Meer dan 20.000 pagina’s van de lustrumwebsite bekeken!

Vlak voor Kerst 2013, ruim negen maanden na de start van de lustrumwebsite stond de teller van het aantal pageviews (bekeken pagina’s) boven de 20.000! Dat geeft wel aan, dat er geregeld op de site wordt rondgeneusd, ondanks dat er de laatste paar maanden geen nieuwe verhalen, foto’s en filmpjes verschenen zijn. En daar komen ook de kijkers op de Facebookpagina over 80 jaar RC ’t Gooi nog bij. Facebook maakt daar uitgebreide statistieken over: 17 kolommen maar liefst. Twee daarvan zijn duidelijk: de datum en het aantal mensen dat de Facebookpagina heeft geliked. Dat zijn er 140.

Verder hebben 17.031 personen een bericht, filmpje of foto ‘geliked’ of een persoon op een foto ‘getagged’, 87.172 personen hebben geklikt op berichten en 542.733 mensen hebben berichten die zijn geplaatst gezien. Tenminste: als we het goed hebben begrepen… De overige kolommen dienen vooral om te imponeren en de eenvoudige lezer het statistische bos in te sturen. De aantallen zijn indrukwekkend: ze lopen op tot maar liefst 3.245.659! Maar wat ze nu precies voorstellen…?

’t Geeft in elk geval wel aan, dat ons lustrum niet ongemerkt voorbij is gegaan. De Top-10 pagina’s op de lustrumwebsite zijn:

1. Over… 3.295 16,4 %
2. Home page / Archives 2.192 10,9 %
3. Fotogalerie 1.571 7,8 %
4. Interviews 1.066 5,3 %
5. Jaren 80 762 3,8 %
6. Jaren 70 731 3,6 %
7. Jaren 60 en eerder 615 3,1 %
8. Jaren 90 557 2,8 %
9. Terug naar de toekomst in 1997 434 2,2 %
10. Specials 417 2,1 %
Totaal 11.640 58,1 %

De eerste twee betreffen de homepage; samen goed voor 5.487 pageviews (27,4%). De volgende categorie betreft foto-galeries en bestaat uit de nummers 3, 5, 6, 7 en 8: samen goed voor 4.236 pageviews (21,2%). Dan volgen de filmpjes: de nummers 4 en 10, samen goed voor 1.483 pageviews (7,4%). We kijken dus vooral naar foto’s en filmpjes. En dan blijft nummer 9 over: het eerste en enige verhaal in deze Top-10, met 434 pageviews (2,2%). Waarom nu juist dit verhaal zo goed scoort? Omdat de term ‘SWOT-analyse’ (analyse van sterkten en zwakten, kansen en bedreigingen) daarin voorkomt en er nogal wat studenten zijn, die Googlen op die zoekterm…

Na ’Terug naar de toekomst’ ziet de verhalen top-10 er als volgt uit:

1. Terug naar de toekomst

2. De Nijenrode connectie

3. Rugbypromotie in de jaren ‘70

4. Kampioen der kampioenen

5. Ben Hosman in gesprek met Herman Nijhuis

6. “Een leuk stel mannen”, door Tom Visser

7. September 1980: 148 – 13 voor RC ‘t Gooi

8. Felicitaties en herinneringen, door Tibor Snelders

9. De oertijd van RC ‘t Gooi: het échte verhaal

10. Café-restaurant Prinses Margriet

Nog niet allemaal gelezen? Grijp dan nu je kans en klik even door… O ja: we zijn van plan in januari en februari 2014 weer wat nieuwe verhalen en filmpjes op de site te zetten, want het lustrum-seizoen is nog niet afgelopen. Hou ‘t dus in de gaten!

“Een leuk stel mannen”, door Tom Visser

 

1937 teamfoto met oa Bep van Kooten

 Gooi-team uit 1937-38, demonstratiewedstrijd in Dieren. Geknield: Kees Meeuwis, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Fred Huyer, Elbert Kortenoever, Walt Jongman. Staand: Bob de Jonge, Dolf Plat (met scrum-cap), Jan van Schaik, Bob Swart (met alpinopet), Ko Munnikhuizen, Bep van Kooten, Witte van Heijningen, Rein Koopmans, Zöllner, Jaap van Schaik, onbekende heer in regenjas.

Walter Koopmans en Marie Sophie Wesel reageerden op het verhaal “Ben Hosman in gesprek met Herman Nijhuis (1977)” op deze lustrumwebsite. Zij bleken de zoon en de kleindochter te zijn van ons oer-lid Rein Koopmans, die in de jaren ‘30 en ‘40 rugby speelde bij het toen nog piepjonge RC ‘t Gooi. Rein speelde onder meer mee in de heroïsche sneeuwwedstrijd tegen Anderlecht in 1946. Aat & Walter KoopmansHij overleed in 1992 op 76-jarige leeftijd. Via Walter Koopmans – vernoemd naar een ander oer-lid van RC ’t Gooi, Walt Jongman – kwam ik in contact met zijn 92-jarige moeder, mevrouw Aat Koopmans-de Vries.  

Aat Koopmans-de Vries met zoon Walter Koopmans

Het plan werd bedacht om een verhaal voor de lustrumwebsite te maken over Rein Koopmans en de beginjaren van RC ‘t Gooi en vragen, zoals “wat voor club was het toen?” en “hoe gingen ze met elkaar om?” te beantwoorden. Er vond een gesprek plaats, waarbij vergeelde documenten en oude foto’s op tafel kwamen. En natuurlijk de verhalen van lang geleden.

Feest 12 1/2 jr RC 't Gooi in 1945Vergeeld krantenartikel over het 12,5 jarig jubileumfeest in 1945

Reinold Koopmans werd geboren in 1915 in Blaricum. Hij ging naar de tekenschool (ambachtschool) in Hilversum, net als zijn vriend Henk de Vries, de broer van zijn latere vrouw Aat. Rein dook vanwege de razzia’s door de Duitsers in 1943 of 1944 onder bij de familie De Vries om aan tewerkstelling in Duitsland te ontkomen. Daar leerden Aat de Vries en Rein Koopmans elkaar kennen. Zo raakte Aat betrokken bij RC ’t Gooi.

“’t Was een leuk stel mannen” zegt ze over die tijd, “je voelde je er thuis, ook met de vrouwen van de spelers. Er werd nooit gescholden of lelijke dingen gezegd. De meeste spelers waren ook geen grote, stoere jongens. Ze speelden niet op kracht, maar volgens de spelregels. Dieter Büchner en Walt Jongman – de neef van Rein – waren wel grote kerels. Rein Koopmans was niet groot, zo’n 1.75 m lang, hij was rustig, trad niet op de voorgrond, maar was als speler gedreven, soms fanatiek. Ook buiten het rugbyveld gingen ze met elkaar om, het was een echte vriendenclub. Zo werd er bijvoorbeeld gezamenlijk gekampeerd op het strand van Egmond aan Zee, dat mocht toen nog“.

ReinK-35Kamperen op het strand van Egmond aan Zee in 1934/35: RC ’t Gooi-oprichter Henk Kruissink, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Witte van Heijningen, Walt Jongman

Toen Rein en Aat in 1946 trouwden vond haar schoonvader, dat het nu tijd was om maar eens op te houden met dat rugby-spelen en alle energie in werk en carrière te steken. Maar dat was niet naar de zin van Aat en dat gebeurde dus ook niet. Rein is nadat hij met spelen stopte nog vele jaren lid van de rugbyclub gebleven. De vriendenkring uit die tijd is heel lang blijven bestaan, vaak tot het overlijden toe. Rein en Aat Koopmans waren in het bijzonder bevriend met neef Walt Jongman, Ben Hosman, Frans Buys, Dick Bouwman, Gé Meerman, Bob Zwart, Kees Meeuwis, Bob Lamberton en Witte van Heijningen en hun partners. Dat bleef niet beperkt tot wederzijdse bezoeken en verjaardagskaartjes, maar omvatte ook gemeenschappelijke hobbies. Zo waren Rein Koopmans, Dick Bouwman en Ben Hosman alle drie enthousiaste amateur-kunstschilders.

ReinK-15Tekening van Dick Bouwman voor de 75ste verjaardag van Rein Koopmans

Zoon Walter Koopmans ging wel met z’n vader mee naar de feestjes in de Utrechtse Poort. Hij heeft zich zelfs laten verleiden om bij ’t Gooi te gaan rugbyen, maar dat bleek toch niet z’n roeping te zijn. Rein Koopmans bleef altijd belangstellend naar het wel en wee van RC ’t Gooi. Zo nam hij deel aan de reünies van oud-spelers in 1978 en 1983, in het toen hagelnieuwe clubhuis.

1978 Lustrum-06Rein en Aat Koopmans bij de lustrum-reünie in 1978, rechts vooraan op de tribune van het sportpark in Hilversum, tussen de andere RC ‘t Gooi-reünisten

1983-04-23 Lustrum reunie-02Oud-spelers bij de lustrum-reünie in 1983. Achter: Cor de Rie, Dieter Büchner, Dick Bouwman. Midden: Witte van Heijningen, Kees Meeuwis, Dolf Plat, Henk van Zalinge, Wim Klink, Paul Engelblik. Vooraan: Rein Koopmans, Henk Ulrici, Jaap Klasema, Ben Hosman, Louis Hosman, Bob Lenderink.

Zie ook:

Ben Hosman in gesprek met Herman Nijhuis (1977)

De heroïsche sneeuwwedstrijd tegen Anderlecht (1946) 

Vlak na de oorlog: 12 1/2 jaar RC ’t Gooi (1945)

De paden op (2013)

IMG_6669

“Of-ie gek geworden was?” en of ‘t echt geen grap was? Dat waren reacties die Jack Heer te horen kreeg op zijn idee om met een aantal oud-rugbyers met enige regelmaat een uurtje of zo te gaan wandelen. Nou had hij het er wel een beetje naar gemaakt, hij schreef namelijk: met ingang van 1 april ga ik mijn leven omgooien (of zoiets), en dat is natuurlijk wél een verdachte datum.

IMG_6667

“Het schijnt goed voor je conditie te zijn“ was z’n argument “en nog gezellig ook”. Dat gaf de doorslag. Bij de eerste expeditie, begin april, vertrokken er zeven helden vanaf het clubhuis voor een rondje om de vesting. In vroeger jaren een rondje, dat als de toestand van het veld trainen niet toeliet, hollend in het donker als trainingsrondje werd afgelegd. Nu bij daglicht en in een iets bedaagder tempo dan voorheen.

IMG_6673

‘t Ging langs voormalig clubhuis de Utrechtse Poort, de Promerskazerne en de kinderboerderij en vervolgens om de vesting heen weer terug naar het clubhuis. Daar werd nagepraat met koffie en gebak. Dat ’t naar meer smaakte blijkt, want inmiddels is de wandelclub er al weer enkele malen op uit geweest in de omgeving van Naarden. Binnenkort staat de eerste wandeling in “vreemde” omgeving op het programma: in Hilversum.

IMG_6696

Wat dit met ’t lustrum van RC ’t Gooi te maken heeft? Ga maar na: de zeven wandelaars dragen met elkaar zo’n 250 á 300 jaar betrokkenheid bij de club met zich mee….

Zie ook de foto’s en het filmpje over dit zelfde onderwerp!

 

Pa Büchner, een “vergeten” erelid? (jaren ’40/’50)

A. ("Pa") Büchner, trainer en coach 1944-1962Aquarel van Pa Büchner

In 1988 ondernam oud-Gooispeler Jaap van den Berge een actie voor erkenning van de verdiensten van de heer Adolf Büchner, de vader van de oud-Gooiers Werner en Dieter Büchner. BApril 1998, Ge Meerman, Jaap vd Berge, Louis Kehrer, Rien Termeulenij zijn bezoeken aan de lustrum-reünies in het nieuwe clubhuis in 1983 en 1988 was het Jaap opgevallen, dat er geen aandacht aan deze opmerkelijke figuur uit de Gooi-historie besteed werd. Zijn actie leidde er onder meer toe, dat Adolf Büchner in 1989 postuum tot erelid van RC ’t Gooi benoemd werd. Wie was eigenlijk deze heer Büchner, die niet alleen door zijn zoons “pa” werd genoemd?

Jaap van den Berge (rechts) met Gé Meerman bij de lustrumviering 1998

Zo’n 25 jaar eerder stond er in de De Scrum van 28 augustus 1963 een in memoriam voor Adolf Büchner met als titel “Terugblik”, dat een aardig inzicht biedt in de persoon Pa Büchner. De datum van zijn overlijden wordt niet genoemd. Schrijver: die zelfde Jaap van den Berge.

IM Pa Buchner-01

00 teamfoto-01

RC ’t Gooi-teamfoto uit ca. 1952 met o.a. Dieter Büchner (staand, 3e van links) en Werner Büchner (vooraan, met bal)

IM Pa Buchner-02

1943 kaartje leggen bij fam BuchnerKaartje leggen bij de fam. Büchner, ca. 1943, Theo Terlingen, Joop Dooyer (beiden geen rugbyer), Bob Lenderink, Dieter Büchner, Tonny de Lange (geen rugbyer)

IM Pa Buchner-03

1948-04 Geselecteerd schoolteamTeam van Bussumse middelbare scholieren, dat in april 1948 tegen een schoolteam uit Liverpool speelde. Geknield: ?, Werner Buchner, Bob Lenderink, Frits Frankfort, ?, ?

IM Pa Buchner-04

1945-12-23 Ned-Belgie teamsDe eerste naoorlogse Nederland – België op 23 december 1945 op Sportpark Zuid in Bussum. Links met bloemen bondsbestuurder (en Gooier) Kees Meeuwis, rechts met alpinopet scheidsrechter Paul Béchet. De Belgen dragen vesten.

IM Pa Buchner-05

1948-02-07 bal masque midden pa BuchnerBal masqué, 7 februari 1948, ?, hr. Von Stein (schilder), Dieter Büchner, pa Büchner, mw. Büchner, Werner Büchner, ?

IM Pa Buchner-06

1962-12-16 Hannover Victoria-01Bezoek van Victoria Hannover met Gooi-bestuur aan stadhuis Naarden eind 1962

IM Pa Buchner-07

Bob Lenderink met Pien-03 en pa BuchnerPa Büchner met pijp bij het bal masqué 7 februari 1948 

Ook buiten RC ’t Gooi bleef Pa Büchner niet onopgemerkt; zo zei Toon Bogers, oud-speler van AAC en erelid van de NRB, in de lustrum-Scrum van 2003 over de jaren kort na de oorlog: “In die tijd was pa Büchner, de vader van Werner en Dieter, coach en wel een zeer bijzondere. Vooral ten aanzien van zijn terminologie, hij was van Duitse komaf en hij hanteerde langs de lijn de Duitse termen, zo brulde hij “unter die Billen”, wanneer hij vond dat de scrum niet laag genoeg inkwam, de line-out was “die Gasse” en de scrum “Gedrängel”, opmerkelijk was, dat niemand daar aanstoot aan nam en dat vlak na de oorlog”.

Een markante man dus, die het verdiende om erelid te zijn. Wel opmerkelijk, dat hij in 1989 postuum tot erelid werd benoemd, terwijl hij dat blijkens het in memoriam van Jaap van den Berge uit 1963 al was. Blijkbaar dus een “vergeten” erelid, niet alleen door de club, maar ook door Jaap van den Berge.

Zie ook ‘De eerste interland na de oorlog’.

Felicitaties en herinneringen, door Tibor Snelders

Handig, internet. Ik kreeg het e-mailadres van Tibor Snelders te pakken en  vroeg hem om me vanuit het buitenland een felicitatiefilmpje voor op de lustrumwebsite te sturen. “Ben niet goed met computers etc., weet dus ook niet hoe je een filmpje moet maken. Concentreer me dus maar op het geschreven woord“, schreef hij terug. Hier volgt zijn verhaal.

foto029Gooi 13-14 maart 1978, bij AAC Heineken Sevens, achter: Marco Cupedo, Peter Jacobs, Jeroen Snijders Blok, Ton Jacobs, Rene van Latum, voor: Mark Dekker, Tibor Snelders, Vincent Snijders Blok, Guus Lakeman

Ik, Tibor Snelders, wil hierbij het gehele Gooi feliciteren met het 80-jarige jubileum. Wie had dat ooit gedacht, ik zeker niet, dat ‘t Gooi nog steeds zou bestaan. En wat voor een bestaan! Sinds mijn emigratie naar Nieuw-Zeeland in september 1980 is ‘t Gooi gegroeid naar een “force”, waar heel rugby-Nederland rekening mee heeft te houden. Niet alleen op clubniveau maar gelukkig ook op rugbyniveau: de laatste jaren een topclub met topresultaten. Ik had dat zeker niet verwacht. In mijn tijd was het net een jojo: het ene jaar in de ereklasse, het andere jaar er weer uit.

Tibor Parijs-03In Parijs, april 1970, tegen St. Denis. Tibor Snelders rechts, Eddy Willems links

Hoe ben ik met rugby in contact gekomen? Na een succesvolle atletiekcarrière op de midden- en lange afstanden en een gebroken been zocht ik naar iets anders. Je kent dat wel, na serieuze sport iets luchtigers met veel feestjes, lachen en met je kameraden er op uit. Ook een beetje sport natuurlijk. Dacht dat ik via Jack Heer, hoe weet ik niet meer (weet jij dat nog Jack?), in aanraking kwam met rugby. Zo rond de jaren 1963/1964. Niet speciaal er voor “gebouwd”, maar mijn snelheid had ik mee en dat was mijn pluspunt. Na niet al te lange tijd werd ik al in het eerste team opgenomen.

Tibor Parijs-04

In Parijs, april 1970, tegen St. Denis. Tibor Snelders rechts, naast de scrum

Herinner me nog als de dag van gisteren een van mijn eerste wedstrijden voor het eerste team. Tegen wie? Natuurlijk tegen onze lokale rivaal Hilversum. Positie: wing (vanwege snelheid). Zoals dat gaat, op een bepaald moment had Jan Rosman (toen internationaal spelende voor Biarritz, dacht ik) de bal en zou een try drukken. Mooi niet dacht ik weer, zal Jan even pakken. Nou die tackle ging goed, de try werd voorkomen, maar ik had wel gelijk een gekneusd sleutelbeen. Deed dus even pijn. De volgende wedstrijden speelde ik met “bescherming” (van schuimrubber) in mijn shirt. Zag er ineens een stuk gevaarlijker en indrukwekkender uit (goed voor de tegenstanders). Was ik toen een trendsetter voor dergelijke shirts? Zo’n tien jaar geleden zag je ineens ook internationals met beschermende padding spelen. Nu is dat niet meer zo, geloof ik. Al spelende “klom” ik op in de opstelling en uiteindelijk kwam ik dan op mijn plek: scrumhalf. En dat heb ik gespeeld totdat ik stopte.

Tibor Parijs-01In Parijs, april 1970, tegen St. Denis. Tibor Snelders kijkt ons aan. 

Nog een gebeurtenis die ik niet snel vergeet, was een wedstrijd in Parijs. Mijn vriendin Maud ging ook mee, kon ik mooi eens “indruk” op haar maken met mijn “internationale” carrière. Het was een modderbad en we verloren natuurlijk.Tibor Parijs-02 Maar de Fransen waren zo onder de indruk, dat ze nog wel een tweede wedstrijd tegen ons wilden spelen, tegen hun tweede of zo. Lekker Frans weet je wel, als ze maar kunnen winnen is alles goed. Ook die verloren we, maar ik werd toen “en passant” tijdens het spel even flink met mijn gezicht in de modder gedrukt. Resultaat: kon niets meer zien. Liep naar de kant en vroeg mijn “lieve” vriendin me even schoon te maken… Mooi niet, “veel te vies en jij wil toch zo graag spelen..? Je zoekt het zelf maar uit”.

Tibor met gezicht onder de modder

Desondanks is zij toch met me getrouwd en nog gelukkig na 43 jaar. Er was ook een “gefluister”, dat de Nederlandse bondscoach wel wat zag in “die kleine”..: voor het jeugdteam. Helaas, door wie weet ik niet, werd er terug gefluisterd, dat ik wel een paar jaartjes boven de “onder-21-team” grens was. Jammer, dat was dus gelijk het begin en het einde van mijn internationale rugbycarrière. Herinner me ook, dat er een nieuw bestuur kwam, Hans Plat, financiën, Hans Grader, voorzitter, en ik zou dan de jeugd voor mijn verantwoording nemen. Toen werd het concept van een team van leiders rond de jeugdteams gevormd. We realiseerden ons, dat de club het van de jeugd moest hebben om te groeien en de kwaliteit van rugby te verhogen. Per jeugdteam werden een manager (organiseren), een trainer (alleen training) en een coach (wedstrijd coaching) aangesteld. Na veel praten hadden we dat voor elkaar en ik denk dat dit het begin is geweest van de opkomst en groei van onze jeugdleden.

Tibor Jack SpanjeTibor en Jack in Spanje aan het werk

Wat nog meer? Je ontdekt kameraadschap en vriendschap. Jack en ik hebben samen een halfjaar in Spanje in een nachtclub gewerkt; de verhalen blijven alleen “tussen ons”… In september 1980 zijn we naar Nieuw-Zeeland afgevaren, of eigenlijk gevlogen. Daar heb ik ook nog een paar jaar gespeeld. Maar ja, het verschil in kwaliteit tussen Nederland en Nieuw-Zeeland was zo groot..: iedereen liep links en rechts over en langs me heen. Speelde in het “presidentsteam”, voor over 35 jarigen. Als scrumhalf, maar als er gewonnen moest worden tegen sterke tegenstanders, dan kwamen er ineens veel jongere spelers te voorschijn en stond ik er dus naast. Enfin, werd ook een dagje ouder, liep tegen de 40 en ben er toen mee gestopt.

Tibor 77870002Paul en Annet Würster op bezoek bij de familie Snelders

Contact is er toch altijd wel gebleven met de club. Pim van Doesburg was in Australië voor zaken en kwam even langs wippen. Peter en Tineke Jacobs wipten ook even binnen, Guus Lakeman kwam ook met de backpack. En in de laatste jaren Paul en Annet Würster (met vrienden). Rond 2004 “wipte” ik even langs om wat oude makkers te zien, was een leuke reünie en in 2008 was ik weer van de partij voor het 75-jarig jubileum. Was even overgevlogen.., je kent dat wel.., dat doe je dan even.

Tibor CCF21032013_00000Weerzien in 2004

We hebben een geweldige tijd gehad in Nieuw-Zeeland, het land is erg goed voor ons geweest. Heb er dingen gedaan en bereikt (o.a. ijs en yoghurt gemaakt), die ik in Nederland nooit zou hebben gedaan. Helaas.., Bjorn (onze zoon) was na zijn studie naar Europa gegaan om wat “ervaring” op te doen. Wel, dat duurde zo’n 10 jaar en hij kwam niet meer terug, trouwde met een “lovely” British girl. Kreeg een dochter en toen een tweede dochter. Dat deed ons besluiten om terug te komen naar Europa, om van onze zoon en zijn familie te kunnen genieten. Wie had dat ooit gedacht, dat we op onze oude dag nog eens zouden emigreren. Na 31 jaar in Nieuw-Zeeland gewoond te hebben, vertrokken we in mei 2011 naar Engeland en hebben ons in Surrey gevestigd.

Tibor en Jack 2008Tibor Snelders en Jack Heer bij het lustrum in 2008

Heeft het ons leven veranderd? Zeker weten, we genieten van onze 2 kleindochters, eerst woonden we een wereld van elkaar en nu (letterlijk) om de hoek. Wel even wennen.. Van 5 hectare “tuin” in Nieuw-Zeeland naar een typisch UK “huisje-met-klein-tuintje“. Maar we genieten..; niet van het weer, helaas. RC ‘t Gooi: nogmaals gefeliciteerd en op naar de volgende 80 jaar! Zal zeker proberen dit lustrumjaar nog even langs te wippen, maar dan moeten jullie wel van Hilversum winnen…

Zie ook het fotoalbum Parijs 1970, met foto’s van de modderwedstrijd tegen St. Denis.

 

Diederik en het lustrumfeest in de Promerskazerne (1968)

Diederik van NijveldStatiefoto van Diederik van Nijveld

We hebben ’t over 1968: de Vietnam-oorlog was gaande, net als studentenopstanden, stakingen en de moord op Martin Luther King. Jan Jansen won de Tour, de eerste uitzending van de Fabeltjeskrant vond plaats en Egbert Douwe had een hit met “Kom uit de bedstee, m’n liefste”. Dat jaar dus. Een lustrumjaar voor RC ’t Gooi en ook anderszins een periode, waarin er ontwikkelingen binnen de club gaande waren. Zo wilden we al enige jaren een eigen veld hebben. Dat zou zo’n 30.000 gulden gaan kosten en die had de club niet. Maar hoe kom je aan die centen?

Op een gegeven moment – wanneer precies is niet helemaal duidelijk, maar het zou best in 1967 geweest kunnen zijn – bedacht iemand, dat er een symbool voor de actie “Eigen veld” zou moeten komen en verscheen Diederik op het toneel. Een dwerggeitenbokje, dat gesierd werd met de functionele achternaam “van Nijveld” en dat tevens de mascotte van RC ’t Gooi werd.

Diederik in jubileumboek-01

Diederik in jubileumboek-02

foto114

RC ’t Gooi 1968, achter: Ton de Mey, Egbert Otten, H. Werkman, Chris Veerman, L. Dorrestijn, midden: Hans Walscheid van Dijk, J. van Leeuwen, Louis van Keller, A. Fijth, Kees van Gelderen, voor: Jack Heer, Hans Grader, Chris Plat, Joop Smaal, Richard Slabbers en het bokje Diederik van Nijveld

Op zondag 5 mei 1968 ging Diederik op dienstreis naar Amsterdam, om daar als mascotte voor RC ’t Gooi te fungeren bij het jaarlijkse AAC 7-a-side toernooi. Altijd gezellig, meestal goed weer, mooie wedstrijden en veel oude bekenden om een praatje mee te maken. Geen wonder dus, dat het toezicht op Diederik even verslapte. Diederik-02Het laatst werd hij gezien in het gezelschap van enkele kinderen, die met hem aan de wandel waren. Zoeken leverde niets op en zonder Diederik vertrok men enigszins ongerust weer naar ’t Gooi.

1968-05-11 uitnodiging feest 7e lustrum Promerskazerne-01De verdwijning van Diederik was des te vervelender, omdat hij weer “in functie” zou moeten zijn bij de viering van het zevende lustrum, die de zelfde week op zaterdag 11 mei zou plaatsvinden. Onzekerheid over het welzijn en de verblijfplaats van Diederik zou op z’n minst een schaduw over de feestelijkheden werpen. Die ongerustheid klinkt door in de krantenberichten die er in die week  verschenen. En er waren ook vermoedens…

De voorbereidingen voor het lustrumfeest gingen ondertussen in alle hevigheid door en dat moest ook wel, want het zou groots aangepakt worden:

1968-05-11 Lustrumfeest Promers-01

1968-05-11 Lustrumfeest Promers-02

Van de voorbereidingen en van de ongerustheid over het lot van Diederik getuigt ook het volgende krantenartikel:

Diederik-01

Bij het feest is de opluchting groot, als Diederik gezond en wel zijn opwachting maakt, nadat zijn ontvoerders – de Utrechtse Rugbyclub – eerst de indruk hadden gewekt, dat het slecht met Diederik was afgelopen. Een Utrechter in een bebloede witte slagersjas met een blad waarop botten, vlees en een kop van een bokje lagen vertelde, dat ze zo’n honger hadden gehad, dat ze Diederik hadden opgepeuzeld. En ook dit verhaal verscheen in de krant:

Diederik-03 weer terecht1Diederik-03 weer terecht2

Het was een groots en gedenkwaardig feest geworden, met zo’n 500 deelnemers. Op 13 mei 1968 deed de krant verslag van de feestelijkheden (bron: Streekarchief Gooi en Vechtstreek).

Verder hebben we helaas geen foto’s van de receptie op het stadhuis en van het feest in de Promerskazerne. Wie wel?

Promers kazerne (1876)Het lustrumfeest in 1968 vond plaats in de Promerskazerne (1876) in de Naardense vesting

Intussen kennen we – dankzij URC’er Ed van Engelen – ook het Utrechtse achter-de-schermen verhaal over Diederiks ontvoering, dat verscheen in het clubblad van URC. De kwade genius was Koos van Schaik, geassisteerd door twee omgekochte jeugdleden. De stunt wordt met smaak opgediend en is bij de Utrechters blijkbaar net zo legendarisch als bij RC ’t Gooi:

Diederik-00

Zie ook het interview met Koos van Schaik over Diederik onder ‘Interviews’.

Stropdassen enzo

“Stropdassenbriefje” van ons erelid J.A.J. (Bob) de Jonge uit 1954

Voorwerpen dragen geschiedenis met zich mee. Geef iemand een foto van vroeger en de verhalen komen vanzelf. Dat geldt ook voor een van de traditionele uiterlijkheden binnen het Gooise rugby-wereldje: de stropdas. Geliefd door de een, gehaat door de ander, maar onvermijdelijk aanwezig in de combinatie “jasje – dasje” bij de min of meer officiële gelegenheden van RC ’t Gooi. Soms gekoesterd als een dierbare herinnering, soms verguisd als een ruilobject dat niemand wilde ruilen.

De nieuwe lustrum-stropdas 2013 

De lustrum-stropdas uit 1978

Natuurlijk is er de stropdas van de eigen club. De laatste loot aan de RC ’t Gooi stropdassen-stam is de 80 jaar stropdas uit 2013. Nog helemaal fris en fruitig, zonder brandgaatjes, slijtage en rare vlekken. Moet zich nog bewijzen in de “harde” rugbypraktijk.

Een eenvoudig “touwtje”: de das van Parkhouse

Dat geldt zeker niet voor de RC ’t Gooi lustrum-stropdas uit 1978. Een typisch tijdsbeeld: breed als een schort en met dezelfde leeuw-met-de-dikke-nek, die nog steeds in de Poort naast de open haard aan de muur hangt. Je moet ervan houden, zullen we maar zeggen.

Een “luxe”, gevoerde stropdas

En dan zijn er de stropdassen van andere clubs uit binnen- en vooral buitenland. Daar zitten vaak de verhalen over trips aan vast, die naarmate ze langer geleden zijn steeds mooier worden… Soms als cadeau ontvangen, soms door ruiling verkregen, soms gewoon gekocht, soms op slinkse wijze “geregeld”.

De smalle, eenvoudige “touwtjes” uit de jaren ’60 contrasteren met de luxere exemplaren – met een heuse voering – van tegenwoordig. Maar dat zegt niets over de emotionele waarde: die kan voor een simpel “touwtje” zelfs groter zijn! Neem bijvoorbeeld de Parkhouse-stropdas, waaraan voor sommigen dierbare herinneringen verbonden zijn. Of  die foeilelijke, uit Polen geïmporteerde smalle roze stropdas van het fameuze 4e team uit de jaren ’80: wie zou ‘m niet willen hebben! By the way: wie heeft er nog één? Die mag hier natuurlijk niet ontbreken!

Badge van de North Petherton Rugby Football Club

Kampioens-vlinderstrik van het 2e team uit 1999, onder een bekende adamsappel

Naast de stropdassen zijn er de “exoten”: de badges, chokers, vlinderstrikjes en dergelijke, die ook de functie hebben om te laten zien wie je bent, of beter tot welk clubje je behoort of wilt behoren. Dat klinkt allemaal vrij serieus, maar we gaan er met een glimlach en een knipoog mee om. En zo hoort ’t ook!

Zie ook de fotogallerij “Stropdassen enzo”.

Aardig merkwaardig, door Louis van Keller (1983)

Onder de wat zakelijke titel “Herinneringen” schreef Louis van Keller 30 jaar geleden aardige en merkwaardige herinneringen op uit zijn toen al 30-jarige carrière bij RC ’t Gooi. Op de titel na hebben we niets aan Louis’ verhaal veranderd, behalve dan dat het nu mét plaatjes verschijnt. En nu Louis aan het woord.

Louis van Keller in 1965

We zitten toch nog steeds in de “Lustrum” sfeer en daarom, op verzoek van Tineke Jacobs, hierbij wat rugbyherinneringen. Schrijf maar wat grappigs, zei Tineke. Makkelijk gezegd. Niet dat er zo weinig gelachen is in die 30 jaar dat ik bij de rugbyclub ben, maar in de loop der jaren verdwijnen heel wat details.

Nederlands team, 1950. Achter: Ab Rootlieb (Gooi), Siep Reijnders (AAC), Cor de Rie (Gooi), ? (DSRC), vd Hoek (DSRC), Ben Ziepzeerder (AAC), Anton vd Beek (AAC), Toon Bogers (AAC), ?, Ref ?, voor: Piet Dijkman (Gooi), Ab Nordeman (Gooi), ? (DSRC), Werner Buchner (Gooi), Joop van Vught (AAC), ?, ?, ?

Mijn kennis van het spel dateert overigens al van voor mijn lidmaatschap, toen ik op sportpark Zuid in Bussum naar mijn rugbyende broer ging kijken. Ik herinner mij zelfs nog die legendarische scrumhalf van AAC, Joop van Vught. Of hij nu werkelijk zo goed was weet ik niet, ik ben hem niet vergeten omdat hij nou bepaald niet het type van een stoere rugbyer was. Klein, tenger, blekig, kalend, tanig. Meer het type van een boekhoudertje op een stoffig kantoortje. Als dan die grote, zware kerels van AAC, ARVC of ’t Gooi over dat mannetje heen vielen, dan was iedereen op de tribune elke keer weer vol verbazing dat dat taaie mannetje ook elke keer weer gewoon opstond. Zoiets als die kip die overreden wordt door een reusachtige wals, haar veren schudt en zegt: “Tjonge tjonge, dat was nog eens een haan!”.

1934-35 Kamperen met Henk Kruissink (mede-oprichter en eerste voorzitter van RC ’t Gooi), Bob Lamberton, Johan de Kooter, Witte van Heijningen (die in 1933 de eerste try voor RC ’t Gooi scoorde)

Speler van het eerste uur Van Heijningen sprak onlangs in ons clubhuis over die merkwaardige boom die midden in RC ’t Gooi’s eerste rugbyveld stond. Nou, iets dergelijks had sportpark Zuid ook. Oorspronkelijk was het sportpark gebouwd voor concours hippique. In de grond was een betonnen bak gemaakt en gevuld met water moesten daar de paarden over springen. Die betonnen bak was er nog steeds, lag precies in het goalgebied en leek net een vijver na enkele flinke regenbuien. Geen tegenstander deed iets als de bal in die vijver dreef en de Gooiers scoorden menige try door de bal daar alsnog te (onder)drukken. Ernst Sandtmann was er specialist in.

Van Ernst herinner ik mij ook nog een andere escapade. Nijenrode had in die dagen een vreselijk modderig veld. Pure rivierklei. Na een paar regenbuien lag er een laagje water op en was het veld zo glad als spek. We zijn na afloop weleens met onze rugbyspullen aan onder de douche gegaan. Eens tijdens zo’n glibberpartij sprintte fullback Ernst naar de bal, gleed uit, viel languit op zijn buik, gleed als een surfplank zo’n 7 á 8 meter over het veld en schoot als een raket in een sloot, twee meter naast het veld. Wat hebben we gelachen.

Oude meesters 1974, achter: Peter Oomens, Piet Bakker, Hans vd Bovenkamp, Joop vd Bovenkamp, John Heydendahl, Hans Walscheid van Dijk, Kees van Gelderen, Eisse Zorge, Frans Lambour, Joep van Gelderen, Pieter Luteyn, Peter Akkermans, midden: Ge Meerman, Piet Dijkman, Chris Veerman, Rob Plat, Henny Westerweel, voor: Dolf Ubaghs, Arnold de Wolf, Ernst Sandtmann, Ton de Mey, Paul Wurster

In die jaren moest je je vaak met een enkel straaltje koud water behelpen na de wedstrijd. Dat koude water deed menig Gooier besluiten zijn kleren bijeen te graaien en thuis onder de douche te gaan. Zo ook Gé Meerman. Hij pakte zijn kleren en zat even later in de auto op weg naar Amsterdam. Jammer genoeg had hij ook de broek van Piet Dijkman meegenomen. Knoestige Piet zat er niet mee en recipieerde even later doodgemoedereerd in zijn modderige rugbybroek-tot-op-de-knieën in de stamkroeg van de club, Café Restaurant Prinses Margriet.

Eens reden we, op weg naar een wedstrijd tegen Den Haag, met 5 Gooiers geklemd in een Volkswagen-kever Den Haag in toen de bestuurder van een Opel meende gesneden te worden. De Opel werd dwars op de weg gezet en eruit stapte een klein, giftig Indonesiërtje. De Volkswagen stopte en eruit stapte 1 kerel, 2 kerels, 3 kerels………, 4 kerels………, 5 kerels! De Indonesiër stond stil, wilde iets zeggen, stond met zijn mond open te kijken naar die vijf woeste kerels die op hem afkwamen, slikte zijn woorden in, stapte snel in zijn auto en scheurde weg.

En dan al die aardige, merkwaardige mensen die ooit ons shirt droegen. Eens hadden we een trage, met veel te grote passen lopende speler. De meeste tegenstanders waren hem te snel af maar moedig zette hij dan al sjokkende de achtervolging in. Al spoedig het hopeloze van de strijd inziende besloot hij dan, om zijn gezicht te redden, zijn “sprint” met een prachtige, spectaculaire zweefduik…. in het luchtledige.

Noordwijk, demonstratiewedstrijd tegen Hilversum, van rechts af: 4e Loek van Keller, 7e Koen Schols, 8e Dolf Ubaghs, 15e André van Keller

Koen Schols was een goeie rugbyer met een chronisch tekort aan conditie. Ik herinner mij van hem, dat hij menig keer prachtig doorbrak en het veld over sprintte, om vervolgens enkele meters voor de tryline dodelijk vermoeid, over zijn eigen voeten struikelend, tegen de grond te smakken.

Dolf Ubaghs is misschien de beste tackelaar geweest die de club ooit gehad heeft. Dolf tackelde de eerste center met zoveel snelheid en kracht dat hij en passant de tweede center meenam. In de laatste jaren van zijn carrière had dat goede tackelen één groot nadeel. Ons Dolf hield zijn hoofd aan de verkeerde kant, zodat de tegenstander op hem viel, waardoor Dolf menig keer voortijdig het veld moest verlaten.

Als vierkant gebouwde Erik Neumüller van ARVC (meestal kwamen ze met niet meer dan een man of 10 naar Bussum) de bal had, schalde zijn strijdkreet over het veld: “Ratatata!”. De kreet van ’t Gooi in die dagen was: “van ijzer Gooi!”.

Tweehonderdtwintig pond zware en 1.95 m grote John Heydendaal kwam uit een familie van Monte Carlo rijders. John zelf kon er ook wat van. O jee, als hij dat ging demonstreren. Eerst pakte hij dan op volle snelheid een benzinestation. D’r op en er weer af met honderd zoveel kilometer. Daarna kwam een gevaarlijk kruispunt. Volgens John moest je die als volgt oversteken: flink gas geven, de handrem aantrekken, stuur omgooien en achterste voren stoof je dan het kruispunt over. Dat was véél veiliger volgens John. Nee, dan deed mijn beste vriend Alfred Kinébanian het anders. Reden we met vijf auto’s naar Amsterdam, dan waren de eerste vier auto’s zo ongeveer bij Diemen als Alfred nog steeds links, rechts, links, rechts turend bij het eerste kruispunt in Naarden stond.

Onze grote truc met lichte en uiterst lenige Alfred (hij was de enige die zelf zijn hele rug kon wassen) was om hem te posteren naast de meest gevaarlijke line-out springer van de tegenstander met als opdracht: “sla zijn benen weg, op het moment dat hij helemaal boven is”. Dat deed Alfred nauwgezet. Kwam zo’n tegenstander verkeerd, plat op zijn rug, op de grond, dan hoorde je: “Pfffffffff”, een tijdje niets, waarna moeizaam piepend en kreunend: “hie, hu, hie, hu, hie, hu” de adem weer op gang kwam.

RC ’t Gooi-bestuur in 1963. Dolf Ubaghs, Louis van Keller, Jaap Simons, Ernst Sandtmann, Bas Hageman

Egbert Otten ging mee kijken bij een uitwedstrijd en stond voor hij het wist in het veld voor zijn eerste wedstrijd. Bas Hageman was een veel betere sprinter dan tackelaar. Ik herinner mij, ik geloof dat het bij Te Werve was, dat Bas de achtervolging inzette op een heel dikke prop van de tegenpartij die rechtstreeks op de tryline afstevende. Bas had hem spoedig ingehaald, maar dan moest de tackel komen, komen, komen, komen en dat duurde en duurde en duurde.  De dikke prop met Bas’ adem in de nek werd nerveuzer en nerveuzer. Keek om, keek weer om en viel toen over z’n eigen voeten. Van die komische strip hebben we toen buikpijn overgehouden.   

Henk Werkman is de langste speler die we ooit gehad hebben: 2.06 meter! Na een drukke zaterdag en een onbeslapen zaterdagnacht speelden we in Hannover onze tweede wedstrijd op zondag. Bij een lange kick ver over ons heen waren we volkomen gerust, dat onze goeie Zuid-Afrikaanse Willem van Drimmelen dat wel zou klaren. Toen we omkeken zagen we….. Willem van Drimmelen languit in diepe slaap in het 25-gebied liggen.

“Engelsman” The Mai (Ton de Mey) in 1970 

Beste herinneringen bewaren we ook aan die vele demonstratiewedstrijden die we in de loop der jaren speelden op Koninginnedag ergens op het platteland. Eerst de koeinnn van het laaand en daaan die gekke ruggebieers d’r op. Eens zouden we tegen Engelsen spelen. Toen die niet kwamen bouwden we 15 Gooiers om tot Engelsen. De luidspreker riep de namen om: “King, Fox, Uncles, The Mai, Flat” enz. Zoiets zouden we best nog eens kunnen doen. Bijvoorbeeld een Duits team bestaande uit Schindler, Elfferich, Schneider-Bloksch, Von Eichen, Bäkker, Wilhelms, Platsch, Zinholtz, Telcht!!, Völker und Dirch-Johann Lindenbaum onder leiding van der Fritz Frankfurt tegen een Gronings-Fries team met spelers als Steginga, Ettema, Houba, Scheltema, Frankema en Graderma.

Nu stop ik. Vervolg over 5 jaar.

Het eerste lustrum in 1938

In 1938 bestond RC ’t Gooi 5 jaar. Dit eerste lustrum werd gevierd samen met Jan Hagoort. Die werd gehuldigd, omdat hij 12,5 jaar als goochelaar op de planken stond. De gecombineerde feestelijkheden vonden plaats op zaterdag 23 april 1938 in gebouw ‘Concordia’ aan de Graaf Wichmanlaan in Bussum. Dit gebouw zou later als televisiestudio Concordia omroepgeschiedenis schrijven.

Een slimme formule, om twee feestelijke aanleidingen te combineren: meer kans op een goedgevulde zaal en dus minder risico en minder organisatorisch gedoe voor de rugbyclub. Jan Hagoort deed zoiets wel vaker, met een vereniging die iets te vieren had. Hij was ‘wereldberoemd’ in het Gooi en omstreken. Met een aantal andere artiesten stelde hij een cabaretprogramma samen, met feestbal na. Het programma op die 23ste april was meer dan avondvullend: van 8.15 tot 4.00 uur.

Hens Clinge Doorenbos was een van die artiesten met wie hij vaak samenwerkte. Onder zijn achternaam Clinge Doorenbos trad hij ruim zestig jaar op als zanger en cabaretier. Hij was tevens liedjesschrijver, dichter, journalist en schrijver van kinderboeken. Ook met Mr. Max, de sneltekenaar, stond Jan Hagoort vaker in één programma.

De geslaagde avond begon met een vrijwel volle zaal en tegen middernacht, toen het feestbal begon, was deze volledig volgelopen. Onder meer RC ’t Gooi-voorzitter H.L. van Zalinge sprak waarderende woorden voor Jan Hagoort. Aan RC ’t Gooi werd op de feestavond de zilveren Mastwijk-wisselbeker uitgereikt, die ze kort daarvoor – op eerste Paasdag – hadden gewonnen op hun eigen seven a side rugbytoernooi, op het terrein aan de zandafgraving bij de Bussumse watertoren.

De oertijd van RC ’t Gooi: het échte verhaal! Deel 1.

Was het nou in februari 1933, in 1932 of op een ander moment, dat Rugby Club ’t Gooi werd opgericht? Een vraag die bij de club rond elke lustrumviering wel de kop opsteekt. Die onduidelijkheid komt doordat er geen ooggetuigen meer zijn, geheugens rare dingen zijn, het clubarchief weinig aanknopingspunten biedt en er briefpapier is gevonden, waarop als oprichtingsjaar 1932 staat vermeld. In het jubileumboek RC ’t Gooi 1933-1983 wordt het verhaal van André Talboo geciteerd, verteld in de Scrum van september 1946:

(wordt vervolgd)