Hannover uit en thuis (1962-1963)

In het begin van de jaren ’60 speelde ’t Gooi tegen het Duitse S.V. Victoria uit Hannover. Dat was ruim 15 jaar na de oorlog nog geen vanzelfsprekende zaak, maar het begon nog veel eerder, namelijk al in maart 1951. Toen speelde ’t Gooi uit tegen Hannover Linden – de oude club van Pa Büchner – en Victoria:

Scan.BMP

Elf jaar later, in het weekend van 16 december 1962, was S.V. Victoria te gast bij ’t Gooi. Er is ongetwijfeld een wedstrijd geweest, maar de uitslag daarvan is in nevelen gehuld. De beide clubs werden in het Naardense raadhuis ontvangen en daar is wel een foto van.

1962-12-16 Hannover Victoria-01

Acht maanden later – in augustus 1963, aan het begin van het rugbyseizoen 1963-1964 – werd het tegenbezoek aan Hannover gebracht. Met 5 auto’s en minstens 10 liter motorolie – je weet maar nooit… – reden 21 Gooiers in oostelijke richting. Daaronder bevonden zich in elk geval Jaap Simons, Piet Bakker, Hans van den Bovenkamp, Egbert Otten, Willem de Jong, Tom de Man, Ton Groendijk, Arnold de Wolf, Ernst Sandtmann en Willem van Drimmelen. Jaap Simons schreef er in De Scrum van 17 september 1963 het volgende verslag over:

Hannoververslag-01

Op weg naar HannoverMet de auto onderweg

Hannoververslag-02

Rechts: Ernst Sandtmann, Arnold de Wolf?, ?, Egbert Otten, Rob Plat, John Heydendahl, Jack Heer, ?, Ernst Sandtmann,  Arnold de Wolf. Wie zijn de vraagtekens?

Hannoververslag-03

Behalve voor de wedstrijden was er ook gelegenheid om iets van Hannover te zien. Mannen in lange regenjassen staan op de foto bij hun bezoek aan de Maschsee, nog steeds een toeristische attractie van Hannover. Wie herkent ze?

Hannover-03

Hannover-01

Een halve eeuw na dato trok Arnold de Wolf (toch een keurige man…) de beerput van zijn herinneringen aan de trip naar Hannover open: een walm van bederf komt ons na al die tijd nog tegemoet…! Dit is zijn verhaal:

1998-04-21 Lustrum 1998-49Dieter Büchner, Arnold de Wolf en Joop Meijer bij de lustrumviering op 21 april 1998

Wat leuk! Ik herinner mij de ontmoeting met SV Victoria heel goed: de trip naar Hannover. Dat wij de tweede helft van de eerste wedstrijd niet meer konden bijhouden is niet vreemd. De voorbereiding voor deze wedstrijd bestond er in, dat wij na de training ’s avonds met zijn allen naar de sauna van de familie Rood gingen. Om bij te komen van de sauna moest er nog even in café Spoorzicht een pilsje gedronken worden. Toen was het ineens 02:00 uur en besloten een paar dan maar direct door te rijden naar Hannover. In Hannover werden we opgevangen door een van onze gastheren en gewezen waar wij de nacht zouden doorbrengen. Ik ging even op bed liggen en 1 seconde later werd ik ruw wakker geschud: “Kom op! We moeten spelen”. De tweede helft redden we dus niet.

Maar ’s avonds knapten we aardig op! Na de vraag van onze gastheren, dat het eerste team te sterk was, maar misschien vonden wij het leuk om tegen het tweede te spelen..? wilden wij dat natuurlijk wel. Er was ’s avonds in het clubhuis een feestje en om 22:00 uur “werden die Herrschaften vom zweiten Team gebeten nach Hause zu gehen”. Voor ons fatsoen vonden wij dat wij dan ook maar moesten gaan, maar enkelen, waaronder natuurlijk ook Ernst Sandtmann en ik, vonden dat we eventjes nog Hannover moesten “bekijken”. Volgens mij was Piet Bakker (die een glazenwassersbedrijf had) “glazen gaan reinigen” bij een leuke Duitse dame en hebben wij die niet meer gezien. Ik weet niet meer wie ook bij onze “culturele” avondstap in Hannover was, maar de volgende morgen om ca. 08:30 uur waren wij op onze slaapgelegenheid.

Herhaling: ik werd ruw wakker geschud om ca. 10:00 uur, omdat er om 10:30 uur gespeeld moest worden. Natuurlijk leek ons spel nergens op en toen ik als scrum half de bal naar Ernst Sandtmann (fly half) speelde hield hij zijn handen uit om de bal te vangen, maar vergat ze op elkaar te doen. Ik zie nog die bal vliegen langs Ernst. Even later is de wedstrijd door onze gastheren maar afgefloten…… en we hebben nooit meer een uitnodiging voor SV Victoria gekregen!

De Turn- und Sportverein Victoria Linden  (sinds 1900) bestaat in 2013 nog steeds.

Een “geheime” buitenlandse competitiewedstrijd (ca. 1972), door Ton Steenwinkel

Mannen met jasje-dasje, een serieus gezicht, een mooie, officiële titel en alom erkende verdiensten  hebben vaak ook een heel andere kant. Zo ook oud-bondsvoorzitter en Gooi-speler Ton Steenwinkel. Hij deed de volgende bekentenis.

Diner Nederland-MarokkoToenmalig bondsvoorzitter Ton Steenwinkel bij een toespraak bij het diner na de interland Nederland – Marokko. Richard Majoor – later trainer van RC ’t Gooi – kijkt ons aan.

Nu de legpenning van de Gemeente Naarden binnen is, kan één van de best gekoesterde geheimen in het Nederlandse Rugby gelucht worden. Nadat Louis van Keller mij in een moment van absolute nuchterheid de taak van wedstrijdsecretaris had aangepraat – het geheel speelt zich zo’n 41 jaar geleden af denk ik – werd ik op de maandagavond benaderd door het Bussumse reisbureau PRIMAIR. Zij hadden teveel plaatsen geboekt in een vliegtuig voor een weekendje Dublin, Ierland. Of wij geen zin hadden in een vliegreis met 2 overnachtingen voor Hfl. 100, in Dublin. Kleine bijkomstigheid voor ons was, dat er voor de zondag een competitiewedstrijd tegen Te Werve (Shell) gepland stond.

Lansdowne-Road-Stadium-DublinLansdowne Road stadion

Een vloedgolf aan telefoontjes – niks email, mobiele telefoons of social media – had tot gevolg, dat we met twee complete teams naar Dublin vertrokken. In het vliegtuig zaten verder vissers en jagers die ook een weekendje naar Ierland gingen. Te Werve had via Shell geregeld, dat we op het tweede veld van het Nationale Rugby Stadion van Ierland, Lansdowne Road, mochten spelen onder leiding van een Ierse scheidsrechter. Geen spelerskaarten of dopingcontrole, maar wel een spannende, zenuwslopende wedstrijd, waarbij niet alle krachten gegeven werden, want er was natuurlijk ook een lange derde helft gepland!

De wedstrijd eindigde zeer verdiend in een gelijk spel; de formulieren werden ingevuld, waarbij we niet vermeld hebben dat we in Dublin gespeeld hebben en de Rugby Bond wist dus niet beter, dan dat de wedstrijd op vaderlandse bodem gespeeld was. Het formulier heb ik natuurlijk pas in Nederland op de bus gedaan! Op zondag heeft een mix van ’t Gooi en Te Werve tegen het zoveelste team van Lansdowne, top club dus wel, gespeeld. Naar ik me meen te herinneren, zo’n 5-10 minuten op het veld in het nationale stadion. De wedstrijd ging helaas nipt verloren ondanks zoveel Nederlands talent!

Gooi-NFCDerderijer Ton Steenwinkel met ’t Gooi in actie tegen NFC

Terug naar de derde helft, die zich voornamelijk afspeelde in het clubhuis van Lansdowne, een “grote villa” in de hoek van het stadion, waar er ’s avonds muziek was en wij een culturele uitwisseling met de vrouwelijk aanwezigen georganiseerd hebben, die vergeefs op hun Ierse vriendjes stonden te wachten. De vriendjes waren toen nog, alleen, aan het “indrinken”. Wij hebben hun vriendinnetjes alles wat ze over Nederland wilden weten verteld!

De terugvlucht liep een kwartiertje vertraging op, omdat de ruime aanschaf van de taxfree drankjes, zoals Jameson en Paddy’s, meer tijd nodig had, dan de piloot eigenlijk wilde. Geduld is, ook voor een piloot, een schone zaak. In het vliegtuig stelden we vast, dat de vissers gevist, de jagers gejaagd en de rugbyers gerugbyd hadden. Niet alle gekochte flessen drank hebben overigens Schiphol gehaald. Wij wel!

Dublin-Bombing-1974Schade na een IRA-bomaanslag in Dublin in 1974

Een week later keek ik TV en zag hoe de IRA in Dublin een bom in een hotel had laten ontploffen; gelukkig geen doden of gewonden, maar het hotel moest wel afgebroken worden! Ik kon nog net zien dat het dat hotel was waar wij een week tevoren (wel zeer kort hoor!) overnacht hadden. Ik ben blij dat ik weer goed kan slapen nu dit goed bewaarde geheim – de enige Nederlandse competitiewedstrijd die ooit in het buitenland gespeeld is – eindelijk, na ongeveer 41 jaar, in de openbaarheid is gekomen.

Stadion Lansdowne Road werd in 2007 afgebroken en in 2010 vervangen door het Aviva stadion.

Kampioen der kampioenen (1986)

scan-004-bmpDrie teams kampioen in 1986; links Gooi 2, midden Gooi 1, rechts Gooi 3. De geest van Ad van Dalen zweeft er boven.

In het seizoen 1985-1986 was RC ’t Gooi bijzonder succesvol: maar liefst 3 van de 4 teams werden kampioen in hun poule: een uitzonderlijk succes voor de club en voor trainer Ad van Dalen. Aan het eind van het seizoen zagen de ranglijsten er als volgt uit:

1986 klassementen Gooiteams

Maar welk Gooi-team had het nu het best gedaan? Als je kijkt naar het behaalde puntentotaal was dat Gooi 2, met 32 punten. Maar daar gebruikten ze wel 18 wedstrijden voor, terwijl Gooi 1 er 16 nodig had om 26 punten te halen en Gooi 3 voor evenveel punten slechts 14 wedstrijden nodig had.

Team Gespeeld Winst Verlies Gelijk Doelsaldo Punten
Gooi 1

16

13

3

0

316-93

26

Gooi 2

18

16

2

0

636-92

32

Gooi 3

14

13

1

0

450-66

26

Gooi 4

13

8

5

0

230-174

16

Om de prestaties goed te kunnen vergelijken zijn ze herberekend naar 10 gespeelde wedstrijden en is uitgerekend hoeveel van die 10 wedstrijden gemiddeld werden gewonnen en verloren. Ook is uitgerekend wat de gemiddelde score per wedstrijd was en – belangrijkste maatstaf! – hoeveel wedstrijdpunten er gemiddeld per wedstrijd werden behaald.

Team Gespeeld Winst Verlies Gelijk Doelsaldo Punten
Gooi 1

10

8,13

1,87

0

19,75-5,81

1,63

Gooi 2

10

8,89

1,11

0

35,33-5,11

1,78

Gooi 3

10

9,29

0,71

0

32,14-4,71

1,86

Gooi 4

10

6,15

3,85

0

17,69-13,38

1,23

Het blijkt dan, dat Gooi 3 in verhouding het best presteerde, met gemiddeld 1,86 behaalde wedstrijdpunten per wedstrijd, gevolgd door Gooi 2, Gooi 1 en Gooi 4. Waarmee Gooi 3 de kampioen der kampioenen was! Geen wonder ook, met een gemiddelde leeftijd van boven de 40 en gemiddeld meer dan 20 jaar rugby-ervaring. Louis van Keller schreef er in De Scrum van mei 1986 het volgende verhaal over:

1986-05 Scrum 3e teamverhaal Louis vK-01

foto024Gooi 3, kampioen in 1986. Achter: Hans van Eiken, Hans Walscheid van Dijk, Louis van Keller, ?, Paul Würster, John Hartong, Steve Clark, Joep de Fraiture, Peter Akkermans, Eddy Willems, voor: Hans Grader, Jan Willem Klein Bog, Tom Visser, Hans Plat, Joop Meijer

1986-05 Scrum 3e teamverhaal Louis vK-02

IMG_0073Nogmaals Gooi 3, in een enigszins andere samenstelling, achter: Hans Walscheid van Dijk, Hans van Eiken, Evert Frakking, Hans van den Bovenkamp, Pim van Doesburg, Peter Akkermans, Eddy Willems, Clemens Steenman, Louis van Keller, Steve Clark, voor: Hans Grader, Paul Würster, Vitus de Veth, Ruud Tinholt, Tom Visser, Joop Meijer

De oude glorie van Gooi 3 was zo realistisch om niet te willen promoveren naar een hogere klasse: dan zou er serieus getraind moeten worden en dát was nou niet helemaal de bedoeling… Vandaar dat de volledige bezetting van Gooi 3 en Gooi 4 van team wisselde, waarmee het later fameuze 4e team geboren was.

Diederik en het lustrumfeest in de Promerskazerne (1968)

Diederik van NijveldStatiefoto van Diederik van Nijveld

We hebben ’t over 1968: de Vietnam-oorlog was gaande, net als studentenopstanden, stakingen en de moord op Martin Luther King. Jan Jansen won de Tour, de eerste uitzending van de Fabeltjeskrant vond plaats en Egbert Douwe had een hit met “Kom uit de bedstee, m’n liefste”. Dat jaar dus. Een lustrumjaar voor RC ’t Gooi en ook anderszins een periode, waarin er ontwikkelingen binnen de club gaande waren. Zo wilden we al enige jaren een eigen veld hebben. Dat zou zo’n 30.000 gulden gaan kosten en die had de club niet. Maar hoe kom je aan die centen?

Op een gegeven moment – wanneer precies is niet helemaal duidelijk, maar het zou best in 1967 geweest kunnen zijn – bedacht iemand, dat er een symbool voor de actie “Eigen veld” zou moeten komen en verscheen Diederik op het toneel. Een dwerggeitenbokje, dat gesierd werd met de functionele achternaam “van Nijveld” en dat tevens de mascotte van RC ’t Gooi werd.

Diederik in jubileumboek-01

Diederik in jubileumboek-02

foto114

RC ’t Gooi 1968, achter: Ton de Mey, Egbert Otten, H. Werkman, Chris Veerman, L. Dorrestijn, midden: Hans Walscheid van Dijk, J. van Leeuwen, Louis van Keller, A. Fijth, Kees van Gelderen, voor: Jack Heer, Hans Grader, Chris Plat, Joop Smaal, Richard Slabbers en het bokje Diederik van Nijveld

Op zondag 5 mei 1968 ging Diederik op dienstreis naar Amsterdam, om daar als mascotte voor RC ’t Gooi te fungeren bij het jaarlijkse AAC 7-a-side toernooi. Altijd gezellig, meestal goed weer, mooie wedstrijden en veel oude bekenden om een praatje mee te maken. Geen wonder dus, dat het toezicht op Diederik even verslapte. Diederik-02Het laatst werd hij gezien in het gezelschap van enkele kinderen, die met hem aan de wandel waren. Zoeken leverde niets op en zonder Diederik vertrok men enigszins ongerust weer naar ’t Gooi.

1968-05-11 uitnodiging feest 7e lustrum Promerskazerne-01De verdwijning van Diederik was des te vervelender, omdat hij weer “in functie” zou moeten zijn bij de viering van het zevende lustrum, die de zelfde week op zaterdag 11 mei zou plaatsvinden. Onzekerheid over het welzijn en de verblijfplaats van Diederik zou op z’n minst een schaduw over de feestelijkheden werpen. Die ongerustheid klinkt door in de krantenberichten die er in die week  verschenen. En er waren ook vermoedens…

De voorbereidingen voor het lustrumfeest gingen ondertussen in alle hevigheid door en dat moest ook wel, want het zou groots aangepakt worden:

1968-05-11 Lustrumfeest Promers-01

1968-05-11 Lustrumfeest Promers-02

Van de voorbereidingen en van de ongerustheid over het lot van Diederik getuigt ook het volgende krantenartikel:

Diederik-01

Bij het feest is de opluchting groot, als Diederik gezond en wel zijn opwachting maakt, nadat zijn ontvoerders – de Utrechtse Rugbyclub – eerst de indruk hadden gewekt, dat het slecht met Diederik was afgelopen. Een Utrechter in een bebloede witte slagersjas met een blad waarop botten, vlees en een kop van een bokje lagen vertelde, dat ze zo’n honger hadden gehad, dat ze Diederik hadden opgepeuzeld. En ook dit verhaal verscheen in de krant:

Diederik-03 weer terecht1Diederik-03 weer terecht2

Het was een groots en gedenkwaardig feest geworden, met zo’n 500 deelnemers. Op 13 mei 1968 deed de krant verslag van de feestelijkheden (bron: Streekarchief Gooi en Vechtstreek).

Verder hebben we helaas geen foto’s van de receptie op het stadhuis en van het feest in de Promerskazerne. Wie wel?

Promers kazerne (1876)Het lustrumfeest in 1968 vond plaats in de Promerskazerne (1876) in de Naardense vesting

Intussen kennen we – dankzij URC’er Ed van Engelen – ook het Utrechtse achter-de-schermen verhaal over Diederiks ontvoering, dat verscheen in het clubblad van URC. De kwade genius was Koos van Schaik, geassisteerd door twee omgekochte jeugdleden. De stunt wordt met smaak opgediend en is bij de Utrechters blijkbaar net zo legendarisch als bij RC ’t Gooi:

Diederik-00

Zie ook het interview met Koos van Schaik over Diederik onder ‘Interviews’.

Opnieuw: Naar Parijs (april 1950)

Dit is de aangepaste, tweede versie van dit verhaal. De oorspronkelijke, eerste versie is te vinden onder de titel “Naar Parijs (april 1950)”. Ontdek de verschillen!

1950-04-23 Parijs-01

V.l.n.r. Piet Dijkman (AAC, later´t Gooi), Werner Büchner (‘t Gooi), Pieter Davis, Bert de Boer (AAC, later ‘t Gooi), Sini van Vught (de vrouw van Joop), Anton v.d. Beek (AAC), Cor de Rie (‘t Gooi, later RCH), Ab Roodlieb (‘t Gooi), Toon Bogers (AAC), Siep Reijnders (AAC), Ben Ziepzeerder (AAC), Jan Onderwater (‘t Gooi), Ron Rishworth (Te Werve), Joop van Vught (AAC), rug/onherkenbaar, ?, Frits Frankfort (‘t Gooi, later RCH), ?, onbekende dame, kalende heer met twee kinderen.

Op 28 november 2012 plaatsten we het verhaal “Naar Parijs (april 1950)” op deze website. Een verhaal met nogal wat veronderstellingen en onbeantwoorde vragen. Het is nu twee en een halve maand later – 14 februari 2013 – en we weten er nu wat meer over en kunnen dus het verhaal herschrijven. Dankzij oud-AAC- en Nederlands team-speler Pieter Tolsma en Google. Het oorspronkelijke verhaal zouden we weg kunnen gooien, maar het lijkt ons juist wel leuk om eens te laten zien  hoe je in de loop van de tijd nieuwe informatie bij elkaar scharrelt en hoe dat het verhaal beïnvloedt. Wordt het daardoor ook interessanter en leuker? Dat mag u zelf beoordelen. Kijk en vergelijk!

Op zondag 23 april 1950 speelde het Nederlands rugbyteam een uitwedstrijd in en tegen Parijs. De “knoestige” Piet Dijkman (typering van Loek van Keller), toen nog AAC’er en later lid van RC ’t Gooi, had een vaardige pen en schreef er een verslag over in Try, het clubblad van AAC Rugby:

1950-04-28 Try over trip NL team naar Parijs-01

1950-04-28 Try over trip NL team naar Parijs-02

In het verhaal van Piet Dijkman gaat het over van alles, maar nauwelijks over het uitstapje op zondagochtend 23 april 1950 naar het bos van Compiègne en de wedstrijd van die zondagmiddag. En laten we daar nu juist foto’s van hebben. De grote foto waarmee dit verhaal begint is genomen bij een gedenksteen voor de wapenstilstandsovereenkomst aan het einde van de Eerste Wereldoorlog. Er staat een Franse tekst op, die vrij vertaald als volgt luidt:

compiegne inscriptie van de gedenksteenHIER IS

OP 11 NOVEMBER 1918

GESTORVEN

DE MISDADIGE TROTS

VAN HET DUITSE RIJK

VERSLAGEN DOOR

DE VRIJE VOLKEREN

DIE HET TRACHTTE

TOT SLAAF TE MAKEN

Standbeeld maarschalk Foch Compiegne1950-04-23 Parijs-03De foto hiernaast is gemaakt naast de sokkel van het standbeeld van maarschalk Foch, eveneens in het bos van Compiègne. Zijn naam is duidelijk te lezen, maar het standbeeld zelf ontbreekt. Vandaar de andere foto, met naam èn standbeeld. In de groep vallen een man met een kaal hoofd en twee kinderen op, een jongen met een witte sjaal en een kleiner meisje. Ze staan rechts op de foto. Ook op de andere foto’s van de rugbyers-groep zijn ze te zien. Vermoedelijk gaat het hier om een Fransman, die als gids voor de Nederlanders optrad en die de gelegenheid gebruikte om er een uitje met z’n kinderen van te maken. De kleding van de tripgangers valt op. Allemaal in jasje dasje, het lijkt wel een groepsreis van keurig uitgedoste zakenmensen. Maar ´t was natuurlijk ook zondag.

1950-04-23 Parijs-04De kalende man met de beide kinderen is ook te zien op de groepsfoto voor de kasteel-achtige poort. Zoeken via Google leverde op, dat dit de poort van het kasteel van Pierrefonds is, uit de 14e eeuw, aan de zuid-westrand van het bos van Compiègne. Meer van het kasteel is te zien op de volgende foto.

chateau-de-pierrefonds

1950-04-23 Parijs-06Zonder beide kinderen is de kalende man te zien naast de autobus van C.J. van Nood uit Amsterdam. Tenminste: dat lijkt zo, maar wie staat er in de deuropening van de bus? Het jongetje met de sjaal! Met die bus zijn ze vast naar het stadion vertrokken voor de wedstrijd tegen het vertegenwoordigende Parijse team, die ze met 32-3 verloren. Van die wedstrijd hebben we de volgende twee foto’tjes:

 

1950-04-25 Parijs-NL 32-3 foto-011950-04-25 Parijs-NL 32-3 foto-02

De Nijenrode connectie

Nijenrode kasteelKasteel Nijenrode

Een van de bronnen van RC ’t Gooi spelers was Nijenrode, of zoals het tegenwoordig gespeld wordt Nyenrode. In het Breukelense kasteel aan de Vecht werden studenten opgeleid voor leidinggevende posities in het bedrijfsleven en er werd ook heel wat afgesport; kijk maar. Zo was er een RC Nijenrode, die ooit met twee teams in de competitie meespeelde. Na hun studie kwamen sommige van deze rugbyers bij RC ’t Gooi terecht. Wat is hun verhaal?

Arnold de Wolf: “prachtig modderbad..”

Arnold de Wolf passt de balArnold de Wolf als vliegende scrum half, rond 1959

Niet zo lang geleden gaf iemand mij deze foto. Die vliegende scrumhalf ben ik, toen ik pas bij ’t Gooi speelde tegen mijn oude team Nijenrode op hun prachtig modderbad terrein, waar ik veel uren doorgebracht heb. Ik heb zoveel herinneringen aan de tijd dat ik op Nijenrode (toen nog N.O.I.B., Nederlands Opleidings Instituut voor het Buitenland) rugbyde. Onze gymleraar was Frank Brookman, die ook in het team meespeelde elke zondag. Een prachtvent en type zoals de Engelse jongens die we nu op de club hebben. Iemand die zo verdraaid goed kon spelen en ook nog het hele team enthousiast maakte. Van de wedstrijden tegen ’t Gooi herinner ik me niet veel, behalve dat het altijd een waanzinnig gezellige boel was met hun. De sterke teams waren toen AAC en Te Werve uit Den Haag, waar veel Engelse Shell mensen speelden.

Ik was op Nijenrode van 1956 tot en met 1958. Daarna was mijn eerste baan in Utrecht. Tijdens een van mijn weekendbezoeken aan mijn ouders, die in Naarden woonden, ben ik een keer gaan kijken naar Rugby Club ’t Gooi, omdat mijn vroegere overbuurjongen, Dick Bloksma, daar speelde. Ik stond aan de kant en opeens was daar Loek van Keller die op mij afkwam en zei: “Ben jij niet die scrum half van Nijenrode?”. Op mijn bevestigend antwoord riep Loek naar zijn maatjes: “Wie heeft er nog een broek? Wie heeft er nog een shirt? Wie heeft er nog een paar schoenen?”…….en 10 minuten later speelde ik in mijn eerste wedstrijd voor ’t Gooi.

1974, Arnold de Wolf, Henny Westerweel, Ton de Mey, Hans van den Bovenkamp

Oude Meesters Hilversum – ’t Gooi in 1974, met Arnold de Wolf, Henny Westerweel, Ton de Mey en Hans van den Bovenkamp

Daar heb ik tot ca. 1974 gespeeld, toen ik het te druk kreeg in mijn eigen onderneming. Van 1958 tot 1967 heb ik er bijna geleefd. In 1967 ontmoette ik Ammy waarmee ik trouwde in 1968 en nu 45 jaar later, nog steeds heel erg gelukkig getrouwd ben! Overigens kwam deze ontmoeting ook door Dick Bloksma, die in het toenmalige Diaconessen ziekenhuis lag en die ik bezocht even voor een donderdagavond training. Ammy was bevriend met Dick’s vrouw en kwam ook even langs… Jammer genoeg is Dick vorig jaar overleden.

Hans Walscheid van Dijk: “keihard in m’n gezicht..”

Mijn eerste rugbywedstrijd (in 1962) zal me altijd bijblijven. Ik zat op Nijenrode en mister Prowse, de rugbytrainer, haalde mij over om te gaan rugbyen. We speelden in Eindhoven tegen RCE en tijdens de wedstrijd werd ik getackled. Ik lag met de bal in m’n handen op de grond en passte de bal naar mister Prowse. Dit bleek een enorme fout te zijn, want de ref floot: penalty-kick voor RCE (in die tijd was dit niet toegestaan). Mister Prowse was woedend en gooide de bal keihard in m’n gezicht. Ja, de regels van ’t edele rugbyspel waren me nog niet bijgebracht.

Hans Walscheid van Dijk, staand 3e v links, 1962 op NijenrodeHans, staand, 3e van links als sportkampinstructeur in 1963

Er volgde toch nog een gezellige derde helft en dat deed mij besluiten om mijn voetballidmaatschap om te zetten in ’n rugbylidmaatschap. Ik heb er nooit spijt van gehad. Op de foto staat ’n aantal sportkampinstructeurs die op Nijenrode 1e-jaarsstudenten mochten afknijpen. Ik sta derde van links. Helaas heb ik geen rugbyfoto uit die tijd.

Ook Hans van Eiken en Peter de Graaf bezochten Nijenrode en speelden daar rugby. Van hen ontvingen we geen verhaal over hun Nijenrode-rugby herinneringen. Peter staat nog wel op de Nijenrode-teamfoto hieronder, maar Hans blijft helemaal onzichtbaar. Jammer.

1970-03-19 Nijenrode-foto Pim

RC Nijenrode, trip naar Londen in maart 1970, staand, 5e van links Peter de Graaf, 7e van links Pim van Doesburg, geheel rechts coach John Prowse

Pim van Doesburg: “voor het ontbijt een rondje park..”

1969-10 Ruime Gooi-zege op NijenrodeOktober 1969: Ruime Gooi-zege op Nijenrode

In 1969-1970 heb ik op Nijenrode de éénjarige CT cursus gevolgd. Het was een leuke en inspirerende tijd en er werd veel aan sport gedaan. Ik heb mij toen aangemeld bij de rugbyclub en in die tijd speelden we ook al tegen ’t Gooi. Dat was zonder meer de gezelligste club om tegen te spelen (ik geloof dat we ook wonnen) en de kelderbar werd na afloop langdurig bezocht. ’s Ochtends vroeg voor het ontbijt deden we een rondje park (3 km), ongeacht hoe brak we nog van de vorige avond waren. De keuze om daarna lid van RC ’t Gooi te worden was bijzonder makkelijk.

Tom Visser: “niet onmiddellijk enthousiast..”

Op Nijenrode maakte ik kennis met rugby. Dat was in 1969 en ik was 18 jaar. In de introductietijd voor de eerstejaars zat een rugby-demonstratiewedstrijd: Nijenrode tegen ’t Gooi. Ik was niet onmiddellijk enthousiast en werd dat jaar nog geen lid van RC Nijenrode. Maar in het gewone lesprogramma zat ook veel sport, waaronder rugby. Daardoor kreeg ik de smaak te pakken.

De voorzitter van de rugbyclub was tevens sportdocent en rugby was vaste prik in zijn lessen. John Prowse, zo heette hij, kreeg zo een goed beeld van het rugby-potentieel onder de studenten. In het tweede jaar werd ik lid van de rugbyclub en gebombardeerd tot captain van het tweede team. Nijenrode speelde toen met één team in de B-poule en het andere in de C-poule. Mijn eerste wedstrijd speelde ik als prop: lang genoeg om te ontdekken, dat dit mijn positie niet was. In de driekwarten was ik beter op m’n plaats.

1971 Nijenrode sevens

Nijenrode sevens team 1971, 2e van links Jan Postma, 3e Tom Visser, geheel rechts Leo Koot

We organiseerden een intern seven a side toernooi. Het team op de foto won. Van dit team werden er drie later lid van RC ’t Gooi: Leo Koot, Jan Postma en ik. Leo was snel weer vertrokken en Jan bleef enkele jaren. Ik kwam na de nodige omzwervingen en een zestal rugbyclubs in 1976 als laatste van de drie bij RC ’t Gooi terecht en bleef het langst. Ik werkte in die tijd bij de AMRO bank. Daar werkten nog meer Gooiers, zoals o.a. Hans Grader, Jan Postma en Peter de Graaf. Die haalden mij over om bij RC ’t Gooi te gaan spelen.

Weinig wedstrijden...Nijenrode rugbyers in de modder

Michiel de Graaf: “nooit bij Nijenrode gespeeld..”

Ik heb nooit bij Nijenrode gespeeld toen ik daar zat. Wat betreft wedstrijden gebeurde er niet zoveel meer, ik ben destijds weer bij ’t Gooi gaan spelen.

Mackenzie Masaki: “I played only once with them..”

I was in Nyenrode between 2011 and 2012. Graduated class of 2012. I was a playing member for the Nyenrode rugby club. There are two forms of memberships, playing members and club members. I played only once with them. They did not have that many games, though they were trying to introduce some more structure to the club. I do not have a photo of me in the school kit.

Nooit aangekomen, door Hans Walscheid van Dijk

Nijenrode met ophaalbrugKasteel Nijenrode op een oude ansichtkaart

In september 1963, vier maanden na de 6e lustrumviering van onze club, werd ik lid, na daarvoor bij Nijenrode te hebben gespeeld. Ik woonde in Utrecht en daar was nog geen rugbyclub. Louis van Keller heeft mij overgehaald om in Naarden te komen spelen. Ik had een scooter, dus vervoer was geen probleem. Trainen ging in het begin niet, want ik zat in dienst in Maastricht. Toen ik in Ermelo terecht kwam ging ik trainen.

r-dauphine58Een Renault Dauphine

Mijn scooter werd omgeruild tegen een tweedehands Renault Dauphine. In de zomer van 1964 had ik een leuk meisje gezien bij Van Dijk in Loosdrecht (toen een begrip), dat een vriendin bleek van de vriendin van mijn beste vriend. Toen we eind december met z’n drieën wilden uitgaan, herinnerde ik mij die vriendin en vroeg of ze haar wilden vragen mee te gaan. Dat was OK. We gingen de meisjes ophalen en het eerste wat ik zag toen de “onbekende” de trap afkwam was een ingepakte knie (gevallen tijdens het schaatsen). Daarna kwam de rest van het vrouwelijk schoon, maar dat was niet het meisje dat ik in gedachten had….

We zijn die avond toch nog op de dansvloer terechtgekomen, mijn vriend en z’n vriendin uit het oog verloren en geëindigd in een lang gesprek op de achterbank van mijn Renault. Nu had ik in Harderwijk, waar ik inmiddels gelegerd was, een meisje uit Eindhoven ontmoet, dat ik had uitgenodigd mee te gaan naar het nieuwjaarsfeest van de rugbyclub. Ik wilde nu echter liever met mijn nieuwe vriendin gaan, dus zo geschiedde. Deze nieuwjaarsfeestjes werden altijd druk bezocht. Om half een pikte ik haar op, na met haar moeder kennisgemaakt te hebben, zo ging dat nog in die tijd.

Op weg naar Naarden begon de Renault te roken en in Hilversum, waar nu het Mediapark is gevestigd, begaf de Renault het helemaal. Wat te doen? Mobiele telefoons bestonden nog niet. Ik besloot om de huizen in de buurt langs te lopen om te kijken of nog ergens licht brandde. Dat was gelukkig zo en de bewoners waren zo vriendelijk om mij naar huis te laten bellen. Mijn ouders waren nog op en mijn vader wilde mij wel ophalen. Kleumend wachtten wij mijn vader op.

Hans en Carla Walscheid van Dijk, 10 april 1965Hans en Carla in 1965

Ik had niet gezegd dat ik een vriendin bij me had, dus dat was een verrassing voor mijn vader, maar hij had niet gezegd dat mijn moeder en mijn broer ook mee zouden komen en dat was weer een verrassing voor mij! Dit werd de eerste kennismaking met mijn familie van mijn vriendin Carla, die later mijn vrouw zou worden. In Naarden zijn we die nacht nooit aangekomen,  maar we zijn in de jaren daarna nog geregeld naar de nieuwjaarsfeestjes in de “echte” Poort in de vesting gegaan, totdat een paar jaar later alcoholcontroles werden ingevoerd. Dat betekende het einde van de nieuwjaarsfeestjes in de Poort.

De Renault Dauphine 1956 scoort een eervolle 9e plaats op “The 50 Worst Cars of All Time”-lijst van Time magazine. De motivering is glashelder: “The most ineffective bit of French engineering since the Maginot Line, the Renault Dauphine was originally to be named the Corvette, tres ironie. It was, in fact, a rickety, paper-thin scandal of a car that, if you stood beside it, you could actually hear rusting. Its most salient feature was its slowness, a rate of acceleration you could measure with a calendar. It took the drivers at Road and Track 32 seconds to reach 60 mph, which would put the Dauphine at a severe disadvantage in any drag race involving farm equipment. The fact that the ultra-cheap, super-sketchy Dauphine sold over 2 million copies around the world is an index of how desperately people wanted cars. Any cars”.

Reactie Hans Walscheid van Dijk: “Ik heb toch wel plezier beleefd aan de Dauphine”.

Aardig merkwaardig, door Louis van Keller (1983)

Onder de wat zakelijke titel “Herinneringen” schreef Louis van Keller 30 jaar geleden aardige en merkwaardige herinneringen op uit zijn toen al 30-jarige carrière bij RC ’t Gooi. Op de titel na hebben we niets aan Louis’ verhaal veranderd, behalve dan dat het nu mét plaatjes verschijnt. En nu Louis aan het woord.

Louis van Keller in 1965

We zitten toch nog steeds in de “Lustrum” sfeer en daarom, op verzoek van Tineke Jacobs, hierbij wat rugbyherinneringen. Schrijf maar wat grappigs, zei Tineke. Makkelijk gezegd. Niet dat er zo weinig gelachen is in die 30 jaar dat ik bij de rugbyclub ben, maar in de loop der jaren verdwijnen heel wat details.

Nederlands team, 1950. Achter: Ab Rootlieb (Gooi), Siep Reijnders (AAC), Cor de Rie (Gooi), ? (DSRC), vd Hoek (DSRC), Ben Ziepzeerder (AAC), Anton vd Beek (AAC), Toon Bogers (AAC), ?, Ref ?, voor: Piet Dijkman (Gooi), Ab Nordeman (Gooi), ? (DSRC), Werner Buchner (Gooi), Joop van Vught (AAC), ?, ?, ?

Mijn kennis van het spel dateert overigens al van voor mijn lidmaatschap, toen ik op sportpark Zuid in Bussum naar mijn rugbyende broer ging kijken. Ik herinner mij zelfs nog die legendarische scrumhalf van AAC, Joop van Vught. Of hij nu werkelijk zo goed was weet ik niet, ik ben hem niet vergeten omdat hij nou bepaald niet het type van een stoere rugbyer was. Klein, tenger, blekig, kalend, tanig. Meer het type van een boekhoudertje op een stoffig kantoortje. Als dan die grote, zware kerels van AAC, ARVC of ’t Gooi over dat mannetje heen vielen, dan was iedereen op de tribune elke keer weer vol verbazing dat dat taaie mannetje ook elke keer weer gewoon opstond. Zoiets als die kip die overreden wordt door een reusachtige wals, haar veren schudt en zegt: “Tjonge tjonge, dat was nog eens een haan!”.

1934-35 Kamperen met Henk Kruissink (mede-oprichter en eerste voorzitter van RC ’t Gooi), Bob Lamberton, Johan de Kooter, Witte van Heijningen (die in 1933 de eerste try voor RC ’t Gooi scoorde)

Speler van het eerste uur Van Heijningen sprak onlangs in ons clubhuis over die merkwaardige boom die midden in RC ’t Gooi’s eerste rugbyveld stond. Nou, iets dergelijks had sportpark Zuid ook. Oorspronkelijk was het sportpark gebouwd voor concours hippique. In de grond was een betonnen bak gemaakt en gevuld met water moesten daar de paarden over springen. Die betonnen bak was er nog steeds, lag precies in het goalgebied en leek net een vijver na enkele flinke regenbuien. Geen tegenstander deed iets als de bal in die vijver dreef en de Gooiers scoorden menige try door de bal daar alsnog te (onder)drukken. Ernst Sandtmann was er specialist in.

Van Ernst herinner ik mij ook nog een andere escapade. Nijenrode had in die dagen een vreselijk modderig veld. Pure rivierklei. Na een paar regenbuien lag er een laagje water op en was het veld zo glad als spek. We zijn na afloop weleens met onze rugbyspullen aan onder de douche gegaan. Eens tijdens zo’n glibberpartij sprintte fullback Ernst naar de bal, gleed uit, viel languit op zijn buik, gleed als een surfplank zo’n 7 á 8 meter over het veld en schoot als een raket in een sloot, twee meter naast het veld. Wat hebben we gelachen.

Oude meesters 1974, achter: Peter Oomens, Piet Bakker, Hans vd Bovenkamp, Joop vd Bovenkamp, John Heydendahl, Hans Walscheid van Dijk, Kees van Gelderen, Eisse Zorge, Frans Lambour, Joep van Gelderen, Pieter Luteyn, Peter Akkermans, midden: Ge Meerman, Piet Dijkman, Chris Veerman, Rob Plat, Henny Westerweel, voor: Dolf Ubaghs, Arnold de Wolf, Ernst Sandtmann, Ton de Mey, Paul Wurster

In die jaren moest je je vaak met een enkel straaltje koud water behelpen na de wedstrijd. Dat koude water deed menig Gooier besluiten zijn kleren bijeen te graaien en thuis onder de douche te gaan. Zo ook Gé Meerman. Hij pakte zijn kleren en zat even later in de auto op weg naar Amsterdam. Jammer genoeg had hij ook de broek van Piet Dijkman meegenomen. Knoestige Piet zat er niet mee en recipieerde even later doodgemoedereerd in zijn modderige rugbybroek-tot-op-de-knieën in de stamkroeg van de club, Café Restaurant Prinses Margriet.

Eens reden we, op weg naar een wedstrijd tegen Den Haag, met 5 Gooiers geklemd in een Volkswagen-kever Den Haag in toen de bestuurder van een Opel meende gesneden te worden. De Opel werd dwars op de weg gezet en eruit stapte een klein, giftig Indonesiërtje. De Volkswagen stopte en eruit stapte 1 kerel, 2 kerels, 3 kerels………, 4 kerels………, 5 kerels! De Indonesiër stond stil, wilde iets zeggen, stond met zijn mond open te kijken naar die vijf woeste kerels die op hem afkwamen, slikte zijn woorden in, stapte snel in zijn auto en scheurde weg.

En dan al die aardige, merkwaardige mensen die ooit ons shirt droegen. Eens hadden we een trage, met veel te grote passen lopende speler. De meeste tegenstanders waren hem te snel af maar moedig zette hij dan al sjokkende de achtervolging in. Al spoedig het hopeloze van de strijd inziende besloot hij dan, om zijn gezicht te redden, zijn “sprint” met een prachtige, spectaculaire zweefduik…. in het luchtledige.

Noordwijk, demonstratiewedstrijd tegen Hilversum, van rechts af: 4e Loek van Keller, 7e Koen Schols, 8e Dolf Ubaghs, 15e André van Keller

Koen Schols was een goeie rugbyer met een chronisch tekort aan conditie. Ik herinner mij van hem, dat hij menig keer prachtig doorbrak en het veld over sprintte, om vervolgens enkele meters voor de tryline dodelijk vermoeid, over zijn eigen voeten struikelend, tegen de grond te smakken.

Dolf Ubaghs is misschien de beste tackelaar geweest die de club ooit gehad heeft. Dolf tackelde de eerste center met zoveel snelheid en kracht dat hij en passant de tweede center meenam. In de laatste jaren van zijn carrière had dat goede tackelen één groot nadeel. Ons Dolf hield zijn hoofd aan de verkeerde kant, zodat de tegenstander op hem viel, waardoor Dolf menig keer voortijdig het veld moest verlaten.

Als vierkant gebouwde Erik Neumüller van ARVC (meestal kwamen ze met niet meer dan een man of 10 naar Bussum) de bal had, schalde zijn strijdkreet over het veld: “Ratatata!”. De kreet van ’t Gooi in die dagen was: “van ijzer Gooi!”.

Tweehonderdtwintig pond zware en 1.95 m grote John Heydendaal kwam uit een familie van Monte Carlo rijders. John zelf kon er ook wat van. O jee, als hij dat ging demonstreren. Eerst pakte hij dan op volle snelheid een benzinestation. D’r op en er weer af met honderd zoveel kilometer. Daarna kwam een gevaarlijk kruispunt. Volgens John moest je die als volgt oversteken: flink gas geven, de handrem aantrekken, stuur omgooien en achterste voren stoof je dan het kruispunt over. Dat was véél veiliger volgens John. Nee, dan deed mijn beste vriend Alfred Kinébanian het anders. Reden we met vijf auto’s naar Amsterdam, dan waren de eerste vier auto’s zo ongeveer bij Diemen als Alfred nog steeds links, rechts, links, rechts turend bij het eerste kruispunt in Naarden stond.

Onze grote truc met lichte en uiterst lenige Alfred (hij was de enige die zelf zijn hele rug kon wassen) was om hem te posteren naast de meest gevaarlijke line-out springer van de tegenstander met als opdracht: “sla zijn benen weg, op het moment dat hij helemaal boven is”. Dat deed Alfred nauwgezet. Kwam zo’n tegenstander verkeerd, plat op zijn rug, op de grond, dan hoorde je: “Pfffffffff”, een tijdje niets, waarna moeizaam piepend en kreunend: “hie, hu, hie, hu, hie, hu” de adem weer op gang kwam.

RC ’t Gooi-bestuur in 1963. Dolf Ubaghs, Louis van Keller, Jaap Simons, Ernst Sandtmann, Bas Hageman

Egbert Otten ging mee kijken bij een uitwedstrijd en stond voor hij het wist in het veld voor zijn eerste wedstrijd. Bas Hageman was een veel betere sprinter dan tackelaar. Ik herinner mij, ik geloof dat het bij Te Werve was, dat Bas de achtervolging inzette op een heel dikke prop van de tegenpartij die rechtstreeks op de tryline afstevende. Bas had hem spoedig ingehaald, maar dan moest de tackel komen, komen, komen, komen en dat duurde en duurde en duurde.  De dikke prop met Bas’ adem in de nek werd nerveuzer en nerveuzer. Keek om, keek weer om en viel toen over z’n eigen voeten. Van die komische strip hebben we toen buikpijn overgehouden.   

Henk Werkman is de langste speler die we ooit gehad hebben: 2.06 meter! Na een drukke zaterdag en een onbeslapen zaterdagnacht speelden we in Hannover onze tweede wedstrijd op zondag. Bij een lange kick ver over ons heen waren we volkomen gerust, dat onze goeie Zuid-Afrikaanse Willem van Drimmelen dat wel zou klaren. Toen we omkeken zagen we….. Willem van Drimmelen languit in diepe slaap in het 25-gebied liggen.

“Engelsman” The Mai (Ton de Mey) in 1970 

Beste herinneringen bewaren we ook aan die vele demonstratiewedstrijden die we in de loop der jaren speelden op Koninginnedag ergens op het platteland. Eerst de koeinnn van het laaand en daaan die gekke ruggebieers d’r op. Eens zouden we tegen Engelsen spelen. Toen die niet kwamen bouwden we 15 Gooiers om tot Engelsen. De luidspreker riep de namen om: “King, Fox, Uncles, The Mai, Flat” enz. Zoiets zouden we best nog eens kunnen doen. Bijvoorbeeld een Duits team bestaande uit Schindler, Elfferich, Schneider-Bloksch, Von Eichen, Bäkker, Wilhelms, Platsch, Zinholtz, Telcht!!, Völker und Dirch-Johann Lindenbaum onder leiding van der Fritz Frankfurt tegen een Gronings-Fries team met spelers als Steginga, Ettema, Houba, Scheltema, Frankema en Graderma.

Nu stop ik. Vervolg over 5 jaar.

De oostelijkste club van Nederland (1963)

Het bestuur van RC ’t Gooi in 1963, met Bas Hageman uiterst rechts. De overigen zijn Dolf Ubaghs, Louis van Keller, Jaap Simons en Ernst Sandtmann

In het jubileumnummer van De Scrum van april 1963 schrijft redacteur, secretaris van het RC ´t Gooi-bestuur en voorzitter van de Pers- en Propagandacommissie van de Nederlandse Rugby Bond Bas Hageman onder de titel “Verder kijken dan onze neus lang is” over de ontwikkeling van het rugby in Nederland. Hij heeft het over clubs “die zich nu als stevige dertigjarigen en als goede bekenden aan ons voordoen. De Haagse Rugby Club, AAC uit Amsterdam en… onze bloedeigen Rugbyclub ’t Gooi. Daartussendoor registreren wij clubnamen die nu in geen enkel annaal meer voorkomen. De ‘oude’ RC Hilversum, de RC Heemstede, de RC van de MTS in Haarlem, de RC van de Adelborsten in Den Helder”.

Verdwenen: ARVC, de Amsterdamsche Rugby Voetbal Club

En verderop in zijn verhaal: “Met groot ontzag hebben wij altijd naar het Zuiden gekeken waar de RC Eindhoven als eenling in een groot gebied zich weet te handhaven. Het is dringend noodzakelijk dat er in Breda, Tilburg, Den Bosch en Nijmegen rugbyclubs komen om het de Eindhovense pioniers wat gemakkelijker te maken. Nu drijven zij helemaal de Belgische kant op en ofschoon wij niets dan goeds willen zeggen van onze zuidelijke buren, achten wij dat niet helemaal gezond.

Verdwenen: de Leidsche Rugby Voetbal Club

Ook in Groningen zitten de studenten al heel lang te popelen om een rugbyclub te formeren. Maar dan moet er ten oosten van de lijn Naarden – Bussum – Hilversum – Breukelen eerst een of meer tussenschakels komen. Wageningen, Apeldoorn, Zwolle, Meppel, Heerenveen en Assen moeten veroverd worden. En laten wij dan gelijk een begerige blik werpen op Zutphen, Hengelo, Enchede, Arnhem en Dedemsvaart. Utrecht wordt spoedig onder handen genomen. En wat te denken van Haarlem, Alkmaar en Zaandam?

Verdwenen: de afdeling Rugby van de Sportvereeniging van de MTS Haarlem

Wij ontveinzen ons niet dat wij hier en daar een beetje kwistig zijn geweest bij het etaleren van onze plaatsen-kennis, maar toch is het ons allemaal complete ernst. Ook al worden onze communicatiemiddelen sneller en beter, ook al reist men binnenkort veilig, vlug en altijd toch wel onvoordelig naar de Maan, het is eigen clubbelang te zorgen dat de belangen van de andere clubs goed behartigd worden”.

Eén van de nieuwe clubs in Oost-Nederland uit de jaren ’70: The Pigs uit Arnhem

Dat waren dus heel andere tijden in 1963, toen RC ´t Gooi en RC Hilversum de meest oostelijke clubs van Nederland waren. Het geeft wel voldoening te constateren, dat anno 2013 nagenoeg het hele verlanglijstje van Bas Hageman in vervulling is gegaan, zeker omdat ”onze” Ton Steenwinkel daar als bondsbestuurder in de jaren ´70 een belangrijke rol bij heeft gespeeld. Al blijft er natuurlijk altijd wel wat te wensen over. Waarom is er bijvoorbeeld nog steeds geen rugbyclub bij onze buren in Huizen?

RAF Brüggen (1965)

Prijsbewuste luchtreizigers kennen het wel: vliegveld Weeze, vlak over de grens in Duitsland. Tot 2002 was er op die plek een vliegveld van de RAF gevestigd, met Britse militairen, die ook aardig konden rugbyen. Op 10 april 1965 ondernam RC ’t Gooi een trip naar RAF Brüggen, als return voor het bezoek dat de Britten op 31 oktober 1964 aan Naarden brachten. En misschien ook wel om de uitslag van de wedstrijd tegen de militairen een beetje goed te maken.

Maar er was nog een reden, nl. het terughalen van ‘souvenirs’. En er was een taktisch plan, waarvoor vrouwen nodig waren:

Of die vrouwen ook een rol speelden bij het maken van de foto van de onvermijdelijke ‘pitstop’ vermeldt de geschiedenis niet. De sfeer in de bus lijkt er niet onder te hebben geleden.

 

Zie ook het fotoalbum RAF Bruggen 1965.