Een club van verzamelaars? Door Ton Steenwinkel.

1978-11 Ouderavond-03Ook de oude Utrechtse Poort was goed voorzien van her en der verzamelde snuisterijen

Kijk maar eens even rond in het mooie RC ’t Gooi clubhuis en aan de muur vind je allerlei spannende dingen, die in de loop van de tijd verzameld of gevonden zijn. Hierbij een paar herinneringen aan deze verzamelwoede, die wellicht interessant zijn. Maar niet alle ooit  verzamelde objecten zijn nu nog in het clubhuis te bewonderen. Welke niet leest je hier.

Adelborsten vaandel sabel

Soms was er een lange reis naar Den Helder noodzakelijk om een potje rugby te kunnen spelen, maar de gebruikelijke winst op de Adelborsten maakte veel goed. Niet alles natuurlijk. De officieren in spé kregen na verloop van tijd een prachtige sabel, waar ze reuze trots op waren. Maar die sabel moest ook altijd gedragen worden. Een stevige pot rugby, gepaard aan een stevig biertje – peren in het marinejargon – en een zeer behendige en snelle Gooispeler leidden ertoe, dat de sabel van eigenaar verwisselde en dat ’t Gooi in het bezit kwam van een zeer fraaie sabel. Iets dat we eigenlijk altijd al hadden willen hebben!

adelborsten schip4

De commandant van het KIM – geen familie van de Koreaanse Kims – dreigde de vloot over het IJsselmeer naar Naarden te sturen. Maar gelukkig stond er geen wind en kon de Marine niet naar Naarden zeilen. De belofte, dat de Adelborsten de sabel bij de wedstrijd in Naarden op zouden kunnen halen tegen een kleine compensatie van een vat bier, viel niet in goede aarde. Marinevolk heeft toch al niet zoveel met aarde. Enfin, de sabel is maar teruggegeven.

Wat bij een volgende wedstrijd in Den Helder de bijzondere aandacht van de verzamelaars trok was de appèlklok of -bel, waarmee de Adelborsten ’s morgens op het appèl werden geroepen. adelborsten klokMet vereende krachten werd de zware klok in de auto gesjouwd en naar Naarden vervoerd. Pas bij het eerstvolgende appèl werd, toen men de klok wilde luiden, vastgesteld dat deze verdwenen was! Het Ministerie van Defensie meende persoonlijk te moeten ingrijpen in deze zaak van het ontvreemden van rijkseigendommen, waarbij weer niet begrepen werd dat we de klok alleen maar een paar jaar in bruikleen wilden! Enfin, om een lang verhaal kort de maken, de klok moest terug en onze conclusie was, dat het Ministerie van Defensie, in het bijzonder het KIM, blijkbaar niet in staat was zijn eigen spullen te verdedigen! Zoiets geeft je te denken!

kasteel NijenrodeOm de nieuwe eerstejaars in te wijden in de mooie rugbysport werd er voor de start van elk seizoen een wedstrijd op Nijenrode tegen ’t Gooi gespeeld. Er waren daarbij altijd 3 hoogtepunten. Het eerste was, met hoeveel we dit jaar weer zouden winnen. Het tweede, of de eerstejaars in de rust en na de wedstrijd wel mooi de gaten in het veld weer plat zouden trappen. En het derde en meest belangrijke was: het meenemen van de pindabak, die op de bar in de kelder stond.

Nijenrode kelderbar2Zo ziet de Nijenrode-kelderbar er tegenwoordig uit: geen pindabak te bekennen…

Na wederom een forse zege en een weer plat veld gingen we snel naar de bar in de kelder. Daar werden wij geconfronteerd met het feit, dat de pindabak nu aan een ketting lag en dat naast de pindabak een grote en sterk uitziende Nijenrodiaan stond. Met deze persoon was niet te praten en hij wilde ook geen bier van ons aannemen! Ongehoord! Rijp beraad volgde, het plan werd besproken en vervolgens tot uitvoer gebracht. Plotseling ging het licht in de kelderbar uit. De kin van de bewakende jongeling kwam in contact met een vuist van een Gooier, hetgeen duidelijk te horen was door de klap op de kaak en de kreet van de persoon wiens kaak het was. De pindabak werd bevrijd van zijn ketting en de bak werd in een vliegende sprint in het donker de trap op gedragen en vervolgens in een met ronkende motor klaarstaande auto geplaatst met bestemming Naarden. Uiteraard moesten wij de pindabak bij de wedstrijd tegen Nijenrode in Naarden teruggeven, hetgeen gebeurd is.

poort NijenrodeOns was ook opgevallen, dat er voor de brug van het poortgebouw van kasteel Nijenrode een tweetal fraaie leeuwen de wacht hield. Laat de leeuw nu toevallig ook het symbool van Rugbyclub ’t Gooi zijn! Een beetje eerste rij speler is ook voor een leeuw niet bang en het bleek na enig wroeten en draaien, dat een van de leeuwen best naar Naarden wilde komen, hetgeen dan ook geschiede. Ook dit aandenken moesten wij weer teruggeven!

gebouw universiteit utrecht2De Utrechtse universiteit werd ongeveer in 1636 opgericht en ruim 340 jaar later speelden we regelmatig tegen USRC. De derde helft vond niet plaats in de sociëteit, maar in de gebouwen van de Universiteit, omdat vrouwen niet toegelaten werden in de sociëteit, zijnde de normale drinklocatie. Er was bier voor de heren en sherry voor de dames en er bleek een fraaie expositie van zeer oude vaandels te zijn, die men van achter glas kon bewonderen. De Oude Poort was nogal kaal en we vonden opeens, dat De Poort best met een mooi vaandel opgefleurd kon worden.

vaandel uni utrecht.bmpVitrine ongemerkt geopend, vaandel opgerold, was per slot van rekening minstens 200 jaar oud en de stof was nog lang niet vergaan! Mee naar ’t Gooi. Op maandagmorgen 9.04 uur kreeg ik en telefoontje van het bondsbureau van de Nederlandse Rugby Bond. Of ik iets wist van “het vaandel”? Als ervaren eerste rij speler, die heel onschuldig kon kijken als de scheids hem net niet op heterdaad heeft kunnen betrappen bij het uitdelen van een corrigerend tikje, zei ik dat ik niets van deze zaak wist, maar wel eens even zou navragen. Je voelt het al aankomen: het vaandel was van onschatbare historische waarde en ging weer terug naar Utrecht!

Pet Britse stationschef

Een andere keer zal ik jullie informeren hoe het kwam, dat de pet van de stationschef op het treinstation van Bromley South in handen kwam van een Gooispeler en dat wij ook dit kleinood terug moesten geven! Ofschoon al deze gebeurtenissen strafrechtelijk al verjaard zijn, meen ik toch de namen van de betrokkenen niet bekend te moeten maken. Overigens: die namen zijn vastgelegd in een document, dat in een verzegelde envelop zit, in de kluis bij de notaris.

1368377525_8600_jpgWellicht is het verzamelen van landskampioenschappen en zilveren legpenningen van gemeentes een betere zaak, maar een beetje nostalgie over de vroegere verzamelwoede kan geen kwaad!

Zie ook:

De Nijenrode connectie

RAF Brüggen (1965)

Rugby in de oudheid, door Bob de Jonge

 

?, Bob de Jonge, ?, ?, Fred Huyer, ?RC ’t Gooispelers uit de oudheid (jaren ’30): ?, Bob de Jonge, ?, ?, Fred Huyer, ?

In 1978, bij het 9e lustrum, schreef ons erelid, oud-voorzitter J.A.J. (Bob) de Jonge in De Scrum over de rugby-oudheid in Nederland. Hij maakt daar zelf deel van uit. Als de allereerste secretaris van de op 1 oktober 1932 opgerichte Nederlandse Rugby Bond stond de latere bondsvoorzitter aan de wieg van RC ‘t Gooi. Hij was in die tijd nog lid van ARVC, de Amsterdamsche Rugby Voetbal Club. En dan nu Bob de Jonge zelf aan het woord.

Wanneer je in De Scrum een vraaggesprek met pionier Frankfort hebt gelezen, gaan je gedachten onwillekeurig terug naar het verre verleden. De rugbywereld van heden ten dage is wel heel wat anders dan het rugbywereldje van toen. Je vraagt je af hoe het allemaal is begonnen en hoe het zich heeft gehandhaafd. Het antwoord op dat handhaven is niet zo moeilijk te geven: door pionierswerk van mensen als Frankfort.

DSR-C in actie tegen AAC in Amsterdam in 1934DSR-C in actie tegen AAC in Amsterdam (tijdschrift Sport in Beeld, 1934)

Maar de geboorte van de rugbysport in Nederland is wat duister. De oudste en veruit de oudste club is de DSR-C, die ik in de eerste wereldoorlog in mijn zeer prille jaren weleens zag spelen tegen gestrande Zuid-Afrikaanse studenten en Britse krijgsgevangenen (1). Dat vond dan plaats onder andere in het oude stadion in Amsterdam (2) en als kind werd ik zo geestdriftig dat ik, toen ik de kans kreeg, zelf ben gaan spelen. En die kans kwam in 1930, er stond toen in de Amsterdamse bladen een oproep van een aantal Zuid-Afrikaanse en Engelse studenten ter oprichting van een rugbyclub en daaruit ontstond ARVC, dat gezien het aantal voortreffelijke buitenlanders, een zeer goed partijtje vertolkte.AAC tegen ARVC in maart 1933

AAC tegen ARVC (tijdschrift Revue der Sporten, 13 maart 1933)

1933-01-17 DBC oprichtingARVC, kort daarna gevolgd door AAC, was de derde rugbyclub van Nederland; RCE was inmiddels door oud-Delftenaren van de grond gekomen. Voordien had Delft zich eenzaam en alleen staande moeten houden door enkele wedstrijden per jaar te spelen tegen de Antwerp British, de British Bruxelles en met Pasen enkele ontmoetingen met Engelse XV-tallen. Geen geringe prestatie. Voor de oorlog werden nog opgericht de HRC, de RRC, RC ’35 en de Gooische Rugby Club, dus niet de Rugby Club ’t Gooi. Ik kom daar straks op terug. Door een leraar Engels, Henk Kruising (als ik het goed spel) (3), waren enkele middelbare scholieren geestdriftig gemaakt voor onze sport. Een oprichtingsvergadering vond plaats in een café over de spoorbomen in Bussum. Namens de bond was ik daarbij aanwezig, vandaar mijn band met RC ’t Gooi, waar ik later nog jaren voor heb gespeeld.Scan.BMP

Hoe zat dat nu met die naam? De GRC werd toentertijd (nog voor de oorlog) benaderd door de Atletiek Unie. Indien wij ons aansloten, zouden wij bij de training worden geholpen en ook zou ons materiaal ter beschikking worden gesteld. Daar hebben we nooit iets van gemerkt en dus weigerden wij onze contributie te voldoen. Er werd gedreigd met royement en dat zou hebben betekend, dat de NRB ons ook zou hebben moeten royeren als lid. Eenvoudige oplossing: GRC hief zichzelf op en op datzelfde historische ogenblik kwam de RC ’t Gooi ter wereld!

Onze clubkleuren waren ook niet geheel hetzelfde als nu. De middenbaan van het shirt was lichtblauw. Toen in 1945 weer met frisse moed werd begonnen, werd aan alle oud-spelers verzocht hun shirts ter beschikking te stellen. Toen eindelijk nieuwe shirts konden worden aangeschaft, waren de oude kleuren niet meer te krijgen.

stoomtreinHoe was het (rugby)leven in de oudheid? Wel wat anders dan in de welvaartsstaat! Het reizen geschiedde vrijwel uitsluitend per trein op een zogenaamd gezelschapsbiljet. Aangezien ieder XV-tal zo’n drie of vier werklozen telde, moesten de andere spelers het gezelschapsbiljet voor hun rekening nemen. Wij speelden in het algemeen op bijvelden van kleine voetbalclubs, kleedgelegenheid een oud bouwkeetje, wassen in blikken bakken met water uit de sloot. Voor gezelligheidsavonden was er geen geld ter beschikking, trainen alleen op zaterdagmiddag mogelijk. Maar we hadden er allemaal veel voor over en we bleven overeind!

Kleedhokje van ARVC aan de Schagerlaan, ca. 1930Kleedhokje van ARVC aan de Schagerlaan, ca. 1930 (uit “In de lijn gespeeld”, Leo van Herwijnen, 1982)

De eerste jaren van ’t Gooi kenmerkten zich door grote geestdrift en wat het spel betreft door grote inzet en snelheid. Aan techniek en tactiek ontbrak nog alles. Ons terrein was in de toenmalige “zandafgraving” in de buurt van de watertoren (4). Maar nog voor de oorlog uitbrak in 1940 had ’t Gooi de bekercompetitie gewonnen! De grote namen van die tijd waren: Meeuwis, Jongman, Klasema, Van Heijningen, Van Kooten, Hosman, Plat, Koopmans en nog zovele anderen.

watertoren Bussum02Het terrein bij de watertoren moet links van de weg gelegen hebben, waar nu de begraafplaats is, ter hoogte van het huidige P+R-terrein bij station Bussum Zuid

Ik noemde zo even de bekercompetitie; een gewone competitie kenden wij niet. De bekerwedstrijden werden in een halve competitie gespeeld en verder hadden we net als in Engeland een vrije fixture list. Het kostte de clubbesturen heel wat moeite een goed wedstrijdprogramma in elkaar te zetten. Maar het had ook een voordeel: het ging er bij elke ontmoeting niet om de punten en zo kregen jongere en minder goede spelers volop kans mee te doen.

Henri_van_boovenWaarom er geen competitie was? Dat zat ’m in de NRB. De bond was opgericht op initiatief van de schrijver en journalist Henri van Booven, zelf een zeer verdienstelijk cricketer. DSR-C voelde wel de noodzaak van de oprichting van een overkoepelend orgaan, maar had ook bezwaren. Zoals: wij zijn studenten en wij willen ook onze contacten met Engeland niet verliezen. En dit was vroeger een brandende kwestie. De Britse landen in de wereld hadden hun eigen RFU en ook Frankrijk was daarbij aangesloten. Door de professionele aanpak in Frankrijk (ze waren er daar al vroeg bij), spelverruwing, betaling onder-de-tafel, werd Frankrijk uit de RFU gezet. En begonnen dus de Fransen aan de oprichting van de FIRA. Nu mochten Engelse clubs wel spelen tegen FIRA-leden, maar dan mocht er in het desbetreffende land geen competitie worden gespeeld en we moesten daarvoor buigen. In zekere zin ontdoken wij dat beding, door de beker te laten verspelen in de vorm van een halve competitie. Wij hadden dus wel een bekerhouder, maar geen (echte) kampioen!

En zo kwam het allemaal langzaam en moeizaam op gang totdat er midden in de Tweede Wereldoorlog een zeer plotseling einde aan de zaak kwam en er in 1945 weer opnieuw werd begonnen. En het verdere verloop zal de meesten wel bekend zijn.

Voetnoten:

(1) Dat is maar net mogelijk, want DSR-C werd opgericht op 8 oktober 1918 en de eerste wereldoorlog eindigde op 11 november 1918.

(2) Bedoeld wordt vermoedelijk Het Stadion aan de Amstelveenseweg in Amsterdam,  tot de sloop in 1929 de voorganger van het Olympisch Stadion

(3) Henk Kruissink is de correcte spelling. Hij en André Talboo waren de initiatiefnemers voor de oprichting van de Drafna Sport Club op 14 januari 1933, die ruim een jaar later, op 31 januari 1934, fuseerde met de Hilversumsche Rugby Club tot de Gooische Rugby Club en die weer later Rugby Club ’t Gooi zou gaan heten.

(4) Dit speelveld moet gelegen hebben ter hoogte van het huidige P+R parkeerterrein bij station Bussum Zuid, waar nu de begraafplaats ligt.

Zie ook:

Interview met Bob de Jonge (filmpje uit 1988)

De oprichters van RC ’t Gooi

Het Drafna-lyceum

De oertijd van RC ‘t Gooi: het échte verhaal!

 

Hannover uit en thuis (1962-1963)

In het begin van de jaren ’60 speelde ’t Gooi tegen het Duitse S.V. Victoria uit Hannover. Dat was ruim 15 jaar na de oorlog nog geen vanzelfsprekende zaak, maar het begon nog veel eerder, namelijk al in maart 1951. Toen speelde ’t Gooi uit tegen Hannover Linden – de oude club van Pa Büchner – en Victoria:

Scan.BMP

Elf jaar later, in het weekend van 16 december 1962, was S.V. Victoria te gast bij ’t Gooi. Er is ongetwijfeld een wedstrijd geweest, maar de uitslag daarvan is in nevelen gehuld. De beide clubs werden in het Naardense raadhuis ontvangen en daar is wel een foto van.

1962-12-16 Hannover Victoria-01

Acht maanden later – in augustus 1963, aan het begin van het rugbyseizoen 1963-1964 – werd het tegenbezoek aan Hannover gebracht. Met 5 auto’s en minstens 10 liter motorolie – je weet maar nooit… – reden 21 Gooiers in oostelijke richting. Daaronder bevonden zich in elk geval Jaap Simons, Piet Bakker, Hans van den Bovenkamp, Egbert Otten, Willem de Jong, Tom de Man, Ton Groendijk, Arnold de Wolf, Ernst Sandtmann en Willem van Drimmelen. Jaap Simons schreef er in De Scrum van 17 september 1963 het volgende verslag over:

Hannoververslag-01

Op weg naar HannoverMet de auto onderweg

Hannoververslag-02

Rechts: Ernst Sandtmann, Arnold de Wolf?, ?, Egbert Otten, Rob Plat, John Heydendahl, Jack Heer, ?, Ernst Sandtmann,  Arnold de Wolf. Wie zijn de vraagtekens?

Hannoververslag-03

Behalve voor de wedstrijden was er ook gelegenheid om iets van Hannover te zien. Mannen in lange regenjassen staan op de foto bij hun bezoek aan de Maschsee, nog steeds een toeristische attractie van Hannover. Wie herkent ze?

Hannover-03

Hannover-01

Een halve eeuw na dato trok Arnold de Wolf (toch een keurige man…) de beerput van zijn herinneringen aan de trip naar Hannover open: een walm van bederf komt ons na al die tijd nog tegemoet…! Dit is zijn verhaal:

1998-04-21 Lustrum 1998-49Dieter Büchner, Arnold de Wolf en Joop Meijer bij de lustrumviering op 21 april 1998

Wat leuk! Ik herinner mij de ontmoeting met SV Victoria heel goed: de trip naar Hannover. Dat wij de tweede helft van de eerste wedstrijd niet meer konden bijhouden is niet vreemd. De voorbereiding voor deze wedstrijd bestond er in, dat wij na de training ’s avonds met zijn allen naar de sauna van de familie Rood gingen. Om bij te komen van de sauna moest er nog even in café Spoorzicht een pilsje gedronken worden. Toen was het ineens 02:00 uur en besloten een paar dan maar direct door te rijden naar Hannover. In Hannover werden we opgevangen door een van onze gastheren en gewezen waar wij de nacht zouden doorbrengen. Ik ging even op bed liggen en 1 seconde later werd ik ruw wakker geschud: “Kom op! We moeten spelen”. De tweede helft redden we dus niet.

Maar ’s avonds knapten we aardig op! Na de vraag van onze gastheren, dat het eerste team te sterk was, maar misschien vonden wij het leuk om tegen het tweede te spelen..? wilden wij dat natuurlijk wel. Er was ’s avonds in het clubhuis een feestje en om 22:00 uur “werden die Herrschaften vom zweiten Team gebeten nach Hause zu gehen”. Voor ons fatsoen vonden wij dat wij dan ook maar moesten gaan, maar enkelen, waaronder natuurlijk ook Ernst Sandtmann en ik, vonden dat we eventjes nog Hannover moesten “bekijken”. Volgens mij was Piet Bakker (die een glazenwassersbedrijf had) “glazen gaan reinigen” bij een leuke Duitse dame en hebben wij die niet meer gezien. Ik weet niet meer wie ook bij onze “culturele” avondstap in Hannover was, maar de volgende morgen om ca. 08:30 uur waren wij op onze slaapgelegenheid.

Herhaling: ik werd ruw wakker geschud om ca. 10:00 uur, omdat er om 10:30 uur gespeeld moest worden. Natuurlijk leek ons spel nergens op en toen ik als scrum half de bal naar Ernst Sandtmann (fly half) speelde hield hij zijn handen uit om de bal te vangen, maar vergat ze op elkaar te doen. Ik zie nog die bal vliegen langs Ernst. Even later is de wedstrijd door onze gastheren maar afgefloten…… en we hebben nooit meer een uitnodiging voor SV Victoria gekregen!

De Turn- und Sportverein Victoria Linden  (sinds 1900) bestaat in 2013 nog steeds.

Rugbypromotie in de jaren ’70

Herman-KuiphofHerman Kuiphof

Op Geschiedenis 24 een filmpje-uit-de-oude-doos gevonden, dat niet rechtstreeks met RC ‘t Gooi te maken heeft, maar wel met de Nederlandse rugbygeschiedenis. Het filmpje – onder de noemer: onbekende sporten – duurt ruim 16 minuten, waarvan de eerste 3 minuten zonder beeld: die kun je dus overslaan. Het filmpje biedt een paar bekende namen. Herman Kuiphof is de presentator en interviewer. Hans Brian – tegenwoordig sportverslaggever – geeft rugbytraining. En die divepassende scrumhalf: is dat niet Frits Frankfort..?  Jus van Doorn – later voorzitter van de Nederlandse Rugby Bond – wordt geïnterviewd als voorzitter van de Haagsche RC.

Jus vertelt onder meer over de toestand en de groei van het Nederlandse rugby, waarin in die tijd slechts zo’n 700 á 800 rugbyers actief waren. Te zien zijn beelden van de interland Nederland – België, gespeeld in Zeist, waarin o.a. Jus van Doorn zelf meespeelde. Uitslag: 8 – 3. En ook beelden van een wedstrijd van Zuid-Afrika tegen een Engels testteam, gespeeld in Bloemfontein. Het filmpje is uitgezonden door de VPRO op 30 mei 1964. Het tempo is voor hedendaagse ogen belachelijk laag, maar ook dat is geschiedenis. En waarom moet ik toch zo aan Jacobse en Van Es denken..? Kijk zelf maar!

Jus van Doorn reikt Van Broekhuizenbeker uit aan RCHNRB-voorzitter Jus van Doorn reikt de Van Broekhuizen beker uit aan RC Hilversum

RC ’t Gooi-speler Ton Steenwinkel was jarenlang met Jus van Doorn lid van het NRB-bestuur. Ton herinnert zich: “… dat de NRB in 1970 zo’n 18 clubs had en het bestuur in 1973 geld van het Ministerie van Cultuur Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM) kreeg. Ongeveer 18.000 gulden, losgepeuterd door Jus van Doorn, om de rugbysport in het Noorden en Oosten van het land te promoten. Ik trok met een filmprojector door het land, hield presentaties en vertoonde mijn films. Ook speelden we verscheidene “demonstratie wedstrijden” waarbij de gewenste spelers niet altijd kwamen opdraven. Ik herinner me minstens één wedstrijd waarin het Nederlands XV niet compleet was en de aanwezige rugbyspelers, zoals Tom Visser en ik, het oranje shirt aantrokken om vervolgens onze eerste wedstrijd voor het Nederlands team te spelen.

Belangrijker was, dat met de hulp van vele oud-studenten en natuurlijk Koos Kuiper – de befaamde kroegbaas uit Groningen – er vele nieuwe clubs werden opgericht, niet alleen in het noorden en oosten, maar ook in het zuiden van Nederland. Toen Jus van Doorn en ik in 1981 stopten als bestuurlid, was de NRB wel gegroeid van 18 naar ongeveer 105 clubs! Helaas hebben niet alle clubs het overleefd. Nu we het over overleven hebben; de “derde helft” van de wedstrijden Haagsche Rugby Club en Rugby Club ’t Gooi duurde altijd minstens tweemaal zo lang als de wedstrijd zelf. Je mocht blij zijn als je zondagavond weer om 11.00 uur thuis was. Van alcoholvrije drankjes hadden wij nog niet gehoord!

Foto_van_Doorn,_van_Dalen,_Steenwinkel-1981_Golden_Oldies_ToenooiWalter van Dalen (AAC), Ton Steenwinkel (RC ’t Gooi) en Jus van Doorn (HRC) als Witte Raven in Californië in 1981

Natuurlijk speelden de NRB-bestuurleden toen nog elke week en in juni 1981 namen Walter van Dalen, Jus van Doorn en ik met de Witte Raven deel aan het tweede Golden Oldies Rugby Festival in Long Beach, California, USA. We hebben daar op waardige wijze met 17 spelers het Nederlandse rugby vertegenwoordigd. Ofschoon wij het veelvuldig geprobeerd hebben, waren we toch niet echt enthousiast over het Amerikaanse bier, als je het bier kunt noemen! Dan gelukkig maar weer een mooi Nederlands biertje in ons Naardense clubhuis.

De schuld van dit alles heeft Hans Plat. Die meende zo nodig een rugbywedstrijd tussen de Scholengemeenschap Godelinde en het Vitus College te moeten organiseren. Daardoor heeft hij mensen zoals ik weten te ronselen! 46 Jaar later ben ik nog steeds verknocht aan de rugbysport en aan Rugby Club ’t Gooi… Bedankt hoor Hans!!”.

Ga ook naar:

Een “geheime” buitenlandse competitiewedstrijd (ca. 1972), door Ton Steenwinkel

De oostelijkste club van Nederland (1963)

Dr. Herman Dirk van Broekhuizen en z’n beker, door Tom Visser

1368377514_0398_jpgIk begrijp niet waarom bekers zo vaak de bekroning van een kampioenschap vormen: ‘t zijn volkomen nutteloze voorwerpen en meestal nog lelijk ook. Je zou ze voor geen goud in je huiskamer willen zetten, maar toch moeten we als sporters zo nodig die “cup met de grote oren”- of wat de bijnaam van zo’n ding ook maar mag zijn – veroveren. Waarom niet een vat bier als trofee? Daar heb je tenminste nog plezier van!

Hoe het ook zij: Rugby Club ‘t Gooi was gek van blijdschap bij het veroveren van de kampioenschapsbeker op 11 mei 2013, nadat we in 2009 ook al eens landskampioen mochten worden. En dat is natuurlijk waar het écht om gaat, zo’n beker is alleen maar een symbool. Maar waarom heet het ding eigenlijk de Van Broekhuizen beker?

1368377525_8600_jpg

Daar zit een spannend verhaal achter, dat helemaal in 1872 begon, toen er in Rijssen een domineeszoon werd geboren: Herman Dirk van Broekhuizen. Zijn vader was geruime tijd in Zuid-Afrika als predikant werkzaam geweest en de andere kinderen uit het Nederlandse gezin waren daar geboren. Na enige jaren vertrokken ze voorgoed naar Zuid-Afrika. Herman Dirk kreeg eerst thuis onderwijs en ging toen naar de middelbare school om vervolgens theologie te gaan studeren aan het Victoria-College te Stellenbosch. Hij zou net als zijn vader dominee worden.

cap“Broekie” van Broekhuizen met z’n cap van het Zuid-Afrikaanse team

Maar hij zat niet alleen met zijn neus in de boeken. Hij was populair onder z’n studiegenoten, joviaal en kameraadschappelijk. Hij had een voorliefde voor sport. In 1896 speelde hij met het Zuid-Afrikaanse rugbyteam tegen een bezoekend Engels touringteam. Vandaag de dag zouden we ze de Springboks en de British Lions noemen. Het Britse team speelde 21 wedstrijden, waarvan er slechts één gelijk eindigde en slechts één werd verloren. En in die ene verloren wedstrijd speelde Van Broekhuizen mee. Winnen van Engeland, dat was nog nooit vertoond! Het Zuid-Afrikaanse team uit 1896 moet in eigen land wel haast onsterfelijk zijn en Van Broekhuizen dus ook.

South Africa rugby team 1896Het Zuid-Afrikaanse team, dat in 1896 voor het eerst in de geschiedenis een Engels touringteam versloeg. Van Broekhuizen staat 2e van links op de achterste rij.

In 1897 ging Van Broekhuizen voor een studiereis naar Europa en het Midden-Oosten. Hij bezocht vele landen, waaronder Nederland. Na terugkeer in 1898 in Zuid-Afrika werd hij hulpprediker in Pretoria. Hij pleitte voor nauwe aansluiting van Transvaal, Oranje Vrijstaat en de Kaap. President Paul Kruger waardeerde hem en raadpleegde hem bij moeilijke kwesties. Toen in 1899 de oorlog met Engeland uitbrak nam hij deel aan de verdediging van het land. Hij werd gevangen genomen en naar Engeland verbannen. Hij wist het vasteland van Europa te bereiken, ging naar de VS en zamelde daar met succes geld in voor de vrouwen en kinderen die zich in Engelse concentratiekampen bevonden.

State President Paul Kruger at his inauguration in 1898De Zuid-Afrikaanse president “Oom Paul” Kruger

Terug in Nederland bepleitte hij in 1902 de invoering van het Afrikaans als de taal van Zuid-Afrika. Hij was de predikant en de toeverlaat van president Kruger tijdens diens verblijf in Nederland. In 1904 was hij weer in Zuid-Afrika en werd hij predikant in Kuilsrivier, bij Stellenbosch. Hij streed voor onderwijs in het Afrikaans, was een van de stichters van de Suid Afrikaanse Akademie vir Taal, Lettere en Kuns en initiatiefnemer van de jaarlijkse “Krugerdagviering”.  In 1912 kreeg hij een jaar studieverlof, dat hij aan de Utrechtse Universiteit doorbracht, echter zonder dat hij erin slaagde zijn proefschrift af te ronden.

Terug in Pretoria werd hij direct weer politiek actief. Hij was tegen de militaire operaties tegen Zuid-West-Afrika in het begin van de eerste wereldoorlog, kreeg als rebel een prijs op zijn hoofd en werd tot 18 maanden gevangenis veroordeeld. Zo maakte hij naam en bewees hij, dat hij hem woord en daad één waren. Hij raakte bevriend met vooraanstaande personen en werd predikant bij de Hervormde Kerk te Pretoria. In 1922 ging hij weer naar Nederland, rondde zijn proefschrift af en behaalde de graad van doctor in de Godgeleerdheid. In 1925 werd hij tot lid van de Volksraad voor de Nationalistische Partij gekozen, wat het einde van zijn loopbaan als predikant betekende.

broekhuyzen bezoekt Rijssen 27-11-1935Zuid-Afrikaans gezant Dr. H.D. van Broekhuizen bezocht zijn geboorteplaats Rijssen op 27 november 1935. Hij staat op de voorste rij, 8e van links.

Hij werd benoemd tot gezant van Zuid-Afrika in Nederland en later ook in België. Hij heeft zich zeer ingespannen voor een betere verhouding tussen Nederland en Zuid-Afrika. Na de Duitse inval in Nederland en België woonde hij in Londen. In 1941 ging hij wegens de gezondheid van zijn vrouw terug naar Zuid-Afrika, na ontslag als gezant te hebben gekregen. Zijn vrouw overleed in 1945 en hijzelf in 1953.

Bij het bezoek aan Nederland van het Zuid-Afrikaans cricketteam op 14 en 15 september 1935 kwamen Van Broekhuizen en NRB-voorzitter Henri van Booven elkaar tegen. Beiden hadden ze belangstelling voor o.a. literatuur, cricket en rugby. De NRB kreeg van Van Broekhuizen een kostbare, puur zilveren beker cadeau. In de NRB-bestuursvergadering van 23 september 1935 werd deze in dank aanvaard en bestemd als wisselbeker voor de rugby-landskampioen. En dat is de Van Broekhuizen beker tot op de dag van vandaag.

1368377530_1665_jpgDaarmee blijft zo’n beker een nutteloos en – naar mijn smaak – lelijk ding, maar wel een voorwerp waar een mooi verhaal aan vast zit. En dat maakt het er een stuk interessanter op. Inmiddels is de beker niet meer helemaal puntgaaf en is ook de glans er een beetje af: teveel rugbyhanden, enthousiasme en bier, denk ik en misschien iets te weinig zilverpoets… Maar wel een mooi stukje Nederlandse rugbyhistorie!

1369893931_7830_jpg

Bronnen:

DBNL Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

Rugby-pioneers

Leo van Herwijnen Rugby Foundation (met een filmpje, waarin Van Broekhuizen voorkomt)

Rijssen in beeld

Een “geheime” buitenlandse competitiewedstrijd (ca. 1972), door Ton Steenwinkel

Mannen met jasje-dasje, een serieus gezicht, een mooie, officiële titel en alom erkende verdiensten  hebben vaak ook een heel andere kant. Zo ook oud-bondsvoorzitter en Gooi-speler Ton Steenwinkel. Hij deed de volgende bekentenis.

Diner Nederland-MarokkoToenmalig bondsvoorzitter Ton Steenwinkel bij een toespraak bij het diner na de interland Nederland – Marokko. Richard Majoor – later trainer van RC ’t Gooi – kijkt ons aan.

Nu de legpenning van de Gemeente Naarden binnen is, kan één van de best gekoesterde geheimen in het Nederlandse Rugby gelucht worden. Nadat Louis van Keller mij in een moment van absolute nuchterheid de taak van wedstrijdsecretaris had aangepraat – het geheel speelt zich zo’n 41 jaar geleden af denk ik – werd ik op de maandagavond benaderd door het Bussumse reisbureau PRIMAIR. Zij hadden teveel plaatsen geboekt in een vliegtuig voor een weekendje Dublin, Ierland. Of wij geen zin hadden in een vliegreis met 2 overnachtingen voor Hfl. 100, in Dublin. Kleine bijkomstigheid voor ons was, dat er voor de zondag een competitiewedstrijd tegen Te Werve (Shell) gepland stond.

Lansdowne-Road-Stadium-DublinLansdowne Road stadion

Een vloedgolf aan telefoontjes – niks email, mobiele telefoons of social media – had tot gevolg, dat we met twee complete teams naar Dublin vertrokken. In het vliegtuig zaten verder vissers en jagers die ook een weekendje naar Ierland gingen. Te Werve had via Shell geregeld, dat we op het tweede veld van het Nationale Rugby Stadion van Ierland, Lansdowne Road, mochten spelen onder leiding van een Ierse scheidsrechter. Geen spelerskaarten of dopingcontrole, maar wel een spannende, zenuwslopende wedstrijd, waarbij niet alle krachten gegeven werden, want er was natuurlijk ook een lange derde helft gepland!

De wedstrijd eindigde zeer verdiend in een gelijk spel; de formulieren werden ingevuld, waarbij we niet vermeld hebben dat we in Dublin gespeeld hebben en de Rugby Bond wist dus niet beter, dan dat de wedstrijd op vaderlandse bodem gespeeld was. Het formulier heb ik natuurlijk pas in Nederland op de bus gedaan! Op zondag heeft een mix van ’t Gooi en Te Werve tegen het zoveelste team van Lansdowne, top club dus wel, gespeeld. Naar ik me meen te herinneren, zo’n 5-10 minuten op het veld in het nationale stadion. De wedstrijd ging helaas nipt verloren ondanks zoveel Nederlands talent!

Gooi-NFCDerderijer Ton Steenwinkel met ’t Gooi in actie tegen NFC

Terug naar de derde helft, die zich voornamelijk afspeelde in het clubhuis van Lansdowne, een “grote villa” in de hoek van het stadion, waar er ’s avonds muziek was en wij een culturele uitwisseling met de vrouwelijk aanwezigen georganiseerd hebben, die vergeefs op hun Ierse vriendjes stonden te wachten. De vriendjes waren toen nog, alleen, aan het “indrinken”. Wij hebben hun vriendinnetjes alles wat ze over Nederland wilden weten verteld!

De terugvlucht liep een kwartiertje vertraging op, omdat de ruime aanschaf van de taxfree drankjes, zoals Jameson en Paddy’s, meer tijd nodig had, dan de piloot eigenlijk wilde. Geduld is, ook voor een piloot, een schone zaak. In het vliegtuig stelden we vast, dat de vissers gevist, de jagers gejaagd en de rugbyers gerugbyd hadden. Niet alle gekochte flessen drank hebben overigens Schiphol gehaald. Wij wel!

Dublin-Bombing-1974Schade na een IRA-bomaanslag in Dublin in 1974

Een week later keek ik TV en zag hoe de IRA in Dublin een bom in een hotel had laten ontploffen; gelukkig geen doden of gewonden, maar het hotel moest wel afgebroken worden! Ik kon nog net zien dat het dat hotel was waar wij een week tevoren (wel zeer kort hoor!) overnacht hadden. Ik ben blij dat ik weer goed kan slapen nu dit goed bewaarde geheim – de enige Nederlandse competitiewedstrijd die ooit in het buitenland gespeeld is – eindelijk, na ongeveer 41 jaar, in de openbaarheid is gekomen.

Stadion Lansdowne Road werd in 2007 afgebroken en in 2010 vervangen door het Aviva stadion.

Pa Büchner, een “vergeten” erelid? (jaren ’40/’50)

A. ("Pa") Büchner, trainer en coach 1944-1962Aquarel van Pa Büchner

In 1988 ondernam oud-Gooispeler Jaap van den Berge een actie voor erkenning van de verdiensten van de heer Adolf Büchner, de vader van de oud-Gooiers Werner en Dieter Büchner. BApril 1998, Ge Meerman, Jaap vd Berge, Louis Kehrer, Rien Termeulenij zijn bezoeken aan de lustrum-reünies in het nieuwe clubhuis in 1983 en 1988 was het Jaap opgevallen, dat er geen aandacht aan deze opmerkelijke figuur uit de Gooi-historie besteed werd. Zijn actie leidde er onder meer toe, dat Adolf Büchner in 1989 postuum tot erelid van RC ’t Gooi benoemd werd. Wie was eigenlijk deze heer Büchner, die niet alleen door zijn zoons “pa” werd genoemd?

Jaap van den Berge (rechts) met Gé Meerman bij de lustrumviering 1998

Zo’n 25 jaar eerder stond er in de De Scrum van 28 augustus 1963 een in memoriam voor Adolf Büchner met als titel “Terugblik”, dat een aardig inzicht biedt in de persoon Pa Büchner. De datum van zijn overlijden wordt niet genoemd. Schrijver: die zelfde Jaap van den Berge.

IM Pa Buchner-01

00 teamfoto-01

RC ’t Gooi-teamfoto uit ca. 1952 met o.a. Dieter Büchner (staand, 3e van links) en Werner Büchner (vooraan, met bal)

IM Pa Buchner-02

1943 kaartje leggen bij fam BuchnerKaartje leggen bij de fam. Büchner, ca. 1943, Theo Terlingen, Joop Dooyer (beiden geen rugbyer), Bob Lenderink, Dieter Büchner, Tonny de Lange (geen rugbyer)

IM Pa Buchner-03

1948-04 Geselecteerd schoolteamTeam van Bussumse middelbare scholieren, dat in april 1948 tegen een schoolteam uit Liverpool speelde. Geknield: ?, Werner Buchner, Bob Lenderink, Frits Frankfort, ?, ?

IM Pa Buchner-04

1945-12-23 Ned-Belgie teamsDe eerste naoorlogse Nederland – België op 23 december 1945 op Sportpark Zuid in Bussum. Links met bloemen bondsbestuurder (en Gooier) Kees Meeuwis, rechts met alpinopet scheidsrechter Paul Béchet. De Belgen dragen vesten.

IM Pa Buchner-05

1948-02-07 bal masque midden pa BuchnerBal masqué, 7 februari 1948, ?, hr. Von Stein (schilder), Dieter Büchner, pa Büchner, mw. Büchner, Werner Büchner, ?

IM Pa Buchner-06

1962-12-16 Hannover Victoria-01Bezoek van Victoria Hannover met Gooi-bestuur aan stadhuis Naarden eind 1962

IM Pa Buchner-07

Bob Lenderink met Pien-03 en pa BuchnerPa Büchner met pijp bij het bal masqué 7 februari 1948 

Ook buiten RC ’t Gooi bleef Pa Büchner niet onopgemerkt; zo zei Toon Bogers, oud-speler van AAC en erelid van de NRB, in de lustrum-Scrum van 2003 over de jaren kort na de oorlog: “In die tijd was pa Büchner, de vader van Werner en Dieter, coach en wel een zeer bijzondere. Vooral ten aanzien van zijn terminologie, hij was van Duitse komaf en hij hanteerde langs de lijn de Duitse termen, zo brulde hij “unter die Billen”, wanneer hij vond dat de scrum niet laag genoeg inkwam, de line-out was “die Gasse” en de scrum “Gedrängel”, opmerkelijk was, dat niemand daar aanstoot aan nam en dat vlak na de oorlog”.

Een markante man dus, die het verdiende om erelid te zijn. Wel opmerkelijk, dat hij in 1989 postuum tot erelid werd benoemd, terwijl hij dat blijkens het in memoriam van Jaap van den Berge uit 1963 al was. Blijkbaar dus een “vergeten” erelid, niet alleen door de club, maar ook door Jaap van den Berge.

Zie ook ‘De eerste interland na de oorlog’.

Nederland-Tsjechoslowakije (1946)

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-02

Anderhalf jaar na de oorlog, op zondag 10 november 1946, speelde het Nederlands vijftiental tegen Tsjechoslowakije op het Bussumse Sportpark Zuid. De selectie voor deze wedstrijd bestond uit 19 spelers, waarvan maar liefst 11 van AAC. Er zaten ook 2 Gooiers bij: Van Heijningen was fullback en Hosman reserve.

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-01

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-031946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-05De onbekende Tsjechoslowaken verrasten Nederland door “enigszins in Franse stijl” te spelen. Het waren “goed getrainde en stevige spelers, die het de Hollanders niet gemakkelijk hebben gemaakt”, wat resulteerde in een 0-11 ruststand. In de tweede helft kwam Nederland dankzij opvallende acties van ARVC-speler Hans van Swol terug, wat twee tries opleverde. Maar ook de Tsjechoslowaken scoorden nog en dat leverde de eindstand van 8-14 en daarmee een onverwachte nederlaag op.

De interland werd georganiseerd door RC ’t Gooi en trok 870 betalende bezoekers, waarvan er 543 een kaartje van 60 cent kochten en de overige 327 voor het gereduceerde tarief van 25 cent naar binnen mochten. Daarmee kwam de totale recette op 407,55 gulden. Na aftrek van de kosten bleef er een positief resultaat van 95,63 gulden over, waarvan ’t Gooi 10%, ofwel 9,56 gulden mocht behouden. Tel uit je winst!

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-04

Pieter Tolsma van AAC stuurde ons de nodige documenten en foto’s van momenten uit de wedstrijd van Nederland tegen Tsjechoslowakije (waarvoor hartelijk dank!).

1946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-061946-11-10 NL-Tsjechoslowakije-07

Kampioen der kampioenen (1986)

scan-004-bmpDrie teams kampioen in 1986; links Gooi 2, midden Gooi 1, rechts Gooi 3. De geest van Ad van Dalen zweeft er boven.

In het seizoen 1985-1986 was RC ’t Gooi bijzonder succesvol: maar liefst 3 van de 4 teams werden kampioen in hun poule: een uitzonderlijk succes voor de club en voor trainer Ad van Dalen. Aan het eind van het seizoen zagen de ranglijsten er als volgt uit:

1986 klassementen Gooiteams

Maar welk Gooi-team had het nu het best gedaan? Als je kijkt naar het behaalde puntentotaal was dat Gooi 2, met 32 punten. Maar daar gebruikten ze wel 18 wedstrijden voor, terwijl Gooi 1 er 16 nodig had om 26 punten te halen en Gooi 3 voor evenveel punten slechts 14 wedstrijden nodig had.

Team Gespeeld Winst Verlies Gelijk Doelsaldo Punten
Gooi 1

16

13

3

0

316-93

26

Gooi 2

18

16

2

0

636-92

32

Gooi 3

14

13

1

0

450-66

26

Gooi 4

13

8

5

0

230-174

16

Om de prestaties goed te kunnen vergelijken zijn ze herberekend naar 10 gespeelde wedstrijden en is uitgerekend hoeveel van die 10 wedstrijden gemiddeld werden gewonnen en verloren. Ook is uitgerekend wat de gemiddelde score per wedstrijd was en – belangrijkste maatstaf! – hoeveel wedstrijdpunten er gemiddeld per wedstrijd werden behaald.

Team Gespeeld Winst Verlies Gelijk Doelsaldo Punten
Gooi 1

10

8,13

1,87

0

19,75-5,81

1,63

Gooi 2

10

8,89

1,11

0

35,33-5,11

1,78

Gooi 3

10

9,29

0,71

0

32,14-4,71

1,86

Gooi 4

10

6,15

3,85

0

17,69-13,38

1,23

Het blijkt dan, dat Gooi 3 in verhouding het best presteerde, met gemiddeld 1,86 behaalde wedstrijdpunten per wedstrijd, gevolgd door Gooi 2, Gooi 1 en Gooi 4. Waarmee Gooi 3 de kampioen der kampioenen was! Geen wonder ook, met een gemiddelde leeftijd van boven de 40 en gemiddeld meer dan 20 jaar rugby-ervaring. Louis van Keller schreef er in De Scrum van mei 1986 het volgende verhaal over:

1986-05 Scrum 3e teamverhaal Louis vK-01

foto024Gooi 3, kampioen in 1986. Achter: Hans van Eiken, Hans Walscheid van Dijk, Louis van Keller, ?, Paul Würster, John Hartong, Steve Clark, Joep de Fraiture, Peter Akkermans, Eddy Willems, voor: Hans Grader, Jan Willem Klein Bog, Tom Visser, Hans Plat, Joop Meijer

1986-05 Scrum 3e teamverhaal Louis vK-02

IMG_0073Nogmaals Gooi 3, in een enigszins andere samenstelling, achter: Hans Walscheid van Dijk, Hans van Eiken, Evert Frakking, Hans van den Bovenkamp, Pim van Doesburg, Peter Akkermans, Eddy Willems, Clemens Steenman, Louis van Keller, Steve Clark, voor: Hans Grader, Paul Würster, Vitus de Veth, Ruud Tinholt, Tom Visser, Joop Meijer

De oude glorie van Gooi 3 was zo realistisch om niet te willen promoveren naar een hogere klasse: dan zou er serieus getraind moeten worden en dát was nou niet helemaal de bedoeling… Vandaar dat de volledige bezetting van Gooi 3 en Gooi 4 van team wisselde, waarmee het later fameuze 4e team geboren was.

Weg van Bussum (1956/1957)

In 1943 of 1944 – er zijn geen archiefstukken van, dus precies weten we het niet – moest RC ’t Gooi het terrein bij de Bussumse watertoren verlaten in opdracht van de Duitse bezetter. Volgens ons jubileumboek uit 1983 ging er in maart 1944 een schrijven de deur uit naar alle leden, oud-leden en belangstellenden, waarin o.a. werd aangekondigd, dat RC ’t Gooi voortaan op het Bussumse Sportpark Zuid zou gaan spelen. In een besluit van de Bussumsche Algemeene Sportstichting werd het goede nieuws bevestigd. De verhuur zou op 1 mei 1944 ingaan.

1944-05-01 besluit verhuur Sportpark Zuid

Toon Bogers, oud-speler van AAC en erelid van de NRB, zegt in de lustrum-Scrum van 2003 over Sportpark Zuid: “Het Gooi had een zeer bijzonder veld, het was voordien gebruikt voor de hippische sport; maar het veld was verschrikkelijk slecht, met grote kale plekken en kuilen en hinderlijke graspollen. Maar niemand die dat deerde, want behalve de prachtige tribune die ze hadden waren er ook warme douches en dat was een niet te verwaarlozen punt”. De rugbyers hadden het best naar hun zin, ondanks het slechte veld.

2 april (2e Paasdag) 1956. RC 't Gooi vs Old Lutonians op Sportpark Zuid Bussum

Op 2 april 1956 (2e Paasdag) speelde RC ’t Gooi tegen Old Lutonians op Sportpark Zuid in Bussum

Twaalf jaar later zag het er minder florissant uit. Je zou de situatie kunnen typeren als goal displacement: het verschijnsel, dat het middel belangrijker wordt dan het doel. Zoiets was er aan de hand, toen op 20 juli 1956 de gemeente Bussum in een brief aan RC ’t Gooi schreef: “dat wij tot ons leedwezen geen speelgelegenheid ter beschikking van uw vereniging kunnen stellen”. Als reden werd aangevoerd: “de overweging, dat de pas gelegde nieuwe grasmat in sterke mate behoort te worden ontzien en dus met grote voorzichtigheid behoort te worden bespeeld”. Dus: liever een prachtig sportveld, dan sporters die er gebruik van maken. Een merkwaardige afweging.

Maar RC ’t Gooi zat er maar mee. De club moest weg van Sportpark Zuid en de gemeente Bussum kon – of wilde – geen enkel ander veld beschikbaar stellen. Het jubileumboek uit 1983 meldt hier het volgende over.

78 bovenaan

In november 1956 worden de afspraken tussen RC ’t Gooi en Chefana schriftelijk bevestigd, waarna er gerugbyd kan worden.

79 bovenaan

In maart 1957 probeert het RC ’t Gooi-bestuur nog eens een veld toegewezen te krijgen bij de wethouder van Sportzaken van de gemeente Bussum, maar weer zonder resultaat. Er wordt vervolgens aan de gemeente Naarden gevraagd of ze bereid is onderdak te verlenen aan de dakloze club en dat is ze.

1957-04-25 brf gem Naarden over sportveld

Blij met deze kans neemt de club zich voor de proeftijd goed door te komen, z’n beste beentje voor te zetten en een goede eerste indruk op de gemeente Naarden te maken. De contributie wordt verhoogd in verband met de te verwachten hogere kosten. Op 10 september 1957 stuurt de gemeente een officiële definitieve toezegging. Voor de opening van het nieuwe sportcomplex aan de Amersfoortsestraatweg op 14 september 1957 worden we ook uitgenodigd. De Naardense periode van RC ’t Gooi breekt aan.

1957-09-10 brf gem Naarden betr huur sportveld

85 bovenaan

In de ledenvergadering besluit RC ’t Gooi ook officieel haar zetel van Bussum naar Naarden te verplaatsen, waarvan onderstaand krantenbericht kond doet.

1957 krantenbericht verplaatsing zetel naar Naarden

Daarmee wordt een streep gezet onder de Bussumse jaren van de club en beginnen de Naardense jaren, die tot op de dag van vandaag voortduren. Zesenvijftig jaar is RC ’t Gooi inmiddels geworteld in Naardense bodem en dat is een goed gevoel.