 april 1938, bij de viering van het eerste lustrum, noemde De Bussumsche Courant Henk Kruisink: ‘een voorbeeld van kameraadschap en sportiviteit’ en ‘een groot verlies voor de club’. Hij werd als voorzitter opgevolgd door J.A.J. (Bob) de Jonge, ons latere erelid.

1937-38 Vertrek vanaf station Bussum naar Den Haag. André Talboo is de tweede van links op de eerste rij 

André Talboo was de andere oprichter van de rugbyclub. Hij woonde in Bussum aan de Nassaulaan 16 en zou de eerste penningmeester worden. Zijn verhaal in De Scrum van 1946, 13 jaar na de oprichting van de vereniging opgeschreven, is tot nu toe – bij gebrek aan documenten over die tijd in ons archief – onze belangrijkste bron van kennis over de begintijd van de club.

Op de ledenlijst van het begin van het seizoen 1940 (die zal dus ongeveer van september 1940 geweest zijn) staat Talboo vermeld als buitengewoon lid, wonend in Oegstgeest en ook uit een brief van 31 december 1941 blijkt, dat hij in Oegstgeest woont, maar nu op een ander adres. In die brief doet hij het verzoek, de wedstrijd om zijn ‘Talboo-beker’ te verspelen op 4 januari 1942, ‘zoodat ik dan deze wedstrijd als een waardig slot kan beschouwen van mijn Rugby-leven in Holland’. Hij zou namelijk vertrekken naar Zeeland. Dat dit ook echt gebeurd is, blijkt uit een brief aan André Talboo van 3 augustus 1944, gericht aan een adres in Terneuzen. Het lijkt dus waarschijnlijk, dat de betrokkenheid van André Talboo bij de club vanaf 1940 en misschien wel eerder niet zo groot meer was.

Dat is van belang voor het ‘wegen’ van zijn herinneringen aan de beginjaren, zoals verteld in 1946.  Daar zaten vijf oorlogsjaren en verschillende verhuizingen buiten het Gooi tussen, waarin zijn contact met de club niet intensief geweest kan zijn. In Terneuzen richtte hij in 1944 een rugbyclub T.R.V.C. 1944 op. Ze hadden geen rugbybal en door ‘de nood der tijden’ (de Duitse bezetting en de oorlogshandelingen) viel daar ook moeilijk aan te komen, zoals blijkt uit een uitgebreide en (achteraf) vermakelijke correspondentie hierover. André Talboo speelde in zijn actieve jaren bij ’t Gooi als forward in de derde rij en trad ook op als linesman en referee. André Talboo is  overleden op 7 oktober 1947.

Naar Parijs (april 1950)

Dit is de oorspronkelijke versie van dit verhaal; er is ook een aangepaste versie onder de titel “Opnieuw: Naar Parijs (april 1950)”; ontdek de verschillen!

V.l.n.r. Piet Dijkman (´t Gooi), Werner Büchner (’t Gooi), Pieter Davis, Bert de Boer (’t Gooi), ?, Anton v.d. Beek (AAC), Cor de Rie (’t Gooi), Ab Roodlieb (’t Gooi), Toon Bogers (AAC), Siep Reijnders (AAC), Ben Ziepzeerder (AAC), Jan Onderwater (’t Gooi), Ron Rishworth, Joop van Vugt (AAC), rug/onherkenbaar, ?, Frits Frankfort (’t Gooi), ?, onbekende dame, kalende heer met twee kinderen

Welke foto hoort er nu bij en welke niet? Het startpunt was een groepsfoto bij – lijkt het – een monument ter herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Het jaartal 1918 valt tenminste met enige moeite op het monument te onderscheiden. Ernaast mannen – en ook twee vrouwen – op een rij, waaronder Herman Nijhuis de bijbehorende namen heeft geschreven, voor zover hij die wist.

Het zijn alleen maar Gooiers en A.A.C.-ers, die – weer volgens Herman – op 23 april 1950 (dat was een zondag) in Parijs waren om te spelen tegen een vertegenwoordigend team van die stad. Of het om zomaar een gelegenheidscombinatie van Gooise en Amsterdamse spelers gaat, om het vertegenwoordigend “Amsterdams” stadsteam, of om het Nederlands B-team wordt niet helemaal duidelijk. Opvallend zijn de drie mensen rechts op de foto: een man met een kaal hoofd en twee kinderen. Een jongen met een witte sjaal en een kleiner meisje.

Dit zelfde drietal staat op de foto bij het monument met de naam “Foch” erop en ook op de groepsfoto voor de kasteelachtige poort in Compiègne zijn ze te zien. Die foto’s moeten dus bij dezelfde trip horen. Zonder beide kinderen is de kalende man te zien naast de autobus van C.J. van Nood uit Amsterdam. Tenminste: dat lijkt zo, maar wie staat er in de deuropening van de bus? Het jongetje met de sjaal!

Zouden de A.A.C.-ers met die bus vanuit Amsterdam in Bussum de Gooiers hebben opgehaald? En wie is die kalende man? Een onbekende Franse gastheer, die als plaatselijke gids  optrad en er een uitje met zijn kinderen van maakte? Dat lijkt wel waarschijnlijk, want om nou met twee kinderen vanuit Nederland een paar dagen met een bus vol rugbyers naar Parijs op pad te gaan…?

De kleding van de tripgangers valt op. Allemaal in jasje dasje, het lijkt wel een groepsreis van keurig uitgedoste zakenmensen. Maar ´t was natuurlijk ook zondag. En Frits Frankfort is goed herkenbaar, omdat hij nu eenmaal een kop kleiner is dan de rest. Zouden er ook nog foto´s van de wedstrijd zijn gemaakt? Werd die een dag eerder, op de zaterdag, gespeeld? En wie won er? Is er misschien een verslag over geschreven in De Scrum?