Speuren in de rugbygeschiedenis (1937)

 Invitatie, niet bestemd voor verkoopVrijkaartje voor de wedstrijden in Parijs op 10 oktober 1937

1937-teamfoto-Rein KoopmansBij het maken van het verhaal “Een leuk stel mannen” doken er oude documenten en foto’s van ons oer-lid Rein Koopmans op. Eén van die documenten was een vrijkaartje voor het bijwonen van de wedstrijd Roemenië – Nederland. Let wel: op 10 oktober 1937 en in Parijs! Daar wordt een mens nieuwsgierig van. Nauwkeurig lezen leverde op, dat het ging om een internationaal toernooi onder de vlag van de Franse Rugbyfederatie en dat er op diezelfde zondag en in hetzelfde stadion “Jean Bouin” nog een wedstrijd plaatsvond, nl. Italië – België. Er waren dus minstens vier deelnemende landen. En verder moest het toernooi iets te maken hebben met de “Exposition de Paris 1937”, maar wat? En er waren natuurlijk nog meer vragen. Zoals: wie speelden er mee? 1937-09-24 G+E Ned rugbyploeg nr ParijsWaren er ook Gooiers bij en wie dan wel? Wat was de uitslag?

 

Rein Koopmans in 1937/38

Is er een verslag van de wedstrijden gemaakt en is dat ergens te lezen? Hebben sommige van de opgedoken oude foto’s wellicht iets met die wedstrijden te maken? Zijn er nog meer foto’s te vinden? Tijd voor speurwerk!

Krantenartikel met de selectie voor Parijs

Allereerst maar eens kijken of er in 1937 iets over in de krant stond. Uit diverse digitale archieven hadden we al enkele honderden krantenknipsels uit de jaren ’30 en ’40 verzameld. Daarbij bleek een bericht uit de Gooi en Eemlander van 24 september 1937 te zitten, met de selectie van de Nederlandse rugbyploeg voor de wedstrijden in Parijs. Let wel: wedstrijden, meer dan één dus. Bij die selectie zaten drie spelers van de Gooische Rugby Club (GRC), nl. Walt Jongman, Jan Schrage en Bob Zwart. Dus niet Rein Koopmans.

1937-10-11 G+E Grote nederlaag Ned FIRA toernooiKrantenartikel nederlaag tegen Roemenië

Maar dat was niet alles. Er waren nog twee krantenberichten die met dit toernooi te maken hadden. Op 11 oktober meldde de Gooi en Eemlander, dat Nederland een dag eerder een grote nederlaag met 42 – 5 tegen Roemenië had geleden. De Belgen deden het echter nog iets slechter tegen Italië: ze verloren met 45 – 0.

1937-10-15 G+E Int rugbytoernooi ParijsKrantenartikel halve finales

Het andere bericht stond ook in de Gooi en Eemlander, op 15 oktober. Het meldde, dat de dag daarvoor Italië de finale had bereikt via een 9 – 7 overwinning tegen Duitsland. De andere finalist zou Frankrijk worden, dat met 27 – 11 van Roemenië had gewonnen.  Er waren dus blijkbaar 6 deelnemende landen: Nederland, Roemenië, België, Italië, Duitsland en Frankrijk.

Roemenie - NL 1937 ParijsGevonden foto met wedstrijdmoment Roemenië – Nederland, 42 – 5, op 10 oktober 1937

Nu maar eens kijken of het plaatje compleet te maken was. Googlen dus, op zoek naar de resterende uitslagen, teksten en beelden. Er bleek “gewoon” een Wikipedia-pagina van dit FIRA-toernooi te bestaan! Met alle data, locaties, deelnemers, uitslagen en zelfs – voor zover bekend – de namen van de spelers! Het bleek, dat we op 16 oktober verloren van België met 20 – 3 en daardoor zesde en laatste werden.

5559429670_c0a4c004fa_o-001Gevonden foto van de halve finale Frankrijk – Roemenië, stadion Jean Bouin, Parijs, op 14 oktober 1937

Het toernooi werd gewonnen door Frankrijk, dat in de finale Italië versloeg (51 – 43), terwijl Duitsland 3e werd, dankzij een overwinning met 32 – 30 op Roemenië.

Op zoek naar een verslag en wellicht meer foto’s contact gezocht met Pieter Tolsma van AAC (omdat er ook drie AAC-ers in de selectie zaten) en met de Leo van Herwijnen Foundation. Die laatste kwam niet verder dan de mededeling, dat men “nog bezig is met het inventariseren van alle items”. Maar Pieter ging op één van die érg warme dagen in juli naar de zolder om daar bij een temperatuur van 40 graden Celsius zijn archief te raadplegen: hulde voor die man!

1938-01-10 G+E Ned-Roemenie 3-3Pieter wist te vertellen, dat er in het 50 jaar NRB jubileumboek (van Leo van Herwijnen) twee regels en een foto over dit toernooi in 1937 staan: “Roemenië komen wij in hetzelfde jaar op een toernooi in Parijs tegen. Met een 42 – 5 verliescijfer in de bagage keert Oranje naar Holland terug”. Ook Joop van Vught (Pieters oom, die deel uitmaakte van de selectie voor Parijs) schreef  in het eerste NL-rugbyboek “De wijze Jacob” slechts twee regels over dit toernooi: “De Roemenen ontmoetten wij in 1937 in het kader van het “Tournoi International de Football Rugby” ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling te Parijs. Geheel onnodig verloor Nederland deze wedstrijd met de cijfers 42 – 5. Hoe geflatteerd dit resultaat voor de Roemenen was blijkt uit het feit, dat in 1938 tegen een, zij het wat zwakker, Roemeens XV-tal een 3 – 3 gelijkspel werd behaald“. Geen omvangrijk resultaat, maar wel een leuke aanvulling op wat we al wisten! En een aansporing om verder te zoeken.

Bericht over de wedstrijd op 9 januari 1938 in Alkmaar.

Verder leverde het zoeken nog de nodige informatie op over de Parijse Wereldtentoonstelling in 1937.

Paris-1937ExpoDe paviljoens van Duitsland en de Sovjet Unie, links en rechts van de Eiffeltoren

En ook over de Wereldtentoonstelling 1937 bestaat er een Wikipedia-pagina, in het Nederlands zelfs! Erg opvallend waren de tentoonstellingspaviljoens van nazi-Duitsland en de communistische Sovjet Unie. Ze stonden letterlijk tegenover elkaar nabij de Eiffeltoren en qua hoogte en lelijkheid boden ze tegen elkaar op. Achteraf kun je zeggen, dat de Tweede Wereldoorlog zo z’n schaduwen al vooruit wierp.

ReinK-19Spelers en supporters op de trap voor de Parijse Opera. Eerste rij, geknield: 3x ?. Tweede rij, geknield: Walt Jongman, ?, Joop van Vught. Daar achter, staand: Rein Koopmans, ?, Bob Zwart, Jan Schrage, 6x ? Wie kent de ontbrekende namen?

Hoe past het verhaal van de Gooiers bij deze achtergrond? Waarschijnlijk kregen de drie geselecteerden, Walt Jongman, Jan Schrage en Bob Zwart elk één of meer vrijkaartjes voor de te spelen wedstrijden. Die vrijkaartjes plus de bestemming Parijs plus de Wereldtentoonstelling waren bij elkaar aantrekkelijk genoeg om supporters mee te lokken.

?, ?, Walt Jongman, Fred Huyer, Rein Koopmans?, ?, Walt Jongman, Fred Huyer, Rein Koopmans

We herkennen Rein Koopmans en Fred Huyer op de foto’s maar mogelijk waren er meer supporters bij en ook van andere clubs dan de Gooische RC. Tussen de wedstrijden van 10 en 16 oktober was er voldoende gelegenheid om als toeristen in Parijs rond te kijken en dat op foto’s vast te leggen.

ReinK-11In stadion Jean Bouin; training? Van links af: ?, Walt Jongman, Rein Koopmans, ?, ?, ?, Jan Schrage, Bob Zwart, ?, ?, ?. Wie kent de ontbrekende namen?

En waarschijnlijk werd er ook getraind, mogelijk met deelname door de supporters, zoals de foto met de verschillende rugby outfits lijkt te suggereren. Mogelijk arriveerde men in Parijs op de dag voor de eerste wedstrijd (9 oktober dus) en vertrok men op de dag na de tweede wedstrijd tegen België, of na de finale (dus op 17 of 18 oktober 1937), al zijn andere scenario’s natuurlijk ook denkbaar. Wie het weet mag het zeggen!

Maar duidelijk is wel, dat het gaat om een trip met de Nederlandse rugbyselectie van ongeveer een week  naar het internationale FIRA rugbytoernooi in Parijs in oktober 1937. Qua wedstrijdresultaten geen geslaagde expeditie, maar wel leuk voor de spelers én voor de supporters!

Zie ook het bijbehorende fotoalbum FIRA toernooi in Parijs 1937

Hommage aan Frits Frankfort (1977)

1368377528_2510_jpgRC ’t Gooi landskampioen 2013

11 Mei 2013 moet wel een topdag zijn geweest voor de 85-jarige Frits Frankfort: hij mocht de kampioenschapsbeker uitreiken aan de nieuwe landskampioen. En dat zou óf RC Hilversum óf RC ‘t Gooi worden, allebei clubs waaraan Frits vele jaren met hart en ziel zijn niet geringe rugbykennis beschikbaar stelde. Met het ene puntje verschil in de laatste minuut in het voordeel van RC ‘t Gooi was hij vast net zo blij als hij met de omgekeerde uitslag geweest zou zijn… Eind 1977 schreef een anonieme redacteur van De Scrum het nu volgende waarderende verhaal over Frits onder de titel “Hommage aan een 50 jarige oud-Gooi rugbyer”; de redactie is hier en daar enigszins aangepast.

Frits Frankfort-01Deze keer willen wij Frits Frankfort eens in de schijnwerpers zetten, omdat hij onlangs 50 jaar is geworden en omdat hij een enorme hoeveelheid werk voor de rugbysport heeft verzet. Frits werd op 9 november A. ("Pa") Büchner, trainer en coach 1944-19621927 te Deurne in België uit Nederlandse ouders geboren. Hij is beslist geen Belg, moesten we van hem speciaal vermelden. Frits is zijn rugby-loopbaan in de zomer van 1945 bij RC ’t Gooi begonnen. Door Piet van Lingen (ook een oud-Gooier) werd hij meegenomen naar een demonstratie-rugbywedstrijd, Noord-Holland tegen Zuid-Holland, op het sportpark te Hilversum, tegenwoordig het Nationale Rugby Centrum. Samen met Cor de Rie kwam hij toen in handen van Pa Büchner.

Voormalig Gooi-trainer Adolf “Pa” Büchner

Door hem werd Frits wat hij noemt “aangepakt”, dat wil zeggen 2x per week een uur lang een bal tegen een paaltje gooien en weer opvangen. Frits noemde dit “paaltje pissen”. Pa Büchner had het echter juist gezien: Frits kon na verloop van tijd blindelings passen en goed ook.

foto014RC ’t Gooi-team van ca. 1953. Achter: Bert de Boer, Leo Toff, ?, Ferry de By, ?, ?, Piet Dijkman, Dolf Plat, Cor de Rie. Voor: ?, ?, ?, Frits Frankfort, ?, ?.

De toenmalige driekwartlijn met Frits als scrum half, Werner Büchner fly half, Ad Nordeman 1e center, Cor de Rie 2e center en Peter Maas en Frans Buys als wings liep dan ook als een trein. Toentertijd speelden meer 2004 Zes pioniers RC HilversumHilversummers bij ‘t Gooi, zoals Joop Gorel, Wim Ouwerkerk, Pim Ooms, Dave van de Giessen, Henk Giel en Cor de Rie. Samen met deze vrienden heeft Frits op 23 september 1954 Rugby Club Hilversum opgericht. Belangrijke factor was hierbij de kleur van het shirt. De keus is toen gevallen op blauw/wit, want die waren per 1.000 stuks goedkoper.

De Gooiers die in 1954 RC Hilversum oprichtten

Zijn laatste interland speelde hij op 37-jarige leeftijd, hij had toen zo’n 39 maal voor het nationale team gespeeld. Met de Impala’s mee komt hij tot ongeveer 80 wedstrijden voor Nederland: voorwaar een prestatie. Wedstrijden met ontzettende pakken slaag, maar ook met enorm veel plezierige herinneringen. Zoals de wedstrijd tegen de Belgen. Verzamelen westzijde Centraal Station in Amsterdam. Eén van de spelers mocht niet van zijn vrouw. Goede raad was duur. Nog een Gooi-speler, namelijk Leo Toff,werd om 7 uur van zijn bed gelicht, maar was er pas om 6 uur ingegaan, na een feest. Zulke dingen gebeurden toen.

1974-02-05 Hilversum-Gooi-22Frits Frankfort in actie als oude meester in een wedstrijd RC Hilversum – RC ’t Gooi op 5 februari 1974

Frits was zo’n 40, 41 jaar, toen hij trainer werd van de A-selectie van de NRB. Dat heeft hij 2 jaar gedaan en toen werd het overgenomen door Gert van Rheenen. De 16-18 selectie werd toen de zorg van Frits. Na veel trainen werd de eerste buitenlandse trip naar Heidelberg (zeer sterk) winnend afgesloten. In 1970 werd hij weer trainer van het A-team en begon tevens de samenwerking met Denis Power. Om zich verder te bekwamen in de rugbysport volgde Frits diverse training/coaching cursussen in Engeland, Schotland en Wales, wat hem nu in de praktijk van zeer veel nut is. Momenteel is Frits Senior Coach (deze wordt door de NRB benoemd), docent trainerscursussen, examinator en lid van de selectiecommissie, samen met Denis Power en Theo Snijders. Tevens is hij nog commissielid opleidingen. Via Pim Ooms heeft hij 1 maal zwangere huismussen beziggehouden, maar dat nooit meer.

Frits Frankfort SingersLogo van de Frits Frankfort Singers

De trip met de Hilversumse Rugbyclub naar Hull weet Frits zich nog maar al te goed te herinneren. Vandaar dat de laatste trip georganiseerd moest worden onder de naam “Frits Frankfort Singers”, een geniale vondst van Aart Baartwijk, zodat men Engeland kon binnenkomen. Zelfs de ontbijttickets waren gesteld op naam van de “Frits Frankfort Singers” en het hotel was dan ook in de stellige overtuiging dat men met een zangkoor, maar dan wel een raar zangkoor, te maken had.

foto186De aanstormende jeugd in 1977, 16-18 sevens-team. Staand: Marcel Jacobs, Henk Rohaan, Jeroen Snijders Blok, Jan Rohaan. Geknield: Michiel Veldkamp, Mark Dekker, Ted Anema.

Op de vraag hoe Frits nu ‘t Gooi ziet moet hij eerlijk bekennen, dat wij momenteel een groep hebben waar in de toekomst veel mee te bereiken valt. Duidelijk is dat de jeugd een veel grotere inbreng heeft dan voorheen het geval was. Hij heeft ook vernomen, dat wij een zeer goed sociaal verzorgd jeugdwerkbeleid voeren. Het rendement komt echter pas over enige jaren goed tot zijn recht met spelers als Vincent Snijders Blok en Ton Jacobs. Ook selectiespelers als de gebroeders Rohaan, Jeroen Snijders Blok en Louk Slabbers zullen hun stempel op ’t Gooi gaan drukken.

Maar Rugby-Nederland is in feite nog te klein. Wij zullen moeten groeien naar 150 tot 200 clubs. Speltechnisch/tactisch en conditioneel liggen wij al een stuk hoger dan vroeger. Er is een duidelijke groei qua spelsterkte waarneembaar en dat is een gezonde zaak. Kijk maar naar de ereklasse met zijn verrassende uitslagen. Het zijn echt niet meer de drie clubs die de toon aangeven. Ook de promotieklasse komt steeds dichter bij de ereklasse te liggen. Er zal echter een reserveklasse aan toegevoegd moeten worden, waarin de tweede teams van de ereklasse zullen moeten gaan spelen. Je voorkomt hiermee, dat een tweede team de promotie kan tegengaan van een vereniging welke in deze promotieklasse speelt naar de ereklasse.

Rozenboom BussumVoormalig hotel café-restaurant De Rozenboom, Bussum

Frits heeft de beste herinneringen aan zijn Gooi-jaren, vooral de feesten in de Rozenboom en de Promers liggen bij hem nog vers in het geheugen. “Ach“, zegt hij, “er is in feite geen enkele club in Nederland die zulke grandioze feesten kon organiseren als ’t Gooi“. Frits is nu trainer van de jeugdteams 14-16 en 16-18 van Hilversum en begint een leuke ploeg op te bouwen. Over een jaar kan hij een zeer sterk team op de been brengen. En daar zal het van moeten komen. Erg belangrijk. Hij heeft ons eerste team aan het begin van het seizoen zien spelen en is tot de conclusie gekomen, dat er nu een team staat met spirit en veel goed, jong materiaal. Je moet ze echter wel hard maken.

1948-04 Geselecteerd schoolteamApril 1948, geselecteerd schoolteam; Frits Frankfort (20 jaar oud) 4e van links op de eerste rij.

“Rugby“, zegt Frits, “is een sport die mij van nature aantrok. Ik was vroeger dan ook een enorme gifkikker en had 12 bazen in een jaar, soms meer. Maar door het rugby ben ik enorm veranderd. Ik heb mij leren beheersen, wat me duidelijk van pas komt“. De spelverruwing neemt toe in de rugbysport. “Maar“, zegt Frits, “rugby is een harde sport, een lichamelijke contactsport, die op een faire manier kan worden gespeeld“. Aan schoppen en slaan heeft Frits een vreselijke hekel. Toch is hij ervan overtuigd, dat de Internationale Rugby Bond de zaken beter aanpakt dan de Internationale Voetbal Bond, door alleen al de spelregels te veranderen.

Om tot betere sportprestaties in het algemeen te komen zou Frits graag zien dat de gymleraren onderling elkaar attenderen op jonge talenten, in welke tak van sport dan ook, om dan deze verder te kunnen begeleiden op de manier zoals de Oostbloklanden dat doen, maar dan wel met alle vrijheden zoals wij ze hebben. De talenten signaleren en stimuleren zou een zeer goede zaak voor geheel sportbeoefenend Nederland zijn.

Bondscoach Frits Frankfort met zijn jongensBondscoach Frits Frankfort met “zijn jongens”, begin jaren ’80

Voor Frits ligt er echter nog een zeer grote taak te wachten bij de jeugd van Rugby Club Hilversum. Wij kunnen en willen niets anders zeggen dan: “Frits zeer veel succes en wij hopen nog vele malen tegen jouw jeugdteams te kunnen spelen. Hartelijk dank voor je komst naar de Poort“.

Zie ook:

Frits Frankfort als NRB-wedstrijdsecretaris (1956 e.v.)

De afsplitsing van RC Hilversum (1954)

 

Rugbypromotie in de jaren ’70

Herman-KuiphofHerman Kuiphof

Op Geschiedenis 24 een filmpje-uit-de-oude-doos gevonden, dat niet rechtstreeks met RC ‘t Gooi te maken heeft, maar wel met de Nederlandse rugbygeschiedenis. Het filmpje – onder de noemer: onbekende sporten – duurt ruim 16 minuten, waarvan de eerste 3 minuten zonder beeld: die kun je dus overslaan. Het filmpje biedt een paar bekende namen. Herman Kuiphof is de presentator en interviewer. Hans Brian – tegenwoordig sportverslaggever – geeft rugbytraining. En die divepassende scrumhalf: is dat niet Frits Frankfort..?  Jus van Doorn – later voorzitter van de Nederlandse Rugby Bond – wordt geïnterviewd als voorzitter van de Haagsche RC.

Jus vertelt onder meer over de toestand en de groei van het Nederlandse rugby, waarin in die tijd slechts zo’n 700 á 800 rugbyers actief waren. Te zien zijn beelden van de interland Nederland – België, gespeeld in Zeist, waarin o.a. Jus van Doorn zelf meespeelde. Uitslag: 8 – 3. En ook beelden van een wedstrijd van Zuid-Afrika tegen een Engels testteam, gespeeld in Bloemfontein. Het filmpje is uitgezonden door de VPRO op 30 mei 1964. Het tempo is voor hedendaagse ogen belachelijk laag, maar ook dat is geschiedenis. En waarom moet ik toch zo aan Jacobse en Van Es denken..? Kijk zelf maar!

Jus van Doorn reikt Van Broekhuizenbeker uit aan RCHNRB-voorzitter Jus van Doorn reikt de Van Broekhuizen beker uit aan RC Hilversum

RC ’t Gooi-speler Ton Steenwinkel was jarenlang met Jus van Doorn lid van het NRB-bestuur. Ton herinnert zich: “… dat de NRB in 1970 zo’n 18 clubs had en het bestuur in 1973 geld van het Ministerie van Cultuur Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM) kreeg. Ongeveer 18.000 gulden, losgepeuterd door Jus van Doorn, om de rugbysport in het Noorden en Oosten van het land te promoten. Ik trok met een filmprojector door het land, hield presentaties en vertoonde mijn films. Ook speelden we verscheidene “demonstratie wedstrijden” waarbij de gewenste spelers niet altijd kwamen opdraven. Ik herinner me minstens één wedstrijd waarin het Nederlands XV niet compleet was en de aanwezige rugbyspelers, zoals Tom Visser en ik, het oranje shirt aantrokken om vervolgens onze eerste wedstrijd voor het Nederlands team te spelen.

Belangrijker was, dat met de hulp van vele oud-studenten en natuurlijk Koos Kuiper – de befaamde kroegbaas uit Groningen – er vele nieuwe clubs werden opgericht, niet alleen in het noorden en oosten, maar ook in het zuiden van Nederland. Toen Jus van Doorn en ik in 1981 stopten als bestuurlid, was de NRB wel gegroeid van 18 naar ongeveer 105 clubs! Helaas hebben niet alle clubs het overleefd. Nu we het over overleven hebben; de “derde helft” van de wedstrijden Haagsche Rugby Club en Rugby Club ’t Gooi duurde altijd minstens tweemaal zo lang als de wedstrijd zelf. Je mocht blij zijn als je zondagavond weer om 11.00 uur thuis was. Van alcoholvrije drankjes hadden wij nog niet gehoord!

Foto_van_Doorn,_van_Dalen,_Steenwinkel-1981_Golden_Oldies_ToenooiWalter van Dalen (AAC), Ton Steenwinkel (RC ’t Gooi) en Jus van Doorn (HRC) als Witte Raven in Californië in 1981

Natuurlijk speelden de NRB-bestuurleden toen nog elke week en in juni 1981 namen Walter van Dalen, Jus van Doorn en ik met de Witte Raven deel aan het tweede Golden Oldies Rugby Festival in Long Beach, California, USA. We hebben daar op waardige wijze met 17 spelers het Nederlandse rugby vertegenwoordigd. Ofschoon wij het veelvuldig geprobeerd hebben, waren we toch niet echt enthousiast over het Amerikaanse bier, als je het bier kunt noemen! Dan gelukkig maar weer een mooi Nederlands biertje in ons Naardense clubhuis.

De schuld van dit alles heeft Hans Plat. Die meende zo nodig een rugbywedstrijd tussen de Scholengemeenschap Godelinde en het Vitus College te moeten organiseren. Daardoor heeft hij mensen zoals ik weten te ronselen! 46 Jaar later ben ik nog steeds verknocht aan de rugbysport en aan Rugby Club ’t Gooi… Bedankt hoor Hans!!”.

Ga ook naar:

Een “geheime” buitenlandse competitiewedstrijd (ca. 1972), door Ton Steenwinkel

De oostelijkste club van Nederland (1963)

Pa Büchner, een “vergeten” erelid? (jaren ’40/’50)

A. ("Pa") Büchner, trainer en coach 1944-1962Aquarel van Pa Büchner

In 1988 ondernam oud-Gooispeler Jaap van den Berge een actie voor erkenning van de verdiensten van de heer Adolf Büchner, de vader van de oud-Gooiers Werner en Dieter Büchner. BApril 1998, Ge Meerman, Jaap vd Berge, Louis Kehrer, Rien Termeulenij zijn bezoeken aan de lustrum-reünies in het nieuwe clubhuis in 1983 en 1988 was het Jaap opgevallen, dat er geen aandacht aan deze opmerkelijke figuur uit de Gooi-historie besteed werd. Zijn actie leidde er onder meer toe, dat Adolf Büchner in 1989 postuum tot erelid van RC ’t Gooi benoemd werd. Wie was eigenlijk deze heer Büchner, die niet alleen door zijn zoons “pa” werd genoemd?

Jaap van den Berge (rechts) met Gé Meerman bij de lustrumviering 1998

Zo’n 25 jaar eerder stond er in de De Scrum van 28 augustus 1963 een in memoriam voor Adolf Büchner met als titel “Terugblik”, dat een aardig inzicht biedt in de persoon Pa Büchner. De datum van zijn overlijden wordt niet genoemd. Schrijver: die zelfde Jaap van den Berge.

IM Pa Buchner-01

00 teamfoto-01

RC ’t Gooi-teamfoto uit ca. 1952 met o.a. Dieter Büchner (staand, 3e van links) en Werner Büchner (vooraan, met bal)

IM Pa Buchner-02

1943 kaartje leggen bij fam BuchnerKaartje leggen bij de fam. Büchner, ca. 1943, Theo Terlingen, Joop Dooyer (beiden geen rugbyer), Bob Lenderink, Dieter Büchner, Tonny de Lange (geen rugbyer)

IM Pa Buchner-03

1948-04 Geselecteerd schoolteamTeam van Bussumse middelbare scholieren, dat in april 1948 tegen een schoolteam uit Liverpool speelde. Geknield: ?, Werner Buchner, Bob Lenderink, Frits Frankfort, ?, ?

IM Pa Buchner-04

1945-12-23 Ned-Belgie teamsDe eerste naoorlogse Nederland – België op 23 december 1945 op Sportpark Zuid in Bussum. Links met bloemen bondsbestuurder (en Gooier) Kees Meeuwis, rechts met alpinopet scheidsrechter Paul Béchet. De Belgen dragen vesten.

IM Pa Buchner-05

1948-02-07 bal masque midden pa BuchnerBal masqué, 7 februari 1948, ?, hr. Von Stein (schilder), Dieter Büchner, pa Büchner, mw. Büchner, Werner Büchner, ?

IM Pa Buchner-06

1962-12-16 Hannover Victoria-01Bezoek van Victoria Hannover met Gooi-bestuur aan stadhuis Naarden eind 1962

IM Pa Buchner-07

Bob Lenderink met Pien-03 en pa BuchnerPa Büchner met pijp bij het bal masqué 7 februari 1948 

Ook buiten RC ’t Gooi bleef Pa Büchner niet onopgemerkt; zo zei Toon Bogers, oud-speler van AAC en erelid van de NRB, in de lustrum-Scrum van 2003 over de jaren kort na de oorlog: “In die tijd was pa Büchner, de vader van Werner en Dieter, coach en wel een zeer bijzondere. Vooral ten aanzien van zijn terminologie, hij was van Duitse komaf en hij hanteerde langs de lijn de Duitse termen, zo brulde hij “unter die Billen”, wanneer hij vond dat de scrum niet laag genoeg inkwam, de line-out was “die Gasse” en de scrum “Gedrängel”, opmerkelijk was, dat niemand daar aanstoot aan nam en dat vlak na de oorlog”.

Een markante man dus, die het verdiende om erelid te zijn. Wel opmerkelijk, dat hij in 1989 postuum tot erelid werd benoemd, terwijl hij dat blijkens het in memoriam van Jaap van den Berge uit 1963 al was. Blijkbaar dus een “vergeten” erelid, niet alleen door de club, maar ook door Jaap van den Berge.

Zie ook ‘De eerste interland na de oorlog’.

Nederland-Tsjechoslowakije (1946)

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-02

Anderhalf jaar na de oorlog, op zondag 10 november 1946, speelde het Nederlands vijftiental tegen Tsjechoslowakije op het Bussumse Sportpark Zuid. De selectie voor deze wedstrijd bestond uit 19 spelers, waarvan maar liefst 11 van AAC. Er zaten ook 2 Gooiers bij: Van Heijningen was fullback en Hosman reserve.

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-01

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-031946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-05De onbekende Tsjechoslowaken verrasten Nederland door “enigszins in Franse stijl” te spelen. Het waren “goed getrainde en stevige spelers, die het de Hollanders niet gemakkelijk hebben gemaakt”, wat resulteerde in een 0-11 ruststand. In de tweede helft kwam Nederland dankzij opvallende acties van ARVC-speler Hans van Swol terug, wat twee tries opleverde. Maar ook de Tsjechoslowaken scoorden nog en dat leverde de eindstand van 8-14 en daarmee een onverwachte nederlaag op.

De interland werd georganiseerd door RC ’t Gooi en trok 870 betalende bezoekers, waarvan er 543 een kaartje van 60 cent kochten en de overige 327 voor het gereduceerde tarief van 25 cent naar binnen mochten. Daarmee kwam de totale recette op 407,55 gulden. Na aftrek van de kosten bleef er een positief resultaat van 95,63 gulden over, waarvan ’t Gooi 10%, ofwel 9,56 gulden mocht behouden. Tel uit je winst!

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-04

Pieter Tolsma van AAC stuurde ons de nodige documenten en foto’s van momenten uit de wedstrijd van Nederland tegen Tsjechoslowakije (waarvoor hartelijk dank!).

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-061946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-07

Opnieuw: Naar Parijs (april 1950)

Dit is de aangepaste, tweede versie van dit verhaal. De oorspronkelijke, eerste versie is te vinden onder de titel “Naar Parijs (april 1950)”. Ontdek de verschillen!

1950-04-23 Parijs-01

V.l.n.r. Piet Dijkman (AAC, later´t Gooi), Werner Büchner (‘t Gooi), Pieter Davis, Bert de Boer (AAC, later ‘t Gooi), Sini van Vught (de vrouw van Joop), Anton v.d. Beek (AAC), Cor de Rie (‘t Gooi, later RCH), Ab Roodlieb (‘t Gooi), Toon Bogers (AAC), Siep Reijnders (AAC), Ben Ziepzeerder (AAC), Jan Onderwater (‘t Gooi), Ron Rishworth (Te Werve), Joop van Vught (AAC), rug/onherkenbaar, ?, Frits Frankfort (‘t Gooi, later RCH), ?, onbekende dame, kalende heer met twee kinderen.

Op 28 november 2012 plaatsten we het verhaal “Naar Parijs (april 1950)” op deze website. Een verhaal met nogal wat veronderstellingen en onbeantwoorde vragen. Het is nu twee en een halve maand later – 14 februari 2013 – en we weten er nu wat meer over en kunnen dus het verhaal herschrijven. Dankzij oud-AAC- en Nederlands team-speler Pieter Tolsma en Google. Het oorspronkelijke verhaal zouden we weg kunnen gooien, maar het lijkt ons juist wel leuk om eens te laten zien  hoe je in de loop van de tijd nieuwe informatie bij elkaar scharrelt en hoe dat het verhaal beïnvloedt. Wordt het daardoor ook interessanter en leuker? Dat mag u zelf beoordelen. Kijk en vergelijk!

Op zondag 23 april 1950 speelde het Nederlands rugbyteam een uitwedstrijd in en tegen Parijs. De “knoestige” Piet Dijkman (typering van Loek van Keller), toen nog AAC’er en later lid van RC ’t Gooi, had een vaardige pen en schreef er een verslag over in Try, het clubblad van AAC Rugby:

1950-04-28 Try over trip NL team naar Parijs-01

1950-04-28 Try over trip NL team naar Parijs-02

In het verhaal van Piet Dijkman gaat het over van alles, maar nauwelijks over het uitstapje op zondagochtend 23 april 1950 naar het bos van Compiègne en de wedstrijd van die zondagmiddag. En laten we daar nu juist foto’s van hebben. De grote foto waarmee dit verhaal begint is genomen bij een gedenksteen voor de wapenstilstandsovereenkomst aan het einde van de Eerste Wereldoorlog. Er staat een Franse tekst op, die vrij vertaald als volgt luidt:

compiegne inscriptie van de gedenksteenHIER IS

OP 11 NOVEMBER 1918

GESTORVEN

DE MISDADIGE TROTS

VAN HET DUITSE RIJK

VERSLAGEN DOOR

DE VRIJE VOLKEREN

DIE HET TRACHTTE

TOT SLAAF TE MAKEN

Standbeeld maarschalk Foch Compiegne1950-04-23 Parijs-03De foto hiernaast is gemaakt naast de sokkel van het standbeeld van maarschalk Foch, eveneens in het bos van Compiègne. Zijn naam is duidelijk te lezen, maar het standbeeld zelf ontbreekt. Vandaar de andere foto, met naam èn standbeeld. In de groep vallen een man met een kaal hoofd en twee kinderen op, een jongen met een witte sjaal en een kleiner meisje. Ze staan rechts op de foto. Ook op de andere foto’s van de rugbyers-groep zijn ze te zien. Vermoedelijk gaat het hier om een Fransman, die als gids voor de Nederlanders optrad en die de gelegenheid gebruikte om er een uitje met z’n kinderen van te maken. De kleding van de tripgangers valt op. Allemaal in jasje dasje, het lijkt wel een groepsreis van keurig uitgedoste zakenmensen. Maar ´t was natuurlijk ook zondag.

1950-04-23 Parijs-04De kalende man met de beide kinderen is ook te zien op de groepsfoto voor de kasteel-achtige poort. Zoeken via Google leverde op, dat dit de poort van het kasteel van Pierrefonds is, uit de 14e eeuw, aan de zuid-westrand van het bos van Compiègne. Meer van het kasteel is te zien op de volgende foto.

chateau-de-pierrefonds

1950-04-23 Parijs-06Zonder beide kinderen is de kalende man te zien naast de autobus van C.J. van Nood uit Amsterdam. Tenminste: dat lijkt zo, maar wie staat er in de deuropening van de bus? Het jongetje met de sjaal! Met die bus zijn ze vast naar het stadion vertrokken voor de wedstrijd tegen het vertegenwoordigende Parijse team, die ze met 32-3 verloren. Van die wedstrijd hebben we de volgende twee foto’tjes:

 

1950-04-25 Parijs-NL 32-3 foto-011950-04-25 Parijs-NL 32-3 foto-02

Naar Parijs, de licht(e) stad (november 1950)

Ned teamNederlands team, 26 november 1950, Parijs.  Achter: Ab Roodlieb (Gooi), Siep Reijnders (AAC), Cor de Rie (Gooi), Nico Kist (DSRC), v.d. Hoek (DSRC), Ben Ziepzeerder (AAC), Anton v.d. Beek (AAC), Toon Bogers (AAC), ?, Ref ?, voor: Piet Dijkman (AAC, later Gooi), Ab Nordeman (Gooi), ? (DSRC), Werner Büchner (Gooi), Joop van Vught (AAC), ?, ?, ?

Via Pieter Tolsma – oud-AAC- en Nederlands team speler – kwamen we in het bezit van foto’s en verslagen van de wedstrijd Parijs B – Nederlands bondsteam uit 1950. In ons clubarchief zat al een teamfoto, waarvan de achterzijde vermeldde dat deze in Parijs gemaakt was. Maar wanneer precies en bij welke gelegenheid? Duidelijk was wel, dat er een aantal Gooiers van het team deel uitmaakte: Ab Roodlieb, Cor de Rie, Piet Dijkman (toen nog AAC, later ’t Gooi), Ab Nordeman en Werner Büchner. Maar nu werd het hele plaatje duidelijk. Het begon op 11 november 1950 met de uitnodiging aan de geselecteerden. Uitgenodigd worden was natuurlijk eervol, maar wat te denken van een bijdrage van 15 gulden in de reiskosten..? Afijn, het waren blijkbaar andere tijden, 63 jaar geleden.

Mail0013De uitnodigingsbrief van 11 november 1950

In Try, clubblad van AAC – Rugby, van 15 december 1950, schreef Piet Dijkman het volgende verslag.

1950-12-15 Try AAC-clubblad kopDe kop van Try, van 15 december 1950, met tekening van een tackle (maar geen try!)

Eerst Parijs zien en dan pas naar bed

In dit geschrift zal ik proberen u in het kort een waarheidsgetrouw verslag te geven van onze belevenissen gedurende de pelgrimage van het Nederlandse XV naar het wuft Parijs, de licht(e) stad. Geheel in tegenstelling tot de rugbytradities waren er deze keer geen moeilijkheden met paspoorten, visa en andere documenten. Het gezelschap vertrok op tijd en in Delft behoefde zelfs niemand uit bed gehaald te worden. Het traject Amsterdam – Parijs leverde voor ons, bereisde Roelen als we zijn, geen nieuwe gezichtspunten op. Er waren er die even uit het raam keken en dan met een effen gezicht beweerden: “Nog een kwartier en we zijn al in Laon”, of: “Nog goed twintig minuten en we zijn Soisson al weer voorbij”, zoals ze in lijn 24 zullen zeggen: “Nog twee halten en we zijn weer op de Munt”.

In Brussel stopten we voor een kopje koffie. De chauffeur voerde ons naar een soort Melksalon, waar men, zoals het ons voorkwam, tegen ontucht geen bezwaar had. Wij rugbyers vulden dit etablissement met ons weliswaar kuis, maar toch zeer luidruchtig vertier. Vooral enkele oorspronkelijk voor kinderen bedoelde speelanlagen stonden in de belangstelling. Gezien de omstandigheden is er opmerkelijk weinig gebroken. Gedurende de tocht was de stemming zoals gebruikelijk: er werd geslapen en er werden rugbykrantjes gelezen en hier en daar vormden zich kleine groepjes waar hard en zinnelijk werd gelachen, als gold het een bonte trein. Bij nader onderzoek bleek, dat in het centrum van deze groepjes mopjes voor grote mannen werden verteld. In de buurt van Soisson werd ten tweede male gestopt, nu was het niet voor koffie, nu moest het wijn worden. Frankrijk had ons te pakken.

In Parijs bleek dat men werkelijk op ons had gerekend, hetgeen niet tegen viel. Bij de toewijzing der kamers werden nummers en dergelijke haarfijn genoteerd, hetgeen niet, zoals we dachten een spits mopje was, maar een ingenieus plan, uitgedacht door de infernale breinen van onze officials om de heren spelers te controleren en op een christelijk uur aan het bed te 1950-12-15 Les Naturisteskluisteren. Er wordt verteld, dat Nico Hobbelman alle spelers een nachtkusje is komen brengen om vijf over elf. Ondanks het bovenomschreven strenge controle-systeem mochten we toch een uurtje uit en richtten we onze schreden naar een huis van plezier waar de grote attractie was dat een juffie werd geslagen en aan de haren over de grond werd gesleurd. Onze getrouwde vrienden zagen dit alles met grote interesse en kennis van zaken. Verder was er nog een dansende elf met de gratie van een Cor de Rie. Zoals gezegd was er geen gelegenheid tot uitspattingen in groter verband.

Vriend Ziepzeerder, die behalve een veelprater ook vroegopstaander is, wekte per telefoon vele onschuldige slapers, wat op deze prille zondagmorgen veel godslasterlijke taal en vele bastaardvloeken ontlokte. Een zeer kwalijke gewoonte, dit vroege opstaan. Om half elf werden we in een restaurant samengedreven voor, zoals men ons valselijk voorgaf, een lunch, eigenlijk was het een soort wapenschouw en probeerden de Fransen ons met hun zware jongens te imponeren. Wij van onze kant lieten zien, dat de 700 kg scrum van ons er ook niet om loog. Joop van Vught verborg zich achter de rokken van zijn vrouw.

Mail0001Vóór de wedstrijd deden we nog wat sightseeing, waarbij we haast een Franse auto-meneer verpletterden, wat ons in het politiebureau deed belanden. Ook hier verdeden we onze tijd niet, en formeerden we een stevige scrum tegen de muur van het ambtelijke gebouw. Twee veelbelovende Delftenaren probeerden intussen als kleine Eisensteintjes de zwaartekracht te verklaren. Zo arriveerden we toch nog op tijd in het Stade Buffalo, de zeer morsige arena waar we onze strijd zouden moeten strijden. Knappe en deskundige pennen zullen u deze wedstrijd beschrijven.

Tot slot van het officiële programma van deze dag was er een groot Banket Spectaculair waar het Engelse, het Nederlandse en de Franse teams aanzaten. Het was een prachtig feest met goede wijn, goed eten en goed tafellinnen, zoals later bleek. Onze officials de Heren (!) Boersma, de Boer en Hobbelman zaten tussen allerlei zeer hoge en belangrijke rugbymeneren, alsof ze nooit meer met ons in het Zuiderzeepark op het speeltuinterrein zouden moeten spelen. Zoals ik al zei was het een heerlijk feest. Aan het einde van dit banket gooiden de Fransen hun broeken tegen het plafond, gleden vele rugbyers in dit luxe milieu via de leuningen naar beneden ondanks statige portiers, palmen en marmeren trappen; tenslotte werden enkele plakkers, die in een naburig dansfeest waren binnengedrongen en daar lijfelijk zeer nadrukkelijk aanwezig waren, via een aanzwellend handgemeen op straat gewerkt. Hierna begon de vrije jacht.

Paris - LondresDe rugby-schare viel uiteen in kleine groepjes die ieder op hun manier de wufte genoegens van Parijs probeerden na te jagen. Er zou wel het een en ander te zeggen zijn van al deze groepjes, maar waarom slapende honden wakker gemaakt, per slot van rekening is het de bedoeling dat we nog eens naar Parijs gaan. Ik geloof wel dat iedereen zich best geamuseerd heeft. Maandagmiddag was het een zeer verfomfaaide groep, die Parijs verliet, beladen met eet- en drinkwaren en kleine presentjes voor vrouw en kinderen. De terugtocht was geheel gelijk aan de heenreis, zij het dan in omgekeerde volgorde. Alles verliep volgens de plannen.

Samenvattend kunnen we zeggen dat we een heerlijk feest hebben gehad en een beste wedstrijd hebben gespeeld en gezien en niemand had spijt van de verzopen dubbeltjes. Misschien mag ik de volgende keer weer mee.

Het “technische” verslag werd – in het zelfde nummer van Try van 15 december 1950 – verzorgd door official Nick Hobbelman. Uit zijn verslag kozen we drie fragmenten, gevolgd door de individuele bespreking van de (ooit) Gooiers in het gezelschap: Ab Nordeman, Werner Büchner, Cor de Rie en Piet Dijkman. Gooier Ab Roodlieb, die wel op de teamfoto staat, wordt niet besproken. Was hij reserve?

Parijs B – Bondsteam 33 – 6

Anders dan de score zou vermoeden is dit geen smadelijke nederlaag geworden, en zonder het overwicht van de B-ers maar maar een ogenblik in twijfel te willen trekken, zou ik toch wel van een geflatteerde overwinning willen spreken.

Mail0007Hoewel de Franse bladen spreken van een rugby-lesje dat zij ons gegeven hebben, van het ontbreken van techniek en van een zwakke verdediging, kan ik deze mening niet helemaal delen. Zonder blind te zijn voor de feiten meen ik dat b.v. voor de forwards gedurende de gehele wedstrijd en voor de halves gedurende de tweede helft geen sprake van een lesje is geweest. Mijn indruk is (bevestigd door de Parijzenaars) dat onze forwards niet onderdeden in snelheid en techniek, en qua uithoudingsvermogen zeker de meerderen waren van hun Franse tegenstanders.

Meteen na de aftrap golft het spel op het middenveld heen en weer, en reeds na 5 minuten is het voor ons langs het lijntje duidelijk, dat er niet van een groot krachtsverschil tussen de beide teams kan worden gesproken. Het is mij nog steeds niet duidelijk, waarom vooral in de eerste helft onze forwards niet feller hebben uitgepakt, maar de B-ers gelegenheid gaven zich in te spelen, het spel aan zich te trekken en hun sterke 3/4 lijn de bal toe te spelen. Het is dan ook deze driekwart-lijn, die met razend snelle aanvallen gaten in onze verdediging trekt, en de score eerst langzaam, maar na de rust (11-3) in sneller tempo tot de eindscore (33-6) brengt. Hoewel daar vooral na de rust wel enige aanleiding voor bestond lijkt onze ploeg over een goede mentaliteit te beschikken en blijft volhouden en vechten tot het einde.

Mail0008Dan volgen korte individuele besprekingen van de spelers, waaruit wij de (ooit) Gooiers selecteerden:

WING: Nordeman, goed en zal zeker met een snellere center naast zich nog betere prestaties kunnen leveren.

CENTER: Werner Büchner, heeft gespeeld voor wat hij waard is, doch heeft veel meer snelheid nodig voor een dergelijke wedstrijd.

FORWARD: Cor de Rie, een “slow starter”, bereikte deze keer niet zijn beste vorm, niettemin een “gewichtige” knaap in de scrum, een goede “dribbler” (ik herinner me een door hem zeer goed opgezette aanval).

Mail0009FORWARD: Dijkman, ook Pieter was voor half-time niet wat hij kan zijn en wat hij na de rust wel liet zien. Was soms zeer gevaarlijk en speelde dan zijn bekende “shrewd” spelletje.

Nico Hobbelman sluit zijn verslag als volgt af. Was onze eigen wedstrijd iets waar we toch wel iets van opgestoken hebben, de grote openbaring en les die de wedstrijd Parijs – Londen voor ons was zullen we niet licht vergeten. Dat we er veel van in toepassing mogen brengen en het op onze clubgenoten overdragen.

Frits Frankfort als NRB-wedstrijdsecretaris (1956 e.v.)

Frits Frankfort-02Frits Frankfort

Eén van de grote mannen in de geschiedenis van het Nederlandse rugby is Frits Frankfort. Kort na de oorlog speelde hij zo’n 9 jaar bij RC ’t Gooi, voordat hij in 1954 een van de oprichters van RC Hilversum werd. Hij speelde als scrumhalf in het Nederlands team, was trainer van o.a. Hilversum, ’t Gooi, Eemland en het nationale team en was ook als bondsfunctionaris actief. Over die laatste hoedanigheid gaat dit verhaal. Het is een bewerking van deel 3 van de serie De Revue van het Rugby, Wetenswaardigheden over de Bondsperiode 1952-62, door Leo van Herwijnen, gepubliceerd in Rugby Nieuws, Officieel Orgaan van de Nederlandse Rugby Bond, van augustus 1982. Leo schreef in 1982 het volgende:

foto014Frits als speler van RC ’t Gooi rond 1950, 1e rij 4e van links 

Eind 1945 had zich een kwieke jonge kerel van rond de 18 jaar als lid aangemeld bij RC ’t Gooi. De trainer bij RC ’t Gooi, Bob de Jonge, die als oud-interlandspeler en ex-voorzitter van de NRB het nieuwe lid zag komen, zegt vandaag: “Ik kan mij nog herinneren dat hij als jochie op het veld verscheen. Dat is geen blijvertje, dachten we toen”. Dat jochie was Frits Frankfort. Een half jaar later maakte Frits al zijn debuut in de nationale ploeg tegen België. Frits Frankfort zal in de loop van de volgende jaren uitgroeien tot de grootste kenner van het rugbyspel in Nederland. Wanneer hij in 1968 definitief stopt met actief rugby spelen heeft hij tot op dat moment 39 keer voor Nederland bij interlands op de scrumhalf plaats gestaan.

Met Cor de Rie richt Frits Frankfort op 23 september 1954 de nieuwe Rugby Club Hilversum op. Zijn carrière in het Nederlandse rugbywereldje is niet meer te stuiten. Op 22 september 1956 volgt zijn benoeming door de algemene ledenvergadering tot NRB-wedstrijdsecretaris. Frits Frankfort pakt de zaken gelijk goed aan. Ondanks dat de ALV van 26 september 1956 tegen het spelen van een gehele competitie was, stelt Frits als compromis een halve competitie op. Daarbij geeft hij de clubs in een circulaire te verstaan, dat clubs die zonder gegronde reden niet komen opdagen hun wedstrijd hebben verloren.

1974-02-05 Hilversum-Gooi-22Frits Frankfort (midden) in actie bij een oude meesters-wedstrijd Hilversum-’t Gooi in 1974

Verder schrijft hij: “Een team is verplicht te spelen als het aantal spelers 12 of meer bedraagt. Heeft een club dit aantal spelers niet en wil zij toch spelen, dan kan geen beroep op de bond gedaan worden in geval van verlies en geldt deze wedstrijd normaal voor de competitie. U ziet wel, dat ik bezig ben de touwtjes wat aan te halen en ik verzoek u dan ook allen mede te willen werken om wat meer orde en regel toe te passen dan toto nog toe is geweest”. Aldus Frits Frankfort.

Trainer Frits FrankfortFrits in ski-outfit bij een Wintersportfeest van RC ’t Gooi

Dat gaf even een gedonder. Ben Ziepzeerder, die op dat moment voorzitter is van de TC, klimt in de pen en schrijft aan de secretaris van de NRB, de heer J.A. Goemans: “Met enige verwondering heb ik kennisgenomen van een door de wedstrijdsecretaris van de Bond, F. Frankfort, bij het wedstrijdprogramma verzonden circulaire aan bij de Bond aangesloten verenigingen. Hierin wordt medegedeeld, dat in overleg met de Bondssecretaris, de heer Goemans, een halve competitie is samengesteld. Hiertegen moet ik ernstig protesteren, aangezien toch op de laatste jaarvergadering van de Bond is besloten voorlopig niet tot enige vorm van competitie te geraken, doch dit probleem te bezien en te bespreken op de eerstvolgende  “grote” bestuursvergadering, waar alle clubs vertegenwoordigd zijn.

Dan zou kunnen worden besloten zo nodig een speciale commissie in te stellen om de aan een competitie verbonden problemen nader te bezien en zo nodig het wedstrijdreglement van de Bond te wijzigen en aan te vullen. Het doet mij thans niet prettig aan, dat een beslissing van de Jaarvergadering (het hoogste college in de Bond) wordt genegeerd door de wedstrijdsecretaris met sanctie van het Bondsbestuur. Hier wordt m.i. langs een achterdeur binnengehaald, hetgeen de meerderheid van de verenigingen op de Jaarvergadering vertegenwoordigd, niet, althans voorlopig niet, wilde.

1950-04-23 Parijs-03Frits Frankfort en Ben Ziepzeerder kenden elkaar goed; ze namen bijv. beiden deel aan een trip van het Nederlands team naar Parijs in april 1950. Frits is de kleine man in het midden op de 1e rij, Ben Ziepzeerder staat 2 plaatsen rechts van hem op de 1e rij

Ik heb alle respect voor de energieke wijze waarop de wedstrijdsecretaris aan zijn nieuwe taak is begonnen, doch hij zal zich m.i. toch moeten houden aan de vastgestelde regels en reglementen, welke m.i. in het verleden en ook tot op heden uitstekend hebben voldaan en welke tot op heden het karakter en de sportieve sfeer in de Bond en op de rugbyvelden hebben bepaald. Ten slotte spreek ik de hoop uit, dat het Bondsbestuur zo spoedig mogelijk de circulaire van de wedstrijdsecretaris zal intrekken en de verenigingen daarvan in kennis stellen. Wellicht kunnen we op korte termijn eens uitvoerig van gedachten wisselen over de voor- en nadelen van een competitie voor de rugbysport”.

Ondanks alle protesten ziet Frankfort toch kans zijn zin door te drijven.

Aardig merkwaardig, door Louis van Keller (1983)

Onder de wat zakelijke titel “Herinneringen” schreef Louis van Keller 30 jaar geleden aardige en merkwaardige herinneringen op uit zijn toen al 30-jarige carrière bij RC ’t Gooi. Op de titel na hebben we niets aan Louis’ verhaal veranderd, behalve dan dat het nu mét plaatjes verschijnt. En nu Louis aan het woord.

Louis van Keller in 1965

We zitten toch nog steeds in de “Lustrum” sfeer en daarom, op verzoek van Tineke Jacobs, hierbij wat rugbyherinneringen. Schrijf maar wat grappigs, zei Tineke. Makkelijk gezegd. Niet dat er zo weinig gelachen is in die 30 jaar dat ik bij de rugbyclub ben, maar in de loop der jaren verdwijnen heel wat details.

Nederlands team, 1950. Achter: Ab Rootlieb (Gooi), Siep Reijnders (AAC), Cor de Rie (Gooi), ? (DSRC), vd Hoek (DSRC), Ben Ziepzeerder (AAC), Anton vd Beek (AAC), Toon Bogers (AAC), ?, Ref ?, voor: Piet Dijkman (Gooi), Ab Nordeman (Gooi), ? (DSRC), Werner Buchner (Gooi), Joop van Vught (AAC), ?, ?, ?

Mijn kennis van het spel dateert overigens al van voor mijn lidmaatschap, toen ik op sportpark Zuid in Bussum naar mijn rugbyende broer ging kijken. Ik herinner mij zelfs nog die legendarische scrumhalf van AAC, Joop van Vught. Of hij nu werkelijk zo goed was weet ik niet, ik ben hem niet vergeten omdat hij nou bepaald niet het type van een stoere rugbyer was. Klein, tenger, blekig, kalend, tanig. Meer het type van een boekhoudertje op een stoffig kantoortje. Als dan die grote, zware kerels van AAC, ARVC of ’t Gooi over dat mannetje heen vielen, dan was iedereen op de tribune elke keer weer vol verbazing dat dat taaie mannetje ook elke keer weer gewoon opstond. Zoiets als die kip die overreden wordt door een reusachtige wals, haar veren schudt en zegt: “Tjonge tjonge, dat was nog eens een haan!”.

1934-35 Kamperen met Henk Kruissink (mede-oprichter en eerste voorzitter van RC ’t Gooi), Bob Lamberton, Johan de Kooter, Witte van Heijningen (die in 1933 de eerste try voor RC ’t Gooi scoorde)

Speler van het eerste uur Van Heijningen sprak onlangs in ons clubhuis over die merkwaardige boom die midden in RC ’t Gooi’s eerste rugbyveld stond. Nou, iets dergelijks had sportpark Zuid ook. Oorspronkelijk was het sportpark gebouwd voor concours hippique. In de grond was een betonnen bak gemaakt en gevuld met water moesten daar de paarden over springen. Die betonnen bak was er nog steeds, lag precies in het goalgebied en leek net een vijver na enkele flinke regenbuien. Geen tegenstander deed iets als de bal in die vijver dreef en de Gooiers scoorden menige try door de bal daar alsnog te (onder)drukken. Ernst Sandtmann was er specialist in.

Van Ernst herinner ik mij ook nog een andere escapade. Nijenrode had in die dagen een vreselijk modderig veld. Pure rivierklei. Na een paar regenbuien lag er een laagje water op en was het veld zo glad als spek. We zijn na afloop weleens met onze rugbyspullen aan onder de douche gegaan. Eens tijdens zo’n glibberpartij sprintte fullback Ernst naar de bal, gleed uit, viel languit op zijn buik, gleed als een surfplank zo’n 7 á 8 meter over het veld en schoot als een raket in een sloot, twee meter naast het veld. Wat hebben we gelachen.

Oude meesters 1974, achter: Peter Oomens, Piet Bakker, Hans vd Bovenkamp, Joop vd Bovenkamp, John Heydendahl, Hans Walscheid van Dijk, Kees van Gelderen, Eisse Zorge, Frans Lambour, Joep van Gelderen, Pieter Luteyn, Peter Akkermans, midden: Ge Meerman, Piet Dijkman, Chris Veerman, Rob Plat, Henny Westerweel, voor: Dolf Ubaghs, Arnold de Wolf, Ernst Sandtmann, Ton de Mey, Paul Wurster

In die jaren moest je je vaak met een enkel straaltje koud water behelpen na de wedstrijd. Dat koude water deed menig Gooier besluiten zijn kleren bijeen te graaien en thuis onder de douche te gaan. Zo ook Gé Meerman. Hij pakte zijn kleren en zat even later in de auto op weg naar Amsterdam. Jammer genoeg had hij ook de broek van Piet Dijkman meegenomen. Knoestige Piet zat er niet mee en recipieerde even later doodgemoedereerd in zijn modderige rugbybroek-tot-op-de-knieën in de stamkroeg van de club, Café Restaurant Prinses Margriet.

Eens reden we, op weg naar een wedstrijd tegen Den Haag, met 5 Gooiers geklemd in een Volkswagen-kever Den Haag in toen de bestuurder van een Opel meende gesneden te worden. De Opel werd dwars op de weg gezet en eruit stapte een klein, giftig Indonesiërtje. De Volkswagen stopte en eruit stapte 1 kerel, 2 kerels, 3 kerels………, 4 kerels………, 5 kerels! De Indonesiër stond stil, wilde iets zeggen, stond met zijn mond open te kijken naar die vijf woeste kerels die op hem afkwamen, slikte zijn woorden in, stapte snel in zijn auto en scheurde weg.

En dan al die aardige, merkwaardige mensen die ooit ons shirt droegen. Eens hadden we een trage, met veel te grote passen lopende speler. De meeste tegenstanders waren hem te snel af maar moedig zette hij dan al sjokkende de achtervolging in. Al spoedig het hopeloze van de strijd inziende besloot hij dan, om zijn gezicht te redden, zijn “sprint” met een prachtige, spectaculaire zweefduik…. in het luchtledige.

Noordwijk, demonstratiewedstrijd tegen Hilversum, van rechts af: 4e Loek van Keller, 7e Koen Schols, 8e Dolf Ubaghs, 15e André van Keller

Koen Schols was een goeie rugbyer met een chronisch tekort aan conditie. Ik herinner mij van hem, dat hij menig keer prachtig doorbrak en het veld over sprintte, om vervolgens enkele meters voor de tryline dodelijk vermoeid, over zijn eigen voeten struikelend, tegen de grond te smakken.

Dolf Ubaghs is misschien de beste tackelaar geweest die de club ooit gehad heeft. Dolf tackelde de eerste center met zoveel snelheid en kracht dat hij en passant de tweede center meenam. In de laatste jaren van zijn carrière had dat goede tackelen één groot nadeel. Ons Dolf hield zijn hoofd aan de verkeerde kant, zodat de tegenstander op hem viel, waardoor Dolf menig keer voortijdig het veld moest verlaten.

Als vierkant gebouwde Erik Neumüller van ARVC (meestal kwamen ze met niet meer dan een man of 10 naar Bussum) de bal had, schalde zijn strijdkreet over het veld: “Ratatata!”. De kreet van ’t Gooi in die dagen was: “van ijzer Gooi!”.

Tweehonderdtwintig pond zware en 1.95 m grote John Heydendaal kwam uit een familie van Monte Carlo rijders. John zelf kon er ook wat van. O jee, als hij dat ging demonstreren. Eerst pakte hij dan op volle snelheid een benzinestation. D’r op en er weer af met honderd zoveel kilometer. Daarna kwam een gevaarlijk kruispunt. Volgens John moest je die als volgt oversteken: flink gas geven, de handrem aantrekken, stuur omgooien en achterste voren stoof je dan het kruispunt over. Dat was véél veiliger volgens John. Nee, dan deed mijn beste vriend Alfred Kinébanian het anders. Reden we met vijf auto’s naar Amsterdam, dan waren de eerste vier auto’s zo ongeveer bij Diemen als Alfred nog steeds links, rechts, links, rechts turend bij het eerste kruispunt in Naarden stond.

Onze grote truc met lichte en uiterst lenige Alfred (hij was de enige die zelf zijn hele rug kon wassen) was om hem te posteren naast de meest gevaarlijke line-out springer van de tegenstander met als opdracht: “sla zijn benen weg, op het moment dat hij helemaal boven is”. Dat deed Alfred nauwgezet. Kwam zo’n tegenstander verkeerd, plat op zijn rug, op de grond, dan hoorde je: “Pfffffffff”, een tijdje niets, waarna moeizaam piepend en kreunend: “hie, hu, hie, hu, hie, hu” de adem weer op gang kwam.

RC ’t Gooi-bestuur in 1963. Dolf Ubaghs, Louis van Keller, Jaap Simons, Ernst Sandtmann, Bas Hageman

Egbert Otten ging mee kijken bij een uitwedstrijd en stond voor hij het wist in het veld voor zijn eerste wedstrijd. Bas Hageman was een veel betere sprinter dan tackelaar. Ik herinner mij, ik geloof dat het bij Te Werve was, dat Bas de achtervolging inzette op een heel dikke prop van de tegenpartij die rechtstreeks op de tryline afstevende. Bas had hem spoedig ingehaald, maar dan moest de tackel komen, komen, komen, komen en dat duurde en duurde en duurde.  De dikke prop met Bas’ adem in de nek werd nerveuzer en nerveuzer. Keek om, keek weer om en viel toen over z’n eigen voeten. Van die komische strip hebben we toen buikpijn overgehouden.   

Henk Werkman is de langste speler die we ooit gehad hebben: 2.06 meter! Na een drukke zaterdag en een onbeslapen zaterdagnacht speelden we in Hannover onze tweede wedstrijd op zondag. Bij een lange kick ver over ons heen waren we volkomen gerust, dat onze goeie Zuid-Afrikaanse Willem van Drimmelen dat wel zou klaren. Toen we omkeken zagen we….. Willem van Drimmelen languit in diepe slaap in het 25-gebied liggen.

“Engelsman” The Mai (Ton de Mey) in 1970 

Beste herinneringen bewaren we ook aan die vele demonstratiewedstrijden die we in de loop der jaren speelden op Koninginnedag ergens op het platteland. Eerst de koeinnn van het laaand en daaan die gekke ruggebieers d’r op. Eens zouden we tegen Engelsen spelen. Toen die niet kwamen bouwden we 15 Gooiers om tot Engelsen. De luidspreker riep de namen om: “King, Fox, Uncles, The Mai, Flat” enz. Zoiets zouden we best nog eens kunnen doen. Bijvoorbeeld een Duits team bestaande uit Schindler, Elfferich, Schneider-Bloksch, Von Eichen, Bäkker, Wilhelms, Platsch, Zinholtz, Telcht!!, Völker und Dirch-Johann Lindenbaum onder leiding van der Fritz Frankfurt tegen een Gronings-Fries team met spelers als Steginga, Ettema, Houba, Scheltema, Frankema en Graderma.

Nu stop ik. Vervolg over 5 jaar.

Ben Hosman in gesprek met Herman Nijhuis (1977)

Ben Hosman en Wim Munnikhuizen bekijken oude rugbyfoto’s, 26 januari 2005 

Zesendertig jaar geleden stond er in De Scrum van februari 1977 een interview met ons erelid Ben Hosman. Hij sprak met Herman Nijhuis (toen nog geen erelid), destijds de aanvoerder van de Scrumredactie, over zijn herinneringen aan oude Gooi-tijden. Een mooi verhaal, dat we hier graag nog eens vertellen.

RC ’t Gooi 1937. Achter: Kees Meeuwis, Dolf Plat, Fred Huyer, Kees Kennis, Rein Koopmans, midden: André van de Hoek, Louis Diem, Johan de Kooter, Henk Stuurop, Bob Lamberton, Hans Fannois, Walt Jongman, vooraan: Ben Hosman, Jaap Klasema, Piet van Lingen

Praten met Ben Hosman over rugby op een winteravond bij de open haard met een goed glas wijn is een openbaring. Sprankelend komen de rugby-verhalen te voorschijn. Vele namen worden genoemd. Mannen van het eerste uur, die onze club hebben opgericht: Bob de Jonge, Witte van Heijningen, Bob Lamberton, Rein Koopmans, Kees Meeuwis, Jaap Klasema, Elbert Kortenoever, de Kooter, Schrage, Plat, van de Hoek, Zöllner en vele anderen.

1937-38 vertrek van station Bussum naar Den Haag. 1e rij: Walt Jongman, André Talboo, Fred Huyer, Jaap Klasema, Johan de Kooter, 2e rij: Kees Kennis, André van de Hoek, Kees Meeuwis, Ben Hosman, 3e rij: Elbert Kortenoever, Reijn Koopmans, Dolf Plat, 4e rij: Aad Kennis (met hoed), Bob Lamberton

In feite is het allemaal begonnen in december 1932, toen de heren Kruissink en Talboo in het Tuschinsky Theater te Amsterdam een film zagen over rugby en zodanig enthousiast werden, dat besloten werd om, met medewerking van de Nederlandse Rugby Bond, te trachten ook in Bussum een rugbyclub op te richten. En hiermede was in februari 1933 R.C. ’t Gooi geboren.

Het landhuis Drafna in Naarden, waar het Theosofisch Lyceum was gevestigd 

De eerste trainingen en wedstrijden werden gespeeld op de ezelweide met een boom midden in het veld, dat gelegen was naast het Theosofisch Lyceum “Drafna”. Ben Hosman begon in 1936 rugby te spelen op het veld bij de watertoren, zgn. het terrein bij de zandafgraving. Een veld vol zwerfkeien, dat niet geschikt was voor de voetballers. Maar rugby kon er wel op gespeeld worden. Als kleedruimte had men een oude loods ter beschikking en als douche een waterton met een puts. Dat waren barre tijden!

Er bestond echter een hechte vriendenkring (zodanig zelfs, dat de meisjes soms gedeeld werden). Er was ook geen clubhuis, waardoor het veld het enige trefpunt was, waar men elkaar met vrienden, vriendinnen en familieleden ontmoette. Na afloop ging men met de dames achterop de fiets weer huiswaarts, met uitzondering van een enkele gelukkige, die de beschikking had over een auto of een motorfiets.

Door die hechte vriendenkring werden wedstrijden gewonnen, niet door een grote techniek, doch door een verbeten inzet om elkaar niet teleur te stellen. Doordat er maar zeven clubs waren, kende iedereen iedereen en de onderlinge band tussen die clubs was reuze goed. In oorlogstijd werd het wat minder met het clubgebeuren en er zijn toen een paar leden gefusilleerd.

Nassaulaan Bussum, in oorlogstijd, te zien aan de verduisteringsschotten voor de winkelramen. Kees Meeuwis, Aga Klasema (de vrouw van Jaap), Jaap Klasema, Ben Hosman, Rie Hosman

Ben Hosman is eigenlijk door zijn buurjongens Jaap Klasema en Kees Meeuwis in de rugbysport terecht gekomen en hij heeft er nooit spijt van gehad. Werd hierin ook sterk gesteund door zijn vrouw. Toen er kinderen kwamen vergezelde zij hem altijd nog naar het rugbyveld. Ook toen er vier kinderen waren werd er trouw naar het veld gekomen. Pa Hosman had dan een kind voor- en achterop de fiets, ma Hosman kwam dan later met de kinderwagen naar het veld met een kind erin en een kind erop of ernaast.

De feesten die in die tijd werden gehouden werden ook per fiets bereikt. Zo staat nog in aller herinnering het carnavalsfeest in “De Zeven Linden” te Laren; men moest er wel tot 4 uur in de nacht binnen blijven vanwege de spertijd in de oorlog. De kinderen werden ter plekke in de bedstee gedeponeerd.

Er werden in die tijd ook demonstratiewedstrijden gehouden, zelfs rugby was een onderdeel van de Olympische spelen in Amsterdam. RC ’t Gooi leverde reeds in 1936 spelers voor het nationale XV-tal, o.a. Walt Jongman, die maar eventjes vanuit Egmond aan Zee naar Bussum fietste om daar eventjes de interland tegen Frankrijk te spelen en toen maar weer eventjes terugfietste naar Egmond. Ook de heren Stuurop en Schut kwamen iedere week getrouw uit Eerbeek om te trainen en te spelen. Dat was ouderwetse inzet en men was in die tijd niet veel luxe gewend.

Scrum in de sneeuwwedstrijd tegen Anderlecht in 1946

In 1939 speelden Jaap Klasema en Walter Jongman mee tegen Roemenië. Ook de wedstrijd tegen Anderlecht zal Ben nog vele jaren heugen. Na een tocht van ruim 5½ uur met de bus was er zoveel sneeuw gevallen, dat toen men bij Anderlecht aankwam  er inmiddels 30 cm lag. De Belgen hadden er toen geen zin meer in om een partij te spelen, maar ja, die Hollanders hadden niet voor niets zo lang in die rotbus gezeten, zodat er, onder daverende lach-salvo’s, toch nog een wedstrijd gespeeld werd.

Ook de bustocht naar Düsseldorf ligt nog vers in de herinnering. Men ging vanuit Bussum met een bus van Bussums Bloei. Daar aangekomen werden zij ontvangen door heren met bruine hemden aan en in wagens naar het sportveld vervoerd, waar later de Joden naar de gaskamers werden getransporteerd. Op de terugweg was halverwege de bus van Bussums Bloei uitgebloeid, midden in de bossen in de buurt van Arnhem kregen zij panne (gelukkig voor hen die een vriendinnetje bij zich hadden).

Gooi 1937/38, demonstratiewedstrijd in Dieren. Achter: Bob de Jonge, Dolf Plat (met scrumcap), Jan van Schaik, Bob Zwart (met alpinopet), Ko Munnikhuizen, Bep van Kooten, Witte van Heijningen, Reijn Koopmans, Zollner, Jaap van Schaik, ? (met regenjas), voor: Kees Meeuwis, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Fred Huyer, Elbert Kortenoever, Walt Jongman

De sterkste van de zeven clubs uit die tijd waren ongetwijfeld de Delftse Studenten, maar onze voorwaartsen hadden er tijdens die wedstrijden wel danig de pest in, daar ze meestal in een wolk van jenever stonden te pushen. Het sportpark aan de Meerweg werd intussen het rugbyveld. Ook daar werden reeds in 1946 en 1947 veel demonstratie- en internationale wedstrijden gespeeld voor een in die tijd toch wel talrijk publiek. Meestal betraden wij het veld met de vlag van R.C. ’t Gooi voorop (waar is eigenlijk die vlag gebleven?).

Knipsel uit De Bussumsche Courant van 24 februari 1939

Voor reklame werden er door de leden met de hand gemaakte affiches gemaakt (ingekleurd met zwarte en rode inkt). Die werden dan bij de winkeliers voor de ramen gehangen of aan bomen genageld. De enige ernstige blessure die Ben Hosman ooit heeft opgelopen is een hersenschudding in de wedstrijd tegen België. Vanuit België werd hij toen met rugbykleren en al in de auto gezet en bij zijn vrouw afgeleverd, die toen wel wist dat er iets fout was.

Rechts Ben Hosman als scheidsrechter op Sportpark Bussum Zuid bij een onbekend sevens-team

Zonder meer stelt Ben, dat hij door de rugbysport een veel groter doorzettings- en incasseringsvermogen heeft gekregen. Maar, gelooft hij, je had in die tijd meer over voor je club en de sport dan nu het geval is. In 1936 begonnen met spelen tot 1956. Daarna nog diverse bestuurstaken vervuld. Ook is Ben nog scheidsrechter geweest. Hij kan terugzien op een bijzonder fijne sporttijd.