Het échte verhaal!

Was het nou in februari 1933, in 1932 of op een ander moment, dat Rugby Club ’t Gooi werd opgericht? Een vraag die bij de club rond elke lustrumviering wel de kop opsteekt. Die onduidelijkheid komt doordat er geen ooggetuigen meer zijn, geheugens rare dingen zijn, het clubarchief weinig aanknopingspunten biedt en er briefpapier is gevonden, waarop als oprichtingsjaar 1932 staat vermeld. In het jubileumboek RC ’t Gooi 1933-1983 wordt het verhaal van André Talboo geciteerd, verteld in de Scrum van september 1946; samen met Henk Kruissink nam hij het initiatief tot oprichting van de club.
Het verhaal van André Talboo over de begintijd van de club gaat verder:

Een leuk verhaal, verteld door één van de stichters van de club. Maar: wel opgeschreven vanuit het geheugen, zo’n 13 jaar nadat het gebeurde en dus met de kans op vertekening. Daarom dus ook maar eens op zoek naar andere bronnen.

De Gooi- en Eemlander zal er indertijd vast wel over geschreven hebben, dachten we. Googlen op ‘archief Gooi- en Eemlander’ leverde op, dat dit archief was overgedragen aan het Streekarchief Gooi en Vechtstreek. Op hun website het zoekwoord ‘rugby’ ingevoerd en als periode 1932 – 1933. Het resultaat was boven verwachting: tientallen berichten waarin het woord ‘rugby’ voorkwam! Meest uit De Bussumsche Courant (D.B.C.) en ook enkele uit De Gooische Post (D.G.P.). Bij elkaar bijna een van-dag-tot-dag verslag van de eerste stapjes van de nieuwe rugbyclub, opgeschreven op het moment zelf. Loopt u even mee?

Op maandag 26 december 1932, 2e kerstdag, vond er in Bussum een demonstratie-rugbywedstrijd plaats, waarover D.G.P. op 28 december schreef. De belangstelling was overstelpend groot geweest, de loketten konden de vele bezoekers maar moeilijk verwerken en de wedstrijd begon daardoor later dan bedoeld. Het ‘Goois kwartiertje’ zat er dus vanaf het begin al in! De Amsterdamsche Rugby Voetbal Club (A.R.V.C.) speelde tegen Rapid ’04 uit Düsseldorf onder leiding van scheidsrechter Bingham. Van het wedstrijdverloop werd uitgebreid verslag gedaan en de hilariteit, bewondering of afkeer van het publiek voor het zonderlinge spelletje werd breed uitgemeten. En zoals wel vaker: de Duitsers wonnen. Met 6-3.

Als gevolg van die die demonstratiewedstrijd werd op zaterdag 14 januari 1933 de Drafna Sport Club (D.S.C.) opgericht, de club die later Gooische Rugby Club (G.R.C.) en nog weer later Rugby Club ’t Gooi zou gaan heten. Hierover verscheen op dinsdag 17 januari een artikel in D.B.C. Er waren al 15 leden en een bestuur, met de beide initiatiefnemers van de vereniging, Henk Kruissink en André Talboo, als voorzitter en penningmeester. Twee dagen later kondigt D.B.C. de eerste ledenvergadering van de nieuwe rugbyclub aan: op zaterdag 21 januari. Van die vergadering doet die krant op 24 januari verslag. Er zijn reeds 15 spelers plus enkele reserves, de contributie is vastgesteld op 12 gulden per jaar en er zal gerugbyd worden van september tot april. De rest van het jaar wordt aan atletiek gedaan, om in conditie te blijven. De rugbyers Koster (A.R.V.C.) en Nathans (A.A.C.) zullen de nieuwe club in de eerste maanden terzijde staan en de training verzorgen. De minimumleeftijd wordt 15 jaar en komende zaterdag, 28 januari 1933, zal er voor het eerst getraind worden op het Drafna-terrein. Men wil verder snel een propagandawedstrijd op het gemeentelijk sportpark organiseren.

Op 9 februari stond er een rugby-promotieverhaal in De Bussumsche Courant plus de mededeling, dat D.S.C. inmiddels (zonder ook maar één wedstrijd gespeeld te hebben!) 25 leden had ingeschreven. Op 14 februari meldde de krant, dat er de volgende zondag een eerste oefenwedstrijd tegen de Hilversumse rugbyclub zou zijn en dat op de woensdag daarna N.R.B.-voorzitter Van Booven een lezing over de rugbysport zou houden. Twee dagen later volgde de mededeling, dat D.S.C. niet op zondag, maar op zaterdagmiddag tegen Hilversum zou spelen op het sportterrein van het Drafna-lyceum. D.S.C.-voorzitter Kruissink was leraar op het Drafna-lyceum, dat zal vast wel geholpen hebben.

Op 20 februari meldde D.B.C., dat de wedstrijd tussen Hilversum en Bussum was geeïndigd in 13-3. Niet slecht voor een eerste oefenwedstrijd. En ook belangrijk: de eerste try was gedrukt! De volgende dag schreef de krant, dat N.R.B.-voorzitter H. van Booven uit Hilversum woensdag in hotel Nieuw-Bussum zou komen spreken over het rugbyspel en dat iedere belangstellende welkom was. Twee dagen later werd verslag gedaan van een goed geslaagde propaganda-avond, waar Van Booven en N.R.B.-secretaris De Jonge vertelden over de sport en haar geschiedenis in Nederland en Europa.

De volgende maand, op 7 maart, berichtte De Bussumsche Courant over de N.R.B.-bestuursvergadering van de zaterdag daarvoor, dat was dus op 4 maart 1933. Er zou – zo mogelijk in Bussum – een oefenwedstrijd plaatsvinden tussen een Nederlandse A en B-selectie, waarin ook Drafna-driekwarter G. van Heyningen was opgenomen. En dat na slechts één oefenwedstrijd gespeeld te hebben! D.S.C. werd op 4 maart ingeschreven als lid van de rugbybond.

De Bussumsche Courant meldde verder op 7 maart 1933, dat de Drafna Sportclub een jeugdafdeling had opgericht voor 12 – 18 jarigen. De contributie voor de jeugd werd 3 gulden per jaar en en die voor senioren werd verlaagd van 12 naar 8 gulden per jaar. Uit de beschikbare berichten over de volgende maanden maakten we een selectie.

Op 28 maart meldde D.B.C., dat A.R.V.C. de afgelopen zondag (26 maart 1933) in Amsterdam met 16-0 won van een Gooise Combinatie van Hilversumse en Bussumse spelers. Op 13 april meldde de krant, dat de Drafna Sportclub afgelopen zondag (9 april 1933) z’n eerste overwinning had behaald: 13-9 tegen A.R.V.C., op het Kameleon terrein aan de nieuwe betonweg naar Hilversum. “Een technisch beter spelend A.R.V.C. werd verslagen door een geweldig enthousiast spelende Bussumsche ploeg”.

Op 15 september 1933 stond in de krant, dat de Hilversumsche rugbyclub haar eerste vergadering van het nieuwe seizoen had gehouden. Henri van Booven werd waarnemend voorzitter en de H.R.C. zou voorlopig gebruik gaan maken van het Drafna sportterrein in Bussum. Uit een bericht op 22 september 1933: “er zijn slechts zeven rugbyclubs in Nederland”. De Hilversumse Rugbyclub en de Drafna Sportclub zouden elkaar bijstaan met de oefeningen en het organiseren van propaganda-wedstrijden in het Hilversumse en het Bussumse sportpark, meldde de krant op 23 september 1933.

De volgende maand, op 13 oktober, schreef de krant, dat de Drafna Sportclub de Zuidafrikaanse speler Dutoit bereid had gevonden als trainer op te treden. De Bussumse en de Hilversumse spelers zouden onder zijn leiding kunnen oefenen op het Drafna terrein. De zondag daarvoor (op 8 oktober 1933) hadden enige D.S.C.-leden een wedstrijd gespeeld in de gelederen van Hilversum tegen A.R.V.C. En de komende zondag (15 oktober) zou de eerste officiële wedstrijd voor D.S.C. plaatsvinden. Ook nu zou er weer een combinatie van beide Gooise clubs aantreden tegen A.A.C. in Amsterdam. Acht Drafna-spelers en zeven Hilversummers verloren die wedstrijd met slechts 14-9. Maar: ze scoorden wel drie tries!

Op 31 oktober meldt de krant, dat de wedstrijd A.R.V.C. 1 tegen D.S.C. in 11-5 geeïndigd is, na een 8-0 ruststand. In de tweede helft kwam D.S.C – versterkt met enige Hilversummers – geducht opzetten; ze scoorden een try, die werd geconverteerd. De Drafna Sportclub won vervolgens met 6-0 van de Haagse rugbyclub, meldt de krant op 6 november 1933. Een kleine drie maanden later, op 30 januari 1934, meldt D.B.C., dat afgelopen vrijdag (dat was dus op 26 januari), op verzoek van H.R.C., de besturen van Hilversum en de Drafna Sportclub zijn samengekomen. Het besluit werd genomen de clubs samen te voegen tot een grote Gooische rugbyclub. Dit besluit werd vervolgens in een gecombineerde ledenvergadering van de beide clubs op woensdag 31 januari besproken en goedgekeurd. Beide clubs waren vanaf dat moment dus verenigd tot Gooische Rugby Club: ruim een jaar na de oprichting van de Drafna Sportclub.

Op zaterdagavond 24 maart 1934 vond in “Pschorr” te Hilversum het jaarfeest van de Gooische Rugby Club plaats, meldt D.B.C. op 27 maart 1934. Een uitstekend geslaagde avond, met talrijke ongure individuen, die van ’s avonds 9 uur tot ’s morgens 4 uur de dansvloer bevolkten. Een halfjaar later, op 5 oktober 1934, bericht die krant over de algemene ledenvergadering van de Gooische Rugby Club, die diezelfde week plaatsvond. Besproken werden:

  • de kinderziekten in het eerste jaar van de jonge vereniging
  • kritiek op “den moreelen en financieelen toestand der vereeniging”
  • het unanieme oordeel, dat de club kon voortbestaan
  • maatregelen “om tot een volledige reorganisatie der vereeniging te geraken”
  • de keuze van een nieuw bestuur, waarin H. Kruissink voorzitter zou blijven.

Op 19 oktober 1934 schrijft De Bussumsche Courant, dat er 12 rugbyclubs in Nederland zijn en dat er nog geen sprake is van een competitie. Toch heeft de bond een klein wedstrijdprogramma samengesteld “ter verhooging van het spelpeil en ter bevordering van het enthousiasme”.