Hommage aan Frits Frankfort (1977)

1368377528_2510_jpgRC ’t Gooi landskampioen 2013

11 Mei 2013 moet wel een topdag zijn geweest voor de 85-jarige Frits Frankfort: hij mocht de kampioenschapsbeker uitreiken aan de nieuwe landskampioen. En dat zou óf RC Hilversum óf RC ‘t Gooi worden, allebei clubs waaraan Frits vele jaren met hart en ziel zijn niet geringe rugbykennis beschikbaar stelde. Met het ene puntje verschil in de laatste minuut in het voordeel van RC ‘t Gooi was hij vast net zo blij als hij met de omgekeerde uitslag geweest zou zijn… Eind 1977 schreef een anonieme redacteur van De Scrum het nu volgende waarderende verhaal over Frits onder de titel “Hommage aan een 50 jarige oud-Gooi rugbyer”; de redactie is hier en daar enigszins aangepast.

Frits Frankfort-01Deze keer willen wij Frits Frankfort eens in de schijnwerpers zetten, omdat hij onlangs 50 jaar is geworden en omdat hij een enorme hoeveelheid werk voor de rugbysport heeft verzet. Frits werd op 9 november A. ("Pa") Büchner, trainer en coach 1944-19621927 te Deurne in België uit Nederlandse ouders geboren. Hij is beslist geen Belg, moesten we van hem speciaal vermelden. Frits is zijn rugby-loopbaan in de zomer van 1945 bij RC ’t Gooi begonnen. Door Piet van Lingen (ook een oud-Gooier) werd hij meegenomen naar een demonstratie-rugbywedstrijd, Noord-Holland tegen Zuid-Holland, op het sportpark te Hilversum, tegenwoordig het Nationale Rugby Centrum. Samen met Cor de Rie kwam hij toen in handen van Pa Büchner.

Voormalig Gooi-trainer Adolf “Pa” Büchner

Door hem werd Frits wat hij noemt “aangepakt”, dat wil zeggen 2x per week een uur lang een bal tegen een paaltje gooien en weer opvangen. Frits noemde dit “paaltje pissen”. Pa Büchner had het echter juist gezien: Frits kon na verloop van tijd blindelings passen en goed ook.

foto014RC ’t Gooi-team van ca. 1953. Achter: Bert de Boer, Leo Toff, ?, Ferry de By, ?, ?, Piet Dijkman, Dolf Plat, Cor de Rie. Voor: ?, ?, ?, Frits Frankfort, ?, ?.

De toenmalige driekwartlijn met Frits als scrum half, Werner Büchner fly half, Ad Nordeman 1e center, Cor de Rie 2e center en Peter Maas en Frans Buys als wings liep dan ook als een trein. Toentertijd speelden meer 2004 Zes pioniers RC HilversumHilversummers bij ‘t Gooi, zoals Joop Gorel, Wim Ouwerkerk, Pim Ooms, Dave van de Giessen, Henk Giel en Cor de Rie. Samen met deze vrienden heeft Frits op 23 september 1954 Rugby Club Hilversum opgericht. Belangrijke factor was hierbij de kleur van het shirt. De keus is toen gevallen op blauw/wit, want die waren per 1.000 stuks goedkoper.

De Gooiers die in 1954 RC Hilversum oprichtten

Zijn laatste interland speelde hij op 37-jarige leeftijd, hij had toen zo’n 39 maal voor het nationale team gespeeld. Met de Impala’s mee komt hij tot ongeveer 80 wedstrijden voor Nederland: voorwaar een prestatie. Wedstrijden met ontzettende pakken slaag, maar ook met enorm veel plezierige herinneringen. Zoals de wedstrijd tegen de Belgen. Verzamelen westzijde Centraal Station in Amsterdam. Eén van de spelers mocht niet van zijn vrouw. Goede raad was duur. Nog een Gooi-speler, namelijk Leo Toff,werd om 7 uur van zijn bed gelicht, maar was er pas om 6 uur ingegaan, na een feest. Zulke dingen gebeurden toen.

1974-02-05 Hilversum-Gooi-22Frits Frankfort in actie als oude meester in een wedstrijd RC Hilversum – RC ’t Gooi op 5 februari 1974

Frits was zo’n 40, 41 jaar, toen hij trainer werd van de A-selectie van de NRB. Dat heeft hij 2 jaar gedaan en toen werd het overgenomen door Gert van Rheenen. De 16-18 selectie werd toen de zorg van Frits. Na veel trainen werd de eerste buitenlandse trip naar Heidelberg (zeer sterk) winnend afgesloten. In 1970 werd hij weer trainer van het A-team en begon tevens de samenwerking met Denis Power. Om zich verder te bekwamen in de rugbysport volgde Frits diverse training/coaching cursussen in Engeland, Schotland en Wales, wat hem nu in de praktijk van zeer veel nut is. Momenteel is Frits Senior Coach (deze wordt door de NRB benoemd), docent trainerscursussen, examinator en lid van de selectiecommissie, samen met Denis Power en Theo Snijders. Tevens is hij nog commissielid opleidingen. Via Pim Ooms heeft hij 1 maal zwangere huismussen beziggehouden, maar dat nooit meer.

Frits Frankfort SingersLogo van de Frits Frankfort Singers

De trip met de Hilversumse Rugbyclub naar Hull weet Frits zich nog maar al te goed te herinneren. Vandaar dat de laatste trip georganiseerd moest worden onder de naam “Frits Frankfort Singers”, een geniale vondst van Aart Baartwijk, zodat men Engeland kon binnenkomen. Zelfs de ontbijttickets waren gesteld op naam van de “Frits Frankfort Singers” en het hotel was dan ook in de stellige overtuiging dat men met een zangkoor, maar dan wel een raar zangkoor, te maken had.

foto186De aanstormende jeugd in 1977, 16-18 sevens-team. Staand: Marcel Jacobs, Henk Rohaan, Jeroen Snijders Blok, Jan Rohaan. Geknield: Michiel Veldkamp, Mark Dekker, Ted Anema.

Op de vraag hoe Frits nu ‘t Gooi ziet moet hij eerlijk bekennen, dat wij momenteel een groep hebben waar in de toekomst veel mee te bereiken valt. Duidelijk is dat de jeugd een veel grotere inbreng heeft dan voorheen het geval was. Hij heeft ook vernomen, dat wij een zeer goed sociaal verzorgd jeugdwerkbeleid voeren. Het rendement komt echter pas over enige jaren goed tot zijn recht met spelers als Vincent Snijders Blok en Ton Jacobs. Ook selectiespelers als de gebroeders Rohaan, Jeroen Snijders Blok en Louk Slabbers zullen hun stempel op ’t Gooi gaan drukken.

Maar Rugby-Nederland is in feite nog te klein. Wij zullen moeten groeien naar 150 tot 200 clubs. Speltechnisch/tactisch en conditioneel liggen wij al een stuk hoger dan vroeger. Er is een duidelijke groei qua spelsterkte waarneembaar en dat is een gezonde zaak. Kijk maar naar de ereklasse met zijn verrassende uitslagen. Het zijn echt niet meer de drie clubs die de toon aangeven. Ook de promotieklasse komt steeds dichter bij de ereklasse te liggen. Er zal echter een reserveklasse aan toegevoegd moeten worden, waarin de tweede teams van de ereklasse zullen moeten gaan spelen. Je voorkomt hiermee, dat een tweede team de promotie kan tegengaan van een vereniging welke in deze promotieklasse speelt naar de ereklasse.

Rozenboom BussumVoormalig hotel café-restaurant De Rozenboom, Bussum

Frits heeft de beste herinneringen aan zijn Gooi-jaren, vooral de feesten in de Rozenboom en de Promers liggen bij hem nog vers in het geheugen. “Ach“, zegt hij, “er is in feite geen enkele club in Nederland die zulke grandioze feesten kon organiseren als ’t Gooi“. Frits is nu trainer van de jeugdteams 14-16 en 16-18 van Hilversum en begint een leuke ploeg op te bouwen. Over een jaar kan hij een zeer sterk team op de been brengen. En daar zal het van moeten komen. Erg belangrijk. Hij heeft ons eerste team aan het begin van het seizoen zien spelen en is tot de conclusie gekomen, dat er nu een team staat met spirit en veel goed, jong materiaal. Je moet ze echter wel hard maken.

1948-04 Geselecteerd schoolteamApril 1948, geselecteerd schoolteam; Frits Frankfort (20 jaar oud) 4e van links op de eerste rij.

“Rugby“, zegt Frits, “is een sport die mij van nature aantrok. Ik was vroeger dan ook een enorme gifkikker en had 12 bazen in een jaar, soms meer. Maar door het rugby ben ik enorm veranderd. Ik heb mij leren beheersen, wat me duidelijk van pas komt“. De spelverruwing neemt toe in de rugbysport. “Maar“, zegt Frits, “rugby is een harde sport, een lichamelijke contactsport, die op een faire manier kan worden gespeeld“. Aan schoppen en slaan heeft Frits een vreselijke hekel. Toch is hij ervan overtuigd, dat de Internationale Rugby Bond de zaken beter aanpakt dan de Internationale Voetbal Bond, door alleen al de spelregels te veranderen.

Om tot betere sportprestaties in het algemeen te komen zou Frits graag zien dat de gymleraren onderling elkaar attenderen op jonge talenten, in welke tak van sport dan ook, om dan deze verder te kunnen begeleiden op de manier zoals de Oostbloklanden dat doen, maar dan wel met alle vrijheden zoals wij ze hebben. De talenten signaleren en stimuleren zou een zeer goede zaak voor geheel sportbeoefenend Nederland zijn.

Bondscoach Frits Frankfort met zijn jongensBondscoach Frits Frankfort met “zijn jongens”, begin jaren ’80

Voor Frits ligt er echter nog een zeer grote taak te wachten bij de jeugd van Rugby Club Hilversum. Wij kunnen en willen niets anders zeggen dan: “Frits zeer veel succes en wij hopen nog vele malen tegen jouw jeugdteams te kunnen spelen. Hartelijk dank voor je komst naar de Poort“.

Zie ook:

Frits Frankfort als NRB-wedstrijdsecretaris (1956 e.v.)

De afsplitsing van RC Hilversum (1954)

 

“Een leuk stel mannen”, door Tom Visser

 

1937 teamfoto met oa Bep van Kooten

 Gooi-team uit 1937-38, demonstratiewedstrijd in Dieren. Geknield: Kees Meeuwis, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Fred Huyer, Elbert Kortenoever, Walt Jongman. Staand: Bob de Jonge, Dolf Plat (met scrum-cap), Jan van Schaik, Bob Swart (met alpinopet), Ko Munnikhuizen, Bep van Kooten, Witte van Heijningen, Rein Koopmans, Zöllner, Jaap van Schaik, onbekende heer in regenjas.

Walter Koopmans en Marie Sophie Wesel reageerden op het verhaal “Ben Hosman in gesprek met Herman Nijhuis (1977)” op deze lustrumwebsite. Zij bleken de zoon en de kleindochter te zijn van ons oer-lid Rein Koopmans, die in de jaren ‘30 en ‘40 rugby speelde bij het toen nog piepjonge RC ‘t Gooi. Rein speelde onder meer mee in de heroïsche sneeuwwedstrijd tegen Anderlecht in 1946. Aat & Walter KoopmansHij overleed in 1992 op 76-jarige leeftijd. Via Walter Koopmans – vernoemd naar een ander oer-lid van RC ’t Gooi, Walt Jongman – kwam ik in contact met zijn 92-jarige moeder, mevrouw Aat Koopmans-de Vries.  

Aat Koopmans-de Vries met zoon Walter Koopmans

Het plan werd bedacht om een verhaal voor de lustrumwebsite te maken over Rein Koopmans en de beginjaren van RC ‘t Gooi en vragen, zoals “wat voor club was het toen?” en “hoe gingen ze met elkaar om?” te beantwoorden. Er vond een gesprek plaats, waarbij vergeelde documenten en oude foto’s op tafel kwamen. En natuurlijk de verhalen van lang geleden.

Feest 12 1/2 jr RC 't Gooi in 1945Vergeeld krantenartikel over het 12,5 jarig jubileumfeest in 1945

Reinold Koopmans werd geboren in 1915 in Blaricum. Hij ging naar de tekenschool (ambachtschool) in Hilversum, net als zijn vriend Henk de Vries, de broer van zijn latere vrouw Aat. Rein dook vanwege de razzia’s door de Duitsers in 1943 of 1944 onder bij de familie De Vries om aan tewerkstelling in Duitsland te ontkomen. Daar leerden Aat de Vries en Rein Koopmans elkaar kennen. Zo raakte Aat betrokken bij RC ’t Gooi.

“’t Was een leuk stel mannen” zegt ze over die tijd, “je voelde je er thuis, ook met de vrouwen van de spelers. Er werd nooit gescholden of lelijke dingen gezegd. De meeste spelers waren ook geen grote, stoere jongens. Ze speelden niet op kracht, maar volgens de spelregels. Dieter Büchner en Walt Jongman – de neef van Rein – waren wel grote kerels. Rein Koopmans was niet groot, zo’n 1.75 m lang, hij was rustig, trad niet op de voorgrond, maar was als speler gedreven, soms fanatiek. Ook buiten het rugbyveld gingen ze met elkaar om, het was een echte vriendenclub. Zo werd er bijvoorbeeld gezamenlijk gekampeerd op het strand van Egmond aan Zee, dat mocht toen nog“.

ReinK-35Kamperen op het strand van Egmond aan Zee in 1934/35: RC ’t Gooi-oprichter Henk Kruissink, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Witte van Heijningen, Walt Jongman

Toen Rein en Aat in 1946 trouwden vond haar schoonvader, dat het nu tijd was om maar eens op te houden met dat rugby-spelen en alle energie in werk en carrière te steken. Maar dat was niet naar de zin van Aat en dat gebeurde dus ook niet. Rein is nadat hij met spelen stopte nog vele jaren lid van de rugbyclub gebleven. De vriendenkring uit die tijd is heel lang blijven bestaan, vaak tot het overlijden toe. Rein en Aat Koopmans waren in het bijzonder bevriend met neef Walt Jongman, Ben Hosman, Frans Buys, Dick Bouwman, Gé Meerman, Bob Zwart, Kees Meeuwis, Bob Lamberton en Witte van Heijningen en hun partners. Dat bleef niet beperkt tot wederzijdse bezoeken en verjaardagskaartjes, maar omvatte ook gemeenschappelijke hobbies. Zo waren Rein Koopmans, Dick Bouwman en Ben Hosman alle drie enthousiaste amateur-kunstschilders.

ReinK-15Tekening van Dick Bouwman voor de 75ste verjaardag van Rein Koopmans

Zoon Walter Koopmans ging wel met z’n vader mee naar de feestjes in de Utrechtse Poort. Hij heeft zich zelfs laten verleiden om bij ’t Gooi te gaan rugbyen, maar dat bleek toch niet z’n roeping te zijn. Rein Koopmans bleef altijd belangstellend naar het wel en wee van RC ’t Gooi. Zo nam hij deel aan de reünies van oud-spelers in 1978 en 1983, in het toen hagelnieuwe clubhuis.

1978 Lustrum-06Rein en Aat Koopmans bij de lustrum-reünie in 1978, rechts vooraan op de tribune van het sportpark in Hilversum, tussen de andere RC ‘t Gooi-reünisten

1983-04-23 Lustrum reunie-02Oud-spelers bij de lustrum-reünie in 1983. Achter: Cor de Rie, Dieter Büchner, Dick Bouwman. Midden: Witte van Heijningen, Kees Meeuwis, Dolf Plat, Henk van Zalinge, Wim Klink, Paul Engelblik. Vooraan: Rein Koopmans, Henk Ulrici, Jaap Klasema, Ben Hosman, Louis Hosman, Bob Lenderink.

Zie ook:

Ben Hosman in gesprek met Herman Nijhuis (1977)

De heroïsche sneeuwwedstrijd tegen Anderlecht (1946) 

Vlak na de oorlog: 12 1/2 jaar RC ’t Gooi (1945)

Opnieuw: Naar Parijs (april 1950)

Dit is de aangepaste, tweede versie van dit verhaal. De oorspronkelijke, eerste versie is te vinden onder de titel “Naar Parijs (april 1950)”. Ontdek de verschillen!

1950-04-23 Parijs-01

V.l.n.r. Piet Dijkman (AAC, later´t Gooi), Werner Büchner (‘t Gooi), Pieter Davis, Bert de Boer (AAC, later ‘t Gooi), Sini van Vught (de vrouw van Joop), Anton v.d. Beek (AAC), Cor de Rie (‘t Gooi, later RCH), Ab Roodlieb (‘t Gooi), Toon Bogers (AAC), Siep Reijnders (AAC), Ben Ziepzeerder (AAC), Jan Onderwater (‘t Gooi), Ron Rishworth (Te Werve), Joop van Vught (AAC), rug/onherkenbaar, ?, Frits Frankfort (‘t Gooi, later RCH), ?, onbekende dame, kalende heer met twee kinderen.

Op 28 november 2012 plaatsten we het verhaal “Naar Parijs (april 1950)” op deze website. Een verhaal met nogal wat veronderstellingen en onbeantwoorde vragen. Het is nu twee en een halve maand later – 14 februari 2013 – en we weten er nu wat meer over en kunnen dus het verhaal herschrijven. Dankzij oud-AAC- en Nederlands team-speler Pieter Tolsma en Google. Het oorspronkelijke verhaal zouden we weg kunnen gooien, maar het lijkt ons juist wel leuk om eens te laten zien  hoe je in de loop van de tijd nieuwe informatie bij elkaar scharrelt en hoe dat het verhaal beïnvloedt. Wordt het daardoor ook interessanter en leuker? Dat mag u zelf beoordelen. Kijk en vergelijk!

Op zondag 23 april 1950 speelde het Nederlands rugbyteam een uitwedstrijd in en tegen Parijs. De “knoestige” Piet Dijkman (typering van Loek van Keller), toen nog AAC’er en later lid van RC ’t Gooi, had een vaardige pen en schreef er een verslag over in Try, het clubblad van AAC Rugby:

1950-04-28 Try over trip NL team naar Parijs-01

1950-04-28 Try over trip NL team naar Parijs-02

In het verhaal van Piet Dijkman gaat het over van alles, maar nauwelijks over het uitstapje op zondagochtend 23 april 1950 naar het bos van Compiègne en de wedstrijd van die zondagmiddag. En laten we daar nu juist foto’s van hebben. De grote foto waarmee dit verhaal begint is genomen bij een gedenksteen voor de wapenstilstandsovereenkomst aan het einde van de Eerste Wereldoorlog. Er staat een Franse tekst op, die vrij vertaald als volgt luidt:

compiegne inscriptie van de gedenksteenHIER IS

OP 11 NOVEMBER 1918

GESTORVEN

DE MISDADIGE TROTS

VAN HET DUITSE RIJK

VERSLAGEN DOOR

DE VRIJE VOLKEREN

DIE HET TRACHTTE

TOT SLAAF TE MAKEN

Standbeeld maarschalk Foch Compiegne1950-04-23 Parijs-03De foto hiernaast is gemaakt naast de sokkel van het standbeeld van maarschalk Foch, eveneens in het bos van Compiègne. Zijn naam is duidelijk te lezen, maar het standbeeld zelf ontbreekt. Vandaar de andere foto, met naam èn standbeeld. In de groep vallen een man met een kaal hoofd en twee kinderen op, een jongen met een witte sjaal en een kleiner meisje. Ze staan rechts op de foto. Ook op de andere foto’s van de rugbyers-groep zijn ze te zien. Vermoedelijk gaat het hier om een Fransman, die als gids voor de Nederlanders optrad en die de gelegenheid gebruikte om er een uitje met z’n kinderen van te maken. De kleding van de tripgangers valt op. Allemaal in jasje dasje, het lijkt wel een groepsreis van keurig uitgedoste zakenmensen. Maar ´t was natuurlijk ook zondag.

1950-04-23 Parijs-04De kalende man met de beide kinderen is ook te zien op de groepsfoto voor de kasteel-achtige poort. Zoeken via Google leverde op, dat dit de poort van het kasteel van Pierrefonds is, uit de 14e eeuw, aan de zuid-westrand van het bos van Compiègne. Meer van het kasteel is te zien op de volgende foto.

chateau-de-pierrefonds

1950-04-23 Parijs-06Zonder beide kinderen is de kalende man te zien naast de autobus van C.J. van Nood uit Amsterdam. Tenminste: dat lijkt zo, maar wie staat er in de deuropening van de bus? Het jongetje met de sjaal! Met die bus zijn ze vast naar het stadion vertrokken voor de wedstrijd tegen het vertegenwoordigende Parijse team, die ze met 32-3 verloren. Van die wedstrijd hebben we de volgende twee foto’tjes:

 

1950-04-25 Parijs-NL 32-3 foto-011950-04-25 Parijs-NL 32-3 foto-02

Naar Parijs, de licht(e) stad (november 1950)

Ned teamNederlands team, 26 november 1950, Parijs.  Achter: Ab Roodlieb (Gooi), Siep Reijnders (AAC), Cor de Rie (Gooi), Nico Kist (DSRC), v.d. Hoek (DSRC), Ben Ziepzeerder (AAC), Anton v.d. Beek (AAC), Toon Bogers (AAC), ?, Ref ?, voor: Piet Dijkman (AAC, later Gooi), Ab Nordeman (Gooi), ? (DSRC), Werner Büchner (Gooi), Joop van Vught (AAC), ?, ?, ?

Via Pieter Tolsma – oud-AAC- en Nederlands team speler – kwamen we in het bezit van foto’s en verslagen van de wedstrijd Parijs B – Nederlands bondsteam uit 1950. In ons clubarchief zat al een teamfoto, waarvan de achterzijde vermeldde dat deze in Parijs gemaakt was. Maar wanneer precies en bij welke gelegenheid? Duidelijk was wel, dat er een aantal Gooiers van het team deel uitmaakte: Ab Roodlieb, Cor de Rie, Piet Dijkman (toen nog AAC, later ’t Gooi), Ab Nordeman en Werner Büchner. Maar nu werd het hele plaatje duidelijk. Het begon op 11 november 1950 met de uitnodiging aan de geselecteerden. Uitgenodigd worden was natuurlijk eervol, maar wat te denken van een bijdrage van 15 gulden in de reiskosten..? Afijn, het waren blijkbaar andere tijden, 63 jaar geleden.

Mail0013De uitnodigingsbrief van 11 november 1950

In Try, clubblad van AAC – Rugby, van 15 december 1950, schreef Piet Dijkman het volgende verslag.

1950-12-15 Try AAC-clubblad kopDe kop van Try, van 15 december 1950, met tekening van een tackle (maar geen try!)

Eerst Parijs zien en dan pas naar bed

In dit geschrift zal ik proberen u in het kort een waarheidsgetrouw verslag te geven van onze belevenissen gedurende de pelgrimage van het Nederlandse XV naar het wuft Parijs, de licht(e) stad. Geheel in tegenstelling tot de rugbytradities waren er deze keer geen moeilijkheden met paspoorten, visa en andere documenten. Het gezelschap vertrok op tijd en in Delft behoefde zelfs niemand uit bed gehaald te worden. Het traject Amsterdam – Parijs leverde voor ons, bereisde Roelen als we zijn, geen nieuwe gezichtspunten op. Er waren er die even uit het raam keken en dan met een effen gezicht beweerden: “Nog een kwartier en we zijn al in Laon”, of: “Nog goed twintig minuten en we zijn Soisson al weer voorbij”, zoals ze in lijn 24 zullen zeggen: “Nog twee halten en we zijn weer op de Munt”.

In Brussel stopten we voor een kopje koffie. De chauffeur voerde ons naar een soort Melksalon, waar men, zoals het ons voorkwam, tegen ontucht geen bezwaar had. Wij rugbyers vulden dit etablissement met ons weliswaar kuis, maar toch zeer luidruchtig vertier. Vooral enkele oorspronkelijk voor kinderen bedoelde speelanlagen stonden in de belangstelling. Gezien de omstandigheden is er opmerkelijk weinig gebroken. Gedurende de tocht was de stemming zoals gebruikelijk: er werd geslapen en er werden rugbykrantjes gelezen en hier en daar vormden zich kleine groepjes waar hard en zinnelijk werd gelachen, als gold het een bonte trein. Bij nader onderzoek bleek, dat in het centrum van deze groepjes mopjes voor grote mannen werden verteld. In de buurt van Soisson werd ten tweede male gestopt, nu was het niet voor koffie, nu moest het wijn worden. Frankrijk had ons te pakken.

In Parijs bleek dat men werkelijk op ons had gerekend, hetgeen niet tegen viel. Bij de toewijzing der kamers werden nummers en dergelijke haarfijn genoteerd, hetgeen niet, zoals we dachten een spits mopje was, maar een ingenieus plan, uitgedacht door de infernale breinen van onze officials om de heren spelers te controleren en op een christelijk uur aan het bed te 1950-12-15 Les Naturisteskluisteren. Er wordt verteld, dat Nico Hobbelman alle spelers een nachtkusje is komen brengen om vijf over elf. Ondanks het bovenomschreven strenge controle-systeem mochten we toch een uurtje uit en richtten we onze schreden naar een huis van plezier waar de grote attractie was dat een juffie werd geslagen en aan de haren over de grond werd gesleurd. Onze getrouwde vrienden zagen dit alles met grote interesse en kennis van zaken. Verder was er nog een dansende elf met de gratie van een Cor de Rie. Zoals gezegd was er geen gelegenheid tot uitspattingen in groter verband.

Vriend Ziepzeerder, die behalve een veelprater ook vroegopstaander is, wekte per telefoon vele onschuldige slapers, wat op deze prille zondagmorgen veel godslasterlijke taal en vele bastaardvloeken ontlokte. Een zeer kwalijke gewoonte, dit vroege opstaan. Om half elf werden we in een restaurant samengedreven voor, zoals men ons valselijk voorgaf, een lunch, eigenlijk was het een soort wapenschouw en probeerden de Fransen ons met hun zware jongens te imponeren. Wij van onze kant lieten zien, dat de 700 kg scrum van ons er ook niet om loog. Joop van Vught verborg zich achter de rokken van zijn vrouw.

Mail0001Vóór de wedstrijd deden we nog wat sightseeing, waarbij we haast een Franse auto-meneer verpletterden, wat ons in het politiebureau deed belanden. Ook hier verdeden we onze tijd niet, en formeerden we een stevige scrum tegen de muur van het ambtelijke gebouw. Twee veelbelovende Delftenaren probeerden intussen als kleine Eisensteintjes de zwaartekracht te verklaren. Zo arriveerden we toch nog op tijd in het Stade Buffalo, de zeer morsige arena waar we onze strijd zouden moeten strijden. Knappe en deskundige pennen zullen u deze wedstrijd beschrijven.

Tot slot van het officiële programma van deze dag was er een groot Banket Spectaculair waar het Engelse, het Nederlandse en de Franse teams aanzaten. Het was een prachtig feest met goede wijn, goed eten en goed tafellinnen, zoals later bleek. Onze officials de Heren (!) Boersma, de Boer en Hobbelman zaten tussen allerlei zeer hoge en belangrijke rugbymeneren, alsof ze nooit meer met ons in het Zuiderzeepark op het speeltuinterrein zouden moeten spelen. Zoals ik al zei was het een heerlijk feest. Aan het einde van dit banket gooiden de Fransen hun broeken tegen het plafond, gleden vele rugbyers in dit luxe milieu via de leuningen naar beneden ondanks statige portiers, palmen en marmeren trappen; tenslotte werden enkele plakkers, die in een naburig dansfeest waren binnengedrongen en daar lijfelijk zeer nadrukkelijk aanwezig waren, via een aanzwellend handgemeen op straat gewerkt. Hierna begon de vrije jacht.

Paris - LondresDe rugby-schare viel uiteen in kleine groepjes die ieder op hun manier de wufte genoegens van Parijs probeerden na te jagen. Er zou wel het een en ander te zeggen zijn van al deze groepjes, maar waarom slapende honden wakker gemaakt, per slot van rekening is het de bedoeling dat we nog eens naar Parijs gaan. Ik geloof wel dat iedereen zich best geamuseerd heeft. Maandagmiddag was het een zeer verfomfaaide groep, die Parijs verliet, beladen met eet- en drinkwaren en kleine presentjes voor vrouw en kinderen. De terugtocht was geheel gelijk aan de heenreis, zij het dan in omgekeerde volgorde. Alles verliep volgens de plannen.

Samenvattend kunnen we zeggen dat we een heerlijk feest hebben gehad en een beste wedstrijd hebben gespeeld en gezien en niemand had spijt van de verzopen dubbeltjes. Misschien mag ik de volgende keer weer mee.

Het “technische” verslag werd – in het zelfde nummer van Try van 15 december 1950 – verzorgd door official Nick Hobbelman. Uit zijn verslag kozen we drie fragmenten, gevolgd door de individuele bespreking van de (ooit) Gooiers in het gezelschap: Ab Nordeman, Werner Büchner, Cor de Rie en Piet Dijkman. Gooier Ab Roodlieb, die wel op de teamfoto staat, wordt niet besproken. Was hij reserve?

Parijs B – Bondsteam 33 – 6

Anders dan de score zou vermoeden is dit geen smadelijke nederlaag geworden, en zonder het overwicht van de B-ers maar maar een ogenblik in twijfel te willen trekken, zou ik toch wel van een geflatteerde overwinning willen spreken.

Mail0007Hoewel de Franse bladen spreken van een rugby-lesje dat zij ons gegeven hebben, van het ontbreken van techniek en van een zwakke verdediging, kan ik deze mening niet helemaal delen. Zonder blind te zijn voor de feiten meen ik dat b.v. voor de forwards gedurende de gehele wedstrijd en voor de halves gedurende de tweede helft geen sprake van een lesje is geweest. Mijn indruk is (bevestigd door de Parijzenaars) dat onze forwards niet onderdeden in snelheid en techniek, en qua uithoudingsvermogen zeker de meerderen waren van hun Franse tegenstanders.

Meteen na de aftrap golft het spel op het middenveld heen en weer, en reeds na 5 minuten is het voor ons langs het lijntje duidelijk, dat er niet van een groot krachtsverschil tussen de beide teams kan worden gesproken. Het is mij nog steeds niet duidelijk, waarom vooral in de eerste helft onze forwards niet feller hebben uitgepakt, maar de B-ers gelegenheid gaven zich in te spelen, het spel aan zich te trekken en hun sterke 3/4 lijn de bal toe te spelen. Het is dan ook deze driekwart-lijn, die met razend snelle aanvallen gaten in onze verdediging trekt, en de score eerst langzaam, maar na de rust (11-3) in sneller tempo tot de eindscore (33-6) brengt. Hoewel daar vooral na de rust wel enige aanleiding voor bestond lijkt onze ploeg over een goede mentaliteit te beschikken en blijft volhouden en vechten tot het einde.

Mail0008Dan volgen korte individuele besprekingen van de spelers, waaruit wij de (ooit) Gooiers selecteerden:

WING: Nordeman, goed en zal zeker met een snellere center naast zich nog betere prestaties kunnen leveren.

CENTER: Werner Büchner, heeft gespeeld voor wat hij waard is, doch heeft veel meer snelheid nodig voor een dergelijke wedstrijd.

FORWARD: Cor de Rie, een “slow starter”, bereikte deze keer niet zijn beste vorm, niettemin een “gewichtige” knaap in de scrum, een goede “dribbler” (ik herinner me een door hem zeer goed opgezette aanval).

Mail0009FORWARD: Dijkman, ook Pieter was voor half-time niet wat hij kan zijn en wat hij na de rust wel liet zien. Was soms zeer gevaarlijk en speelde dan zijn bekende “shrewd” spelletje.

Nico Hobbelman sluit zijn verslag als volgt af. Was onze eigen wedstrijd iets waar we toch wel iets van opgestoken hebben, de grote openbaring en les die de wedstrijd Parijs – Londen voor ons was zullen we niet licht vergeten. Dat we er veel van in toepassing mogen brengen en het op onze clubgenoten overdragen.

Frits Frankfort als NRB-wedstrijdsecretaris (1956 e.v.)

Frits Frankfort-02Frits Frankfort

Eén van de grote mannen in de geschiedenis van het Nederlandse rugby is Frits Frankfort. Kort na de oorlog speelde hij zo’n 9 jaar bij RC ’t Gooi, voordat hij in 1954 een van de oprichters van RC Hilversum werd. Hij speelde als scrumhalf in het Nederlands team, was trainer van o.a. Hilversum, ’t Gooi, Eemland en het nationale team en was ook als bondsfunctionaris actief. Over die laatste hoedanigheid gaat dit verhaal. Het is een bewerking van deel 3 van de serie De Revue van het Rugby, Wetenswaardigheden over de Bondsperiode 1952-62, door Leo van Herwijnen, gepubliceerd in Rugby Nieuws, Officieel Orgaan van de Nederlandse Rugby Bond, van augustus 1982. Leo schreef in 1982 het volgende:

foto014Frits als speler van RC ’t Gooi rond 1950, 1e rij 4e van links 

Eind 1945 had zich een kwieke jonge kerel van rond de 18 jaar als lid aangemeld bij RC ’t Gooi. De trainer bij RC ’t Gooi, Bob de Jonge, die als oud-interlandspeler en ex-voorzitter van de NRB het nieuwe lid zag komen, zegt vandaag: “Ik kan mij nog herinneren dat hij als jochie op het veld verscheen. Dat is geen blijvertje, dachten we toen”. Dat jochie was Frits Frankfort. Een half jaar later maakte Frits al zijn debuut in de nationale ploeg tegen België. Frits Frankfort zal in de loop van de volgende jaren uitgroeien tot de grootste kenner van het rugbyspel in Nederland. Wanneer hij in 1968 definitief stopt met actief rugby spelen heeft hij tot op dat moment 39 keer voor Nederland bij interlands op de scrumhalf plaats gestaan.

Met Cor de Rie richt Frits Frankfort op 23 september 1954 de nieuwe Rugby Club Hilversum op. Zijn carrière in het Nederlandse rugbywereldje is niet meer te stuiten. Op 22 september 1956 volgt zijn benoeming door de algemene ledenvergadering tot NRB-wedstrijdsecretaris. Frits Frankfort pakt de zaken gelijk goed aan. Ondanks dat de ALV van 26 september 1956 tegen het spelen van een gehele competitie was, stelt Frits als compromis een halve competitie op. Daarbij geeft hij de clubs in een circulaire te verstaan, dat clubs die zonder gegronde reden niet komen opdagen hun wedstrijd hebben verloren.

1974-02-05 Hilversum-Gooi-22Frits Frankfort (midden) in actie bij een oude meesters-wedstrijd Hilversum-’t Gooi in 1974

Verder schrijft hij: “Een team is verplicht te spelen als het aantal spelers 12 of meer bedraagt. Heeft een club dit aantal spelers niet en wil zij toch spelen, dan kan geen beroep op de bond gedaan worden in geval van verlies en geldt deze wedstrijd normaal voor de competitie. U ziet wel, dat ik bezig ben de touwtjes wat aan te halen en ik verzoek u dan ook allen mede te willen werken om wat meer orde en regel toe te passen dan toto nog toe is geweest”. Aldus Frits Frankfort.

Trainer Frits FrankfortFrits in ski-outfit bij een Wintersportfeest van RC ’t Gooi

Dat gaf even een gedonder. Ben Ziepzeerder, die op dat moment voorzitter is van de TC, klimt in de pen en schrijft aan de secretaris van de NRB, de heer J.A. Goemans: “Met enige verwondering heb ik kennisgenomen van een door de wedstrijdsecretaris van de Bond, F. Frankfort, bij het wedstrijdprogramma verzonden circulaire aan bij de Bond aangesloten verenigingen. Hierin wordt medegedeeld, dat in overleg met de Bondssecretaris, de heer Goemans, een halve competitie is samengesteld. Hiertegen moet ik ernstig protesteren, aangezien toch op de laatste jaarvergadering van de Bond is besloten voorlopig niet tot enige vorm van competitie te geraken, doch dit probleem te bezien en te bespreken op de eerstvolgende  “grote” bestuursvergadering, waar alle clubs vertegenwoordigd zijn.

Dan zou kunnen worden besloten zo nodig een speciale commissie in te stellen om de aan een competitie verbonden problemen nader te bezien en zo nodig het wedstrijdreglement van de Bond te wijzigen en aan te vullen. Het doet mij thans niet prettig aan, dat een beslissing van de Jaarvergadering (het hoogste college in de Bond) wordt genegeerd door de wedstrijdsecretaris met sanctie van het Bondsbestuur. Hier wordt m.i. langs een achterdeur binnengehaald, hetgeen de meerderheid van de verenigingen op de Jaarvergadering vertegenwoordigd, niet, althans voorlopig niet, wilde.

1950-04-23 Parijs-03Frits Frankfort en Ben Ziepzeerder kenden elkaar goed; ze namen bijv. beiden deel aan een trip van het Nederlands team naar Parijs in april 1950. Frits is de kleine man in het midden op de 1e rij, Ben Ziepzeerder staat 2 plaatsen rechts van hem op de 1e rij

Ik heb alle respect voor de energieke wijze waarop de wedstrijdsecretaris aan zijn nieuwe taak is begonnen, doch hij zal zich m.i. toch moeten houden aan de vastgestelde regels en reglementen, welke m.i. in het verleden en ook tot op heden uitstekend hebben voldaan en welke tot op heden het karakter en de sportieve sfeer in de Bond en op de rugbyvelden hebben bepaald. Ten slotte spreek ik de hoop uit, dat het Bondsbestuur zo spoedig mogelijk de circulaire van de wedstrijdsecretaris zal intrekken en de verenigingen daarvan in kennis stellen. Wellicht kunnen we op korte termijn eens uitvoerig van gedachten wisselen over de voor- en nadelen van een competitie voor de rugbysport”.

Ondanks alle protesten ziet Frankfort toch kans zijn zin door te drijven.

De afsplitsing van RC Hilversum (1954)

A. ("Pa") Büchner, trainer en coach 1944-1962De voorgeschiedenis begon al in december 1946, toen negen nieuwe leden zich bij RC ’t Gooi aanmeldden. Ze kwamen allen uit Hilversum en waren lid van de G.A.C. (de Gooise Atletiek Club), met de bedoeling later weer terug naar Hilversum te gaan, om daar een geduchte tegenstander voor ’t Gooi te worden. “Wij begroeten u allen en hopen, dat het besluit tot samengaan van de leden van G.A.C. met ’t Gooi een voordeel zal worden voor u zelf en de rugbysport” schreef de toenmalige trainer A. (“Pa”) Büchner. De negen nieuwelingen waren W. Ultee, C. de Rie, F. Frankfort, B. v.d. Woude, C. v.d. Linde, Joh. v.d. Tak, K. van Spengen, W. Tisse en Van Boxem.

Trainer A. (“Pa”) Büchner

Dat een aantal Hilversumse leden zich acht jaar later van RC ’t Gooi afscheidde om in Hilversum “voor zichzelf” te beginnen kwam dus niet helemaal onverwacht.

2004 Zes pioniers RC HilversumDe oprichters van RC Hilversum: Cor de Rie, Dave van de Giesen, Wim van Ouwerkerk, Pim Ooms, Joop Gorel en Frits Frankfort

In 1954 gebeurde het: toen scheidde een aantal Hilversumse spelers van RC ’t Gooi zich af, om RC Hilversum op te richten. Hoe ging dat destijds in z’n werk? Ging alles in goed overleg, sloegen ze elkaar de hersens in, of was het iets er tussenin? Was RC ’t Gooi blij met een nieuwe rugbyclub in de buurt of had de pijn van het ledenverlies de overhand? Voor de antwoorden doken we in de archiefstukken uit 1954.

De brief van Frits (Frankfort) aan Frits (Ronday) over de oprichting van RC Hilversum op 23 september 1954

In een circulaire aan de aangesloten verenigingen schrijft de NRB op 10 september 1954, dat in de komende ALV o.a. het aannemen als lid van de nieuwe vereniging R.C. Hilversum aan de orde zal komen. Enkele dagen later, op 16 september 1954 schrijft de waarnemend secretaris van de vereniging in oprichting, Frits Frankfort, een brief aan Frits Ronday, de secretaris van RC ’t Gooi. Hij schrijft, dat de officiële oprichtingsvergadering van RC Hilversum op 23 september 1954 in de “Jonge Graaf van Buren” aan de Laanstraat in Hilversum zal zijn. Tevens doet hij een voorstel voor de afwikkeling van de contributies van de opzeggende RC ’t Gooi-leden en zegt hij zelf zijn lidmaatschap op.

De opzegging van Pim Ooms

Op 21 september 1954 verstuurt RC ’t Gooi-secretaris Frits Ronday een afzegging voor de deelname aan het Béchet-toernooi van 26 september, o.a. wegens het afstaan van diverse leden aan de nieuw op te richten RC Hilversum en de onervarenheid van veel van de overige spelers. Opzeggingen van de Hilversummers Pim Ooms (op 30 september 1954) en Dave van der Giessen (29 september 1954) zijn bewaard gebleven.

Fragment uit de circulaire van de NRB van 6 november 1954

Op 6 november 1954 verschijnt er een circulaire van de NRB aan de aangesloten verenigingen, met mededelingen naar aanleiding van de ALV van 16 oktober 1954. Onder andere, dat RC Hilversum als NRB-lid werd toegelaten. En verder: ”De verenigingen, die tegen R.C Hilversum zullen spelen worden verzocht een bal mede te nemen, aangezien zij nog niet over voldoende materiaal beschikken”. Of ze die bal weer mee terug konden nemen staat er niet bij…

Fragment uit de brief van RC ’t Gooi aan de NRB van 19 maart 1955

Op 19 maart 1955 stuurt RC ´t Gooi een brief-op-poten, getekend door de bestuursleden W. Büchner en voorzitter J. van den Bovenkamp, aan de NRB betreffende een financieel verschil van mening. Daarin de volgende alinea: ”De N.R.B. schijnt heel weinig begrip te hebben, dat ook de club-kas van een vereniging, die tweemaal in vier jaar een groot gedeelte van zijn leden heeft afgestaan voor de oprichting (resp. heroprichting) van twee clubs in onze toch al niet te grote rugby-wereld, vrij zwak kan zijn”. Gedoeld wordt op de heroprichting van ARVC en de oprichting van RC Hilversum. Blijkbaar waren de wonden nog niet geheeld…

RC Hilversum – RC ’t Gooi in 2012

Als je het bovenstaande in ogenschouw neemt lijkt het erop dat er sprake was van een echtscheiding met wederzijdse instemming, met redelijkheid aan de oppervlakte en irritaties dicht onder de huid. Logisch, in zo´n situatie. Van elkaar de hersens inslaan blijkt uit de bekeken archiefstukken in elk geval niets.

Frits Frankfort-02Frits Frankfort schreef er in de lustrum-Scrum van 2003 het volgende over: “Toen wij in 1954 met nog een stel Hilversummers, die toen in het eerste bij ’t Gooi speelden een eigen rugbyclub in Hilversum oprichtten, was dit een zeer grote aderlating voor RC ’t Gooi. Buiten het speelveld is dat praktisch altijd in goede harmonie en samenwerking gegaan. Op het speelveld was dat natuurlijk direct een echte Gooise Derby. Vergeet niet, dat van de negen Hilversummers er 7 in het eerste team speelden en de andere 2 reserve stonden. Die spelers waren toen: Cor de Rie, Pim Ooms, Dave van de Giesen, Wim Ouwerkerk, Jan Steenmeijer, Joop Gorel, Wim Ultee, Frits Frankfort en Joop van de Tak”. En verder: “Na de uittreding van de Hilversumspelers in 1954 was ’t Gooi jarenlang fysiek en qua spel een klasse minder geworden”.

Als we kijken naar wat de splitsing beide verenigingen vandaag de dag gebracht heeft, kunnen we alleen maar positief zijn. Het gaat beide verenigingen goed, ze zijn beide toonaangevend in de top van het Nederlandse rugby. Er heerst een gezonde onderlinge rivaliteit, zoals wel vaker tussen buren en het is bepaald niet uitgesloten (zeggen we nu, halverwege januari 2013), dat de beide verenigingen elkaar het kampioenschap van Nederland 2013 gaan betwisten.

De hoop van trainer “Pa” Büchner uit december 1946, dat “het besluit tot samengaan van de leden van G.A.C. met ‘t Gooi een voordeel zal worden voor u zelf en de rugbysport” is uitgekomen.

Aardig merkwaardig, door Louis van Keller (1983)

Onder de wat zakelijke titel “Herinneringen” schreef Louis van Keller 30 jaar geleden aardige en merkwaardige herinneringen op uit zijn toen al 30-jarige carrière bij RC ’t Gooi. Op de titel na hebben we niets aan Louis’ verhaal veranderd, behalve dan dat het nu mét plaatjes verschijnt. En nu Louis aan het woord.

Louis van Keller in 1965

We zitten toch nog steeds in de “Lustrum” sfeer en daarom, op verzoek van Tineke Jacobs, hierbij wat rugbyherinneringen. Schrijf maar wat grappigs, zei Tineke. Makkelijk gezegd. Niet dat er zo weinig gelachen is in die 30 jaar dat ik bij de rugbyclub ben, maar in de loop der jaren verdwijnen heel wat details.

Nederlands team, 1950. Achter: Ab Rootlieb (Gooi), Siep Reijnders (AAC), Cor de Rie (Gooi), ? (DSRC), vd Hoek (DSRC), Ben Ziepzeerder (AAC), Anton vd Beek (AAC), Toon Bogers (AAC), ?, Ref ?, voor: Piet Dijkman (Gooi), Ab Nordeman (Gooi), ? (DSRC), Werner Buchner (Gooi), Joop van Vught (AAC), ?, ?, ?

Mijn kennis van het spel dateert overigens al van voor mijn lidmaatschap, toen ik op sportpark Zuid in Bussum naar mijn rugbyende broer ging kijken. Ik herinner mij zelfs nog die legendarische scrumhalf van AAC, Joop van Vught. Of hij nu werkelijk zo goed was weet ik niet, ik ben hem niet vergeten omdat hij nou bepaald niet het type van een stoere rugbyer was. Klein, tenger, blekig, kalend, tanig. Meer het type van een boekhoudertje op een stoffig kantoortje. Als dan die grote, zware kerels van AAC, ARVC of ’t Gooi over dat mannetje heen vielen, dan was iedereen op de tribune elke keer weer vol verbazing dat dat taaie mannetje ook elke keer weer gewoon opstond. Zoiets als die kip die overreden wordt door een reusachtige wals, haar veren schudt en zegt: “Tjonge tjonge, dat was nog eens een haan!”.

1934-35 Kamperen met Henk Kruissink (mede-oprichter en eerste voorzitter van RC ’t Gooi), Bob Lamberton, Johan de Kooter, Witte van Heijningen (die in 1933 de eerste try voor RC ’t Gooi scoorde)

Speler van het eerste uur Van Heijningen sprak onlangs in ons clubhuis over die merkwaardige boom die midden in RC ’t Gooi’s eerste rugbyveld stond. Nou, iets dergelijks had sportpark Zuid ook. Oorspronkelijk was het sportpark gebouwd voor concours hippique. In de grond was een betonnen bak gemaakt en gevuld met water moesten daar de paarden over springen. Die betonnen bak was er nog steeds, lag precies in het goalgebied en leek net een vijver na enkele flinke regenbuien. Geen tegenstander deed iets als de bal in die vijver dreef en de Gooiers scoorden menige try door de bal daar alsnog te (onder)drukken. Ernst Sandtmann was er specialist in.

Van Ernst herinner ik mij ook nog een andere escapade. Nijenrode had in die dagen een vreselijk modderig veld. Pure rivierklei. Na een paar regenbuien lag er een laagje water op en was het veld zo glad als spek. We zijn na afloop weleens met onze rugbyspullen aan onder de douche gegaan. Eens tijdens zo’n glibberpartij sprintte fullback Ernst naar de bal, gleed uit, viel languit op zijn buik, gleed als een surfplank zo’n 7 á 8 meter over het veld en schoot als een raket in een sloot, twee meter naast het veld. Wat hebben we gelachen.

Oude meesters 1974, achter: Peter Oomens, Piet Bakker, Hans vd Bovenkamp, Joop vd Bovenkamp, John Heydendahl, Hans Walscheid van Dijk, Kees van Gelderen, Eisse Zorge, Frans Lambour, Joep van Gelderen, Pieter Luteyn, Peter Akkermans, midden: Ge Meerman, Piet Dijkman, Chris Veerman, Rob Plat, Henny Westerweel, voor: Dolf Ubaghs, Arnold de Wolf, Ernst Sandtmann, Ton de Mey, Paul Wurster

In die jaren moest je je vaak met een enkel straaltje koud water behelpen na de wedstrijd. Dat koude water deed menig Gooier besluiten zijn kleren bijeen te graaien en thuis onder de douche te gaan. Zo ook Gé Meerman. Hij pakte zijn kleren en zat even later in de auto op weg naar Amsterdam. Jammer genoeg had hij ook de broek van Piet Dijkman meegenomen. Knoestige Piet zat er niet mee en recipieerde even later doodgemoedereerd in zijn modderige rugbybroek-tot-op-de-knieën in de stamkroeg van de club, Café Restaurant Prinses Margriet.

Eens reden we, op weg naar een wedstrijd tegen Den Haag, met 5 Gooiers geklemd in een Volkswagen-kever Den Haag in toen de bestuurder van een Opel meende gesneden te worden. De Opel werd dwars op de weg gezet en eruit stapte een klein, giftig Indonesiërtje. De Volkswagen stopte en eruit stapte 1 kerel, 2 kerels, 3 kerels………, 4 kerels………, 5 kerels! De Indonesiër stond stil, wilde iets zeggen, stond met zijn mond open te kijken naar die vijf woeste kerels die op hem afkwamen, slikte zijn woorden in, stapte snel in zijn auto en scheurde weg.

En dan al die aardige, merkwaardige mensen die ooit ons shirt droegen. Eens hadden we een trage, met veel te grote passen lopende speler. De meeste tegenstanders waren hem te snel af maar moedig zette hij dan al sjokkende de achtervolging in. Al spoedig het hopeloze van de strijd inziende besloot hij dan, om zijn gezicht te redden, zijn “sprint” met een prachtige, spectaculaire zweefduik…. in het luchtledige.

Noordwijk, demonstratiewedstrijd tegen Hilversum, van rechts af: 4e Loek van Keller, 7e Koen Schols, 8e Dolf Ubaghs, 15e André van Keller

Koen Schols was een goeie rugbyer met een chronisch tekort aan conditie. Ik herinner mij van hem, dat hij menig keer prachtig doorbrak en het veld over sprintte, om vervolgens enkele meters voor de tryline dodelijk vermoeid, over zijn eigen voeten struikelend, tegen de grond te smakken.

Dolf Ubaghs is misschien de beste tackelaar geweest die de club ooit gehad heeft. Dolf tackelde de eerste center met zoveel snelheid en kracht dat hij en passant de tweede center meenam. In de laatste jaren van zijn carrière had dat goede tackelen één groot nadeel. Ons Dolf hield zijn hoofd aan de verkeerde kant, zodat de tegenstander op hem viel, waardoor Dolf menig keer voortijdig het veld moest verlaten.

Als vierkant gebouwde Erik Neumüller van ARVC (meestal kwamen ze met niet meer dan een man of 10 naar Bussum) de bal had, schalde zijn strijdkreet over het veld: “Ratatata!”. De kreet van ’t Gooi in die dagen was: “van ijzer Gooi!”.

Tweehonderdtwintig pond zware en 1.95 m grote John Heydendaal kwam uit een familie van Monte Carlo rijders. John zelf kon er ook wat van. O jee, als hij dat ging demonstreren. Eerst pakte hij dan op volle snelheid een benzinestation. D’r op en er weer af met honderd zoveel kilometer. Daarna kwam een gevaarlijk kruispunt. Volgens John moest je die als volgt oversteken: flink gas geven, de handrem aantrekken, stuur omgooien en achterste voren stoof je dan het kruispunt over. Dat was véél veiliger volgens John. Nee, dan deed mijn beste vriend Alfred Kinébanian het anders. Reden we met vijf auto’s naar Amsterdam, dan waren de eerste vier auto’s zo ongeveer bij Diemen als Alfred nog steeds links, rechts, links, rechts turend bij het eerste kruispunt in Naarden stond.

Onze grote truc met lichte en uiterst lenige Alfred (hij was de enige die zelf zijn hele rug kon wassen) was om hem te posteren naast de meest gevaarlijke line-out springer van de tegenstander met als opdracht: “sla zijn benen weg, op het moment dat hij helemaal boven is”. Dat deed Alfred nauwgezet. Kwam zo’n tegenstander verkeerd, plat op zijn rug, op de grond, dan hoorde je: “Pfffffffff”, een tijdje niets, waarna moeizaam piepend en kreunend: “hie, hu, hie, hu, hie, hu” de adem weer op gang kwam.

RC ’t Gooi-bestuur in 1963. Dolf Ubaghs, Louis van Keller, Jaap Simons, Ernst Sandtmann, Bas Hageman

Egbert Otten ging mee kijken bij een uitwedstrijd en stond voor hij het wist in het veld voor zijn eerste wedstrijd. Bas Hageman was een veel betere sprinter dan tackelaar. Ik herinner mij, ik geloof dat het bij Te Werve was, dat Bas de achtervolging inzette op een heel dikke prop van de tegenpartij die rechtstreeks op de tryline afstevende. Bas had hem spoedig ingehaald, maar dan moest de tackel komen, komen, komen, komen en dat duurde en duurde en duurde.  De dikke prop met Bas’ adem in de nek werd nerveuzer en nerveuzer. Keek om, keek weer om en viel toen over z’n eigen voeten. Van die komische strip hebben we toen buikpijn overgehouden.   

Henk Werkman is de langste speler die we ooit gehad hebben: 2.06 meter! Na een drukke zaterdag en een onbeslapen zaterdagnacht speelden we in Hannover onze tweede wedstrijd op zondag. Bij een lange kick ver over ons heen waren we volkomen gerust, dat onze goeie Zuid-Afrikaanse Willem van Drimmelen dat wel zou klaren. Toen we omkeken zagen we….. Willem van Drimmelen languit in diepe slaap in het 25-gebied liggen.

“Engelsman” The Mai (Ton de Mey) in 1970 

Beste herinneringen bewaren we ook aan die vele demonstratiewedstrijden die we in de loop der jaren speelden op Koninginnedag ergens op het platteland. Eerst de koeinnn van het laaand en daaan die gekke ruggebieers d’r op. Eens zouden we tegen Engelsen spelen. Toen die niet kwamen bouwden we 15 Gooiers om tot Engelsen. De luidspreker riep de namen om: “King, Fox, Uncles, The Mai, Flat” enz. Zoiets zouden we best nog eens kunnen doen. Bijvoorbeeld een Duits team bestaande uit Schindler, Elfferich, Schneider-Bloksch, Von Eichen, Bäkker, Wilhelms, Platsch, Zinholtz, Telcht!!, Völker und Dirch-Johann Lindenbaum onder leiding van der Fritz Frankfurt tegen een Gronings-Fries team met spelers als Steginga, Ettema, Houba, Scheltema, Frankema en Graderma.

Nu stop ik. Vervolg over 5 jaar.

Naar Parijs (april 1950)

Dit is de oorspronkelijke versie van dit verhaal; er is ook een aangepaste versie onder de titel “Opnieuw: Naar Parijs (april 1950)”; ontdek de verschillen!

V.l.n.r. Piet Dijkman (´t Gooi), Werner Büchner (’t Gooi), Pieter Davis, Bert de Boer (’t Gooi), ?, Anton v.d. Beek (AAC), Cor de Rie (’t Gooi), Ab Roodlieb (’t Gooi), Toon Bogers (AAC), Siep Reijnders (AAC), Ben Ziepzeerder (AAC), Jan Onderwater (’t Gooi), Ron Rishworth, Joop van Vugt (AAC), rug/onherkenbaar, ?, Frits Frankfort (’t Gooi), ?, onbekende dame, kalende heer met twee kinderen

Welke foto hoort er nu bij en welke niet? Het startpunt was een groepsfoto bij – lijkt het – een monument ter herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Het jaartal 1918 valt tenminste met enige moeite op het monument te onderscheiden. Ernaast mannen – en ook twee vrouwen – op een rij, waaronder Herman Nijhuis de bijbehorende namen heeft geschreven, voor zover hij die wist.

Het zijn alleen maar Gooiers en A.A.C.-ers, die – weer volgens Herman – op 23 april 1950 (dat was een zondag) in Parijs waren om te spelen tegen een vertegenwoordigend team van die stad. Of het om zomaar een gelegenheidscombinatie van Gooise en Amsterdamse spelers gaat, om het vertegenwoordigend “Amsterdams” stadsteam, of om het Nederlands B-team wordt niet helemaal duidelijk. Opvallend zijn de drie mensen rechts op de foto: een man met een kaal hoofd en twee kinderen. Een jongen met een witte sjaal en een kleiner meisje.

Dit zelfde drietal staat op de foto bij het monument met de naam “Foch” erop en ook op de groepsfoto voor de kasteelachtige poort in Compiègne zijn ze te zien. Die foto’s moeten dus bij dezelfde trip horen. Zonder beide kinderen is de kalende man te zien naast de autobus van C.J. van Nood uit Amsterdam. Tenminste: dat lijkt zo, maar wie staat er in de deuropening van de bus? Het jongetje met de sjaal!

Zouden de A.A.C.-ers met die bus vanuit Amsterdam in Bussum de Gooiers hebben opgehaald? En wie is die kalende man? Een onbekende Franse gastheer, die als plaatselijke gids  optrad en er een uitje met zijn kinderen van maakte? Dat lijkt wel waarschijnlijk, want om nou met twee kinderen vanuit Nederland een paar dagen met een bus vol rugbyers naar Parijs op pad te gaan…?

De kleding van de tripgangers valt op. Allemaal in jasje dasje, het lijkt wel een groepsreis van keurig uitgedoste zakenmensen. Maar ´t was natuurlijk ook zondag. En Frits Frankfort is goed herkenbaar, omdat hij nu eenmaal een kop kleiner is dan de rest. Zouden er ook nog foto´s van de wedstrijd zijn gemaakt? Werd die een dag eerder, op de zaterdag, gespeeld? En wie won er? Is er misschien een verslag over geschreven in De Scrum?