Rugby in de oudheid, door Bob de Jonge

 

?, Bob de Jonge, ?, ?, Fred Huyer, ?RC ’t Gooispelers uit de oudheid (jaren ’30): ?, Bob de Jonge, ?, ?, Fred Huyer, ?

In 1978, bij het 9e lustrum, schreef ons erelid, oud-voorzitter J.A.J. (Bob) de Jonge in De Scrum over de rugby-oudheid in Nederland. Hij maakt daar zelf deel van uit. Als de allereerste secretaris van de op 1 oktober 1932 opgerichte Nederlandse Rugby Bond stond de latere bondsvoorzitter aan de wieg van RC ‘t Gooi. Hij was in die tijd nog lid van ARVC, de Amsterdamsche Rugby Voetbal Club. En dan nu Bob de Jonge zelf aan het woord.

Wanneer je in De Scrum een vraaggesprek met pionier Frankfort hebt gelezen, gaan je gedachten onwillekeurig terug naar het verre verleden. De rugbywereld van heden ten dage is wel heel wat anders dan het rugbywereldje van toen. Je vraagt je af hoe het allemaal is begonnen en hoe het zich heeft gehandhaafd. Het antwoord op dat handhaven is niet zo moeilijk te geven: door pionierswerk van mensen als Frankfort.

DSR-C in actie tegen AAC in Amsterdam in 1934DSR-C in actie tegen AAC in Amsterdam (tijdschrift Sport in Beeld, 1934)

Maar de geboorte van de rugbysport in Nederland is wat duister. De oudste en veruit de oudste club is de DSR-C, die ik in de eerste wereldoorlog in mijn zeer prille jaren weleens zag spelen tegen gestrande Zuid-Afrikaanse studenten en Britse krijgsgevangenen (1). Dat vond dan plaats onder andere in het oude stadion in Amsterdam (2) en als kind werd ik zo geestdriftig dat ik, toen ik de kans kreeg, zelf ben gaan spelen. En die kans kwam in 1930, er stond toen in de Amsterdamse bladen een oproep van een aantal Zuid-Afrikaanse en Engelse studenten ter oprichting van een rugbyclub en daaruit ontstond ARVC, dat gezien het aantal voortreffelijke buitenlanders, een zeer goed partijtje vertolkte.AAC tegen ARVC in maart 1933

AAC tegen ARVC (tijdschrift Revue der Sporten, 13 maart 1933)

1933-01-17 DBC oprichtingARVC, kort daarna gevolgd door AAC, was de derde rugbyclub van Nederland; RCE was inmiddels door oud-Delftenaren van de grond gekomen. Voordien had Delft zich eenzaam en alleen staande moeten houden door enkele wedstrijden per jaar te spelen tegen de Antwerp British, de British Bruxelles en met Pasen enkele ontmoetingen met Engelse XV-tallen. Geen geringe prestatie. Voor de oorlog werden nog opgericht de HRC, de RRC, RC ’35 en de Gooische Rugby Club, dus niet de Rugby Club ’t Gooi. Ik kom daar straks op terug. Door een leraar Engels, Henk Kruising (als ik het goed spel) (3), waren enkele middelbare scholieren geestdriftig gemaakt voor onze sport. Een oprichtingsvergadering vond plaats in een café over de spoorbomen in Bussum. Namens de bond was ik daarbij aanwezig, vandaar mijn band met RC ’t Gooi, waar ik later nog jaren voor heb gespeeld.Scan.BMP

Hoe zat dat nu met die naam? De GRC werd toentertijd (nog voor de oorlog) benaderd door de Atletiek Unie. Indien wij ons aansloten, zouden wij bij de training worden geholpen en ook zou ons materiaal ter beschikking worden gesteld. Daar hebben we nooit iets van gemerkt en dus weigerden wij onze contributie te voldoen. Er werd gedreigd met royement en dat zou hebben betekend, dat de NRB ons ook zou hebben moeten royeren als lid. Eenvoudige oplossing: GRC hief zichzelf op en op datzelfde historische ogenblik kwam de RC ’t Gooi ter wereld!

Onze clubkleuren waren ook niet geheel hetzelfde als nu. De middenbaan van het shirt was lichtblauw. Toen in 1945 weer met frisse moed werd begonnen, werd aan alle oud-spelers verzocht hun shirts ter beschikking te stellen. Toen eindelijk nieuwe shirts konden worden aangeschaft, waren de oude kleuren niet meer te krijgen.

stoomtreinHoe was het (rugby)leven in de oudheid? Wel wat anders dan in de welvaartsstaat! Het reizen geschiedde vrijwel uitsluitend per trein op een zogenaamd gezelschapsbiljet. Aangezien ieder XV-tal zo’n drie of vier werklozen telde, moesten de andere spelers het gezelschapsbiljet voor hun rekening nemen. Wij speelden in het algemeen op bijvelden van kleine voetbalclubs, kleedgelegenheid een oud bouwkeetje, wassen in blikken bakken met water uit de sloot. Voor gezelligheidsavonden was er geen geld ter beschikking, trainen alleen op zaterdagmiddag mogelijk. Maar we hadden er allemaal veel voor over en we bleven overeind!

Kleedhokje van ARVC aan de Schagerlaan, ca. 1930Kleedhokje van ARVC aan de Schagerlaan, ca. 1930 (uit “In de lijn gespeeld”, Leo van Herwijnen, 1982)

De eerste jaren van ’t Gooi kenmerkten zich door grote geestdrift en wat het spel betreft door grote inzet en snelheid. Aan techniek en tactiek ontbrak nog alles. Ons terrein was in de toenmalige “zandafgraving” in de buurt van de watertoren (4). Maar nog voor de oorlog uitbrak in 1940 had ’t Gooi de bekercompetitie gewonnen! De grote namen van die tijd waren: Meeuwis, Jongman, Klasema, Van Heijningen, Van Kooten, Hosman, Plat, Koopmans en nog zovele anderen.

watertoren Bussum02Het terrein bij de watertoren moet links van de weg gelegen hebben, waar nu de begraafplaats is, ter hoogte van het huidige P+R-terrein bij station Bussum Zuid

Ik noemde zo even de bekercompetitie; een gewone competitie kenden wij niet. De bekerwedstrijden werden in een halve competitie gespeeld en verder hadden we net als in Engeland een vrije fixture list. Het kostte de clubbesturen heel wat moeite een goed wedstrijdprogramma in elkaar te zetten. Maar het had ook een voordeel: het ging er bij elke ontmoeting niet om de punten en zo kregen jongere en minder goede spelers volop kans mee te doen.

Henri_van_boovenWaarom er geen competitie was? Dat zat ’m in de NRB. De bond was opgericht op initiatief van de schrijver en journalist Henri van Booven, zelf een zeer verdienstelijk cricketer. DSR-C voelde wel de noodzaak van de oprichting van een overkoepelend orgaan, maar had ook bezwaren. Zoals: wij zijn studenten en wij willen ook onze contacten met Engeland niet verliezen. En dit was vroeger een brandende kwestie. De Britse landen in de wereld hadden hun eigen RFU en ook Frankrijk was daarbij aangesloten. Door de professionele aanpak in Frankrijk (ze waren er daar al vroeg bij), spelverruwing, betaling onder-de-tafel, werd Frankrijk uit de RFU gezet. En begonnen dus de Fransen aan de oprichting van de FIRA. Nu mochten Engelse clubs wel spelen tegen FIRA-leden, maar dan mocht er in het desbetreffende land geen competitie worden gespeeld en we moesten daarvoor buigen. In zekere zin ontdoken wij dat beding, door de beker te laten verspelen in de vorm van een halve competitie. Wij hadden dus wel een bekerhouder, maar geen (echte) kampioen!

En zo kwam het allemaal langzaam en moeizaam op gang totdat er midden in de Tweede Wereldoorlog een zeer plotseling einde aan de zaak kwam en er in 1945 weer opnieuw werd begonnen. En het verdere verloop zal de meesten wel bekend zijn.

Voetnoten:

(1) Dat is maar net mogelijk, want DSR-C werd opgericht op 8 oktober 1918 en de eerste wereldoorlog eindigde op 11 november 1918.

(2) Bedoeld wordt vermoedelijk Het Stadion aan de Amstelveenseweg in Amsterdam,  tot de sloop in 1929 de voorganger van het Olympisch Stadion

(3) Henk Kruissink is de correcte spelling. Hij en André Talboo waren de initiatiefnemers voor de oprichting van de Drafna Sport Club op 14 januari 1933, die ruim een jaar later, op 31 januari 1934, fuseerde met de Hilversumsche Rugby Club tot de Gooische Rugby Club en die weer later Rugby Club ’t Gooi zou gaan heten.

(4) Dit speelveld moet gelegen hebben ter hoogte van het huidige P+R parkeerterrein bij station Bussum Zuid, waar nu de begraafplaats ligt.

Zie ook:

Interview met Bob de Jonge (filmpje uit 1988)

De oprichters van RC ’t Gooi

Het Drafna-lyceum

De oertijd van RC ‘t Gooi: het échte verhaal!

 

“Een leuk stel mannen”, door Tom Visser

 

1937 teamfoto met oa Bep van Kooten

 Gooi-team uit 1937-38, demonstratiewedstrijd in Dieren. Geknield: Kees Meeuwis, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Fred Huyer, Elbert Kortenoever, Walt Jongman. Staand: Bob de Jonge, Dolf Plat (met scrum-cap), Jan van Schaik, Bob Swart (met alpinopet), Ko Munnikhuizen, Bep van Kooten, Witte van Heijningen, Rein Koopmans, Zöllner, Jaap van Schaik, onbekende heer in regenjas.

Walter Koopmans en Marie Sophie Wesel reageerden op het verhaal “Ben Hosman in gesprek met Herman Nijhuis (1977)” op deze lustrumwebsite. Zij bleken de zoon en de kleindochter te zijn van ons oer-lid Rein Koopmans, die in de jaren ‘30 en ‘40 rugby speelde bij het toen nog piepjonge RC ‘t Gooi. Rein speelde onder meer mee in de heroïsche sneeuwwedstrijd tegen Anderlecht in 1946. Aat & Walter KoopmansHij overleed in 1992 op 76-jarige leeftijd. Via Walter Koopmans – vernoemd naar een ander oer-lid van RC ’t Gooi, Walt Jongman – kwam ik in contact met zijn 92-jarige moeder, mevrouw Aat Koopmans-de Vries.  

Aat Koopmans-de Vries met zoon Walter Koopmans

Het plan werd bedacht om een verhaal voor de lustrumwebsite te maken over Rein Koopmans en de beginjaren van RC ‘t Gooi en vragen, zoals “wat voor club was het toen?” en “hoe gingen ze met elkaar om?” te beantwoorden. Er vond een gesprek plaats, waarbij vergeelde documenten en oude foto’s op tafel kwamen. En natuurlijk de verhalen van lang geleden.

Feest 12 1/2 jr RC 't Gooi in 1945Vergeeld krantenartikel over het 12,5 jarig jubileumfeest in 1945

Reinold Koopmans werd geboren in 1915 in Blaricum. Hij ging naar de tekenschool (ambachtschool) in Hilversum, net als zijn vriend Henk de Vries, de broer van zijn latere vrouw Aat. Rein dook vanwege de razzia’s door de Duitsers in 1943 of 1944 onder bij de familie De Vries om aan tewerkstelling in Duitsland te ontkomen. Daar leerden Aat de Vries en Rein Koopmans elkaar kennen. Zo raakte Aat betrokken bij RC ’t Gooi.

“’t Was een leuk stel mannen” zegt ze over die tijd, “je voelde je er thuis, ook met de vrouwen van de spelers. Er werd nooit gescholden of lelijke dingen gezegd. De meeste spelers waren ook geen grote, stoere jongens. Ze speelden niet op kracht, maar volgens de spelregels. Dieter Büchner en Walt Jongman – de neef van Rein – waren wel grote kerels. Rein Koopmans was niet groot, zo’n 1.75 m lang, hij was rustig, trad niet op de voorgrond, maar was als speler gedreven, soms fanatiek. Ook buiten het rugbyveld gingen ze met elkaar om, het was een echte vriendenclub. Zo werd er bijvoorbeeld gezamenlijk gekampeerd op het strand van Egmond aan Zee, dat mocht toen nog“.

ReinK-35Kamperen op het strand van Egmond aan Zee in 1934/35: RC ’t Gooi-oprichter Henk Kruissink, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Witte van Heijningen, Walt Jongman

Toen Rein en Aat in 1946 trouwden vond haar schoonvader, dat het nu tijd was om maar eens op te houden met dat rugby-spelen en alle energie in werk en carrière te steken. Maar dat was niet naar de zin van Aat en dat gebeurde dus ook niet. Rein is nadat hij met spelen stopte nog vele jaren lid van de rugbyclub gebleven. De vriendenkring uit die tijd is heel lang blijven bestaan, vaak tot het overlijden toe. Rein en Aat Koopmans waren in het bijzonder bevriend met neef Walt Jongman, Ben Hosman, Frans Buys, Dick Bouwman, Gé Meerman, Bob Zwart, Kees Meeuwis, Bob Lamberton en Witte van Heijningen en hun partners. Dat bleef niet beperkt tot wederzijdse bezoeken en verjaardagskaartjes, maar omvatte ook gemeenschappelijke hobbies. Zo waren Rein Koopmans, Dick Bouwman en Ben Hosman alle drie enthousiaste amateur-kunstschilders.

ReinK-15Tekening van Dick Bouwman voor de 75ste verjaardag van Rein Koopmans

Zoon Walter Koopmans ging wel met z’n vader mee naar de feestjes in de Utrechtse Poort. Hij heeft zich zelfs laten verleiden om bij ’t Gooi te gaan rugbyen, maar dat bleek toch niet z’n roeping te zijn. Rein Koopmans bleef altijd belangstellend naar het wel en wee van RC ’t Gooi. Zo nam hij deel aan de reünies van oud-spelers in 1978 en 1983, in het toen hagelnieuwe clubhuis.

1978 Lustrum-06Rein en Aat Koopmans bij de lustrum-reünie in 1978, rechts vooraan op de tribune van het sportpark in Hilversum, tussen de andere RC ‘t Gooi-reünisten

1983-04-23 Lustrum reunie-02Oud-spelers bij de lustrum-reünie in 1983. Achter: Cor de Rie, Dieter Büchner, Dick Bouwman. Midden: Witte van Heijningen, Kees Meeuwis, Dolf Plat, Henk van Zalinge, Wim Klink, Paul Engelblik. Vooraan: Rein Koopmans, Henk Ulrici, Jaap Klasema, Ben Hosman, Louis Hosman, Bob Lenderink.

Zie ook:

Ben Hosman in gesprek met Herman Nijhuis (1977)

De heroïsche sneeuwwedstrijd tegen Anderlecht (1946) 

Vlak na de oorlog: 12 1/2 jaar RC ’t Gooi (1945)

Pa Büchner, een “vergeten” erelid? (jaren ’40/’50)

A. ("Pa") Büchner, trainer en coach 1944-1962Aquarel van Pa Büchner

In 1988 ondernam oud-Gooispeler Jaap van den Berge een actie voor erkenning van de verdiensten van de heer Adolf Büchner, de vader van de oud-Gooiers Werner en Dieter Büchner. BApril 1998, Ge Meerman, Jaap vd Berge, Louis Kehrer, Rien Termeulenij zijn bezoeken aan de lustrum-reünies in het nieuwe clubhuis in 1983 en 1988 was het Jaap opgevallen, dat er geen aandacht aan deze opmerkelijke figuur uit de Gooi-historie besteed werd. Zijn actie leidde er onder meer toe, dat Adolf Büchner in 1989 postuum tot erelid van RC ’t Gooi benoemd werd. Wie was eigenlijk deze heer Büchner, die niet alleen door zijn zoons “pa” werd genoemd?

Jaap van den Berge (rechts) met Gé Meerman bij de lustrumviering 1998

Zo’n 25 jaar eerder stond er in de De Scrum van 28 augustus 1963 een in memoriam voor Adolf Büchner met als titel “Terugblik”, dat een aardig inzicht biedt in de persoon Pa Büchner. De datum van zijn overlijden wordt niet genoemd. Schrijver: die zelfde Jaap van den Berge.

IM Pa Buchner-01

00 teamfoto-01

RC ’t Gooi-teamfoto uit ca. 1952 met o.a. Dieter Büchner (staand, 3e van links) en Werner Büchner (vooraan, met bal)

IM Pa Buchner-02

1943 kaartje leggen bij fam BuchnerKaartje leggen bij de fam. Büchner, ca. 1943, Theo Terlingen, Joop Dooyer (beiden geen rugbyer), Bob Lenderink, Dieter Büchner, Tonny de Lange (geen rugbyer)

IM Pa Buchner-03

1948-04 Geselecteerd schoolteamTeam van Bussumse middelbare scholieren, dat in april 1948 tegen een schoolteam uit Liverpool speelde. Geknield: ?, Werner Buchner, Bob Lenderink, Frits Frankfort, ?, ?

IM Pa Buchner-04

1945-12-23 Ned-Belgie teamsDe eerste naoorlogse Nederland – België op 23 december 1945 op Sportpark Zuid in Bussum. Links met bloemen bondsbestuurder (en Gooier) Kees Meeuwis, rechts met alpinopet scheidsrechter Paul Béchet. De Belgen dragen vesten.

IM Pa Buchner-05

1948-02-07 bal masque midden pa BuchnerBal masqué, 7 februari 1948, ?, hr. Von Stein (schilder), Dieter Büchner, pa Büchner, mw. Büchner, Werner Büchner, ?

IM Pa Buchner-06

1962-12-16 Hannover Victoria-01Bezoek van Victoria Hannover met Gooi-bestuur aan stadhuis Naarden eind 1962

IM Pa Buchner-07

Bob Lenderink met Pien-03 en pa BuchnerPa Büchner met pijp bij het bal masqué 7 februari 1948 

Ook buiten RC ’t Gooi bleef Pa Büchner niet onopgemerkt; zo zei Toon Bogers, oud-speler van AAC en erelid van de NRB, in de lustrum-Scrum van 2003 over de jaren kort na de oorlog: “In die tijd was pa Büchner, de vader van Werner en Dieter, coach en wel een zeer bijzondere. Vooral ten aanzien van zijn terminologie, hij was van Duitse komaf en hij hanteerde langs de lijn de Duitse termen, zo brulde hij “unter die Billen”, wanneer hij vond dat de scrum niet laag genoeg inkwam, de line-out was “die Gasse” en de scrum “Gedrängel”, opmerkelijk was, dat niemand daar aanstoot aan nam en dat vlak na de oorlog”.

Een markante man dus, die het verdiende om erelid te zijn. Wel opmerkelijk, dat hij in 1989 postuum tot erelid werd benoemd, terwijl hij dat blijkens het in memoriam van Jaap van den Berge uit 1963 al was. Blijkbaar dus een “vergeten” erelid, niet alleen door de club, maar ook door Jaap van den Berge.

Zie ook ‘De eerste interland na de oorlog’.

Vlak na de oorlog: 12½ jaar RC ´t Gooi (1945)

1945-10 Jubileumnummer 12,5 jr coverDe cover van de jubileum-uitgave van De Scrum t.g.v. het 12½ jarig bestaan in 1945

Via Peter de Graaf kreeg ik de speciale uitgave van De Scrum in handen, ter gelegenheid van het 12½-jarig bestaan van RC ’t Gooi. We hebben het over 1945. Vlak na de oorlog en Nederland was arm en in opbouw. Je zou verwachten, dat er uitvoerig stilgestaan zou worden bij de net afgelopen 5 jaren van oorlog en bezetting, maar dat is nauwelijks het geval. Wilde men z’n blik richten op de toekomst, in plaats van op het verleden? Wilde men feest vieren in plaats van gedenken? Hoop in plaats van rouw? Het lijkt erop.

1945-10 Jubileumnummer 12,5 jr ledenlijstLedenlijst in de jubileum-uitgave van De Scrum t.g.v. het  12½ jarig bestaan

Tweeënveertig leden had de club toen, Dolf Plat was voorzitter, Dick Bouwman secretaris, J. D. Meeuwis penningmeester en ook Ben Hosman maakte deel uit van het bestuur. In zijn inleidende artikel heeft voorzitter Dolf Plat het onder meer over “oude vrienden die zijn heengegaan voor tijdelijk en voorgoed”. Maar hij heeft het ook over ”trips, kort of lang, die we maakten om ons partijtje te kunnen spelen. Ik hoef slechts te zeggen: Bruxelles, Düsseldorf, Oberhausen, Dieren en zij die het meemaakten, weten wat ik bedoel. Het zijn dagen geweest, die we niet licht zullen vergeten. Daarna kwam de oorlog, die verschrikkelijke oorlog, die onze vrienden wegnam, die alles wat mooi en goed was trachtte te vernietigen en helaas in veel is geslaagd”.

foto008Gooi 1937/38, demonstratiewedstrijd in Dieren. Achter: Bob de Jonge, Dolf Plat (met scrumcap), Jan van Schaik, Bob Zwart (met alpinopet), Ko Munnikhuizen, Bep van Kooten, Witte van Heijningen, Rein Koopmans, Zollner, Jaap van Schaik, ? (met regenjas), voor: Kees Meeuwis, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Fred Huyer, Elbert Kortenoever, Walt Jongman

Maar bij het vergeten zit ´m nou precies het probleem. Over de trips naar Brussel en Dieren is er in 2013 nog wel wat archiefmateriaal beschikbaar, maar Düsseldorf en Oberhausen..? Het was in die tijd met 42 leden natuurlijk een klein en overzichtelijk clubje, waarin de kennis over de leuke en minder leuke gebeurtenissen ”vanzelf” gedeeld werd. Daar hoefde je geen verhalen over op te schrijven en foto´s van te maken. En die vind je in 2013 dan ook niet of nauwelijks.

Over de bezettingsjaren hebben we slechts een globaal beeld, namelijk dat het rugbyspelen gaandeweg steeds lastiger werd en in de jaren 1944 en 1945 vrijwel stil lag. Opvallend: twee keer de Joodse achternaam Cohen op een ledenlijst uit juni 1944 en diezelfde achternaam ook, maar nu één keer, op de ledenlijst in de 12½ jaar-uitgave van De Scrum. Daar zit natuurlijk een verhaal achter, maar welk verhaal? De van oorsprong Duitse broers Werner en Dieter Büchner waren voor de oorlog al lid van RC ´t Gooi en bleven dat tijdens en na de bezettingsjaren. Hoe werd er tegen hen – en hun vader, Adolf Büchner – aangekeken in die tijd? Hoe hebben ze die jaren zelf ervaren? Waren er spanningen in de club vanwege pro- en anti-Duitse sympathieën?

1945-10 Jubileumnummer 12,5 jr Opoe RumOpoe Rum

Antwoorden vind je niet in het jubileumnummer. De toonzetting is licht en jolig, zonder ”harde feiten”. Er is een gedicht van ”Opoe Rum”, waarin alle leden goedmoedig aan de beurt komen. NRB-voorzitter E.J. Alofs put zich – in een opvallend slecht geformuleerd verhaal – uit in de optimistische algemeenheden, die je bij een dergelijk jubileum van de bondsvoorzitter mag verwachten. Dick Bouwman doet alsof de club 35 jaar bestaat (en het dus 1968 is), in een verhaal met veel Gooi-teams met eigen vliegtuigen en vliegveld, een Gooi-stadion en -clubgebouw en gesalarieerd personeel in dienst.

Oud AAC-secretaris Wim Verbrugge haalt herinneringen op aan de jaren waarin hij de GRC (Gooische Rugby Club) op het rugbyveld bestreed: ”hoewel het altijd vechten geblazen was en de Gooiers ons een eventueele overwinning tot op de laatste minuut betwistten, de stemming op het veld bleef steeds fijn”. En dan volgt er zowaar nog een stukje feitelijke informatie: ”En hoe vaak trokken wij niet gezamenlijk als Amsterdamsch vijftiental ten strijde tegen Antwerpen of Brussel? Dat deze groote tijden spoedig mogen terugkeeren!”.

1983-04-23 Lustrum reunie-06 Oude Glorie bijeen bij de lustrumviering in 1983: Witte van Heijningen (die in 1933 de eerste try voor RC ’t Gooi scoorde), Bob de Jonge (oud-trainer, oud-voorzitter, erelid, oud-bondsvoorzitter), Ben Hosman (oud-voorzitter, erelid), Dolf Plat (oud-voorzitter)

Simon Scrum, ”den super-vliegende-verslaggever van Rugby Sport”, interviewt ”J.A.Jens (Bob) de Jonge, den verzekeringsmagnaat, die buiten zijn drukke werkzaamheden nog tijd over heeft om aan politiek te doen, schaak te spelen, taal te zuiveren, wedstrijden te leiden en ingezonden stukken te schrijven”. Het is een lollig verhaal, waarin feiten en verzinsels onontwarbaar met elkaar verweven zijn. Een (wellicht feitelijk kloppend) citaat van de oud-ARVC’er, voormalig bondsvoorzitter en oud-RC ´t Gooi voorzitter en erelid: ”Het resultaat hiervan na drie jaar (drie jaar na de oprichting van RC ´t Gooi, dus 1936 – red.) was: nummer 1 in de Van Broekhuizenbeker (en dus landskampioen – red.). Wij versloegen dat jaar niet alleen in een uitwedstrijd Delft, maar Boebie v.d. Berg erbij. Maar ik kan u verzekeren, dat het heel wat gekanker en gevloek mijnerzijds gekost heeft voor het zoover was”.

1945-10 Jubileumnummer 12,5 jr ledenwervingWerft leden en donateurs!

Verder bevat het jubileumnummer nog een verhaal over de ervaringen van een nieuweling in de rugbysport: aardig, maar niet verrassend. Leuker is het afgeluisterde gesprek tussen de rugbyschoenen van een oude vriend, die nu al jaren in de kast staan te beschimmelen. ”Maar hoe lang zijn we nu al bevrijd? ´t Is toch al meer dan een half jaar geleden, dat die gehaten moffenlaarzen door onze straten, ja…, op ons veld paradeerden. Ja… en nog kijkt hij niet naar ons om, hij is vergeten wat hij aan ons verschuldigd is, de prettige wedstrijden die we tezamen tot een goed einde brachten. Hoe hij tegen ons sprak als tegen zijn beste vrienden en ons vertroetelde”. Blijkbaar was het voor sommigen lastig om de rugby-draad na de oorlog weer op te pakken. Zou de oproep tot werving van leden en donateurs daarom geplaatst zijn?

1945-11-17 feest 12,5 jr bestaan RCG Gooische Boer BussumFeest op 17 november 1945 in De Gooische Boer in Bussum, ter gelegenheid van het 12,5 jarig bestaan van RC ’t Gooi

Over de voorbereidingen van het jubileumfeest meldde het clubbulletin het volgende:

1945-11-17 feest 12,5 jr jubileum

Gooische BoerHotel-restaurant De Gooische Boer (foto: Historische Kring Bussum)

Het jubileumfeest vond plaats op zaterdag 17 november 1945. Plaats van handeling was hotel-restaurant De Gooische Boer. Dit bevond zich in Bussum aan de Huizerweg, op de hoek met de Amersfoortse Straatweg. In april 1958 werd het door brand verwoest. Het feest werd een enorm succes, al bleef de feestcommissie na afloop wel met een nadelig saldo van f 2,75 zitten!

Een bijzondere Gooier: Bep van Kooten, door Tom Visser

In Memoriam voor Bep van Kooten in De Scrum van september 1979

Op zoek naar verhalen-uit-de-oude-doos, die voor de lustrumwebsite gerecycled zouden kunnen worden, kwam ik in De Scrum van september 1979 het bovenstaande In Memoriam tegen.

Gooi 1937/38, demonstratiewedstrijd in Dieren. Achter: Bob de Jonge, Dolf Plat (met scrumcap), Jan van Schaik, Bob Zwart (met alpinopet), Ko Munnikhuizen, Bep van Kooten, Witte van Heijningen, Rein Koopmans, Zollner, Jaap van Schaik, ? (met regenjas), voor: Kees Meeuwis, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Fred Huyer, Elbert Kortenoever, Walt Jongman

Tom Visser bij een herhalingsoefening in de jaren ’80

Bij het lezen sloeg bij mij de bliksem in! Ik werd zelf in m’n diensttijd in 1972 bij de Stoottroepen geplaatst. In 2005 werkte ik mee aan een boek, gebaseerd op  het het dagboek van een Stoottroeper, over de strijd in Nederlands-Indië in de periode 1945-1948. De naam Bep van Kooten kende ik in dat verband, maar dat hij net als ik bij RC ’t Gooi rugby had gespeeld maakte het toeval wel heel erg groot! Reden genoeg om eens wat meer aan de weet te komen over deze opmerkelijke Gooier.

De krantenknipsels uit 1933 leverden het volgende op. Al in de eerste wedstrijden van (toen nog) de Drafna Sport Club wist Bep van Kooten zich te onderscheiden. Op 10 april 1933 schreef de Gooi en Eemlander over de allereerste gewonnen wedstrijd tegen ARVC: “..het was van Kooten, die de partijen op gelijken voet bracht”. En De Bel voegde daar een dag later aan toe: “..een try van v. Kooten, terwijl dezelfde speler kans zag met een schitterend gericht schot een moeilijke goal te maken”. En ook: “..een try van Koster, wederom door van Kooten, die een zeer productieven wedstrijd speelde, in een goal omgezet”. De eindstand was 13-9.

De Gooi en Eemlander schreef op 24 april 1933 over de wedstrijd van de Drafna Sport Club tegen de Hilversumsche RC: “..door B. van Kooten (…) een try, die door denzelfden speler in een goal wordt omgezet”. Maar wel een goal voor de Hilversummers, tot welke club Bep van Kooten in die tijd blijkbaar behoorde. Dat hij eerder voor Drafna had gescoord geeft aan, dat er in die begintijd veelvuldig onderling spelers geleend werden. In De Bussumsche Courant van 15 september 1933 staat een berichtje over het nieuwe bestuur van de Hilversumsche RC: “..werd het bestuur als volgt samengesteld: (…) commissarissen (…) B. van Kooten”.

In De Bel staat op 17 oktober 1933 een verslag van de wedstrijd AAC tegen ’t Gooi (14-9); ’t Gooi is hier een combinatie van spelers van Drafna en de Hilversumsche RC. “..v. Kooten en Rosenbaum, die elk den bal achter de AAC-doellijn wisten te drukken”. En verder: “..v. Kooten, die een zeer verdienstelijke partij speelde, zorgde wederom voor den gelijkmaker”. Op 31 januari 1934 besloten beide clubs samen verder te gaan onder de naam Gooische Rugby Club, waarvan ook Bep van Kooten lid werd. En niet alleen dat, want de krant meldt: “Tot captain van het eerste vijftiental werd aangesteld de heer B. van Kooten”.

Hoe verging het Bep van Kooten als militair? Dat vond ik in het boek Stoottroepen 1944-1984, van de Sectie Militaire Geschiedenis van de Landmachtstaf. De Stoottroepen zijn – nog steeds – het jongste regiment van de Nederlandse Landmacht. De oprichting vond plaats in september 1944, toen het zuiden van Nederland deels al bevrijd was en de rest van het land nog door de Duitsers bezet. In het bevrijde zuiden kwam het ondergrondse verzet bovengronds. Men wilde actief gaan deelnemen aan de bevrijding van de rest van Nederland en aan de strijd tegen Duitsland.

Bep van Kooten naast prins Bernhard

Bep van Kooten was tijdens de mobilisatie als dienstplichtig onderofficier werkzaam geweest bij het Bureau Ontwikkeling en Ontspanning van de Generale Staf. In de bezettingstijd raakte hij betrokken bij de ondergrondse LKP (Landelijke Knokploegen). Hij was in september 1944 de adjudant van Jacques Crasborn, de provinciaal commandant van de ondergrondse KP (Knokploegen) in Limburg. Diens commandant “Frank” (schuilnaam van Johannes A. van Bijnen) stuurde op 15 september 1944 Bep van Kooten naar prins Bernhard, de bevelhebber van de pas opgerichte Nederlandse Strijdkrachten, die toen in Brussel verbleef. Hij moest orders gaan halen over de verdere deelname van het verzet aan de oorlog, na de bevrijding.

2e van links: Jacques Crasborn, rechts: Bep van Kooten

Prins Bernhard vertelde hem over zijn plannen voor de opbouw van de Binnenlandse Strijdkrachten en gaf hem de opdracht om in het bevrijde Zuid-Limburg uit het verzet een gevechtseenheid te vormen. Een schriftelijke bevestiging volgde op 19 september 1944, evenals de benoeming van Van Kooten tot commandant van de op te richten eenheid. Nog die zelfde dag begon Van Kooten met het uitvoeren van zijn opdracht.

Bep van Kooten (links) wordt beëdigd tot officier in januari 1945

Uit de verzetsstrijders – burgers, meestal zonder militaire opleiding en als militairen slecht gekleed, bewapend en uitgerust – smeedde hij in korte tijd de “Koninklijke Stoottroepen der Nederlandsche Binnenlandsche Strijdkrachten in Limburg”. Door zijn grote enthousiasme en uitstekende organisatorische talenten wist hij zijn geringe militaire ervaring goeddeels te compenseren. Zo’n 10 maanden later, op 7 juli 1945, werd de inmiddels tot majoor bevorderde Van Kooten commandant van het Oorlogsregiment Stoottroepen, wat hij tot 15 april 1946 bleef.

De plaatselijke editie van Het Parool bericht op 10 mei 1945 over het bezoek, een dag eerder, van Bep van Kooten aan zijn ouders in Bussum. De bewonderende verslaggever had “het groote geluk en de eer” een onderhoud met hem te hebben.

1945-05-10 Prl Bep v Kooten bezoekt ouders Bussum-01

1945-05-10 Prl Bep v Kooten bezoekt ouders Bussum-02Op de Johan Willem Frisokazerne in Assen zijn er gebouwen vernoemd naar de grote mannen uit de begintijd van de Stoottroepen; zo is er ook een gebouw vernoemd naar “onze” Bep van Kooten.

Ben Hosman in gesprek met Herman Nijhuis (1977)

Ben Hosman en Wim Munnikhuizen bekijken oude rugbyfoto’s, 26 januari 2005 

Zesendertig jaar geleden stond er in De Scrum van februari 1977 een interview met ons erelid Ben Hosman. Hij sprak met Herman Nijhuis (toen nog geen erelid), destijds de aanvoerder van de Scrumredactie, over zijn herinneringen aan oude Gooi-tijden. Een mooi verhaal, dat we hier graag nog eens vertellen.

RC ’t Gooi 1937. Achter: Kees Meeuwis, Dolf Plat, Fred Huyer, Kees Kennis, Rein Koopmans, midden: André van de Hoek, Louis Diem, Johan de Kooter, Henk Stuurop, Bob Lamberton, Hans Fannois, Walt Jongman, vooraan: Ben Hosman, Jaap Klasema, Piet van Lingen

Praten met Ben Hosman over rugby op een winteravond bij de open haard met een goed glas wijn is een openbaring. Sprankelend komen de rugby-verhalen te voorschijn. Vele namen worden genoemd. Mannen van het eerste uur, die onze club hebben opgericht: Bob de Jonge, Witte van Heijningen, Bob Lamberton, Rein Koopmans, Kees Meeuwis, Jaap Klasema, Elbert Kortenoever, de Kooter, Schrage, Plat, van de Hoek, Zöllner en vele anderen.

1937-38 vertrek van station Bussum naar Den Haag. 1e rij: Walt Jongman, André Talboo, Fred Huyer, Jaap Klasema, Johan de Kooter, 2e rij: Kees Kennis, André van de Hoek, Kees Meeuwis, Ben Hosman, 3e rij: Elbert Kortenoever, Reijn Koopmans, Dolf Plat, 4e rij: Aad Kennis (met hoed), Bob Lamberton

In feite is het allemaal begonnen in december 1932, toen de heren Kruissink en Talboo in het Tuschinsky Theater te Amsterdam een film zagen over rugby en zodanig enthousiast werden, dat besloten werd om, met medewerking van de Nederlandse Rugby Bond, te trachten ook in Bussum een rugbyclub op te richten. En hiermede was in februari 1933 R.C. ’t Gooi geboren.

Het landhuis Drafna in Naarden, waar het Theosofisch Lyceum was gevestigd 

De eerste trainingen en wedstrijden werden gespeeld op de ezelweide met een boom midden in het veld, dat gelegen was naast het Theosofisch Lyceum “Drafna”. Ben Hosman begon in 1936 rugby te spelen op het veld bij de watertoren, zgn. het terrein bij de zandafgraving. Een veld vol zwerfkeien, dat niet geschikt was voor de voetballers. Maar rugby kon er wel op gespeeld worden. Als kleedruimte had men een oude loods ter beschikking en als douche een waterton met een puts. Dat waren barre tijden!

Er bestond echter een hechte vriendenkring (zodanig zelfs, dat de meisjes soms gedeeld werden). Er was ook geen clubhuis, waardoor het veld het enige trefpunt was, waar men elkaar met vrienden, vriendinnen en familieleden ontmoette. Na afloop ging men met de dames achterop de fiets weer huiswaarts, met uitzondering van een enkele gelukkige, die de beschikking had over een auto of een motorfiets.

Door die hechte vriendenkring werden wedstrijden gewonnen, niet door een grote techniek, doch door een verbeten inzet om elkaar niet teleur te stellen. Doordat er maar zeven clubs waren, kende iedereen iedereen en de onderlinge band tussen die clubs was reuze goed. In oorlogstijd werd het wat minder met het clubgebeuren en er zijn toen een paar leden gefusilleerd.

Nassaulaan Bussum, in oorlogstijd, te zien aan de verduisteringsschotten voor de winkelramen. Kees Meeuwis, Aga Klasema (de vrouw van Jaap), Jaap Klasema, Ben Hosman, Rie Hosman

Ben Hosman is eigenlijk door zijn buurjongens Jaap Klasema en Kees Meeuwis in de rugbysport terecht gekomen en hij heeft er nooit spijt van gehad. Werd hierin ook sterk gesteund door zijn vrouw. Toen er kinderen kwamen vergezelde zij hem altijd nog naar het rugbyveld. Ook toen er vier kinderen waren werd er trouw naar het veld gekomen. Pa Hosman had dan een kind voor- en achterop de fiets, ma Hosman kwam dan later met de kinderwagen naar het veld met een kind erin en een kind erop of ernaast.

De feesten die in die tijd werden gehouden werden ook per fiets bereikt. Zo staat nog in aller herinnering het carnavalsfeest in “De Zeven Linden” te Laren; men moest er wel tot 4 uur in de nacht binnen blijven vanwege de spertijd in de oorlog. De kinderen werden ter plekke in de bedstee gedeponeerd.

Er werden in die tijd ook demonstratiewedstrijden gehouden, zelfs rugby was een onderdeel van de Olympische spelen in Amsterdam. RC ’t Gooi leverde reeds in 1936 spelers voor het nationale XV-tal, o.a. Walt Jongman, die maar eventjes vanuit Egmond aan Zee naar Bussum fietste om daar eventjes de interland tegen Frankrijk te spelen en toen maar weer eventjes terugfietste naar Egmond. Ook de heren Stuurop en Schut kwamen iedere week getrouw uit Eerbeek om te trainen en te spelen. Dat was ouderwetse inzet en men was in die tijd niet veel luxe gewend.

Scrum in de sneeuwwedstrijd tegen Anderlecht in 1946

In 1939 speelden Jaap Klasema en Walter Jongman mee tegen Roemenië. Ook de wedstrijd tegen Anderlecht zal Ben nog vele jaren heugen. Na een tocht van ruim 5½ uur met de bus was er zoveel sneeuw gevallen, dat toen men bij Anderlecht aankwam  er inmiddels 30 cm lag. De Belgen hadden er toen geen zin meer in om een partij te spelen, maar ja, die Hollanders hadden niet voor niets zo lang in die rotbus gezeten, zodat er, onder daverende lach-salvo’s, toch nog een wedstrijd gespeeld werd.

Ook de bustocht naar Düsseldorf ligt nog vers in de herinnering. Men ging vanuit Bussum met een bus van Bussums Bloei. Daar aangekomen werden zij ontvangen door heren met bruine hemden aan en in wagens naar het sportveld vervoerd, waar later de Joden naar de gaskamers werden getransporteerd. Op de terugweg was halverwege de bus van Bussums Bloei uitgebloeid, midden in de bossen in de buurt van Arnhem kregen zij panne (gelukkig voor hen die een vriendinnetje bij zich hadden).

Gooi 1937/38, demonstratiewedstrijd in Dieren. Achter: Bob de Jonge, Dolf Plat (met scrumcap), Jan van Schaik, Bob Zwart (met alpinopet), Ko Munnikhuizen, Bep van Kooten, Witte van Heijningen, Reijn Koopmans, Zollner, Jaap van Schaik, ? (met regenjas), voor: Kees Meeuwis, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Fred Huyer, Elbert Kortenoever, Walt Jongman

De sterkste van de zeven clubs uit die tijd waren ongetwijfeld de Delftse Studenten, maar onze voorwaartsen hadden er tijdens die wedstrijden wel danig de pest in, daar ze meestal in een wolk van jenever stonden te pushen. Het sportpark aan de Meerweg werd intussen het rugbyveld. Ook daar werden reeds in 1946 en 1947 veel demonstratie- en internationale wedstrijden gespeeld voor een in die tijd toch wel talrijk publiek. Meestal betraden wij het veld met de vlag van R.C. ’t Gooi voorop (waar is eigenlijk die vlag gebleven?).

Knipsel uit De Bussumsche Courant van 24 februari 1939

Voor reklame werden er door de leden met de hand gemaakte affiches gemaakt (ingekleurd met zwarte en rode inkt). Die werden dan bij de winkeliers voor de ramen gehangen of aan bomen genageld. De enige ernstige blessure die Ben Hosman ooit heeft opgelopen is een hersenschudding in de wedstrijd tegen België. Vanuit België werd hij toen met rugbykleren en al in de auto gezet en bij zijn vrouw afgeleverd, die toen wel wist dat er iets fout was.

Rechts Ben Hosman als scheidsrechter op Sportpark Bussum Zuid bij een onbekend sevens-team

Zonder meer stelt Ben, dat hij door de rugbysport een veel groter doorzettings- en incasseringsvermogen heeft gekregen. Maar, gelooft hij, je had in die tijd meer over voor je club en de sport dan nu het geval is. In 1936 begonnen met spelen tot 1956. Daarna nog diverse bestuurstaken vervuld. Ook is Ben nog scheidsrechter geweest. Hij kan terugzien op een bijzonder fijne sporttijd.

Opnieuw: bikkelen in de sneeuw (1946)

Op zoek naar leuke ouwe koeien – want dat doe je tenslotte bij een lustrum – kwamen we in het jubileumboek ‘RC ’t Gooi 1933-1983′ een verhaal tegen, dat vrijwel naadloos aansluit op ‘Bikkelen in de sneeuw in 1946’. Samen geven beide verhalen een mooi compleet beeld van deze buitenlandse  trip van kort na de oorlog. Lees maar:

In de Scrum van 21 maart 1946 wordt de sfeer van de trip als volgt getekend:

Conclusie: er is in 67 jaar weinig veranderd…!

Bikkelen in de sneeuw in 1946

Aan de hand van verhalen in de krant en ons eigen clubarchief construeerden wij 67 jaar na dato het verslag van de heroïsche trip uit 1946 van ’t Gooi naar Brussel. Gedachten aan Nova Zembla, het Behouden Huys en de Elfstedentocht van 1963 drongen zich op!

 

Gooise bikkels in de sneeuw. Geknield: Wil Roegiest, Piet van Lingen, Witte van Heijningen, Peter Maas (met korte mouwen!), Werner Büchner, Engelse gastspeler. Staand: Jan Schrage, Rein Koopmans, Henk Ulrici, Dieter Büchner, Frans Buys, Ben Hosman, Rien Termeulen, Kees Meeuwis, Dolf Plat.

Wie rekent daar nou op: sneeuw in maart? Toch begon het op vrijdag 1 maart 1946 in Nederland en België flink te sneeuwen. Een dag later kwamen de Gooiers in Brussel aan, na een ongetwijfeld weinig comfortabele en “tergend langzame tocht over ingesneeuwde wegen” van maar liefst negen uur (ze waren dus zo rond zes uur ’s ochtends vertrokken!). Er bleek zo’n 30 cm sneeuw op het rugbyveld van het Anderlechtstadion te liggen. Ze hadden slechts 20 minuten de tijd om zich te verkleden en de stramme ledematen enigszins los te maken. Precies om 15.30 uur blies scheidsrechter De Bontridder af voor de wedstrijd tegen Royal Sporting Club Anderlechtois.

De lijnen op het besneeuwde veld waren met rode verfpoeder getrokken. In de eerste helft wisten de partijen elkaar in evenwicht te houden. Een schitterende sprint van Witte van Heyningen over zo’n 80 meter (in de sneeuw!) leverde een try tussen de palen op. Henk Ulrici hield de Belgische defensie voor de gek en scoorde ook een try, wat resulteerde in een 6-6 ruststand. Maar in de tweede helft gaf het technisch overwicht van de Belgen de doorslag, ondanks heftig verzet van “Les Bataves”. De wedstrijd werd gespeeld “dans un esprit de fair-play excellent” volgens de journalist die de wedstrijd versloeg.

Daarna was het feest, op zaterdagavond en op zondag, wat voor de Gooiers leidde tot een paar onvergetelijke dagen in Brussel. Anderhalve maand later, op 14 april 1946, zou in Bussum de herkansing volgen.

Zie ook:

Opnieuw: Bikkelen in de sneeuw (1946)