Meer dan 20.000 pagina’s van de lustrumwebsite bekeken!

Vlak voor Kerst 2013, ruim negen maanden na de start van de lustrumwebsite stond de teller van het aantal pageviews (bekeken pagina’s) boven de 20.000! Dat geeft wel aan, dat er geregeld op de site wordt rondgeneusd, ondanks dat er de laatste paar maanden geen nieuwe verhalen, foto’s en filmpjes verschenen zijn. En daar komen ook de kijkers op de Facebookpagina over 80 jaar RC ’t Gooi nog bij. Facebook maakt daar uitgebreide statistieken over: 17 kolommen maar liefst. Twee daarvan zijn duidelijk: de datum en het aantal mensen dat de Facebookpagina heeft geliked. Dat zijn er 140.

Verder hebben 17.031 personen een bericht, filmpje of foto ‘geliked’ of een persoon op een foto ‘getagged’, 87.172 personen hebben geklikt op berichten en 542.733 mensen hebben berichten die zijn geplaatst gezien. Tenminste: als we het goed hebben begrepen… De overige kolommen dienen vooral om te imponeren en de eenvoudige lezer het statistische bos in te sturen. De aantallen zijn indrukwekkend: ze lopen op tot maar liefst 3.245.659! Maar wat ze nu precies voorstellen…?

’t Geeft in elk geval wel aan, dat ons lustrum niet ongemerkt voorbij is gegaan. De Top-10 pagina’s op de lustrumwebsite zijn:

1. Over… 3.295 16,4 %
2. Home page / Archives 2.192 10,9 %
3. Fotogalerie 1.571 7,8 %
4. Interviews 1.066 5,3 %
5. Jaren 80 762 3,8 %
6. Jaren 70 731 3,6 %
7. Jaren 60 en eerder 615 3,1 %
8. Jaren 90 557 2,8 %
9. Terug naar de toekomst in 1997 434 2,2 %
10. Specials 417 2,1 %
Totaal 11.640 58,1 %

De eerste twee betreffen de homepage; samen goed voor 5.487 pageviews (27,4%). De volgende categorie betreft foto-galeries en bestaat uit de nummers 3, 5, 6, 7 en 8: samen goed voor 4.236 pageviews (21,2%). Dan volgen de filmpjes: de nummers 4 en 10, samen goed voor 1.483 pageviews (7,4%). We kijken dus vooral naar foto’s en filmpjes. En dan blijft nummer 9 over: het eerste en enige verhaal in deze Top-10, met 434 pageviews (2,2%). Waarom nu juist dit verhaal zo goed scoort? Omdat de term ‘SWOT-analyse’ (analyse van sterkten en zwakten, kansen en bedreigingen) daarin voorkomt en er nogal wat studenten zijn, die Googlen op die zoekterm…

Na ’Terug naar de toekomst’ ziet de verhalen top-10 er als volgt uit:

1. Terug naar de toekomst

2. De Nijenrode connectie

3. Rugbypromotie in de jaren ‘70

4. Kampioen der kampioenen

5. Ben Hosman in gesprek met Herman Nijhuis

6. “Een leuk stel mannen”, door Tom Visser

7. September 1980: 148 – 13 voor RC ‘t Gooi

8. Felicitaties en herinneringen, door Tibor Snelders

9. De oertijd van RC ‘t Gooi: het échte verhaal

10. Café-restaurant Prinses Margriet

Nog niet allemaal gelezen? Grijp dan nu je kans en klik even door… O ja: we zijn van plan in januari en februari 2014 weer wat nieuwe verhalen en filmpjes op de site te zetten, want het lustrum-seizoen is nog niet afgelopen. Hou ‘t dus in de gaten!

“Een leuk stel mannen”, door Tom Visser

 

1937 teamfoto met oa Bep van Kooten

 Gooi-team uit 1937-38, demonstratiewedstrijd in Dieren. Geknield: Kees Meeuwis, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Fred Huyer, Elbert Kortenoever, Walt Jongman. Staand: Bob de Jonge, Dolf Plat (met scrum-cap), Jan van Schaik, Bob Swart (met alpinopet), Ko Munnikhuizen, Bep van Kooten, Witte van Heijningen, Rein Koopmans, Zöllner, Jaap van Schaik, onbekende heer in regenjas.

Walter Koopmans en Marie Sophie Wesel reageerden op het verhaal “Ben Hosman in gesprek met Herman Nijhuis (1977)” op deze lustrumwebsite. Zij bleken de zoon en de kleindochter te zijn van ons oer-lid Rein Koopmans, die in de jaren ‘30 en ‘40 rugby speelde bij het toen nog piepjonge RC ‘t Gooi. Rein speelde onder meer mee in de heroïsche sneeuwwedstrijd tegen Anderlecht in 1946. Aat & Walter KoopmansHij overleed in 1992 op 76-jarige leeftijd. Via Walter Koopmans – vernoemd naar een ander oer-lid van RC ’t Gooi, Walt Jongman – kwam ik in contact met zijn 92-jarige moeder, mevrouw Aat Koopmans-de Vries.  

Aat Koopmans-de Vries met zoon Walter Koopmans

Het plan werd bedacht om een verhaal voor de lustrumwebsite te maken over Rein Koopmans en de beginjaren van RC ‘t Gooi en vragen, zoals “wat voor club was het toen?” en “hoe gingen ze met elkaar om?” te beantwoorden. Er vond een gesprek plaats, waarbij vergeelde documenten en oude foto’s op tafel kwamen. En natuurlijk de verhalen van lang geleden.

Feest 12 1/2 jr RC 't Gooi in 1945Vergeeld krantenartikel over het 12,5 jarig jubileumfeest in 1945

Reinold Koopmans werd geboren in 1915 in Blaricum. Hij ging naar de tekenschool (ambachtschool) in Hilversum, net als zijn vriend Henk de Vries, de broer van zijn latere vrouw Aat. Rein dook vanwege de razzia’s door de Duitsers in 1943 of 1944 onder bij de familie De Vries om aan tewerkstelling in Duitsland te ontkomen. Daar leerden Aat de Vries en Rein Koopmans elkaar kennen. Zo raakte Aat betrokken bij RC ’t Gooi.

“’t Was een leuk stel mannen” zegt ze over die tijd, “je voelde je er thuis, ook met de vrouwen van de spelers. Er werd nooit gescholden of lelijke dingen gezegd. De meeste spelers waren ook geen grote, stoere jongens. Ze speelden niet op kracht, maar volgens de spelregels. Dieter Büchner en Walt Jongman – de neef van Rein – waren wel grote kerels. Rein Koopmans was niet groot, zo’n 1.75 m lang, hij was rustig, trad niet op de voorgrond, maar was als speler gedreven, soms fanatiek. Ook buiten het rugbyveld gingen ze met elkaar om, het was een echte vriendenclub. Zo werd er bijvoorbeeld gezamenlijk gekampeerd op het strand van Egmond aan Zee, dat mocht toen nog“.

ReinK-35Kamperen op het strand van Egmond aan Zee in 1934/35: RC ’t Gooi-oprichter Henk Kruissink, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Witte van Heijningen, Walt Jongman

Toen Rein en Aat in 1946 trouwden vond haar schoonvader, dat het nu tijd was om maar eens op te houden met dat rugby-spelen en alle energie in werk en carrière te steken. Maar dat was niet naar de zin van Aat en dat gebeurde dus ook niet. Rein is nadat hij met spelen stopte nog vele jaren lid van de rugbyclub gebleven. De vriendenkring uit die tijd is heel lang blijven bestaan, vaak tot het overlijden toe. Rein en Aat Koopmans waren in het bijzonder bevriend met neef Walt Jongman, Ben Hosman, Frans Buys, Dick Bouwman, Gé Meerman, Bob Zwart, Kees Meeuwis, Bob Lamberton en Witte van Heijningen en hun partners. Dat bleef niet beperkt tot wederzijdse bezoeken en verjaardagskaartjes, maar omvatte ook gemeenschappelijke hobbies. Zo waren Rein Koopmans, Dick Bouwman en Ben Hosman alle drie enthousiaste amateur-kunstschilders.

ReinK-15Tekening van Dick Bouwman voor de 75ste verjaardag van Rein Koopmans

Zoon Walter Koopmans ging wel met z’n vader mee naar de feestjes in de Utrechtse Poort. Hij heeft zich zelfs laten verleiden om bij ’t Gooi te gaan rugbyen, maar dat bleek toch niet z’n roeping te zijn. Rein Koopmans bleef altijd belangstellend naar het wel en wee van RC ’t Gooi. Zo nam hij deel aan de reünies van oud-spelers in 1978 en 1983, in het toen hagelnieuwe clubhuis.

1978 Lustrum-06Rein en Aat Koopmans bij de lustrum-reünie in 1978, rechts vooraan op de tribune van het sportpark in Hilversum, tussen de andere RC ‘t Gooi-reünisten

1983-04-23 Lustrum reunie-02Oud-spelers bij de lustrum-reünie in 1983. Achter: Cor de Rie, Dieter Büchner, Dick Bouwman. Midden: Witte van Heijningen, Kees Meeuwis, Dolf Plat, Henk van Zalinge, Wim Klink, Paul Engelblik. Vooraan: Rein Koopmans, Henk Ulrici, Jaap Klasema, Ben Hosman, Louis Hosman, Bob Lenderink.

Zie ook:

Ben Hosman in gesprek met Herman Nijhuis (1977)

De heroïsche sneeuwwedstrijd tegen Anderlecht (1946) 

Vlak na de oorlog: 12 1/2 jaar RC ’t Gooi (1945)

Rugbypromotie in de jaren ’70

Herman-KuiphofHerman Kuiphof

Op Geschiedenis 24 een filmpje-uit-de-oude-doos gevonden, dat niet rechtstreeks met RC ‘t Gooi te maken heeft, maar wel met de Nederlandse rugbygeschiedenis. Het filmpje – onder de noemer: onbekende sporten – duurt ruim 16 minuten, waarvan de eerste 3 minuten zonder beeld: die kun je dus overslaan. Het filmpje biedt een paar bekende namen. Herman Kuiphof is de presentator en interviewer. Hans Brian – tegenwoordig sportverslaggever – geeft rugbytraining. En die divepassende scrumhalf: is dat niet Frits Frankfort..?  Jus van Doorn – later voorzitter van de Nederlandse Rugby Bond – wordt geïnterviewd als voorzitter van de Haagsche RC.

Jus vertelt onder meer over de toestand en de groei van het Nederlandse rugby, waarin in die tijd slechts zo’n 700 á 800 rugbyers actief waren. Te zien zijn beelden van de interland Nederland – België, gespeeld in Zeist, waarin o.a. Jus van Doorn zelf meespeelde. Uitslag: 8 – 3. En ook beelden van een wedstrijd van Zuid-Afrika tegen een Engels testteam, gespeeld in Bloemfontein. Het filmpje is uitgezonden door de VPRO op 30 mei 1964. Het tempo is voor hedendaagse ogen belachelijk laag, maar ook dat is geschiedenis. En waarom moet ik toch zo aan Jacobse en Van Es denken..? Kijk zelf maar!

Jus van Doorn reikt Van Broekhuizenbeker uit aan RCHNRB-voorzitter Jus van Doorn reikt de Van Broekhuizen beker uit aan RC Hilversum

RC ’t Gooi-speler Ton Steenwinkel was jarenlang met Jus van Doorn lid van het NRB-bestuur. Ton herinnert zich: “… dat de NRB in 1970 zo’n 18 clubs had en het bestuur in 1973 geld van het Ministerie van Cultuur Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM) kreeg. Ongeveer 18.000 gulden, losgepeuterd door Jus van Doorn, om de rugbysport in het Noorden en Oosten van het land te promoten. Ik trok met een filmprojector door het land, hield presentaties en vertoonde mijn films. Ook speelden we verscheidene “demonstratie wedstrijden” waarbij de gewenste spelers niet altijd kwamen opdraven. Ik herinner me minstens één wedstrijd waarin het Nederlands XV niet compleet was en de aanwezige rugbyspelers, zoals Tom Visser en ik, het oranje shirt aantrokken om vervolgens onze eerste wedstrijd voor het Nederlands team te spelen.

Belangrijker was, dat met de hulp van vele oud-studenten en natuurlijk Koos Kuiper – de befaamde kroegbaas uit Groningen – er vele nieuwe clubs werden opgericht, niet alleen in het noorden en oosten, maar ook in het zuiden van Nederland. Toen Jus van Doorn en ik in 1981 stopten als bestuurlid, was de NRB wel gegroeid van 18 naar ongeveer 105 clubs! Helaas hebben niet alle clubs het overleefd. Nu we het over overleven hebben; de “derde helft” van de wedstrijden Haagsche Rugby Club en Rugby Club ’t Gooi duurde altijd minstens tweemaal zo lang als de wedstrijd zelf. Je mocht blij zijn als je zondagavond weer om 11.00 uur thuis was. Van alcoholvrije drankjes hadden wij nog niet gehoord!

Foto_van_Doorn,_van_Dalen,_Steenwinkel-1981_Golden_Oldies_ToenooiWalter van Dalen (AAC), Ton Steenwinkel (RC ’t Gooi) en Jus van Doorn (HRC) als Witte Raven in Californië in 1981

Natuurlijk speelden de NRB-bestuurleden toen nog elke week en in juni 1981 namen Walter van Dalen, Jus van Doorn en ik met de Witte Raven deel aan het tweede Golden Oldies Rugby Festival in Long Beach, California, USA. We hebben daar op waardige wijze met 17 spelers het Nederlandse rugby vertegenwoordigd. Ofschoon wij het veelvuldig geprobeerd hebben, waren we toch niet echt enthousiast over het Amerikaanse bier, als je het bier kunt noemen! Dan gelukkig maar weer een mooi Nederlands biertje in ons Naardense clubhuis.

De schuld van dit alles heeft Hans Plat. Die meende zo nodig een rugbywedstrijd tussen de Scholengemeenschap Godelinde en het Vitus College te moeten organiseren. Daardoor heeft hij mensen zoals ik weten te ronselen! 46 Jaar later ben ik nog steeds verknocht aan de rugbysport en aan Rugby Club ’t Gooi… Bedankt hoor Hans!!”.

Ga ook naar:

Een “geheime” buitenlandse competitiewedstrijd (ca. 1972), door Ton Steenwinkel

De oostelijkste club van Nederland (1963)

Dr. Herman Dirk van Broekhuizen en z’n beker, door Tom Visser

1368377514_0398_jpgIk begrijp niet waarom bekers zo vaak de bekroning van een kampioenschap vormen: ‘t zijn volkomen nutteloze voorwerpen en meestal nog lelijk ook. Je zou ze voor geen goud in je huiskamer willen zetten, maar toch moeten we als sporters zo nodig die “cup met de grote oren”- of wat de bijnaam van zo’n ding ook maar mag zijn – veroveren. Waarom niet een vat bier als trofee? Daar heb je tenminste nog plezier van!

Hoe het ook zij: Rugby Club ‘t Gooi was gek van blijdschap bij het veroveren van de kampioenschapsbeker op 11 mei 2013, nadat we in 2009 ook al eens landskampioen mochten worden. En dat is natuurlijk waar het écht om gaat, zo’n beker is alleen maar een symbool. Maar waarom heet het ding eigenlijk de Van Broekhuizen beker?

1368377525_8600_jpg

Daar zit een spannend verhaal achter, dat helemaal in 1872 begon, toen er in Rijssen een domineeszoon werd geboren: Herman Dirk van Broekhuizen. Zijn vader was geruime tijd in Zuid-Afrika als predikant werkzaam geweest en de andere kinderen uit het Nederlandse gezin waren daar geboren. Na enige jaren vertrokken ze voorgoed naar Zuid-Afrika. Herman Dirk kreeg eerst thuis onderwijs en ging toen naar de middelbare school om vervolgens theologie te gaan studeren aan het Victoria-College te Stellenbosch. Hij zou net als zijn vader dominee worden.

cap“Broekie” van Broekhuizen met z’n cap van het Zuid-Afrikaanse team

Maar hij zat niet alleen met zijn neus in de boeken. Hij was populair onder z’n studiegenoten, joviaal en kameraadschappelijk. Hij had een voorliefde voor sport. In 1896 speelde hij met het Zuid-Afrikaanse rugbyteam tegen een bezoekend Engels touringteam. Vandaag de dag zouden we ze de Springboks en de British Lions noemen. Het Britse team speelde 21 wedstrijden, waarvan er slechts één gelijk eindigde en slechts één werd verloren. En in die ene verloren wedstrijd speelde Van Broekhuizen mee. Winnen van Engeland, dat was nog nooit vertoond! Het Zuid-Afrikaanse team uit 1896 moet in eigen land wel haast onsterfelijk zijn en Van Broekhuizen dus ook.

South Africa rugby team 1896Het Zuid-Afrikaanse team, dat in 1896 voor het eerst in de geschiedenis een Engels touringteam versloeg. Van Broekhuizen staat 2e van links op de achterste rij.

In 1897 ging Van Broekhuizen voor een studiereis naar Europa en het Midden-Oosten. Hij bezocht vele landen, waaronder Nederland. Na terugkeer in 1898 in Zuid-Afrika werd hij hulpprediker in Pretoria. Hij pleitte voor nauwe aansluiting van Transvaal, Oranje Vrijstaat en de Kaap. President Paul Kruger waardeerde hem en raadpleegde hem bij moeilijke kwesties. Toen in 1899 de oorlog met Engeland uitbrak nam hij deel aan de verdediging van het land. Hij werd gevangen genomen en naar Engeland verbannen. Hij wist het vasteland van Europa te bereiken, ging naar de VS en zamelde daar met succes geld in voor de vrouwen en kinderen die zich in Engelse concentratiekampen bevonden.

State President Paul Kruger at his inauguration in 1898De Zuid-Afrikaanse president “Oom Paul” Kruger

Terug in Nederland bepleitte hij in 1902 de invoering van het Afrikaans als de taal van Zuid-Afrika. Hij was de predikant en de toeverlaat van president Kruger tijdens diens verblijf in Nederland. In 1904 was hij weer in Zuid-Afrika en werd hij predikant in Kuilsrivier, bij Stellenbosch. Hij streed voor onderwijs in het Afrikaans, was een van de stichters van de Suid Afrikaanse Akademie vir Taal, Lettere en Kuns en initiatiefnemer van de jaarlijkse “Krugerdagviering”.  In 1912 kreeg hij een jaar studieverlof, dat hij aan de Utrechtse Universiteit doorbracht, echter zonder dat hij erin slaagde zijn proefschrift af te ronden.

Terug in Pretoria werd hij direct weer politiek actief. Hij was tegen de militaire operaties tegen Zuid-West-Afrika in het begin van de eerste wereldoorlog, kreeg als rebel een prijs op zijn hoofd en werd tot 18 maanden gevangenis veroordeeld. Zo maakte hij naam en bewees hij, dat hij hem woord en daad één waren. Hij raakte bevriend met vooraanstaande personen en werd predikant bij de Hervormde Kerk te Pretoria. In 1922 ging hij weer naar Nederland, rondde zijn proefschrift af en behaalde de graad van doctor in de Godgeleerdheid. In 1925 werd hij tot lid van de Volksraad voor de Nationalistische Partij gekozen, wat het einde van zijn loopbaan als predikant betekende.

broekhuyzen bezoekt Rijssen 27-11-1935Zuid-Afrikaans gezant Dr. H.D. van Broekhuizen bezocht zijn geboorteplaats Rijssen op 27 november 1935. Hij staat op de voorste rij, 8e van links.

Hij werd benoemd tot gezant van Zuid-Afrika in Nederland en later ook in België. Hij heeft zich zeer ingespannen voor een betere verhouding tussen Nederland en Zuid-Afrika. Na de Duitse inval in Nederland en België woonde hij in Londen. In 1941 ging hij wegens de gezondheid van zijn vrouw terug naar Zuid-Afrika, na ontslag als gezant te hebben gekregen. Zijn vrouw overleed in 1945 en hijzelf in 1953.

Bij het bezoek aan Nederland van het Zuid-Afrikaans cricketteam op 14 en 15 september 1935 kwamen Van Broekhuizen en NRB-voorzitter Henri van Booven elkaar tegen. Beiden hadden ze belangstelling voor o.a. literatuur, cricket en rugby. De NRB kreeg van Van Broekhuizen een kostbare, puur zilveren beker cadeau. In de NRB-bestuursvergadering van 23 september 1935 werd deze in dank aanvaard en bestemd als wisselbeker voor de rugby-landskampioen. En dat is de Van Broekhuizen beker tot op de dag van vandaag.

1368377530_1665_jpgDaarmee blijft zo’n beker een nutteloos en – naar mijn smaak – lelijk ding, maar wel een voorwerp waar een mooi verhaal aan vast zit. En dat maakt het er een stuk interessanter op. Inmiddels is de beker niet meer helemaal puntgaaf en is ook de glans er een beetje af: teveel rugbyhanden, enthousiasme en bier, denk ik en misschien iets te weinig zilverpoets… Maar wel een mooi stukje Nederlandse rugbyhistorie!

1369893931_7830_jpg

Bronnen:

DBNL Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

Rugby-pioneers

Leo van Herwijnen Rugby Foundation (met een filmpje, waarin Van Broekhuizen voorkomt)

Rijssen in beeld

Kampioen der kampioenen (1986)

scan-004-bmpDrie teams kampioen in 1986; links Gooi 2, midden Gooi 1, rechts Gooi 3. De geest van Ad van Dalen zweeft er boven.

In het seizoen 1985-1986 was RC ’t Gooi bijzonder succesvol: maar liefst 3 van de 4 teams werden kampioen in hun poule: een uitzonderlijk succes voor de club en voor trainer Ad van Dalen. Aan het eind van het seizoen zagen de ranglijsten er als volgt uit:

1986 klassementen Gooiteams

Maar welk Gooi-team had het nu het best gedaan? Als je kijkt naar het behaalde puntentotaal was dat Gooi 2, met 32 punten. Maar daar gebruikten ze wel 18 wedstrijden voor, terwijl Gooi 1 er 16 nodig had om 26 punten te halen en Gooi 3 voor evenveel punten slechts 14 wedstrijden nodig had.

Team Gespeeld Winst Verlies Gelijk Doelsaldo Punten
Gooi 1

16

13

3

0

316-93

26

Gooi 2

18

16

2

0

636-92

32

Gooi 3

14

13

1

0

450-66

26

Gooi 4

13

8

5

0

230-174

16

Om de prestaties goed te kunnen vergelijken zijn ze herberekend naar 10 gespeelde wedstrijden en is uitgerekend hoeveel van die 10 wedstrijden gemiddeld werden gewonnen en verloren. Ook is uitgerekend wat de gemiddelde score per wedstrijd was en – belangrijkste maatstaf! – hoeveel wedstrijdpunten er gemiddeld per wedstrijd werden behaald.

Team Gespeeld Winst Verlies Gelijk Doelsaldo Punten
Gooi 1

10

8,13

1,87

0

19,75-5,81

1,63

Gooi 2

10

8,89

1,11

0

35,33-5,11

1,78

Gooi 3

10

9,29

0,71

0

32,14-4,71

1,86

Gooi 4

10

6,15

3,85

0

17,69-13,38

1,23

Het blijkt dan, dat Gooi 3 in verhouding het best presteerde, met gemiddeld 1,86 behaalde wedstrijdpunten per wedstrijd, gevolgd door Gooi 2, Gooi 1 en Gooi 4. Waarmee Gooi 3 de kampioen der kampioenen was! Geen wonder ook, met een gemiddelde leeftijd van boven de 40 en gemiddeld meer dan 20 jaar rugby-ervaring. Louis van Keller schreef er in De Scrum van mei 1986 het volgende verhaal over:

1986-05 Scrum 3e teamverhaal Louis vK-01

foto024Gooi 3, kampioen in 1986. Achter: Hans van Eiken, Hans Walscheid van Dijk, Louis van Keller, ?, Paul Würster, John Hartong, Steve Clark, Joep de Fraiture, Peter Akkermans, Eddy Willems, voor: Hans Grader, Jan Willem Klein Bog, Tom Visser, Hans Plat, Joop Meijer

1986-05 Scrum 3e teamverhaal Louis vK-02

IMG_0073Nogmaals Gooi 3, in een enigszins andere samenstelling, achter: Hans Walscheid van Dijk, Hans van Eiken, Evert Frakking, Hans van den Bovenkamp, Pim van Doesburg, Peter Akkermans, Eddy Willems, Clemens Steenman, Louis van Keller, Steve Clark, voor: Hans Grader, Paul Würster, Vitus de Veth, Ruud Tinholt, Tom Visser, Joop Meijer

De oude glorie van Gooi 3 was zo realistisch om niet te willen promoveren naar een hogere klasse: dan zou er serieus getraind moeten worden en dát was nou niet helemaal de bedoeling… Vandaar dat de volledige bezetting van Gooi 3 en Gooi 4 van team wisselde, waarmee het later fameuze 4e team geboren was.

Jongleren met foto’s en sinaasappels, door Tom Visser

De bus-met-Gooivlag voor het hotel in BrusselDe bus-met-Gooivlag voor het hotel in Brussel

Een lustrumwebsite: aardig idee, maar je moet natuurlijk wel veel beeldmateriaal hebben, dan gebruik je de mogelijkheden van zo’n medium pas goed. En dan natuurlijk wel foto’s of filmpjes waarvan je weet wat het voorstelt. Met antwoorden op de vragen: wie staan erop, wat zijn ze aan het doen, waar was het, wanneer gebeurde het? Zo had ik in het archief een serietje oude foto’s gevonden, dat genomen zou moeten zijn in Brussel, maar wanneer precies (1947, 1948?) en bij welke gelegenheid? Bladerend in De Scrum van mei 2003, het lustrumnummer van 10 jaar geleden, kwam ik een verhaal van Frits Ronday tegen, getiteld Beulen tegen Belgen. Dat hielp.

Aan de andere kant van de bus: Wil Roegiest vermaakt het volkAchter de bus: volksvermaak met Wil Roegiest

Frits schreef  over de tweede naoorlogse trip naar Brussel. Dat verhaal vertellen we hier graag nog eens, inclusief de stilistische steken die Frits af en toe laat vallen. Hij schrijft: “Zo’n verhaal heb ik over de 2de reis waar ik als mager spelertje (Dick Bouwman zei eens: hoe kunnen die scharminkels rugbyers worden?) als volgt. Ja, vlak na de oorlog werden ons door de NL-bank geen buitenlandse deviezen gegeven en moesten we dus “zwart” ruilen in Brussel. De bus stopte op een boulevard bij een theater waar om de hoek de “medammekes” lonkten. Onze hooker Karel Beumer (slagerswinkel in de Havenstraat) vroeg hoeveel dat wel kostte en antwoordde toen: “ik doe het wel voor de helft”.

1947-48 Brussel-07Wil Roegiest jongleert met sinaasappels, Bob Lenderink speelt gitaar, het publiek vermaakt zich

Anderlecht was een sportclub met onderdeel Rugby. De voorzitter heette msr. D’Auge over wie het verhaal ging dat hij elke avond een kwartiertje stond te “passen” met zijn vrouw over het bed. Ik zat in het 2de team en het was beulen tegen de Belgen. Op een zeker moment brak een Belg door en wij met 4 man er achteraan. Ons achterveld was slechts een paar meter diep en dan rees een hoog draadwerk waarachter de tennissers speelden. Dat paste goed en hebben we de Belg tegen het hek gedrukt en met 4 man-met-bal weer het veld in gedragen en verder gespeeld. Die Belg was zo wit woest, dat het bierschuim uit zijn neus en oren kwam. Desondanks verloren we de wedstrijd.

Wil Roegiest met sinaasappel op z'n vinger, Bob Lenderink speelt gitaarWil Roegiest met sinaasappel op z’n vinger, Bob Lenderink speelt gitaar

Ik sliep met Wil Roegiest (dealer Citroën in Blaricum naast de nog steeds bestaande ijstent). Wil ging op de stoep zitten met een petje en goochelde met sinaasappelen die we hadden gekocht (toen niet in NL te koop) en haalde zo van vrolijke Belgen nog een biertje op. Ergens heb ik nog een foto, maar kan die niet zo snel op tafel brengen door mijn verhuizing”.

Wil Roegiest eet in bedWil Roegiest eet in bed

Foto’s van de goochelende Wil Roegiest, de bus waarmee gereisd werd en Wil Roegiest te bed (blijkbaar dus op één kamer met Frits Ronday) vielen hierdoor op hun plaats. En daarmee werd de geschiedenis van RC ’t Gooi weer een beetje duidelijker beschreven. Maar er blijven toch nog wel een paar vragen te beantwoorden. Zoals: wanneer precies? Tegen welk team speelde Gooi 2 en wat was de uitslag? Ging Gooi 1 ook mee op deze trip, speelden zij een wedstrijd, tegen wie en wat was de uitslag?

En dan maken we een grote sprong in de tijd. In mei 2005 was het ouwe lullen-Boots Toernooi van de Oisterwijk Oysters. Ik was toen zo’n jaar of zes gestopt met rugby spelen, maar zo’n ouwe lullen toernooitje: dat moest toch wel kunnen..? Om in vorm te blijven was ik gaan hardlopen: een paar keer per week trainen en zo af en toe deelnemen aan prestatielopen over afstanden van 10 tot 20 km. Ik was dus goed in conditie en keek tijdens het warmlopen meewarig om me heen, naar die andere ouwe mannen, die niet of slecht getraind een flinke kans op blessures liepen. Na twee minuten in de eerste wedstrijd leek het erop, dat de bal mijn kant uit zou komen. Ik zette aan en kreeg een gemene schop in m’n kuit. Ik stortte neer, keek boos achterom en zag..: niemand. Een gescheurde kuitspier, dacht ik, en strompelde het veld uit. Een toevallig aanwezige arts – een van de deelnemende spelers – bekeek m’n been, deed een testje en stelde vast, dat m’n achillespees de boosdoener was.

foto056Frits Ronday met “gouden” broek, tussen de 50+ “jonkies” met rode broeken: Peter de Graaf, Hans Nikkels, Tom Visser, Peter Dencher en Kees Kerstens. Boots Toernooi, Oisterwijk Oysters, mei 2005.

Zo gauw mogelijk naar het ziekenhuis en laten opereren was zijn advies. Maar hoe kom je daar, als je niet zelf kunt autorijden? Frits Ronday bracht de oplossing: hij zou me wel naar Gooi Noord brengen en een van de anderen zou mijn auto terugrijden. “Morgen opereren” was de boodschap in het ziekenhuis. Aldus geschiedde en toen ik uit de narcose ontwaakte was m’n achillespees weer aan elkaar gezet, had ik een prachtig lidteken op m’n been en gips er omheen.

Met het been gaat het tegenwoordig weer goed. Frits is intussen helaas overleden. En enkele “losse” foto’s horen weer bij elkaar.

De Nijenrode connectie

Nijenrode kasteelKasteel Nijenrode

Een van de bronnen van RC ’t Gooi spelers was Nijenrode, of zoals het tegenwoordig gespeld wordt Nyenrode. In het Breukelense kasteel aan de Vecht werden studenten opgeleid voor leidinggevende posities in het bedrijfsleven en er werd ook heel wat afgesport; kijk maar. Zo was er een RC Nijenrode, die ooit met twee teams in de competitie meespeelde. Na hun studie kwamen sommige van deze rugbyers bij RC ’t Gooi terecht. Wat is hun verhaal?

Arnold de Wolf: “prachtig modderbad..”

Arnold de Wolf passt de balArnold de Wolf als vliegende scrum half, rond 1959

Niet zo lang geleden gaf iemand mij deze foto. Die vliegende scrumhalf ben ik, toen ik pas bij ’t Gooi speelde tegen mijn oude team Nijenrode op hun prachtig modderbad terrein, waar ik veel uren doorgebracht heb. Ik heb zoveel herinneringen aan de tijd dat ik op Nijenrode (toen nog N.O.I.B., Nederlands Opleidings Instituut voor het Buitenland) rugbyde. Onze gymleraar was Frank Brookman, die ook in het team meespeelde elke zondag. Een prachtvent en type zoals de Engelse jongens die we nu op de club hebben. Iemand die zo verdraaid goed kon spelen en ook nog het hele team enthousiast maakte. Van de wedstrijden tegen ’t Gooi herinner ik me niet veel, behalve dat het altijd een waanzinnig gezellige boel was met hun. De sterke teams waren toen AAC en Te Werve uit Den Haag, waar veel Engelse Shell mensen speelden.

Ik was op Nijenrode van 1956 tot en met 1958. Daarna was mijn eerste baan in Utrecht. Tijdens een van mijn weekendbezoeken aan mijn ouders, die in Naarden woonden, ben ik een keer gaan kijken naar Rugby Club ’t Gooi, omdat mijn vroegere overbuurjongen, Dick Bloksma, daar speelde. Ik stond aan de kant en opeens was daar Loek van Keller die op mij afkwam en zei: “Ben jij niet die scrum half van Nijenrode?”. Op mijn bevestigend antwoord riep Loek naar zijn maatjes: “Wie heeft er nog een broek? Wie heeft er nog een shirt? Wie heeft er nog een paar schoenen?”…….en 10 minuten later speelde ik in mijn eerste wedstrijd voor ’t Gooi.

1974, Arnold de Wolf, Henny Westerweel, Ton de Mey, Hans van den Bovenkamp

Oude Meesters Hilversum – ’t Gooi in 1974, met Arnold de Wolf, Henny Westerweel, Ton de Mey en Hans van den Bovenkamp

Daar heb ik tot ca. 1974 gespeeld, toen ik het te druk kreeg in mijn eigen onderneming. Van 1958 tot 1967 heb ik er bijna geleefd. In 1967 ontmoette ik Ammy waarmee ik trouwde in 1968 en nu 45 jaar later, nog steeds heel erg gelukkig getrouwd ben! Overigens kwam deze ontmoeting ook door Dick Bloksma, die in het toenmalige Diaconessen ziekenhuis lag en die ik bezocht even voor een donderdagavond training. Ammy was bevriend met Dick’s vrouw en kwam ook even langs… Jammer genoeg is Dick vorig jaar overleden.

Hans Walscheid van Dijk: “keihard in m’n gezicht..”

Mijn eerste rugbywedstrijd (in 1962) zal me altijd bijblijven. Ik zat op Nijenrode en mister Prowse, de rugbytrainer, haalde mij over om te gaan rugbyen. We speelden in Eindhoven tegen RCE en tijdens de wedstrijd werd ik getackled. Ik lag met de bal in m’n handen op de grond en passte de bal naar mister Prowse. Dit bleek een enorme fout te zijn, want de ref floot: penalty-kick voor RCE (in die tijd was dit niet toegestaan). Mister Prowse was woedend en gooide de bal keihard in m’n gezicht. Ja, de regels van ’t edele rugbyspel waren me nog niet bijgebracht.

Hans Walscheid van Dijk, staand 3e v links, 1962 op NijenrodeHans, staand, 3e van links als sportkampinstructeur in 1963

Er volgde toch nog een gezellige derde helft en dat deed mij besluiten om mijn voetballidmaatschap om te zetten in ’n rugbylidmaatschap. Ik heb er nooit spijt van gehad. Op de foto staat ’n aantal sportkampinstructeurs die op Nijenrode 1e-jaarsstudenten mochten afknijpen. Ik sta derde van links. Helaas heb ik geen rugbyfoto uit die tijd.

Ook Hans van Eiken en Peter de Graaf bezochten Nijenrode en speelden daar rugby. Van hen ontvingen we geen verhaal over hun Nijenrode-rugby herinneringen. Peter staat nog wel op de Nijenrode-teamfoto hieronder, maar Hans blijft helemaal onzichtbaar. Jammer.

1970-03-19 Nijenrode-foto Pim

RC Nijenrode, trip naar Londen in maart 1970, staand, 5e van links Peter de Graaf, 7e van links Pim van Doesburg, geheel rechts coach John Prowse

Pim van Doesburg: “voor het ontbijt een rondje park..”

1969-10 Ruime Gooi-zege op NijenrodeOktober 1969: Ruime Gooi-zege op Nijenrode

In 1969-1970 heb ik op Nijenrode de éénjarige CT cursus gevolgd. Het was een leuke en inspirerende tijd en er werd veel aan sport gedaan. Ik heb mij toen aangemeld bij de rugbyclub en in die tijd speelden we ook al tegen ’t Gooi. Dat was zonder meer de gezelligste club om tegen te spelen (ik geloof dat we ook wonnen) en de kelderbar werd na afloop langdurig bezocht. ’s Ochtends vroeg voor het ontbijt deden we een rondje park (3 km), ongeacht hoe brak we nog van de vorige avond waren. De keuze om daarna lid van RC ’t Gooi te worden was bijzonder makkelijk.

Tom Visser: “niet onmiddellijk enthousiast..”

Op Nijenrode maakte ik kennis met rugby. Dat was in 1969 en ik was 18 jaar. In de introductietijd voor de eerstejaars zat een rugby-demonstratiewedstrijd: Nijenrode tegen ’t Gooi. Ik was niet onmiddellijk enthousiast en werd dat jaar nog geen lid van RC Nijenrode. Maar in het gewone lesprogramma zat ook veel sport, waaronder rugby. Daardoor kreeg ik de smaak te pakken.

De voorzitter van de rugbyclub was tevens sportdocent en rugby was vaste prik in zijn lessen. John Prowse, zo heette hij, kreeg zo een goed beeld van het rugby-potentieel onder de studenten. In het tweede jaar werd ik lid van de rugbyclub en gebombardeerd tot captain van het tweede team. Nijenrode speelde toen met één team in de B-poule en het andere in de C-poule. Mijn eerste wedstrijd speelde ik als prop: lang genoeg om te ontdekken, dat dit mijn positie niet was. In de driekwarten was ik beter op m’n plaats.

1971 Nijenrode sevens

Nijenrode sevens team 1971, 2e van links Jan Postma, 3e Tom Visser, geheel rechts Leo Koot

We organiseerden een intern seven a side toernooi. Het team op de foto won. Van dit team werden er drie later lid van RC ’t Gooi: Leo Koot, Jan Postma en ik. Leo was snel weer vertrokken en Jan bleef enkele jaren. Ik kwam na de nodige omzwervingen en een zestal rugbyclubs in 1976 als laatste van de drie bij RC ’t Gooi terecht en bleef het langst. Ik werkte in die tijd bij de AMRO bank. Daar werkten nog meer Gooiers, zoals o.a. Hans Grader, Jan Postma en Peter de Graaf. Die haalden mij over om bij RC ’t Gooi te gaan spelen.

Weinig wedstrijden...Nijenrode rugbyers in de modder

Michiel de Graaf: “nooit bij Nijenrode gespeeld..”

Ik heb nooit bij Nijenrode gespeeld toen ik daar zat. Wat betreft wedstrijden gebeurde er niet zoveel meer, ik ben destijds weer bij ’t Gooi gaan spelen.

Mackenzie Masaki: “I played only once with them..”

I was in Nyenrode between 2011 and 2012. Graduated class of 2012. I was a playing member for the Nyenrode rugby club. There are two forms of memberships, playing members and club members. I played only once with them. They did not have that many games, though they were trying to introduce some more structure to the club. I do not have a photo of me in the school kit.

Een bijzondere Gooier: Bep van Kooten, door Tom Visser

In Memoriam voor Bep van Kooten in De Scrum van september 1979

Op zoek naar verhalen-uit-de-oude-doos, die voor de lustrumwebsite gerecycled zouden kunnen worden, kwam ik in De Scrum van september 1979 het bovenstaande In Memoriam tegen.

Gooi 1937/38, demonstratiewedstrijd in Dieren. Achter: Bob de Jonge, Dolf Plat (met scrumcap), Jan van Schaik, Bob Zwart (met alpinopet), Ko Munnikhuizen, Bep van Kooten, Witte van Heijningen, Rein Koopmans, Zollner, Jaap van Schaik, ? (met regenjas), voor: Kees Meeuwis, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Fred Huyer, Elbert Kortenoever, Walt Jongman

Tom Visser bij een herhalingsoefening in de jaren ’80

Bij het lezen sloeg bij mij de bliksem in! Ik werd zelf in m’n diensttijd in 1972 bij de Stoottroepen geplaatst. In 2005 werkte ik mee aan een boek, gebaseerd op  het het dagboek van een Stoottroeper, over de strijd in Nederlands-Indië in de periode 1945-1948. De naam Bep van Kooten kende ik in dat verband, maar dat hij net als ik bij RC ’t Gooi rugby had gespeeld maakte het toeval wel heel erg groot! Reden genoeg om eens wat meer aan de weet te komen over deze opmerkelijke Gooier.

De krantenknipsels uit 1933 leverden het volgende op. Al in de eerste wedstrijden van (toen nog) de Drafna Sport Club wist Bep van Kooten zich te onderscheiden. Op 10 april 1933 schreef de Gooi en Eemlander over de allereerste gewonnen wedstrijd tegen ARVC: “..het was van Kooten, die de partijen op gelijken voet bracht”. En De Bel voegde daar een dag later aan toe: “..een try van v. Kooten, terwijl dezelfde speler kans zag met een schitterend gericht schot een moeilijke goal te maken”. En ook: “..een try van Koster, wederom door van Kooten, die een zeer productieven wedstrijd speelde, in een goal omgezet”. De eindstand was 13-9.

De Gooi en Eemlander schreef op 24 april 1933 over de wedstrijd van de Drafna Sport Club tegen de Hilversumsche RC: “..door B. van Kooten (…) een try, die door denzelfden speler in een goal wordt omgezet”. Maar wel een goal voor de Hilversummers, tot welke club Bep van Kooten in die tijd blijkbaar behoorde. Dat hij eerder voor Drafna had gescoord geeft aan, dat er in die begintijd veelvuldig onderling spelers geleend werden. In De Bussumsche Courant van 15 september 1933 staat een berichtje over het nieuwe bestuur van de Hilversumsche RC: “..werd het bestuur als volgt samengesteld: (…) commissarissen (…) B. van Kooten”.

In De Bel staat op 17 oktober 1933 een verslag van de wedstrijd AAC tegen ’t Gooi (14-9); ’t Gooi is hier een combinatie van spelers van Drafna en de Hilversumsche RC. “..v. Kooten en Rosenbaum, die elk den bal achter de AAC-doellijn wisten te drukken”. En verder: “..v. Kooten, die een zeer verdienstelijke partij speelde, zorgde wederom voor den gelijkmaker”. Op 31 januari 1934 besloten beide clubs samen verder te gaan onder de naam Gooische Rugby Club, waarvan ook Bep van Kooten lid werd. En niet alleen dat, want de krant meldt: “Tot captain van het eerste vijftiental werd aangesteld de heer B. van Kooten”.

Hoe verging het Bep van Kooten als militair? Dat vond ik in het boek Stoottroepen 1944-1984, van de Sectie Militaire Geschiedenis van de Landmachtstaf. De Stoottroepen zijn – nog steeds – het jongste regiment van de Nederlandse Landmacht. De oprichting vond plaats in september 1944, toen het zuiden van Nederland deels al bevrijd was en de rest van het land nog door de Duitsers bezet. In het bevrijde zuiden kwam het ondergrondse verzet bovengronds. Men wilde actief gaan deelnemen aan de bevrijding van de rest van Nederland en aan de strijd tegen Duitsland.

Bep van Kooten naast prins Bernhard

Bep van Kooten was tijdens de mobilisatie als dienstplichtig onderofficier werkzaam geweest bij het Bureau Ontwikkeling en Ontspanning van de Generale Staf. In de bezettingstijd raakte hij betrokken bij de ondergrondse LKP (Landelijke Knokploegen). Hij was in september 1944 de adjudant van Jacques Crasborn, de provinciaal commandant van de ondergrondse KP (Knokploegen) in Limburg. Diens commandant “Frank” (schuilnaam van Johannes A. van Bijnen) stuurde op 15 september 1944 Bep van Kooten naar prins Bernhard, de bevelhebber van de pas opgerichte Nederlandse Strijdkrachten, die toen in Brussel verbleef. Hij moest orders gaan halen over de verdere deelname van het verzet aan de oorlog, na de bevrijding.

2e van links: Jacques Crasborn, rechts: Bep van Kooten

Prins Bernhard vertelde hem over zijn plannen voor de opbouw van de Binnenlandse Strijdkrachten en gaf hem de opdracht om in het bevrijde Zuid-Limburg uit het verzet een gevechtseenheid te vormen. Een schriftelijke bevestiging volgde op 19 september 1944, evenals de benoeming van Van Kooten tot commandant van de op te richten eenheid. Nog die zelfde dag begon Van Kooten met het uitvoeren van zijn opdracht.

Bep van Kooten (links) wordt beëdigd tot officier in januari 1945

Uit de verzetsstrijders – burgers, meestal zonder militaire opleiding en als militairen slecht gekleed, bewapend en uitgerust – smeedde hij in korte tijd de “Koninklijke Stoottroepen der Nederlandsche Binnenlandsche Strijdkrachten in Limburg”. Door zijn grote enthousiasme en uitstekende organisatorische talenten wist hij zijn geringe militaire ervaring goeddeels te compenseren. Zo’n 10 maanden later, op 7 juli 1945, werd de inmiddels tot majoor bevorderde Van Kooten commandant van het Oorlogsregiment Stoottroepen, wat hij tot 15 april 1946 bleef.

De plaatselijke editie van Het Parool bericht op 10 mei 1945 over het bezoek, een dag eerder, van Bep van Kooten aan zijn ouders in Bussum. De bewonderende verslaggever had “het groote geluk en de eer” een onderhoud met hem te hebben.

1945-05-10 Prl Bep v Kooten bezoekt ouders Bussum-01

1945-05-10 Prl Bep v Kooten bezoekt ouders Bussum-02Op de Johan Willem Frisokazerne in Assen zijn er gebouwen vernoemd naar de grote mannen uit de begintijd van de Stoottroepen; zo is er ook een gebouw vernoemd naar “onze” Bep van Kooten.