Rugby in de oudheid, door Bob de Jonge

 

?, Bob de Jonge, ?, ?, Fred Huyer, ?RC ’t Gooispelers uit de oudheid (jaren ’30): ?, Bob de Jonge, ?, ?, Fred Huyer, ?

In 1978, bij het 9e lustrum, schreef ons erelid, oud-voorzitter J.A.J. (Bob) de Jonge in De Scrum over de rugby-oudheid in Nederland. Hij maakt daar zelf deel van uit. Als de allereerste secretaris van de op 1 oktober 1932 opgerichte Nederlandse Rugby Bond stond de latere bondsvoorzitter aan de wieg van RC ‘t Gooi. Hij was in die tijd nog lid van ARVC, de Amsterdamsche Rugby Voetbal Club. En dan nu Bob de Jonge zelf aan het woord.

Wanneer je in De Scrum een vraaggesprek met pionier Frankfort hebt gelezen, gaan je gedachten onwillekeurig terug naar het verre verleden. De rugbywereld van heden ten dage is wel heel wat anders dan het rugbywereldje van toen. Je vraagt je af hoe het allemaal is begonnen en hoe het zich heeft gehandhaafd. Het antwoord op dat handhaven is niet zo moeilijk te geven: door pionierswerk van mensen als Frankfort.

DSR-C in actie tegen AAC in Amsterdam in 1934DSR-C in actie tegen AAC in Amsterdam (tijdschrift Sport in Beeld, 1934)

Maar de geboorte van de rugbysport in Nederland is wat duister. De oudste en veruit de oudste club is de DSR-C, die ik in de eerste wereldoorlog in mijn zeer prille jaren weleens zag spelen tegen gestrande Zuid-Afrikaanse studenten en Britse krijgsgevangenen (1). Dat vond dan plaats onder andere in het oude stadion in Amsterdam (2) en als kind werd ik zo geestdriftig dat ik, toen ik de kans kreeg, zelf ben gaan spelen. En die kans kwam in 1930, er stond toen in de Amsterdamse bladen een oproep van een aantal Zuid-Afrikaanse en Engelse studenten ter oprichting van een rugbyclub en daaruit ontstond ARVC, dat gezien het aantal voortreffelijke buitenlanders, een zeer goed partijtje vertolkte.AAC tegen ARVC in maart 1933

AAC tegen ARVC (tijdschrift Revue der Sporten, 13 maart 1933)

1933-01-17 DBC oprichtingARVC, kort daarna gevolgd door AAC, was de derde rugbyclub van Nederland; RCE was inmiddels door oud-Delftenaren van de grond gekomen. Voordien had Delft zich eenzaam en alleen staande moeten houden door enkele wedstrijden per jaar te spelen tegen de Antwerp British, de British Bruxelles en met Pasen enkele ontmoetingen met Engelse XV-tallen. Geen geringe prestatie. Voor de oorlog werden nog opgericht de HRC, de RRC, RC ’35 en de Gooische Rugby Club, dus niet de Rugby Club ’t Gooi. Ik kom daar straks op terug. Door een leraar Engels, Henk Kruising (als ik het goed spel) (3), waren enkele middelbare scholieren geestdriftig gemaakt voor onze sport. Een oprichtingsvergadering vond plaats in een café over de spoorbomen in Bussum. Namens de bond was ik daarbij aanwezig, vandaar mijn band met RC ’t Gooi, waar ik later nog jaren voor heb gespeeld.Scan.BMP

Hoe zat dat nu met die naam? De GRC werd toentertijd (nog voor de oorlog) benaderd door de Atletiek Unie. Indien wij ons aansloten, zouden wij bij de training worden geholpen en ook zou ons materiaal ter beschikking worden gesteld. Daar hebben we nooit iets van gemerkt en dus weigerden wij onze contributie te voldoen. Er werd gedreigd met royement en dat zou hebben betekend, dat de NRB ons ook zou hebben moeten royeren als lid. Eenvoudige oplossing: GRC hief zichzelf op en op datzelfde historische ogenblik kwam de RC ’t Gooi ter wereld!

Onze clubkleuren waren ook niet geheel hetzelfde als nu. De middenbaan van het shirt was lichtblauw. Toen in 1945 weer met frisse moed werd begonnen, werd aan alle oud-spelers verzocht hun shirts ter beschikking te stellen. Toen eindelijk nieuwe shirts konden worden aangeschaft, waren de oude kleuren niet meer te krijgen.

stoomtreinHoe was het (rugby)leven in de oudheid? Wel wat anders dan in de welvaartsstaat! Het reizen geschiedde vrijwel uitsluitend per trein op een zogenaamd gezelschapsbiljet. Aangezien ieder XV-tal zo’n drie of vier werklozen telde, moesten de andere spelers het gezelschapsbiljet voor hun rekening nemen. Wij speelden in het algemeen op bijvelden van kleine voetbalclubs, kleedgelegenheid een oud bouwkeetje, wassen in blikken bakken met water uit de sloot. Voor gezelligheidsavonden was er geen geld ter beschikking, trainen alleen op zaterdagmiddag mogelijk. Maar we hadden er allemaal veel voor over en we bleven overeind!

Kleedhokje van ARVC aan de Schagerlaan, ca. 1930Kleedhokje van ARVC aan de Schagerlaan, ca. 1930 (uit “In de lijn gespeeld”, Leo van Herwijnen, 1982)

De eerste jaren van ’t Gooi kenmerkten zich door grote geestdrift en wat het spel betreft door grote inzet en snelheid. Aan techniek en tactiek ontbrak nog alles. Ons terrein was in de toenmalige “zandafgraving” in de buurt van de watertoren (4). Maar nog voor de oorlog uitbrak in 1940 had ’t Gooi de bekercompetitie gewonnen! De grote namen van die tijd waren: Meeuwis, Jongman, Klasema, Van Heijningen, Van Kooten, Hosman, Plat, Koopmans en nog zovele anderen.

watertoren Bussum02Het terrein bij de watertoren moet links van de weg gelegen hebben, waar nu de begraafplaats is, ter hoogte van het huidige P+R-terrein bij station Bussum Zuid

Ik noemde zo even de bekercompetitie; een gewone competitie kenden wij niet. De bekerwedstrijden werden in een halve competitie gespeeld en verder hadden we net als in Engeland een vrije fixture list. Het kostte de clubbesturen heel wat moeite een goed wedstrijdprogramma in elkaar te zetten. Maar het had ook een voordeel: het ging er bij elke ontmoeting niet om de punten en zo kregen jongere en minder goede spelers volop kans mee te doen.

Henri_van_boovenWaarom er geen competitie was? Dat zat ’m in de NRB. De bond was opgericht op initiatief van de schrijver en journalist Henri van Booven, zelf een zeer verdienstelijk cricketer. DSR-C voelde wel de noodzaak van de oprichting van een overkoepelend orgaan, maar had ook bezwaren. Zoals: wij zijn studenten en wij willen ook onze contacten met Engeland niet verliezen. En dit was vroeger een brandende kwestie. De Britse landen in de wereld hadden hun eigen RFU en ook Frankrijk was daarbij aangesloten. Door de professionele aanpak in Frankrijk (ze waren er daar al vroeg bij), spelverruwing, betaling onder-de-tafel, werd Frankrijk uit de RFU gezet. En begonnen dus de Fransen aan de oprichting van de FIRA. Nu mochten Engelse clubs wel spelen tegen FIRA-leden, maar dan mocht er in het desbetreffende land geen competitie worden gespeeld en we moesten daarvoor buigen. In zekere zin ontdoken wij dat beding, door de beker te laten verspelen in de vorm van een halve competitie. Wij hadden dus wel een bekerhouder, maar geen (echte) kampioen!

En zo kwam het allemaal langzaam en moeizaam op gang totdat er midden in de Tweede Wereldoorlog een zeer plotseling einde aan de zaak kwam en er in 1945 weer opnieuw werd begonnen. En het verdere verloop zal de meesten wel bekend zijn.

Voetnoten:

(1) Dat is maar net mogelijk, want DSR-C werd opgericht op 8 oktober 1918 en de eerste wereldoorlog eindigde op 11 november 1918.

(2) Bedoeld wordt vermoedelijk Het Stadion aan de Amstelveenseweg in Amsterdam,  tot de sloop in 1929 de voorganger van het Olympisch Stadion

(3) Henk Kruissink is de correcte spelling. Hij en André Talboo waren de initiatiefnemers voor de oprichting van de Drafna Sport Club op 14 januari 1933, die ruim een jaar later, op 31 januari 1934, fuseerde met de Hilversumsche Rugby Club tot de Gooische Rugby Club en die weer later Rugby Club ’t Gooi zou gaan heten.

(4) Dit speelveld moet gelegen hebben ter hoogte van het huidige P+R parkeerterrein bij station Bussum Zuid, waar nu de begraafplaats ligt.

Zie ook:

Interview met Bob de Jonge (filmpje uit 1988)

De oprichters van RC ’t Gooi

Het Drafna-lyceum

De oertijd van RC ‘t Gooi: het échte verhaal!

 

Rugbypromotie in de jaren ’70

Herman-KuiphofHerman Kuiphof

Op Geschiedenis 24 een filmpje-uit-de-oude-doos gevonden, dat niet rechtstreeks met RC ‘t Gooi te maken heeft, maar wel met de Nederlandse rugbygeschiedenis. Het filmpje – onder de noemer: onbekende sporten – duurt ruim 16 minuten, waarvan de eerste 3 minuten zonder beeld: die kun je dus overslaan. Het filmpje biedt een paar bekende namen. Herman Kuiphof is de presentator en interviewer. Hans Brian – tegenwoordig sportverslaggever – geeft rugbytraining. En die divepassende scrumhalf: is dat niet Frits Frankfort..?  Jus van Doorn – later voorzitter van de Nederlandse Rugby Bond – wordt geïnterviewd als voorzitter van de Haagsche RC.

Jus vertelt onder meer over de toestand en de groei van het Nederlandse rugby, waarin in die tijd slechts zo’n 700 á 800 rugbyers actief waren. Te zien zijn beelden van de interland Nederland – België, gespeeld in Zeist, waarin o.a. Jus van Doorn zelf meespeelde. Uitslag: 8 – 3. En ook beelden van een wedstrijd van Zuid-Afrika tegen een Engels testteam, gespeeld in Bloemfontein. Het filmpje is uitgezonden door de VPRO op 30 mei 1964. Het tempo is voor hedendaagse ogen belachelijk laag, maar ook dat is geschiedenis. En waarom moet ik toch zo aan Jacobse en Van Es denken..? Kijk zelf maar!

Jus van Doorn reikt Van Broekhuizenbeker uit aan RCHNRB-voorzitter Jus van Doorn reikt de Van Broekhuizen beker uit aan RC Hilversum

RC ’t Gooi-speler Ton Steenwinkel was jarenlang met Jus van Doorn lid van het NRB-bestuur. Ton herinnert zich: “… dat de NRB in 1970 zo’n 18 clubs had en het bestuur in 1973 geld van het Ministerie van Cultuur Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM) kreeg. Ongeveer 18.000 gulden, losgepeuterd door Jus van Doorn, om de rugbysport in het Noorden en Oosten van het land te promoten. Ik trok met een filmprojector door het land, hield presentaties en vertoonde mijn films. Ook speelden we verscheidene “demonstratie wedstrijden” waarbij de gewenste spelers niet altijd kwamen opdraven. Ik herinner me minstens één wedstrijd waarin het Nederlands XV niet compleet was en de aanwezige rugbyspelers, zoals Tom Visser en ik, het oranje shirt aantrokken om vervolgens onze eerste wedstrijd voor het Nederlands team te spelen.

Belangrijker was, dat met de hulp van vele oud-studenten en natuurlijk Koos Kuiper – de befaamde kroegbaas uit Groningen – er vele nieuwe clubs werden opgericht, niet alleen in het noorden en oosten, maar ook in het zuiden van Nederland. Toen Jus van Doorn en ik in 1981 stopten als bestuurlid, was de NRB wel gegroeid van 18 naar ongeveer 105 clubs! Helaas hebben niet alle clubs het overleefd. Nu we het over overleven hebben; de “derde helft” van de wedstrijden Haagsche Rugby Club en Rugby Club ’t Gooi duurde altijd minstens tweemaal zo lang als de wedstrijd zelf. Je mocht blij zijn als je zondagavond weer om 11.00 uur thuis was. Van alcoholvrije drankjes hadden wij nog niet gehoord!

Foto_van_Doorn,_van_Dalen,_Steenwinkel-1981_Golden_Oldies_ToenooiWalter van Dalen (AAC), Ton Steenwinkel (RC ’t Gooi) en Jus van Doorn (HRC) als Witte Raven in Californië in 1981

Natuurlijk speelden de NRB-bestuurleden toen nog elke week en in juni 1981 namen Walter van Dalen, Jus van Doorn en ik met de Witte Raven deel aan het tweede Golden Oldies Rugby Festival in Long Beach, California, USA. We hebben daar op waardige wijze met 17 spelers het Nederlandse rugby vertegenwoordigd. Ofschoon wij het veelvuldig geprobeerd hebben, waren we toch niet echt enthousiast over het Amerikaanse bier, als je het bier kunt noemen! Dan gelukkig maar weer een mooi Nederlands biertje in ons Naardense clubhuis.

De schuld van dit alles heeft Hans Plat. Die meende zo nodig een rugbywedstrijd tussen de Scholengemeenschap Godelinde en het Vitus College te moeten organiseren. Daardoor heeft hij mensen zoals ik weten te ronselen! 46 Jaar later ben ik nog steeds verknocht aan de rugbysport en aan Rugby Club ’t Gooi… Bedankt hoor Hans!!”.

Ga ook naar:

Een “geheime” buitenlandse competitiewedstrijd (ca. 1972), door Ton Steenwinkel

De oostelijkste club van Nederland (1963)

September 1980: 148 – 13 voor RC ’t Gooi

foto038’t Gooi bij de AAC Sevens 1980. Achter: Peter de Graaf, Max Schindler, Eddy Willems, Peter Jacobs, Joost Kleeblad, voor: Joep de Fraiture, Vincent Snijders Blok, Mark Dekker, Ton Steenwinkel

Soms zit ’t alleen maar tegen, vaak een beetje mee én een beetje tegen en een doodenkele keer zit ’t alleen maar mee. Zoals in september 1980. Zes uitslagen en vier wedstrijdverslagen op één pagina van De Scrum en alleen maar overwinningen. Vier van de zes zelfs met nul punten tegen. En zowel Gooi 1, Gooi 2 als Gooi 3 leverden hierin hun aandeel. We hebben vast met ons hoofd in de wolken gelopen: heel eventjes tenminste…

foto039Hanzen en Peters team, 1980. Achter: Hans Heijning, Hans van Diest, Hans van ’t Veer, Hans Plat op de schouders van Paul (…?) Wurster, Hans Grader, Hans Walscheid van Dijk, Hans van Eiken, Hans van den Bovenkamp, Hans den Ouden, voor: Johannes Völker?, Peter Lakeman, Peter de Graaf, Peter Oomens, Peter Jacobs, liggend: Peter Akkermans 

Hierbij de bewuste pagina uit De Scrum van oktober 1980; omdat ’t zo lekker is…

1980-10 Scrum wedstrijdverslagen

foto052Gooische Oude Meesters, 19 oktober 1980, achter: Ernst Sandtmann, Hans Heijning, Sean Gallagher, Hans Walscheid van Dijk, Peter Jacobs, Hans Grader, Chris Veerman, Jan Postma, Karel Stein, Pim Westerweel, Evert Frakking, voor: Eisse zorge, Henny Westerweel, Ton de Meij, Jack Heer, Roel Wijmans, Paul Würster

De oostelijkste club van Nederland (1963)

Het bestuur van RC ’t Gooi in 1963, met Bas Hageman uiterst rechts. De overigen zijn Dolf Ubaghs, Louis van Keller, Jaap Simons en Ernst Sandtmann

In het jubileumnummer van De Scrum van april 1963 schrijft redacteur, secretaris van het RC ´t Gooi-bestuur en voorzitter van de Pers- en Propagandacommissie van de Nederlandse Rugby Bond Bas Hageman onder de titel “Verder kijken dan onze neus lang is” over de ontwikkeling van het rugby in Nederland. Hij heeft het over clubs “die zich nu als stevige dertigjarigen en als goede bekenden aan ons voordoen. De Haagse Rugby Club, AAC uit Amsterdam en… onze bloedeigen Rugbyclub ’t Gooi. Daartussendoor registreren wij clubnamen die nu in geen enkel annaal meer voorkomen. De ‘oude’ RC Hilversum, de RC Heemstede, de RC van de MTS in Haarlem, de RC van de Adelborsten in Den Helder”.

Verdwenen: ARVC, de Amsterdamsche Rugby Voetbal Club

En verderop in zijn verhaal: “Met groot ontzag hebben wij altijd naar het Zuiden gekeken waar de RC Eindhoven als eenling in een groot gebied zich weet te handhaven. Het is dringend noodzakelijk dat er in Breda, Tilburg, Den Bosch en Nijmegen rugbyclubs komen om het de Eindhovense pioniers wat gemakkelijker te maken. Nu drijven zij helemaal de Belgische kant op en ofschoon wij niets dan goeds willen zeggen van onze zuidelijke buren, achten wij dat niet helemaal gezond.

Verdwenen: de Leidsche Rugby Voetbal Club

Ook in Groningen zitten de studenten al heel lang te popelen om een rugbyclub te formeren. Maar dan moet er ten oosten van de lijn Naarden – Bussum – Hilversum – Breukelen eerst een of meer tussenschakels komen. Wageningen, Apeldoorn, Zwolle, Meppel, Heerenveen en Assen moeten veroverd worden. En laten wij dan gelijk een begerige blik werpen op Zutphen, Hengelo, Enchede, Arnhem en Dedemsvaart. Utrecht wordt spoedig onder handen genomen. En wat te denken van Haarlem, Alkmaar en Zaandam?

Verdwenen: de afdeling Rugby van de Sportvereeniging van de MTS Haarlem

Wij ontveinzen ons niet dat wij hier en daar een beetje kwistig zijn geweest bij het etaleren van onze plaatsen-kennis, maar toch is het ons allemaal complete ernst. Ook al worden onze communicatiemiddelen sneller en beter, ook al reist men binnenkort veilig, vlug en altijd toch wel onvoordelig naar de Maan, het is eigen clubbelang te zorgen dat de belangen van de andere clubs goed behartigd worden”.

Eén van de nieuwe clubs in Oost-Nederland uit de jaren ’70: The Pigs uit Arnhem

Dat waren dus heel andere tijden in 1963, toen RC ´t Gooi en RC Hilversum de meest oostelijke clubs van Nederland waren. Het geeft wel voldoening te constateren, dat anno 2013 nagenoeg het hele verlanglijstje van Bas Hageman in vervulling is gegaan, zeker omdat ”onze” Ton Steenwinkel daar als bondsbestuurder in de jaren ´70 een belangrijke rol bij heeft gespeeld. Al blijft er natuurlijk altijd wel wat te wensen over. Waarom is er bijvoorbeeld nog steeds geen rugbyclub bij onze buren in Huizen?

Het plakboek van Jack (1968 e.v.)

“Ja, toen deed je dat nog”, zegt Jack Heer over het oude plakboek, dat door Margot toch nog teruggevonden werd. Er zitten krantenartikelen en -foto’s in, die met elkaar een aardig beeld geven van de betreffende periode. Die begint in april 1968, toen RC ’t Gooi kampioen van de B-poule werd, en loopt door tot in september 1971, het begin van het rugbyseizoen 1971-1972.

Daarna valt er een gat van zo’n 10 jaar, waarna er knipsels bewaard zijn van enkele hoogtepunten uit de clubgeschiedenis. De eerste spade voor het nieuwe clubhuis, in december 1981, komt aan bod en de officieuze ingebruikname, 12 maanden later. En natuurlijk de officiële opening van de nieuwe Poort in februari 1983 en het verschijnen in maart 1983 van het jubileumboek bij ons 50-jarig bestaan.

Maar de kers op de taart is het vergeelde en half-vergane nummer van 6 januari 1970 van het weekblad Sport Expres, dat die maand één jaar oud was. De voorpagina vertoont een opvallende gelijkenis met het Duitse Bild Zeitung en wordt gesierd door een grote rugby-foto. Een lichtbesnorde en -bebaarde speler levert een dive-pass af en Jack beweert, dat hij die speler is. Verderop in het blad worden twee volledige pagina’s gewijd aan de bewuste wedstrijd: de nieuwjaarswedstrijd van oud-internationals tegen jonge internationals, gespeeld bij RC Hilversum.

Behalve Jack (hij zal zich toch niet vergissen..?) zien we ook andere bekende namen in beeld, zoals Jus van Doorn (HRC en later bondsvoorzitter), Leo Bogers (AAC) en onze latere trainer Richard Majoor (RCH). De toon van het verhaal is badinerend, vanwege de geringe belangstelling voor deze wedstrijd in de sneeuw. Maar er is gerechtigheid: het blad is al lang ter ziele en rugby spelen we nog steeds.

Zie ook de fotogalerij “Jack’s plakboek”.

Afscheidsfeest Willem van Drimmelen bij boer Calis (1964)

Willem van Drimmelen is de naam van een Zuid-Afrikaan, die in het begin van de jaren ’60 bij RC ’t Gooi speelde. Oudere Gooiers spreken met waardering over hem, hoewel hij slechts enkele jaren bij de club doorbracht. Die waardering spreekt ook uit het afscheid dat de club op 21 november 1964 van hem nam. Dat was tijdens een feest op de boerderij van boer Calis in Blaricum. Met Haagse rugbyers als deelnemers en de koeien van de boer als verbaasde toeschouwsters.

Willem van Drimmelen was lid van het bestuur, de ‘tegniese kommissie’ en ‘breier van die eerste span’ in het seizoen 1963 – 1964, maar niet zo lang. Hij wilde meer van Europa zien en dat combineerde niet zo goed met vaste rugbyverplichtingen, zoals hij schreef aan de toenmalige voorzitter Bert de Boer:

In de lustrum-Scrum bij het 70-jarig bestaan van RC ´t Gooi in 2003 schreef Aart Baardwijk over Willem van Drimmelen. ”Willem rekende ik tot mijn vrienden. Hij was altijd een maandsalaris achter. De helft van de maand was hij bij mij in de kost, de andere helft bij Lien en Ton de Meij. Die hadden gelukkig een bakkerszaak, daar was altijd wel een boterham over. Willem was lid van sociëteit ”De Unie” aan de ´s Gravelandseweg in Hilversum. Hoe hij ooit door de ballotage is gekomen is mij een raadsel, want Prins Bernhard werd geweigerd, wat weer te begrijpen is.

Willem van Drimmelen met boekDaar gingen we ´s avonds kaarten: ”Aassies-jaag”, Hartenjagen, altijd om kleingeld. Een vast sluitingsuur heeft ”De Unie” niet, om 12.00 uur ´s nachts komt de ober/huisknecht in zijn pyamajasje de bestelling voor de rest van de nacht opnemen. Willem bestelde altijd een krat bier en een fles jenever. Veel rugbyers noemden hem dan ook Willem van Drinkelen en waar zijn maandsalaris heen ging is nu ook bekend. Van zijn moeder kreeg hij iedere maand 100 rand (1 rand was toen 5 gulden). Ik kreeg regelmatig brieven van zijn moeder, die wel wilde weten hoe het met Willem in het ”van god los” Nederland verging. Recepten verstuurde zij ook. Ik heb nog een barbecue recept, dat begint zo: ”men neme een halve skaap”. Zijn vader was wat harder, toen Willem na een aanrijding tweeduizend gulden moest betalen, vroeg hij geld aan zijn vader. Hij stuurde een telegram aan pa: ”stuur 400 rand of ik sit”. ´s Middags antwoord: ga jij maar sit.

Na 15 jaar niets van hem gehoord te hebben, stond hij plotseling weer voor mijn deur, met een aangeschoten vriend (die ik direct naar bed stuurde) en Frans Henrichs. Frans was de dood nabij. Willem was op weg naar Pim Westerweel in Amsterdam. Op die dag kwam ook het bericht dat Zuid-Afrika weer aan de Olympische Spelen mocht deelnemen. Hij heeft tot in de kleine uurtjes feest gevierd”.

Calis -02

Waarom het feest op de deel van boer Calis in Blaricum plaatsvond is na al die jaren niet helemaal duidelijk. Wel herinneren sommigen zich, dat hun kleding na het feest dringend naar de stomerij moest…

Amstelfeest (1966)

De verhouding met de Haagse Rugbyclub was in 1966 zo goed, dat ze door RC ’t Gooi werden uitgenodigd om deel te nemen aan het Amstelfeest. Dit vond op 28 mei 1966 plaats in de Gijsbrechtkelder van de Amstelbrouwerij aan de Mauritskade in Amsterdam.

’t Was trouwens niet alleen maar voor de lol, dit feest. Er moest ook gepresteerd worden. Het record van de grootste hoeveelheid bier, ooit in de Gijsbrechtkelder gedronken, zou worden aangevallen. Maar het hoofddoel was het ondersteunen van de aktie “eigen veld”. Handig natuurlijk, om daar ook een andere club bij in te schakelen! Maar de Hagenaars lieten zich graag voor ons karretje spannen: kijk maar naar de foto’s. Of de doelstellingen zijn gehaald? Niemand die het weet..

Het bokje “Diederik van Nijveld” was het symbool van de aktie “eigen veld”. Pim Westerweel vervoerde het beestje naar de evenementen, waarbij zijn aanwezigheid gewenst was. Pim’s Saab moest elke keer na het vervoer grondig gereinigd worden van Diederiks keutels.

De oertijd van RC ‘t Gooi: het échte verhaal! Deel 6.

Op 31 oktober meldt de krant, dat de wedstrijd A.R.V.C. 1 tegen D.S.C. in 11-5 geeïndigd is, na een 8-0 ruststand. In de tweede helft kwam D.S.C – versterkt met enige Hilversummers – geducht opzetten; ze scoorden een try, die werd geconverteerd. De Drafna Sportclub won vervolgens met 6-0 van de Haagsche rugbyclub, meldt de krant op 6 november 1933. Een kleine drie maanden later, op 30 januari 1934, meldt D.B.C., dat afgelopen vrijdag (dat was dus op 26 januari), op verzoek van H.R.C., de besturen van Hilversum en de Drafna Sportclub zijn samengekomen. Het besluit werd genomen de clubs samen te voegen tot een grote Gooische rugbyclub. Dit besluit werd vervolgens in een gecombineerde ledenvergadering van de beide clubs op woensdag 31 januari besproken en goedgekeurd. Beide clubs waren vanaf dat moment dus verenigd tot Gooische Rugby Club: ruim een jaar na de oprichting van de Drafna Sportclub.

Op zaterdagavond 24 maart 1934 vond in “Pschorr” te Hilversum het jaarfeest van de Gooische Rugby Club plaats, meldt D.B.C. op 27 maart 1934. Een uitstekend geslaagde avond, met talrijke ongure individuen, die van ’s avonds 9 uur tot ’s morgens 4 uur de dansvloer bevolkten. Een halfjaar later, op 5 oktober 1934, bericht die krant over de algemene ledenvergadering van de Gooische Rugby Club, die diezelfde week plaatsvond. Besproken werden:

  • de kinderziekten in het eerste jaar van de jonge vereniging
  • kritiek op “den moreelen en financieelen toestand der vereeniging”
  • het unanieme oordeel, dat de club kon voortbestaan
  • maatregelen “om tot een volledige reorganisatie der vereeniging te geraken”
  • de keuze van een nieuw bestuur, waarin H. Kruissink voorzitter zou blijven.

Op 19 oktober 1934 schrijft De Bussumsche Courant, dat er 12 rugbyclubs in Nederland zijn en dat er nog geen sprake is van een competitie. Toch heeft de bond een klein wedstrijdprogramma samengesteld “ter verhooging van het spelpeil en ter bevordering van het enthousiasme”.