Ben Hosman in gesprek met Herman Nijhuis (1977)

Ben Hosman en Wim Munnikhuizen bekijken oude rugbyfoto’s, 26 januari 2005 

Zesendertig jaar geleden stond er in De Scrum van februari 1977 een interview met ons erelid Ben Hosman. Hij sprak met Herman Nijhuis (toen nog geen erelid), destijds de aanvoerder van de Scrumredactie, over zijn herinneringen aan oude Gooi-tijden. Een mooi verhaal, dat we hier graag nog eens vertellen.

RC ’t Gooi 1937. Achter: Kees Meeuwis, Dolf Plat, Fred Huyer, Kees Kennis, Rein Koopmans, midden: André van de Hoek, Louis Diem, Johan de Kooter, Henk Stuurop, Bob Lamberton, Hans Fannois, Walt Jongman, vooraan: Ben Hosman, Jaap Klasema, Piet van Lingen

Praten met Ben Hosman over rugby op een winteravond bij de open haard met een goed glas wijn is een openbaring. Sprankelend komen de rugby-verhalen te voorschijn. Vele namen worden genoemd. Mannen van het eerste uur, die onze club hebben opgericht: Bob de Jonge, Witte van Heijningen, Bob Lamberton, Rein Koopmans, Kees Meeuwis, Jaap Klasema, Elbert Kortenoever, de Kooter, Schrage, Plat, van de Hoek, Zöllner en vele anderen.

1937-38 vertrek van station Bussum naar Den Haag. 1e rij: Walt Jongman, André Talboo, Fred Huyer, Jaap Klasema, Johan de Kooter, 2e rij: Kees Kennis, André van de Hoek, Kees Meeuwis, Ben Hosman, 3e rij: Elbert Kortenoever, Reijn Koopmans, Dolf Plat, 4e rij: Aad Kennis (met hoed), Bob Lamberton

In feite is het allemaal begonnen in december 1932, toen de heren Kruissink en Talboo in het Tuschinsky Theater te Amsterdam een film zagen over rugby en zodanig enthousiast werden, dat besloten werd om, met medewerking van de Nederlandse Rugby Bond, te trachten ook in Bussum een rugbyclub op te richten. En hiermede was in februari 1933 R.C. ’t Gooi geboren.

Het landhuis Drafna in Naarden, waar het Theosofisch Lyceum was gevestigd 

De eerste trainingen en wedstrijden werden gespeeld op de ezelweide met een boom midden in het veld, dat gelegen was naast het Theosofisch Lyceum “Drafna”. Ben Hosman begon in 1936 rugby te spelen op het veld bij de watertoren, zgn. het terrein bij de zandafgraving. Een veld vol zwerfkeien, dat niet geschikt was voor de voetballers. Maar rugby kon er wel op gespeeld worden. Als kleedruimte had men een oude loods ter beschikking en als douche een waterton met een puts. Dat waren barre tijden!

Er bestond echter een hechte vriendenkring (zodanig zelfs, dat de meisjes soms gedeeld werden). Er was ook geen clubhuis, waardoor het veld het enige trefpunt was, waar men elkaar met vrienden, vriendinnen en familieleden ontmoette. Na afloop ging men met de dames achterop de fiets weer huiswaarts, met uitzondering van een enkele gelukkige, die de beschikking had over een auto of een motorfiets.

Door die hechte vriendenkring werden wedstrijden gewonnen, niet door een grote techniek, doch door een verbeten inzet om elkaar niet teleur te stellen. Doordat er maar zeven clubs waren, kende iedereen iedereen en de onderlinge band tussen die clubs was reuze goed. In oorlogstijd werd het wat minder met het clubgebeuren en er zijn toen een paar leden gefusilleerd.

Nassaulaan Bussum, in oorlogstijd, te zien aan de verduisteringsschotten voor de winkelramen. Kees Meeuwis, Aga Klasema (de vrouw van Jaap), Jaap Klasema, Ben Hosman, Rie Hosman

Ben Hosman is eigenlijk door zijn buurjongens Jaap Klasema en Kees Meeuwis in de rugbysport terecht gekomen en hij heeft er nooit spijt van gehad. Werd hierin ook sterk gesteund door zijn vrouw. Toen er kinderen kwamen vergezelde zij hem altijd nog naar het rugbyveld. Ook toen er vier kinderen waren werd er trouw naar het veld gekomen. Pa Hosman had dan een kind voor- en achterop de fiets, ma Hosman kwam dan later met de kinderwagen naar het veld met een kind erin en een kind erop of ernaast.

De feesten die in die tijd werden gehouden werden ook per fiets bereikt. Zo staat nog in aller herinnering het carnavalsfeest in “De Zeven Linden” te Laren; men moest er wel tot 4 uur in de nacht binnen blijven vanwege de spertijd in de oorlog. De kinderen werden ter plekke in de bedstee gedeponeerd.

Er werden in die tijd ook demonstratiewedstrijden gehouden, zelfs rugby was een onderdeel van de Olympische spelen in Amsterdam. RC ’t Gooi leverde reeds in 1936 spelers voor het nationale XV-tal, o.a. Walt Jongman, die maar eventjes vanuit Egmond aan Zee naar Bussum fietste om daar eventjes de interland tegen Frankrijk te spelen en toen maar weer eventjes terugfietste naar Egmond. Ook de heren Stuurop en Schut kwamen iedere week getrouw uit Eerbeek om te trainen en te spelen. Dat was ouderwetse inzet en men was in die tijd niet veel luxe gewend.

Scrum in de sneeuwwedstrijd tegen Anderlecht in 1946

In 1939 speelden Jaap Klasema en Walter Jongman mee tegen Roemenië. Ook de wedstrijd tegen Anderlecht zal Ben nog vele jaren heugen. Na een tocht van ruim 5½ uur met de bus was er zoveel sneeuw gevallen, dat toen men bij Anderlecht aankwam  er inmiddels 30 cm lag. De Belgen hadden er toen geen zin meer in om een partij te spelen, maar ja, die Hollanders hadden niet voor niets zo lang in die rotbus gezeten, zodat er, onder daverende lach-salvo’s, toch nog een wedstrijd gespeeld werd.

Ook de bustocht naar Düsseldorf ligt nog vers in de herinnering. Men ging vanuit Bussum met een bus van Bussums Bloei. Daar aangekomen werden zij ontvangen door heren met bruine hemden aan en in wagens naar het sportveld vervoerd, waar later de Joden naar de gaskamers werden getransporteerd. Op de terugweg was halverwege de bus van Bussums Bloei uitgebloeid, midden in de bossen in de buurt van Arnhem kregen zij panne (gelukkig voor hen die een vriendinnetje bij zich hadden).

Gooi 1937/38, demonstratiewedstrijd in Dieren. Achter: Bob de Jonge, Dolf Plat (met scrumcap), Jan van Schaik, Bob Zwart (met alpinopet), Ko Munnikhuizen, Bep van Kooten, Witte van Heijningen, Reijn Koopmans, Zollner, Jaap van Schaik, ? (met regenjas), voor: Kees Meeuwis, Johan de Kooter, Bob Lamberton, Fred Huyer, Elbert Kortenoever, Walt Jongman

De sterkste van de zeven clubs uit die tijd waren ongetwijfeld de Delftse Studenten, maar onze voorwaartsen hadden er tijdens die wedstrijden wel danig de pest in, daar ze meestal in een wolk van jenever stonden te pushen. Het sportpark aan de Meerweg werd intussen het rugbyveld. Ook daar werden reeds in 1946 en 1947 veel demonstratie- en internationale wedstrijden gespeeld voor een in die tijd toch wel talrijk publiek. Meestal betraden wij het veld met de vlag van R.C. ’t Gooi voorop (waar is eigenlijk die vlag gebleven?).

Knipsel uit De Bussumsche Courant van 24 februari 1939

Voor reklame werden er door de leden met de hand gemaakte affiches gemaakt (ingekleurd met zwarte en rode inkt). Die werden dan bij de winkeliers voor de ramen gehangen of aan bomen genageld. De enige ernstige blessure die Ben Hosman ooit heeft opgelopen is een hersenschudding in de wedstrijd tegen België. Vanuit België werd hij toen met rugbykleren en al in de auto gezet en bij zijn vrouw afgeleverd, die toen wel wist dat er iets fout was.

Rechts Ben Hosman als scheidsrechter op Sportpark Bussum Zuid bij een onbekend sevens-team

Zonder meer stelt Ben, dat hij door de rugbysport een veel groter doorzettings- en incasseringsvermogen heeft gekregen. Maar, gelooft hij, je had in die tijd meer over voor je club en de sport dan nu het geval is. In 1936 begonnen met spelen tot 1956. Daarna nog diverse bestuurstaken vervuld. Ook is Ben nog scheidsrechter geweest. Hij kan terugzien op een bijzonder fijne sporttijd.

Het Drafna-lyceum

De Drafna Sport Club: zo heette RC ’t Gooi bij de oprichting op 14 januari 1933. Vernoemd naar het Drafna-lyceum, waar onze oprichter Henk Kruissink als leraar werkte. Nieuwsgierig als we zijn gingen we op zoek naar meer informatie over deze school. Googlen op ‘Drafna-lyceum’ en ‘Drafna Bussum’ leverde niets op. Wel kwam steeds een landgoed Drafna in beeld, maar een landgoed en bovendien in Naarden gelegen: dat kon het toch niet zijn..? Hoe nu verder?

Landgoed Drafna vanaf de Meentweg

Uit een eerdere zoekactie wisten we, dat er een (oud) rector van het Drafna-lyceum was met de naam Hinloopen Labberton. Dan maar eens zoeken op die toch niet alledaagse achternaam. Het bleek, dat het ging om professor dr. Dirk van Hinloopen Labberton, een historicus en gepensioneerd Oost-Indisch ambtenaar. Eén van de hits verwees naar een adressenlijst, waaruit bleek, dat de prof destijds woonde op “Drafna” in Naarden. En toen begon het te dagen.

Leerlingen en docenten van het Theosofisch Lyceum in het najaar van 1933 voor het huis Drafna (Bron: historisch tijdschrift voor Naarden ‘De Omroeper’)

Dus tóch dat Naardense landgoed! Verder zoeken leverde een publicatie op over ‘middelbaar en lager onderwijs op de buitenplaats Drafna’, onder de titel ‘Het Theosofisch Lyceum in Naerdinclant’.  Dat laatste bleek de officiële naam van het lyceum te zijn, Drafna-lyceum was slechts spreektaal. Het landgoed lag – en ligt nog steeds – vlakbij de huidige vestigingsplaats van RC ’t Gooi. Hemelsbreed op – pakweg – een kilometer afstand, achter de A1, aan de Huizerstraatweg, voorbij Givaudan Nederland (beter bekend als de Chemische Fabriek) linksaf, aan de Meentweg.

1933-01-24 DBC 1e vergaderingHet houten hoofdgebouw van destijds werd in 1860 gebouwd en in 1942 vervangen door een bakstenen gebouw, dat er nog steeds staat. Het lyceum was gevestigd in dit houten gebouw en in een aantal bijgebouwen. In de lokalen van het lyceum werd een week na de oprichting van de rugbyclub, op 21 januari 1933, onze eerste  ledenvergadering gehouden en verkleedden de spelers zich voor de trainingen, die op de ezelenweide bij het houten hoofdgebouw op het landgoed gehouden werden.

Ezels op een weide op Drafna

Uit het artikel ‘Het Theosofisch Lyceum in Naerdinclant’ van Annie Verweij (De Omroeper, december 2009, jaargang 22, nr. 4) blijkt, dat het lyceum startte in september 1927 in het landhuis Heerlijkheid, verderop aan de Meentweg gelegen, waar destijds Van Hinloopen Labberton woonde. Op 29 juni 1928 werd de buitenplaats Drafna op naam van de Stichting Theosofisch Lyceum in Naerdinclant overgeschreven en op 10 juli 1928 kon het pand als school in gebruik worden genomen. Vanaf het begin poogde de school subsidie van het Rijk en de lokale overheden te verkrijgen, maar zonder veel succes. Door het ontbreken van vrijwel alle overheidssteun modderde men met een beperkt budget verder. Financiële offers van de docenten en acties om gelden te werven bleken uiteindelijk onvoldoende om het te kunnen bolwerken. In 1941 viel na 14 jaar het doek voor het lyceum. De bij het lyceum behorende lagere school ‘Klein Drafna’ wist het nog tot het eind van de jaren ’50 vol te houden.

Zou het toeval zijn, dat RC ’t Gooi gestart is in een houten gebouw, dat als bouwpakket vanuit het buitenland is ingevoerd en 80 jaar later ook in zo’n houten gebouw gevestigd is?

 

 

De oprichters van RC ’t Gooi

Uit de overlevering weten we, dat er twee jongemannen waren, die in december 1932 enthousiast naar Bussum terugkeerden, nadat ze in de Amsterdamse Tuschinski-bioscoop een film over rugby hadden gezien. Zij namen het initiatief tot de oprichting van de Drafna Sport Club, die later Gooische Rugby Club en weer later Rugby Club ’t Gooi zou gaan heten. Maar wie waren die jongemannen en wat weten we van ze? Henk Kruissink en André Talboo heetten ze, weten sommigen van ons. Daarmee houdt de kennis wel zo ongeveer op. Dus maar eens op onderzoek uit.

Berichtje in De Bussumsche Courant van 17 januari 1933 over de oprichting op 14 januari 1933

 

1934-35 Kamperen met Henk Kruissink, Bob Lamberton, Johan de Kooter en Witte van Heijningen

Drs. H.W.J.Z. (Henk) Kruissink was leraar Engels aan het Drafna-lyceum en woonde aan de Brediusweg 66 in Bussum. Hij was 27 jaar oud, toen op 14 januari 1933 de Drafna Sport Club werd opgericht en hij de eerste voorzitter werd. Hij was erbij aanwezig, toen op 4 maart 1933 het bestuur van de Nederlandse Rugby Bond de nieuwe vereniging als lid accepteerde.

Zijn positie als docent zal de nieuwe club vast wel geholpen hebben om het sportveld van het Drafna-lyceum te mogen gebruiken. De naam Drafna Sport Club ligt niet echt voor de hand voor een Bussumse rugbyclub. Deze werd echter gekozen op verzoek van de rector van het Drafna-lyceum, prof. dr. D. van Hinloopen Labberton. En dat kweekte vast ook weer goodwill voor de nieuwe vereniging.

Henk Kruissink uitte in de algemene ledenvergadering van de nieuwe vereniging in oktober 1934 heftige kritiek ‘op den moreelen en financieelen toestand der vereniging’. Deze was acht maanden daarvoor met de vooroorlogse Hilversumsche rugbyclub gefuseerd tot de Gooische Rugby Club, met hem als energieke voorzitter. Zijn bestuurlijke kwaliteiten kon hij ook op een andere manier uiten, want (vooral) hij organiseerde de interland Nederland-Frankrijk B (uitslag: 11-66!) op 22 april 1935, 2e Paasdag, op Sportpark Bussum. In oktober 1935 werd hij benoemd tot bondsconsul en in september 1936 tot lid van het hoofdbestuur van de N.R.B.: een veelbelovende carrière als rugbybestuurder leek aangebroken.

Foto uit de Gooi- en Eemlander van 23 april 1935

Als rugbyspeler was Henk Kruissink minder opvallend, zijn naam wordt tenminste weinig genoemd in de krantenverslagen uit die tijd. Hij speelde als forward in de eerste rij en trad soms als aanvoerder op. In 1937 is hij overleden. In De Gooische Post van 3 april 1937 staat onder de overlijdensberichten, dat Hendrik W.J.Z. Kruissink, 31 jaar oud en ongehuwd, te Bussum is overleden. De oorzaak van zijn vroegtijdig overlijden wordt niet genoemd, ook niet in de overlijdensadvertentie die zijn ouders plaatsten in het Algemeen Handelsblad van 27 maart 1937. Daaruit blijkt wel, dat hij diezelfde dag overleed en op woensdag 31 maart 1937 op de Algemene Begraafplaats in Naarden begraven zou worden. Deze begraafplaats wordt tegenwoordig de Oude Begraafplaats genoemd en ligt aan de Bussumse Brediusweg, tegenover hotel-restaurant Jan Tabak. Het graf van Henk Kruissink is daar nog te zien.

Op 16 april 1938, bij de viering van het eerste lustrum, noemde De Bussumsche Courant Henk Kruisink: ‘een voorbeeld van kameraadschap en sportiviteit’ en ‘een groot verlies voor de club’. Hij werd als voorzitter opgevolgd door J.A.J. (Bob) de Jonge, ons latere erelid.

1937-38 Vertrek vanaf station Bussum naar Den Haag. André Talboo is de tweede van links op de eerste rij 

André Talboo was de andere oprichter van de rugbyclub. Hij woonde in Bussum aan de Nassaulaan 16 en zou de eerste penningmeester worden. Zijn verhaal in De Scrum van 1946, 13 jaar na de oprichting van de vereniging opgeschreven, is tot nu toe – bij gebrek aan documenten over die tijd in ons archief – onze belangrijkste bron van kennis over de begintijd van de club.

Op de ledenlijst van het begin van het seizoen 1940 (die zal dus ongeveer van september 1940 geweest zijn) staat Talboo vermeld als buitengewoon lid, wonend in Oegstgeest en ook uit een brief van 31 december 1941 blijkt, dat hij in Oegstgeest woont, maar nu op een ander adres. In die brief doet hij het verzoek, de wedstrijd om zijn ‘Talboo-beker’ te verspelen op 4 januari 1942, ‘zoodat ik dan deze wedstrijd als een waardig slot kan beschouwen van mijn Rugby-leven in Holland’. Hij zou namelijk vertrekken naar Zeeland. Dat dit ook echt gebeurd is, blijkt uit een brief aan André Talboo van 3 augustus 1944, gericht aan een adres in Terneuzen. Het lijkt dus waarschijnlijk, dat de betrokkenheid van André Talboo bij de club vanaf 1940 en misschien wel eerder niet zo groot meer was.

Dat is van belang voor het ‘wegen’ van zijn herinneringen aan de beginjaren, zoals verteld in 1946.  Daar zaten vijf oorlogsjaren en verschillende verhuizingen buiten het Gooi tussen, waarin zijn contact met de club niet intensief geweest kan zijn. In Terneuzen richtte hij in 1944 een rugbyclub T.R.V.C. 1944 op. Ze hadden geen rugbybal en door ‘de nood der tijden’ (de Duitse bezetting en de oorlogshandelingen) viel daar ook moeilijk aan te komen, zoals blijkt uit een uitgebreide en (achteraf) vermakelijke correspondentie hierover. André Talboo speelde in zijn actieve jaren bij ’t Gooi als forward in de derde rij en trad ook op als linesman en referee. André Talboo is  overleden op 7 oktober 1947.

De oertijd van RC ‘t Gooi: het échte verhaal! Deel 5.

De Bussumsche Courant meldde verder op 7 maart 1933, dat de Drafna Sportclub een jeugdafdeling had opgericht voor 12 – 18 jarigen. De contributie voor de jeugd werd 3 gulden per jaar en en die voor senioren werd verlaagd van 12 naar 8 gulden per jaar. Uit de beschikbare berichten over de volgende maanden maakten we een selectie.

Op 28 maart meldde D.B.C., dat A.R.V.C. de afgelopen zondag (26 maart 1933) in Amsterdam met 16-0 won van een Gooise Combinatie van Hilversumse en Bussumse spelers. Op 13 april meldde de krant, dat de Drafna Sportclub afgelopen zondag (9 april 1933) z’n eerste overwinning had behaald: 13-9 tegen A.R.V.C., op het Kameleon terrein aan de nieuwe betonweg naar Hilversum. “Een technisch beter spelend A.R.V.C. werd verslagen door een geweldig enthousiast spelende Bussumsche ploeg”.

Op 15 september 1933 stond in de krant, dat de Hilversumsche rugbyclub haar eerste vergadering van het nieuwe seizoen had gehouden. Henri van Booven werd waarnemend voorzitter en de H.R.C. zou voorlopig gebruik gaan maken van het Drafna sportterrein in Bussum. Uit een bericht op 22 september 1933: “er zijn slechts zeven rugbyclubs in Nederland”. De Hilversumsche Rugbyclub en de Drafna Sportclub zouden elkaar bijstaan met de oefeningen en het organiseren van propaganda-wedstrijden in het Hilversumse en het Bussumse sportpark, meldde de krant op 23 september 1933.

De volgende maand, op 13 oktober, schreef de krant, dat de Drafna Sportclub de Zuidafrikaanse speler Dutoit bereid had gevonden als trainer op te treden. De Bussumse en de Hilversumse spelers zouden onder zijn leiding kunnen oefenen op het Drafna terrein. De zondag daarvoor (op 8 oktober 1933) hadden enige D.S.C.-leden een wedstrijd gespeeld in de gelederen van Hilversum tegen A.R.V.C. En de komende zondag (15 oktober) zou de eerste officiële wedstrijd voor D.S.C. plaatsvinden. Ook nu zou er weer een combinatie van beide Gooise clubs aantreden tegen A.A.C. in Amsterdam. Acht Drafna-spelers en zeven Hilversummers verloren die wedstrijd met slechts 14-9. Maar: ze scoorden wel drie tries! (wordt vervolgd)

De oertijd van RC ‘t Gooi: het échte verhaal! Deel 4.

Op 9 februari stond er een rugby-promotieverhaal in De Bussumsche Courant plus de mededeling, dat D.S.C. inmiddels (zonder ook maar één wedstrijd gespeeld te hebben!) 25 leden had ingeschreven. Op 14 februari meldde de krant, dat er de volgende zondag een eerste oefenwedstrijd tegen de Hilversumsche rugbyclub zou zijn en dat op de woensdag daarna N.R.B.-voorzitter Van Booven een lezing over de rugbysport zou houden. Twee dagen later volgde de mededeling, dat D.S.C. niet op zondag, maar op zaterdagmiddag tegen Hilversum zou spelen op het sportterrein van het Drafna-lyceum. D.S.C.-voorzitter Kruissink was leraar op het Drafna-lyceum, dat zal vast wel geholpen hebben.

Op 20 februari meldde D.B.C., dat de wedstrijd tussen Hilversum en Bussum was geeïndigd in 13-3. Niet slecht voor een eerste oefenwedstrijd én de eerste try werd gedrukt! De volgende dag schreef de krant, dat N.R.B.-voorzitter H. van Booven uit Hilversum woensdag in hotel Nieuw-Bussum zou komen spreken over het rugbyspel en dat iedere belangstellende welkom was. Twee dagen later werd verslag gedaan van een goed geslaagde propaganda-avond, waar Van Booven en N.R.B.-secretaris De Jonge vertelden over de sport en haar geschiedenis in Nederland en Europa.

De volgende maand, op 7 maart, berichtte De Bussumsche Courant over de N.R.B.-bestuursvergadering van de zaterdag daarvoor, dat was dus op 4 maart 1933. Er zou – zo mogelijk in Bussum – een oefenwedstrijd plaatsvinden tussen een Nederlandse A en B-selectie, waarin ook Drafna-driekwarter G. van Heyningen was opgenomen. En dat na slechts één oefenwedstrijd gespeeld te hebben! D.S.C. werd op 4 maart 1933 ingeschreven als lid van de rugbybond. (wordt vervolgd)

De oertijd van RC ’t Gooi: het échte verhaal! Deel 3.

De Gooi- en Eemlander zal er indertijd vast wel over geschreven hebben, was de gedachte. Googlen op ‘archief Gooi- en Eemlander’ leverde op, dat dit archief was overgedragen aan het Streekarchief Gooi en Vechtstreek. Op hun website het zoekwoord ‘rugby’ ingevoerd en als periode 1932 – 1933.  Het resultaat was boven verwachting: tientallen berichten waarin het woord ‘rugby’ voorkwam! Meest uit De Bussumsche Courant (D.B.C.) en ook enkele uit De Gooische Post (D.G.P.). Bij elkaar bijna een van-dag-tot-dag verslag van de eerste stapjes van de nieuwe rugbyclub. Loopt u even mee?
 
Op maandag 26 december 1932, 2e kerstdag, vond er in Bussum een demonstratie-rugbywedstrijd plaats, waarover D.G.P. op 28 december schreef. De belangstelling was overstelpend groot geweest, de loketten konden de vele bezoekers maar moeilijk verwerken en de wedstrijd begon daardoor later dan bedoeld. Het ‘Goois kwartiertje’ zat er dus vanaf het begin al in! De Amsterdamsche Rugby Voetbal Club (A.R.V.C.) speelde tegen Rapid ’04 uit Düsseldorf onder leiding van scheidsrechter Bingham. Van het wedstrijdverloop werd uitgebreid verslag gedaan en de hilariteit, bewondering of afkeer van het publiek voor het zonderlinge spelletje werd breed uitgemeten. En zoals wel vaker: de Duitsers wonnen. Met 6-3. 
 
Als gevolg van die die demonstratiewedstrijd werd op zaterdag 14 januari 1933 de Drafna Sport Club (D.S.C.) opgericht, de club die later Gooische Rugby Club  (G.R.C.) en nog weer later Rugby Club ’t Gooi zou gaan heten. Hierover verscheen op dinsdag 17 januari een artikel in D.B.C. Er waren al 15 leden en een bestuur. Twee dagen later kondigt D.B.C. de eerste ledenvergadering van de nieuwe rugbyclub aan: op zaterdag 21 januari. Van die vergadering doet die krant op 24 januari verslag. Er zijn reeds 15 spelers plus enkele reserves, de contributie is vastgesteld op 12 gulden per jaar en er zal gerugbyd worden van september tot april. De rest van het jaar wordt aan athletiek gedaan, om in conditie te blijven. De rugbyers Koster (A.R.V.C.) en Nathans (A.A.C.) zullen de nieuwe club in de eerste maanden terzijde staan en de training verzorgen. De minimumleeftijd wordt 15 jaar en komende zaterdag, 28 januari 1933, zal er voor het eerst getraind worden op het Drafna-terrein. Men wil verder snel een propagandawedstrijd op het gemeentelijk sportpark organiseren. (wordt vervolgd)

De oertijd van RC ’t Gooi: het échte verhaal! Deel 2.

Het verhaal van André Talboo over de begintijd van de club gaat verder:

Een leuk verhaal, verteld door één van de stichters van de club. Maar: wel opgeschreven vanuit het geheugen, zo’n 13 jaar nadat het gebeurde en dus met de kans op vertekening. Daarom dus ook maar eens op zoek naar andere bronnen. (wordt vervolgd)

De oertijd van RC ’t Gooi: het échte verhaal! Deel 1.

Was het nou in februari 1933, in 1932 of op een ander moment, dat Rugby Club ’t Gooi werd opgericht? Een vraag die bij de club rond elke lustrumviering wel de kop opsteekt. Die onduidelijkheid komt doordat er geen ooggetuigen meer zijn, geheugens rare dingen zijn, het clubarchief weinig aanknopingspunten biedt en er briefpapier is gevonden, waarop als oprichtingsjaar 1932 staat vermeld. In het jubileumboek RC ’t Gooi 1933-1983 wordt het verhaal van André Talboo geciteerd, verteld in de Scrum van september 1946:

(wordt vervolgd)